Bushmail



Bushmail 22 - 18-05-2007

Salibonani!

Nou het waren weer enerverende dagen tussen de bomen, struiken en grassen in de bush, zeg ik met enig sarcasme. ’s Ochtends om zeven uur de ranger en de studenten oppikken en ’s avonds om zeven uur weer terug naar huis. Samen met mijn master student Justice, de ranger en onze veldassistent breng ik de vegetatie rond de plekken waar de wilde honden ooit een prooi gedood hebben in kaart. Als we de zogenaamde ‘kill site’ gevonden hebben zetten we vijf keer een plot van 10x10 meter uit. Binnen deze plots meten we de lengte, breedte en hoogte van alles bomen, struiken en grassen. Op die manier kunnen we uiteindelijk iets zeggen over de toegankelijkheid en zichtbaarheid van de bush rond de 'kill sites'.

Tja, dat is redelijk monotoon werk ja. Maar het moet gebeuren om bepaalde onderzoeksvragen te beantwoorden. Justice kijkt naar de relatie tussen vegetatie en of de wilde honden een kudu of een impala gevangen hebben. Ik ben vooral geïnteresseerd in het type vegetatie en de kans dat de wilde honden bij het eten van hun prooi verstoord worden door hyena’s of leeuwen. Gelukkig heb ik een hard werkend efficiënt team. Elke dag gaan we ervoor, we doen drie sites per dag, dat zijn dus 15 metingen. Soms hebben we geluk en ligt de kill site 100 meter van de weg af, soms hebben we pech en moeten we 3 kilometer lopen voor we op de plek des onheils zijn.

En ook hier geldt; achter elke boom of struik kan gevaar loeren. Daarom hebben we ook nu weer elke dag een ranger met geweer bij ons. Gelukkig hebben we er tot nu toe geen gebruik van hoeven maken. Met gezond verstand kom je namelijk een heel eind. Toen we een kudde olifanten tegen kwamen was het geweldige plan van onze ranger om zo snel mogelijk te lopen zodat we bij onze kill site waren voor de olifanten ons pad kruisten. Mmm. Let’s not, zei ik toen ik zag dat alle olifanten, inclusief een grote bull, onze kant opkeken. We can’t outrun elephants, so let’s wait till they pass. Goed, daar was iedereen het uiteindelijk mee eens en we hebben dus rustig achter een bosje gewacht tot de kudde zijn pad vervolgd had en uit het zicht verdwenen was. Dezelfde strategie hebben we gehanteerd toen we een grote buffel bull langs de weg richting onze kill site zagen staan. Ik heb iedereen, inclusief mezelf, in de auto opgesloten en de ranger het dak opgestuurd om op de uitkijk te staan. Pas toen de bull uit het zicht verdwenen was mocht iedereen de auto verlaten. Ja, veiligheid boven alles, het moet wel leuk blijven. Nog twee weken en dan hebben we het gehad.

Toen ik drie dagen geleden ‘s morgens vroeg richting de National Parks office reed lag er een hoop veren op de weg. Ik dacht dat het een dode gier was en gaf mijn student dus de opdracht om het beest van de weg te rapen zodat ik de schedel aan mijn collectie toe kon voegen. Hij keek me wat beteuterd aan maar toen ik zei ‘what?!’ deed hij netjes wat ik hem verzocht had. De bundel veren bleek niet wat ik verwacht had… het was een nog levende aangereden jonge kraanvogel. Zijn poot was gebroken en hij was in shock. We hebben hem in de auto geladen en zijn naar de NP office gereden alwaar er een discussie onder de rangers losbrak over wat te doen met ‘the bird’. Ondertussen nam ik de tijd om te kijken wat er nou echt aan de hand was en kwam tot de conclusie dat de vogel op een gebroken poot na verder in orde was. Aangezien ik van de buitenkant niet kon zien hoeveel interne schade er was besloot ik het een kans te geven. Op het bureau van de ‘senior ecologist’ heb ik onder het toeziend oog van de National Parks staff, de poot gespalkt en antibiotica injecties gegeven. Op de weg naar onze plot heb ik de zichtbaar betere vogel bij ons rehabilitatie centrum afgegeven in de hoop dat hij zijn shock zou overleven. Dat was helaas niet het geval. Goed we hebben weer geprobeerd om een bedreigde diersoort te redden, in 99% van de gevallen lukt dat niet maar je hoopt natuurlijk altijd op die 1%.

Op mijn vrije dag ben ik er met Peter op uit geweest om een olifanten kalf met een strik om zijn nek te darten. Het verhaal klonk vreselijk, een grote strik om de nek van een heel klein hulpeloos olifantje. De werkelijkheid was een losse strik om een olifanten kalf dat zeker twee jaar oud was. Het is een gevaarlijke klus om een moeder olifant van haar kalf te scheiden. We hebben dan ook geen risico genomen en hebben het gelaten voor wat het was. De komende dagen zal er extra op dit jong gelet worden in de hoop dat de strik vanzelf los komt. En die kans is reëel want olifanten hebben een handige slurf waarmee ze een strik als hij los zit zelf kunnen verwijderen.

Oh, en dan heb ik nog goed nieuws! Ik heb mijn tijdelijke werkvergunning toegekend gekregen. Dat betekent dat ik hier de komende jaren dus legaal kan blijven en niet elke twee maanden naar immigratie in Victoria Falls hoef te rijden om mijn paspoort van een visum stempel te laten voorzien. Hoewel… ze zijn sinds kort op een ander systeem voor de werkvergunningen overgestapt en in plaats van een voddig stukje papier krijg je nu een glossy sticker in je paspoort. Dat klinkt een stuk beter, ware het niet dat niemand de stickers heeft. In theorie heb ik dus een werkvergunning, in de praktijk wacht ik op een sticker waarvan niemand weet wanneer die beschikbaar zijn. Tja, het blijft Zimbabwe!

X Es


naar boven Bushmail 21 - 04-05-2007

 

Salibonani!

Na een heerlijke douche zit ik fris en fruitig dit bericht te tikken. Dat fris en fruitig werd wel weer eens tijd, de afgelopen dagen heb ik namelijk in de bush doorgebracht en dan begin je ongemerkt toch een beetje op een bosjesvrouw te lijken. Dat gaat vroeg of laat ten koste van je sociale contacten en dus heb ik vandaag in een twee uur durende sessie alle stof en ongedierte uit alle hoeken en gaten gedoucht. Ik voel me als herboren.

De reden voor onze gezellige outdoor activiteiten was ten eerste het in kaart brengen van de vegetatie in Hwange National Park. En ten tweede een bezoek aan ‘mijn’ onbewoonde eiland om weer eens een kijkje te nemen bij de impala’s voor ze in augustus te maken krijgen met een groep wilde honden uit ons rehabilitatie centrum, want wie weet wat er daarna nog van ze over is.

Veel vragen die de ecologen hier hebben kunnen beantwoord worden door, of met behulp van de planten en bomen structuur in de gebieden waar ze onderzoek doen. De rest van de wereld zal het een worst zijn maar voor ons is het dus van het grootste belang dat de vegetatie, zoals dat zo mooi heet, van het park en de gebieden daar omheen in kaart gebracht wordt. De laatste keer dat dat gebeurt was, was in 1984. Bomen vallen om, planten groeien, olifanten stampen door het park en dus was het de hoogste tijd voor een update. Techniek staat voor niets en er werd een mooie satelliet foto gemaakt. Wat er op die foto te zien is moet vervolgens gecheckt worden in het veld. En dus gingen we met twee ‘vegetatie teams’ op pad om naar grassen, struiken, bomen en al het andere dat groen is te kijken.

Met de meest geavanceerde apparatuur, twee palen en een touw van 20m met op elke meter een kroonkurk (we hebben in naam van de wetenschap heel wat colaatjes gedronken), hebben we op verschillende punten elk grasje, struikje en boompje benoemd. Dat klinkt saai maar is erg avontuurlijk als je bedenkt dat achter elk grasje, struikje, en boompje een wild dier kan staan. We hadden dan ook Freedom, een National Parks ranger met een groot geweer en een hoop ‘bush knowledge’, bij ons. En dat is altijd praktisch, bijvoorbeeld als je rustig bij je paaltje staat te wachten en ineens 40cm naast je een mega grote slang ziet. ‘Freedom, there is a fucking big snake here!!!’ bracht ik met verbazende kalmte uit. Niet bewegen dacht ik bij mezelf. En voor ik het wist lag Freedom met zijn camera aan mijn voeten om de grootste puff adder die hij in zijn carrière gezien had digitaal vast te leggen. Puff adders blijken namelijk, in tegenstelling tot de ander giftige slangen hier, niet over te gaan tot de aanval maar in camouflage af te wachten tot het gevaar geweken is.

Met de afstanden die je hier op een dag aflegt is ‘even naar huis rijden’ er niet bij, we hebben het hier namelijk niet over de hoge veluwe maar over een park dat groter is dan Nederland. Na een lange dag in het veld brachten we de nacht dus door in één van de ‘rest camps’ die het National Park rijk is. Meestal bestaande uit een toilet, een vuurplaats en een paar open hutten met daaromheen een hek om eventuele hyena’s te ontmoedigen. Een koude douche, bonen uit blik, oud brood, lauw drinkwater, het gebrul van leeuwen en het gesnurk van je collega’s, alles went en na een paar dagen weet je niet beter. Het benoemen van al het groen wordt routine en voor je het weet is het tijd om naar starvation island te gaan. Want, ongelofelijk maar waar, ik had uiteindelijk een drie regels tellend mailtje gekregen met de mooie woorden ‘herby I give permission to conduct your research on starvation island’. En bedankt!

Het was de eerste keer dat ik zelf reed en daar keek ik, zachtjes uitgedrukt, niet echt naar uit. De weg naar starvation island bestaat de eerste helft uit asfalt met hellingen van 80° en voor de tweede helft uit iets dat doorgaat voor een ‘dirt road’. Beide delen zijn geen pretje, het eerste deel omdat de kans op oververhitting van de motor reëel is, het tweede deel omdat de kans om niet heelhuids aan te komen reëel is. Ik had dan ook besloten om met het eerste ochtendlicht op weg te gaan zodat we tijdens de koele ochtend de hellingen reden en de hele dag hadden voor de ‘dirt road’. Ik heb er wat moeite voor moeten doen maar om zes uur ’s ochtends reden Jealous en ik met twee volgepakte auto’s en twee slapende studenten richting lake Kariba. We hebben er zowel op de heen als terug weg twaalf uur over gedaan, de gemiddelde snelheid was 45 km/uur, maar zijn zonder schade of lekke banden heen en terug gereden. Een record! Op naar de Camel Trophee zou ik zeggen want eerlijk is eerlijk het geeft een kick om met je Landy van steen naar steen door droge rivierbeddingen te klimmen. Ik weet het, ik klink nu verdacht veel als een man, maar op zo’n moment is het toch een beetje jij en je auto.

Kamperen was inmiddels onze tweede natuur en de drie nachten onder de sterren op het eiland waren, op de muggen invasie na, peanuts. Dankzij Jealous en zijn vislijn konden we de bonen in blik laten voor wat het was en onze sadza opleuken met de vis uit lake Kariba. Het voelde bijna als thuis.

Bijna… want de sterrenhemel mag dan minder spectaculair zijn maar het is toch wel heel lekker om na alle kampeer avonturen in plaats van in je ‘bush bed’ weer in je eigen bed te slapen.

X Es


naar boven Bushmail 20 - 15-04-2007

Salibonani!

Daar zitten we dan, voor de tweede dag op rij bij het rehabilitatie centrum. De batterij van de laptop is leeg, mijn boek is uit, we zijn uitgespeeld met de geit, het enige dat overblijft is slap ouwehoeren. Nou daar blijken we allemaal erg goed in te zijn want we houden het zo al uren vol. En dat allemaal in de hoop dat er vroeg of laat een wilde honden pup in onze strategisch opgestelde netten en strikken (met stopper) loopt.

De pup hangt al een paar dagen bij ons rehabilitatie centrum rond op zoek naar contact met de wilde honden die we daar hebben zitten. De pack waar deze pup uitkomt is nergens te bekennen. Een paar dagen geleden hebben we het alpha mannetje van deze groep dood uit de bush gehaald (de doodsoorzaak was ouderdom), eerder waren er al twee honden uit deze groep doodgereden. We vrezen het ergste. Alleen is de pup ten dode opgeschreven. En dus hebben we snel twee geiten op de kop getikt en snode plannen gemaakt om hem in de val te lokken.

Tot nu toe faalden onze plannen jammerlijk want de pup is naast snel helaas ook slim.

Plan A, hem via een bloedspoor en een stuk geiten vlees in een enclosure lokken, faalde.

Plan B, Peter hem met het verdovingsgeweer laten verdoven, faalde.

Plan C, hem vangen in strikken, faalde.

Plan D, het zetten van strikken en netten rond de omheining in de hoop dat de pup van buitenaf in onze netten verstrikt zou raken moest ter plekke aangepast worden naar plan E toen de pup ineens al aan de binnenzijde van de netten liep. Jealous, Sikhosana, X-mus en Washington renden de bush in om de pup in te sluiten. Ik rende zo snel als ik kon naar de auto om het verdovingsmiddel halen. Toen ik hijgend met de drugs en verzuurde bovenbenen terug kwam bij de netten stond ons ‘capture team’ verslagen het net te inspecteren. Ongelofelijk maar waar, de pup had zich door één van de mazen weten te wringen. De rest van de dag hebben we hem niet meer gezien.

We zijn nu beland bij plan F, alle netten en strikken zijn weggehaald, er ligt alleen nog vlees met valium pillen. We hebben gisteren op onze meest schuwe hond in het rehabilitatie centrum getest wat er gebeurt als je deze pillen geeft (inderdaad, dat was een dierproef). Van een rondspringende neuroot veranderende hij in een relaxte hippie, de pillen werken. Als onze pup dit eet, zal hij voldoende verdoofd zijn om hem in de netten te vangen. Laten we hopen dat dit plan gaat werken want zo langzamerhand raken we een beetje uitgepland en geouwehoerd.

Dan verliep de reddingsoperatie van de studenten van mijn Franse collega toch een stuk soepeler. Via de radio kreeg ik het bericht dat de studenten met een lekke band gestrand waren ergens in de bush rond Dete. In een zwak moment had ik ooit geroepen dat ik ze wel zou komen redden als ze ooit in de problemen kwamen en William er niet was. Goed, dat hadden ze onthouden en dus hadden ze vijf kilometer door de bush gelopen om mij via de radio in ons Art & Craft center op te kunnen roepen. Nee, ze hadden geen reserve wiel en geen gereedschap bij zich. ‘How stupid is that!’ riep ik verbaasd over de radio, en overwoog ze in de bush achter te laten. Natuurlijk reed ik een uur later alsnog met reserve wiel, gereedschap en drie studenten door de communal lands van Dete op zoek naar de auto waarvan niemand meer precies wist waar ze hem ook al weer achter hadden gelaten. Onder het toeziend oog van Hans had ik al een aantal keer geoefend met het verwisselen van een wiel. Toen we de auto eenmaal gevonden hadden was de klus dus redelijk snel geklaard. Na de gepaste dreigementen dat ik ze, als ze weer eens zo stom waren om zonder reserve wiel de bush in te gaan, toch echt aan hun lot over zou laten ging iedereen weer veilig op weg naar huis.

Voor diegenen die zich afvragen of ik al naar mijn onbewoonde eiland ben geweest, het antwoord is nee. Inderdaad, nog steeds geen brief van mijn grote vriend van het National Parks hoofdkantoor in Harare, Dr. Madzikanda. Sinds ik een hele dag hier in het Hwange National Parks kantoor doorgebracht heb in de hoop de dokter in eigen persoon te ontmoeten, ben ik onderdeel van het meubilair. Van senior warden tot schoonmaker, iedereen kent me nu. Niet alleen omdat mensen zich gedurende de dag af gingen vragen waarom die blanke onderzoekster al vanaf negen uur ‘s ochtends op een stoel in de receptie zat. Maar ook omdat ik, in tegen stelling tot zijn eigen medewerkers die me geschrokken aankeken toen ik het voorstelde (de dokter heeft een erg slechte reputatie), voldoende lef had om om drie uur ’s middags Dr. Madzikanda maar eens op zijn mobiel te bellen om te horen waar hij bleef. Helaas, hij had besloten toch maar niet langs het kantoor te rijden op weg naar Harare. Ik kreeg wel zijn e-mail adres zodat ik alles wat ik wilde bespreken via de e-mail kon bespreken, zijn eigen medewerkers, tja die moesten maar wachten op het volgende bezoek. We zijn twee weken verder en ik heb nog geen reply. Mijn nieuwe vertrek datum, 27 april, begint alweer aardig dichtbij te komen. Zowel mijn Franse begeleider, Herve, als onze projectmanager, Peter, hebben de komende week een afspraak met de mijn grote vriend. Hopelijk kunnen zij voldoende druk uitoefenen om hem ervan te overtuigen voor de 27e schriftelijk toestemming te geven. We wachten af.

X Es


naar boven Bushmail 19 - 29-03-2007

Salibonani!

Twee volgepakte auto’s, twee zenuwachtige Zimbabwaanse studenten, een ervaren spoorzoeker en een iets minder ervaren onderzoekster klaar voor vertrek. Het enige ontbrekende puzzelstukje; een brief van het hoofdkantoor van National Parks in Harare.

Optimistisch als ik ben dacht ik dat twee weken voldoende zou zijn om schriftelijke toestemming van Parks & Wildlife te regelen. Niets bleek minder waar, toen ik na dagen mailen, bellen en boodschappen achterlatend, eindelijk de persoon in kwestie te pakken kreeg reageerde deze zeer verontwaardigd. Dacht ik werkelijk dat ik drie dagen voor ons geplande vertrek toestemming zou krijgen?! Nou daar ging hij nog eens heel diep over nadenken. Er was uiteindelijk een bezoek van Peter voor nodig om ervoor te zorgen dat hij schriftelijk toestemming zou verlenen. Zo snel als mogelijk, goed dat blijkt minder snel dan ik gehoopt had want we zijn inmiddels alweer een week verder, ik had al van het eiland terug moeten zijn en ik heb nog geen fax gehad. Dat kan natuurlijk ook komen doordat de fax niet werkt, maar bellen is geen optie want daarmee is de kans groot dat ik mensen meer tegen de haren in strijk dan goed voor me is.

Dit soort situaties maken het leven hier erg ingewikkeld. Want waar hebben we het nou eigenlijk over, we vragen geen toestemming om een enorme beach party in lake Kariba te organiseren maar om met 40°C, zonder douche en koude colaatjes onderzoek te doen op een eiland vol met muggen en andere ongemakken. Ze kennen ons, weten wat we er gaan doen en zijn er, met toestemming, eerder geweest. ‘So sign the bloody letter’ ligt er dan op het puntje van je tong. Dat puntje bijt je er vervolgens af. Want zoals bij iedereen die hier hoger in de hiërarchie staat blijf je beleefd, en kruip je zo diep als je trots het toelaat door het stof in de hoop je doel te bereiken. Zinnen als ‘I sincerely appologize for the difficult position I’ve put you in’ komen nou eenmaal niet van nature uit mijn Nederlandse mond. Zeker niet als ik er ook nog eens van overtuigd ben dat ik niet hen, maar zij mij in een ‘difficult position’ plaatsen. Tijdens dit soort processen maak je fases door, de eerste fase van frustratie en boosheid, dan de fase van wanhoop en onderdanigheid en vervolgens de fase van complete onverschilligheid. Ik zit nu in de laatste fase dus ik heb het ergste gehad.

Tot overmaat van ramp reed ik van het weekend ook nog de ‘tube tie bar’ onder de auto vandaan. Aangezien dat de auto is waar ik, in theorie, de moeilijk begaanbare weg naar lake Kariba mee ga rijden leek het me slim weer eens een ritje te maken. De uitnodiging voor een braai bij het leeuwenproject bood een goede gelegenheid. Met een grote bak chocolade pudding en een goed humeur ging ik op weg. Erg ver kwam ik niet. Onderweg moest ik van de weg af om Sikhosanna te laten passeren. Toen ik de weg weer op reed raakte ik een boomstronkje dat zich verscholen hield in het hoge gras. Ik hoorde een knal en bij nadere inspectie bleken de voorwielen van de auto niet meer parallel te staan. De diagnose; ‘tube tie bar’ gebroken (mede doordat deze stang al twee keer eerder rechtgebogen was na soortgelijke ongelukjes). Rijden wordt dan lastig, en dus heb ik me naar de compound van onze werknemers laten slepen. Mijn humeur was verpest en de chocolade pudding zat tegen de voorruit geplakt… de braai heb ik maar gelaten voor wat het was. Toen ik de volgende ochtend met Gilbert (onze monteur) de schade ging bepalen bleek het gelukkig allemaal mee te vallen, met dertig minuten sleutelen was ik ‘ready to hit the road again’. Nou ja, deze keer hopelijk niet letterlijk.

Minder geluk hadden de drie Britse toeristen die afgelopen weekend bij ‘the Hide’ verbleven. Zij gingen op wandelsafari in het National Park met Andy, de gids van ‘the Hide’. Tijdens hun tocht kwamen ze een boze olifanten bull tegen. Het resultaat; moeder en dochter dood getrapt, Andy zwaar gewond in het ziekenhuis en een ongeschonden vader waarvoor het leven nooit meer hetzelfde zal zijn. Er wordt nog onderzocht of er sprake was van onverantwoordelijk gedrag. Ongelofelijk triest, het houdt ons hier erg bezig. Zeker omdat er vlak voor het weekend ook al een oude man die zijn vee aan het hoeden was vertrapt werd door een olifant. Het moge duidelijk zijn, met olifanten valt niet te spotten. Zeker niet de olifanten hier waar regelmatig op geschoten wordt, hetzij omdat het er teveel zijn (zoals in het National Park), hetzij omdat ze voor problemen zorgen in de bewoonde gebieden. Het bekende gezegde een ‘olifantengeheugen’ bestaat niet voor niets. Olifanten onthouden wat er met hen of hun familie gebeurd is en kunnen dus door slechte ervaringen agressiever op mensen reageren dan normaal. Als het erop aan komt zijn deze reuzen veel sneller dan je denkt en kunnen, zeker de mannetjes, in no time veranderen van een grote vriendelijke reus in een verpletterende tank. Dit is één van de redenen waarom we er hier de voorkeur aan geven ons per auto door de bush te verplaatsen. Dat vermindert niet alleen het risico om aangevallen te worden maar vergroot ook de kans om ongeschonden weg te komen.

Ongeschonden komen we hier tot nu toe ook weg met de politieke rellen in Harare en Bulwayo. Er wordt optimistisch gefluisterd dat dit wel eens het jaar zou kunnen zijn waarin Mugabe het veld moet ruimen. Hier in de bush merk je weinig tot niets van de politieke onrusten. Behalve dan dat iedereen bang is dat de paar toeristen die het weer aandurfden hierheen te komen, na de weinig mediagenieke actie waarbij een lid van de oppositie in de vertrek hal van Harare airport volledig in elkaar geslagen werd en door mede passagiers ontzet moest worden, nu zeker wegblijven. En die kans is groot want de gemiddelde toerist gaat voor zijn adrenaline kick nu eenmaal liever bungy jumpen in Victoria Falls dan zich mengen in een politiek gevecht tijdens het inchecken op het vliegveld van Harare. Dat betekent dus dat de economie weer terug bij af is en mensen hier alle eindjes aan elkaar moeten knopen om te overleven. De inflatie is extremer dan ooit, 1 USD levert inmiddels 18.000 Zim dollar op (voor de oplettende lezers onder ons, inderdaad dat was toen ik hier in september kwam nog 750 Zim dollars). De kosten voor het levensonderhoud stijgen de pan uit en extra’s zijn al helemaal onbetaalbaar. Zo wilde Forggy in Hwange nieuwe kleren kopen voor een bruiloft maar besloten we unaniem dat ze best in haar Painted Dog Conservation uniform naar de bruiloft kon gaan toen we de prijs van een spijkerbroek zagen. 1,5 Miljoen Zim dollars, dat is gewoon drie keer een gemiddeld maandsalaris! Ondanks alles blijft iedereen hier optimistisch en is de hoop op betere tijden sterker dan ooit.

X Es


naar boven Bushmail 18 - 16-03-2007

 

Salibonani!

Daar stonden we dan, Jealous en ik, alleen… met een melding van een zwaar gewonde wilde hond ergens midden in het National Park. Niemand om ons te kunnen helpen darten (alle mensen die hier kunnen darten waren of afwezig of hadden andere prioriteiten, zoals gewonde leeuwen, gelukkig volg ik volgend jaar zelf de cursus). Geen mensen om ons te helpen om de wilde hond met netten te vangen (de voltallige anti stroperij eenheid was op patrouille). Wat doe je dan? Dan ga je er maar gewoon voor!

Na een telefoontje met Peter (onze projectmanager) en een belrondje om te kijken of er iemand kon helpen eindigden Jealous en ik om negen uur ’s ochtends dus alleen in de auto. Het gebied waar de wilde hond gezien was lag kilometers ver in het park. Daarnaast moesten we ook nog eens op zoek naar het kamp van de mensen die de melding gemaakt hadden. Er staan in de bush geen wegwijzers, wel zijn er heel veel wegen en zijpaden… Zeiden ze bij het ene kamp dat we links de derde weg rechts moesten, de passerende ranger verzekerde ons dat het rechts de vierde weg links was. Jealous en ik begonnen ernstige gelijkenissen met een getrouwd koppel te vertonen, ‘I thought we had to go to the right?!! No I’m sure he said the left!’ Afijn, het duurde dus even (lees bijna vijf uur) voor we het juiste kamp bereikt hadden en mensen ons konden wijzen waar de wilde hond het laatst gezien was.

Uiteraard geen wilde hond te bekennen… Maar, dankzij de telemetrie halsband konden we hem snel traceren. Het bleek Beans (vraag me niet wie die naam bedacht heeft, het zal wel te maken hebben met ons favoriete blikvoer in de bush) te zijn, een wilde hond die we al een tijdje kwijt waren. De melder had aan de telefoon niets gelogen, Beans was op sterven na dood. Al vanuit de auto konden we zien dat er een strik diep om zijn nek zat, hij was enorm mager en had doorligplekken waar het bot doorheen kwam. Een wilde hond is zelfs in zo’n toestand niet te vertrouwen dus probeerde ik hem, creatief als we hier zijn, met een ter plekke gefabriceerde dart aan een lange lat te in zijn kont te prikken. Dat lukte niet, tijd dus voor plan B. Beans gaf nog steeds geen kik en lag tussen de bomen dus stapte ik met kloppend hart uit de auto achter een boom en injecteerde de vloeistof snel in zijn kont. Tja, je moet wat.

Hij was er zo slecht aan toe dat we hem verdoofd en wel direct in de auto geladen hebben en zo snel als de bush het toelaat naar ons rehabilitatie centrum gereden zijn. De melders met tranen in hun ogen, en de belofte dat we zouden laten weten hoe het ging, achterlatend. Beans had inmiddels ieders hart gestolen. Jealous reed (gelukkig heeft hij net de cursus defensive driving gedaan) en ik zat achterin bij Beans. De drie en een half uur durende rit (we wisten nu waar we heen moesten) leek eeuwig te duren. Tot onze opluchting snurkte Beans achter in de Landrover rustig door. Toen we bij het rehabilitatie centrum de strik en telemetrieband verwijderden zagen we dat hij rondom zijn nek een diepe snee had en de luchtpijp half doorgesneden was. Het begon al te schemeren en ik wilde Beans niet te lang meer verdoven dus hebben we snel de wonden schoongemaakt (ik zal hier voor de gevoelige lezers onder ons niet in detail treden maar dat was geen pretje) en hem met medicijnen, water en eten achtergelaten voor de nacht.

Beans overleefde de nacht maar kon zich die morgen nog steeds amper bewegen, eten en drinken was al helemaal geen optie. Omdat een rit naar de stad hier ruim vier uur duurt en Beans in een hele slechte conditie was besloot de dierenarts mij telefonisch instructies te geven over de te volgen behandeling. Iets was in dit geval namelijk beter dan niets want zonder hulp zou hij zeker dood gaan. Daar zat ik dus naast een wederom verdoofde Beans met hechtdraad, injectiespuiten en een lading medicijnen. Met een papiertje met instructies en de telefoon bij de hand (waarom weet ik eigenlijk ook niet want het netwerk is altijd overbelast), heb ik er maar het beste van gemaakt. Alles verliep gelukkig volgens plan, Beans gedroeg zich voorbeeldig en ademde rustig door. Toen we stonden te wachten terwijl hij bij kwam uit de narcose besloot hij echter zijn eigen plan te trekken en blies ineens zijn laatste adem uit. We waren niet verbaasd, wel teleurgesteld omdat je, misschien wel tegen beter weten in, toch altijd blijft hopen dat hij het haalt. En dat allemaal door een stom stukje ijzerdraad!

X Es


naar boven Bushmail 17 - 05-03-2007

 

Salibonani!

Tja, en dan ben je ineens weer een jaartje ouder! Om dit heugelijke feit te vieren zijn we naar Vic Falls gegaan om van een high tea bij het oud koloniale Victoria Falls hotel te genieten. Ondanks de economische situatie in het land zijn de scones, taartjes en sandwiches bij het Vic Falls hotel niet in maat of kwaliteit achteruit gegaan. Dat samen met de oud Britse uitstraling en de vriendelijke bediening maakt dat je je als een prinses op je eigen verjaardag voelt. En zo hoort het natuurlijk ook te zijn. Mijn maag is nog steeds van streek van alle chocolade taart en ik heb er een grote pukkel op mijn kin aan overgehouden maar het was het meer dan waard.

Uiteraard reden we niet alleen voor de high tea naar Victoria Falls, naast dat we de volgende dag Martin (onze anti stroperij coördinator) op het vliegveld moesten zetten gaf het ons ook de mogelijkheid om bij immigratie langs te gaan om na te gaan hoe het er met mijn verblijfsvergunning voor stond. Vrijdag middag was de chief immigration officer niet aanwezig, of ik zaterdag ochtend voor negen uur terug kon komen. Zo gezegd zo gedaan, geen chief immigration officer te bekennen. Wel kreeg ik een nieuwe visum stempel van één van zijn werknemers en het advies om dinsdag terug te bellen want mijn file was nog niet terug uit Harare en dus is er waarschijnlijk iets mis.

Aangezien er voor mij teveel van afhangt en immigratie er van houdt macht spelletjes te spelen waar je je vooral niet door van de wijs moet laten brengen heb ik Forggy dinsdag laten bellen. Gelukkig maar want ik weet niet of ik mijn woede had kunnen bedwingen. Ik moest per direct naar het kantoor komen want de stempel die ik gekregen had was niet geldig. De andere optie was dat ze me het land uitzetten. Goed, met halfgoden spot je niet dus zijn we die middag weer naar Vic Falls gereden voor niets meer of minder dan eenzelfde stempel maar nu gezet door de chief immigration officer himself. De vraag waarom de vorige stempel niet geldig was hebben we maar even achterwege gelaten, je stelt immers geen vragen bij immigratie, je lacht alleen vriendelijk en knikt ja op alles wat er gezegd wordt. Bij nabellen bleek dat het hoofdkantoor in Harare mijn file kwijt is (dat is niets nieuws maar gebeurt regelmatig als ik de verhalen moet geloven). Ik heb tot 23 april om uit te vinden waar mijn file is (wie heeft de file eigenlijk kwijt gemaakt denk ik dan, maar ook deze vraag wordt uiteraard niet gesteld) en anders moet ik het land verlaten vertelde de officer in charge mij dreigend. Goed, dat betekent in de praktijk dat we de grens bij Botswana over rijden, 48 uur shoppen (daar zijn de winkels namelijk wel vol), van het luxe leven genieten, en weer terug de grens over rijden om een nieuwe stempel te krijgen. Ik maak me dus nog geen zorgen.

Was ik gisteren avond net van plan om onder de douche te stappen horen we een oproep van de onderzoekers van het leeuwen project. Of we zin hadden om te komen assisteren bij het vangen van een leeuw. Dat hoefden ze geen twee keer te vragen, Hans en ik hebben alles uit onze handen laten vallen en zijn die kant opgereden. Het was de bedoeling dat we een leeuw met een strik om zijn poot zouden darten maar uiteindelijk eindigden we met een ander exemplaar. Met een ter plekke geslacht geitje en de geluidsopnames van een varkentje in doodsnood werd geprobeerd de gewonde leeuw te lokken. Helaas zonder resultaat. Helaas voor de leeuw maar ook voor de bewoners van de dichtstbijzijnde compound (laat dat nou net de compound zijn waar onze medewerkers wonen) want een gewonde leeuw eet bij gebrek aan beter ook mensen. Wel hoorden we verschillende leeuwen dichtbij brullen. Zeke, de onderzoeker van het leeuwenproject, besloot dan ook een rondje te rijden. Na een half uur kregen we het bericht over de radio ‘one cat down, I repeat one cat down’. Bij aankomst bleek er inderdaad ‘one cat down te zijn’, en wat voor één, een enorm mannetje met een schouderhoogte van maar liefst 1,22 meter. We parkeerden de auto’s om het dier heen (dat is veiliger voor het geval groepsgenoten besluiten mee te komen kijken) en gingen aan het werk. Snel werd er door de onderzoekers bloed afgenomen, een GPS halsband omgedaan, verschillende metingen verricht en een ear tag aangebracht. Ondertussen hield ik een achterpoot omhoog zodat het dier wat beter gekoeld werd (een bijverschijnsel van de verdoving is dat ze oververhit kunnen raken) en checkte ik de ademhaling. Hans stond met een spotlight op het dak van de auto de omgeving te scannen op eventuele nieuwsgierige groepsgenoten. Gelukkig verliep alles soepel en konden we al snel de anti dosis toedienen. Omdat door de drugs die bij leeuwen gebruikt wordt de dieren heel instabiel zijn als ze wakker worden blijf je altijd wachten tot hij weer recht op zijn poten staat en weg kan lopen. Dat duurde in dit geval twee en een half uur. Toen de leeuw goed wakker was was het voor ons eindelijk tijd om te slapen. Moe maar voldaan lagen we die nacht in ons bed.

X Es

P.S. We hebben hier de hele week weer problemen met de server (ik zit nu in Dete te mailen, bij ons art & craft center in plaats van op kantoor), als ik dus niet direct reageer op berichten is dat geen onwil maar onmacht.


naar boven Bushmail 16 - 22-02-2007

Salibonani!

Het bushmeisje was weer eens in de grote stad! Of liever gezegd de één na grootste stad, Bulawayo. De reis ging deze keer niet met de chickenbus maar met een volgeladen auto van het project. Oorspronkelijk zouden we met twee man die kant op reizen, uiteindelijk eindigden we met z’n zevenen. Twee man met alle bagage in de achterbak, drie op de achterbank en twee voorin. Enigszins oncomfortabel was het wel, zeker gezien het feit dat de gemiddelde confectie maat van onze Zimbabwaanse reisgenoten ver boven de 40 lag (tja, in een land waar eten in overvloed is moet je zo dun mogelijk zijn, in een land waar eten schaars is moet je zo dik mogelijk zijn, blijkbaar zoeken we altijd naar een onhaalbaar schoonheidsideaal). Ik had het lang zo slecht nog niet voorin met mijn knieën tegen het dashboard en een weekendtas op schoot.

Het gezegde er is geen kip op de weg gaat in Zimbabwe nooit op! Er lopen hier altijd kippen, geiten, koeien, ezels en mensen op de weg. Aangezien er nauwelijks tot geen auto’s rijden leer je al snel niet teveel voor of achter je te kijken maar vooral de bermen te scannen op loslopend vee en wild. Vooral ezels doen alle vooroordelen eer aan en zijn dom genoeg om zonder blikken of blozen op het laatste moment de weg op te lopen. Gelukkig hebben we ook nu de bull bar op onze bumper niet nodig gehad en kwamen we zonder noodstoppen in Bulawayo aan.

Als we in Bulawayo zijn wordt elke minuut benut, we rijden van hot naar her om alle spullen te kopen en afspraken na te komen. Gezien de huidige situatie in Zimbabwe is het niet zo dat je een winkel inloopt en koopt wat je nodig hebt. Vaak moet je minimaal vijf tot zes winkels af om te vinden wat je zoekt. De reden waarom ik naar de stad wilde was omdat ik een afspraak bij de Universiteit had om te praten over de mogelijkheden voor een samenwerking met de parasitologie afdeling. Aangezien die afspraak in de middag was moest ik de ochtend zelf door zien te komen. Achter Forggy aan van hot naar her rennen leek me niet zo zinvol dus besloot ik naar het National History Museum te gaan.

Blij verrast hief de guard bij de ingang de hefboom op toen hij mij, blanke (en daar zijn er niet zoveel meer van in Zimbabwe en zeker niet in Bulawayo), aan zag komen lopen. ‘What are you doing here’, vroeg hij. Wat denk je dacht ik bij mezelf maar antwoordde beleefd, ‘I’ve come to visit your museum’. Zijn glimlach had niet breder kunnen zijn. Bij de ingang stonden zowel de beveiliging als het kassa personeel al klaar om mij, de enige bezoeker van het museum, te verwelkomen. Waar kwam ik vandaan, wat deed ik hier en wat had mij er in vredesnaam toe doen besluiten het museum te bezoeken (want wie bezoekt er een museum in een land waar geen toeristen zijn en de lokale bevolking het niet eens kan betalen om fatsoenlijk voedsel te kopen)? Geduldig beantwoordde ik alle vragen, betaalde mijn kaartje, dat door alle drie de beveiliging beambten ingescheurd werd, en ging het museum in.

Gezien de economische situatie in Zimbabwe was ik op het ergste voorbereid. Maar op wat uitgevallen lichten, een half dode meerval in een aquarium vol met algen en een opgezette hyena zonder oor na was het museum in een beste staat. Ruim twee en een half uur heb ik tussen de opgezette beesten en kunstvoorwerpen van oud Zimbabwaanse neger stammen rond gelopen. Voor het eerst in mijn leven als enige bezoeker in een museum, geen gedrang voor de vitrines, geen gillende schoolkinderen en geen rij bij het toilet. Het was een aparte ervaring. Toen ik het museum weer verliet werd ik uitgezwaaid door het voltallige personeel en werd me op het hart gedrukt zeker nog een keer terug te komen.

Mijn afspraak die middag bij de Universiteit was positief maar enigszins vreemd. Positief omdat ze erg graag met me samen willen werken. Vreemd omdat ik aan de parasitoloog uit moest leggen wat voor een invloed hormonen op parasieten kunnen hebben. En dat terwijl dat absoluut niet mijn specialisme is. Dankzij de politieke en economische situatie in dit land hebben de meeste mensen met kennis Zimbabwe verlaten. De afgelopen maanden hebben de resterende professoren, rechters en overige hoger opgeleiden veelvuldig gestaakt om beter betaald te krijgen. De rechtszaal schijnt hier meer te lijken op een openbare marktplaats aangezien de rechters in de rechtszaal gewassen, die ze op de tijdens de landonteigeningen aan hen toegewezen boerderijen verbouwen, verkopen om rond te kunnen komen. Goed, de parasitologie afdeling heeft de kennis en het materiaal om het praktische werk voor mij te doen, het theoretische deel moet ik dan maar elders zoeken.

In de stad proberen we tussen de hectiek door ook altijd een beetje te genieten van de relatieve luxe. En dus ging ik met Forggy naar de film en daarna jawel, naar de kapper. Bij gebrek aan klanten blijft de kapper tot ’s avonds laat open in de hoop impulsieve voorbijgangers aan te trekken. Zoals Forggy. die haar haar voor een luttel bedrag wilde laten wassen en drogen. Knippen is hier not done, vrouwen laten het wassen, drogen, invlechten, met de meest vreselijke chemicaliën stijl maken maar eigenlijk nooit knippen (zeker als je stijl haar hebt (lees geen kroeshaar) is er hier geen kapper die je wil knippen). Uiteraard wilde de gezellige jongen in de kapsalon mij ervan overtuigen dat ook mijn haar op sterven na dood was en dringend eerste hulp nodig had. Aangezien ik al eerder in een Zimbabwaanse kapsalon geweest was hield ik het angstvallig af. Gelukkig maar, dacht ik toen ik de stoom van Forggys haar af zag komen toen de jongen met een föhn te heet om aan te pakken haar net gewassen haar recht probeerde te föhnen. Toen ik hoorde dat hij hiervoor groenteman was en door te kijken naar anderen geleerd had haar te behandelen wist ik helemaal zeker dat ik de juiste beslissing genomen had. Goed, Forggy was blij met haar nieuwe kapsel en kon met een opgeheven hoofd met stijl haar naar de bush terug keren.

X Es


naar boven Bushmail 15 - 11-02-2007

Salibonani!

Logica is in dit land vaak ver te zoeken. De regering heeft nog de meest onlogische redeneringen van iedereen. Zo is het hier verboden om buitenlandse valuta in je bezit te hebben. Tenzij je aan kunt tonen dat je het aangegeven hebt toen je Zimbabwe binnen kwam. En dat kun je niet want het formulier waar je dat op aangeeft wordt ingenomen bij de douane en je krijgt geen kopie of andere vorm van bewijs terug. Je bent dus gedoemd je geld te wisselen naar Zimbabwaanse dollars. Het is verboden geld te wisselen op de zwarte markt. Als je grote hoeveelheden Zim dollars in je bezit hebt moet je ook een bewijs van de bank in je bezit hebben dat je daar je geld gewisseld hebt, anders kan de politie je leven moeilijk maken. Prima, ware het niet dat de prijzen in de winkels de zwarte markt waarde volgen. Bij de bank krijg je voor 1 US dollar 250 Zim dollar, op de zwarte markt inmiddels 3700. Dat betekent dat, als je de officiële waarde aanhoudt, een flesje water maar liefst 8 US dollar kost. Geen wonder dat toeristen het af laten weten want zo wordt het wel een erg duur vakantie oord!

Wij zijn geen toeristen en dus weten we wel hoe we hier de wet moeten omzeilen. Je bent hier altijd bezig met creatief boekhouden omdat je anders je hoofd simpelweg niet boven water kunt houden. Dus, ja we hebben veel buitenlandse valuta en Zimbabwaanse dollars (we hebben immers 55 vaste personeelsleden die maandelijks cash uitbetaald moeten worden), en nee, we kunnen niet altijd aantonen waar die vandaan komen. Toen we getipt werden dat de politie invallen zou gaan doen om te controleren op forex (foreign exchange) hebben we dus ook snel alle dollars, ponden en randen uit de kluis gehaald en verstopt. En opeens is het dan best moeilijk om een geschikte verstop plek te vinden, in je koffer is te voor de hand liggend, onder het bed te cliché, in de vriezer onpraktisch, en begraven is overdreven. Goed, uiteindelijk hebben we allemaal een bevredigende verstopplek kunnen vinden voor onze kostbare dollars en is de politie niet langs geweest.

Misschien hebben heeft de tipgever het een en ander door elkaar gehaald. Want wat er wel plaatsvond was een grote politie inval om stroperij, bier brouwerij en andere illegale activiteiten aan te pakken. In alle vroegte werden er onder de code naam bush buck door de politie, national parks en onze eigen anti stroperij units invallen gedaan bij verschillende dorpen op communal land. In totaal werden er 53 mensen opgepakt (de politie moet een dag later een auto lenen om iedereen naar het gerechtsgebouw te vervoeren), waarvan een groot aantal voor stroperij. Sommigen waren alleen in het bezit van ijzerdraad om strikken mee te maken, anderen hadden hele lappen bush meat te drogen hangen. Buffel huiden, kudu horens, duiker vlees, python vel, het werd allemaal in beslag genomen. Voor stroperij wordt je tegenwoordig in de gevangenis gegooid en geloof me dat wil je in dit land echt niet. Operatie bush buck is een mijlpaal, het is voor het eerst dat er een dergelijke gezamenlijke actie op poten gezet wordt om stroperij aan te pakken. Hopelijk zullen er nog veel van dit soort acties volgen want je ziet het wildlife hier per jaar afnemen. En daarmee dupeert de lokale bevolking zich uiteindelijk ook zelf want als er geen dieren meer zijn is het land niet meer interessant voor toeristen en kunnen we de hele economische wederopbouw van Zimbabwe überhaupt wel vergeten.

Toch lijkt men optimistisch gezind, toen ik Hans van de week van het vliegveld in Victoria Falls ging halen stond ik tot mijn verbazing tussen meerdere toeroperators met bordjes met namen van arriverende cliënten. De meeste namen waren Chinees, het beleid van Mugabe lijkt de Chinezen niet te deren. Chinezen zijn de kolonialisten van deze eeuw. Vrolijk leent China Zimbabwe miljarden om uiteindelijk zelf alle delfstoffen hier weg te halen. Met de miljarden komen ook de Chinese toeristen het land binnen. Naast een toename in toeroperators constateerde ik ook een toename aan winkeltjes en vooral winkelwaar (geen half lege winkels meer). Zelfs ons lang vergeten zang en dansgroepje had de luipaarden vellen uit de mottenballen gehaald en om de lendenen gewikkeld om al zingend en dansend het toeristenvolk te verwelkomen.

Hans was in Zuid-Afrika om met Conservation Cooperation Africa (www.ccafrica.com) te onderhandelen over een baan. Na eerder als vrijwilliger voor deze grote toeristenonderneming gewerkt te hebben wilden ze hem nu voor vast strikken. Dat is gelukt, per 1 maart begint hij met zijn nieuwe baan in Tanzania (en zie ik hem om de drie maanden een maand). CCA heeft lodges over heel Afrika, in Tanzania staan er vier die elk weer uit meerdere kampen bestaan. Er wordt daar in verhouding veel geld verkwist. Het is nu aan Hans om orde op zaken te stellen en systemen op te zetten om de werkplaatsen, het technische personeel, de 55 auto’s en de generators soepel draaiende te krijgen. Een hele uitdaging want dat betekent mensen ontslaan, opleiden en aannemen, deals sluiten om onderdelen en dergelijke in te kopen, en zo nu en dan ook nog zelf sleutelen om de echte probleemgevallen op te lossen. En dat in een land dat wat betreft mentaliteit en efficiëntie te vergelijken is met Zimbabwe. Voorlopig zal hij er zijn handen vol aan hebben!

X Es


naar boven Bushmail 14 - 07-02-2007

Salibonani!

Logica is in dit land vaak ver te zoeken. De regering heeft nog de meest onlogische redeneringen van iedereen. Zo is het hier verboden om buitenlandse valuta in je bezit te hebben. Tenzij je aan kunt tonen dat je het aangegeven hebt toen je Zimbabwe binnen kwam. En dat kun je niet want het formulier waar je dat op aangeeft wordt ingenomen bij de douane en je krijgt geen kopie of andere vorm van bewijs terug. Je bent dus gedoemd je geld te wisselen naar Zimbabwaanse dollars. Het is verboden geld te wisselen op de zwarte markt. Als je grote hoeveelheden Zim dollars in je bezit hebt moet je ook een bewijs van de bank in je bezit hebben dat je daar je geld gewisseld hebt, anders kan de politie je leven moeilijk maken. Prima, ware het niet dat de prijzen in de winkels de zwarte markt waarde volgen. Bij de bank krijg je voor 1 US dollar 250 Zim dollar, op de zwarte markt inmiddels 3700. Dat betekent dat, als je de officiële waarde aanhoudt, een flesje water maar liefst 8 US dollar kost. Geen wonder dat toeristen het af laten weten want zo wordt het wel een erg duur vakantie oord!

Wij zijn geen toeristen en dus weten we wel hoe we hier de wet moeten omzeilen. Je bent hier altijd bezig met creatief boekhouden omdat je anders je hoofd simpelweg niet boven water kunt houden. Dus, ja we hebben veel buitenlandse valuta en Zimbabwaanse dollars (we hebben immers 55 vaste personeelsleden die maandelijks cash uitbetaald moeten worden), en nee, we kunnen niet altijd aantonen waar die vandaan komen. Toen we getipt werden dat de politie invallen zou gaan doen om te controleren op forex (foreign exchange) hebben we dus ook snel alle dollars, ponden en randen uit de kluis gehaald en verstopt. En opeens is het dan best moeilijk om een geschikte verstop plek te vinden, in je koffer is te voor de hand liggend, onder het bed te cliché, in de vriezer onpraktisch, en begraven is overdreven. Goed, uiteindelijk hebben we allemaal een bevredigende verstopplek kunnen vinden voor onze kostbare dollars en is de politie niet langs geweest.

Misschien hebben heeft de tipgever het een en ander door elkaar gehaald. Want wat er wel plaatsvond was een grote politie inval om stroperij, bier brouwerij en andere illegale activiteiten aan te pakken. In alle vroegte werden er onder de code naam bush buck door de politie, national parks en onze eigen anti stroperij units invallen gedaan bij verschillende dorpen op communal land. In totaal werden er 53 mensen opgepakt (de politie moet een dag later een auto lenen om iedereen naar het gerechtsgebouw te vervoeren), waarvan een groot aantal voor stroperij. Sommigen waren alleen in het bezit van ijzerdraad om strikken mee te maken, anderen hadden hele lappen bush meat te drogen hangen. Buffel huiden, kudu horens, duiker vlees, python vel, het werd allemaal in beslag genomen. Voor stroperij wordt je tegenwoordig in de gevangenis gegooid en geloof me dat wil je in dit land echt niet. Operatie bush buck is een mijlpaal, het is voor het eerst dat er een dergelijke gezamenlijke actie op poten gezet wordt om stroperij aan te pakken. Hopelijk zullen er nog veel van dit soort acties volgen want je ziet het wildlife hier per jaar afnemen. En daarmee dupeert de lokale bevolking zich uiteindelijk ook zelf want als er geen dieren meer zijn is het land niet meer interessant voor toeristen en kunnen we de hele economische wederopbouw van Zimbabwe überhaupt wel vergeten.

Toch lijkt men optimistisch gezind, toen ik Hans van de week van het vliegveld in Victoria Falls ging halen stond ik tot mijn verbazing tussen meerdere toeroperators met bordjes met namen van arriverende cliënten. De meeste namen waren Chinees, het beleid van Mugabe lijkt de Chinezen niet te deren. Chinezen zijn de kolonialisten van deze eeuw. Vrolijk leent China Zimbabwe miljarden om uiteindelijk zelf alle delfstoffen hier weg te halen. Met de miljarden komen ook de Chinese toeristen het land binnen. Naast een toename in toeroperators constateerde ik ook een toename aan winkeltjes en vooral winkelwaar (geen half lege winkels meer). Zelfs ons lang vergeten zang en dansgroepje had de luipaarden vellen uit de mottenballen gehaald en om de lendenen gewikkeld om al zingend en dansend het toeristenvolk te verwelkomen.

Hans was in Zuid-Afrika om met Conservation Cooperation Africa (www.ccafrica.com) te onderhandelen over een baan. Na eerder als vrijwilliger voor deze grote toeristenonderneming gewerkt te hebben wilden ze hem nu voor vast strikken. Dat is gelukt, per 1 maart begint hij met zijn nieuwe baan in Tanzania (en zie ik hem om de drie maanden een maand). CCA heeft lodges over heel Afrika, in Tanzania staan er vier die elk weer uit meerdere kampen bestaan. Er wordt daar in verhouding veel geld verkwist. Het is nu aan Hans om orde op zaken te stellen en systemen op te zetten om de werkplaatsen, het technische personeel, de 55 auto’s en de generators soepel draaiende te krijgen. Een hele uitdaging want dat betekent mensen ontslaan, opleiden en aannemen, deals sluiten om onderdelen en dergelijke in te kopen, en zo nu en dan ook nog zelf sleutelen om de echte probleemgevallen op te lossen. En dat in een land dat wat betreft mentaliteit en efficiëntie te vergelijken is met Zimbabwe. Voorlopig zal hij er zijn handen vol aan hebben!

X Es


naar boven Bushmail 13 - 30-01-2007

 

Salibonani!

Vandaag kreeg ik de schrik van mijn leven, mijn computer praatte tegen me! Zoals elke ochtend probeerde ik me, zonder gefrustreerd te raken, door de procedures om mail te versturen en ontvangen te worstelen. Je sluit hiervoor je computer op de telefoon lijn aan en probeert in te bellen op de mweb server in Bulawayo. Als je geluk hebt, dat wil zeggen de olifanten hebben de telefoon palen heel gelaten, er zit geen onweer in de lucht, en de medewerkers bij tele-one zetten de juiste knopjes om, heb je na gemiddeld zeven keer proberen contact. Vervolgens moet je nog het geluk hebben dat je herkend wordt door de server in Bulawayo alvorens je met een gemiddelde snelheid van 12 kb per minuut (voor de computer analfabeten onder ons dat is tergend langzaam, vandaar dat ik geen grote attachments kan ontvangen) over kunt gaan tot het versturen en ontvangen van mail. Goed, geduldig volgde ik deze procedure en begon met inbellen. Wat schetst mijn verbazing, in plaats van het vertrouwde bericht ‘you are connected’ hoor ik mijn computer zeggen ‘yebo, who is this, hello’. Blijkbaar had mijn grote vriend Happy bij tele-one niet de juiste knopjes omgezet en kreeg ik in plaats van de server een willekeurige persoon aan de lijn. Gelukkig zijn mensen dat hier wel gewend. Van de twintig telefoontjes die je hier op een dag krijgt zijn er tien verkeerd verbonden en vijf niet te verstaan.

Tja, techniek, het blijft moeilijk hier. Zo hebben wij vol goede moed een mobiele pre-paid telefoon aangeschaft om… mee te bellen! Uit betrouwbare bron hadden we vernomen dat je vooral geen 011 nummer aan moest schaffen omdat je dan negen van de tien keer een overbelast netwerk hebt, de nieuwe 091 nummers, die moest je hebben. Toen deze lijnen hier in de rural area’s verkocht werden waren we er dan ook als de kippen bij. De eerste maand hebben we genoten, we hadden bijna overal bereik en konden ongestoord bellen (hoewel niet naar Europa). Helaas was dit geluk van korte duur, econet bleef namelijk abonnementen verkopen, meer dan ze aankonden, en wat gebeurt er dan… inderdaad dan raakt je netwerk overbelast. We hebben nu hetzelfde probleem als met de 011 nummers. Als je midden in de bush staat en je hebt hulp nodig kun je dus beter gebruik maken van de oude vertrouwde rooksignalen (of je radio zoals wij doen) want het kan twee dagen duren voor je er een keer tussen komt en een telefoontje kunt plegen.

De politie kon ons wel telefonisch bereiken. Met de vraag of wij al iets meer van de inbraak afwisten. Pardon?! Is dat niet een beetje de omgekeerde wereld? Zouden wij niet de politie moeten bellen met de vraag of zij al iets meer van onze inbraak afweten? Tja, soms kun je het hier niet meer zo goed volgen. Hans antwoordde maar beleefd dat we nog geen vooruitgang geboekt hadden met onze zaak.

Ook het personeel van halfway house kon ons telefonisch bereiken. Helaas met een trieste mededeling, ze hadden twee wilde honden dood in strikken aangetroffen. Uiteraard zijn we die kant opgereden om met eigen ogen te zien wat er gebeurd was. En ik kan iedereen verzekeren, het was geen mooi gezicht. Een dood in een strik is een vreselijke dood. Jealous had de fijne taak om de hoofden (de schedels worden gebruikt voor onderzoek en educatie) van de halfvergane honden inclusief de zenderhalsbanden naar de auto te brengen. ‘The smell is rrreally bad’ zei hij met een grote grijns terwijl hij de hoofden achterin de auto legde (het is hier normaal om dode dieren in de auto te vervoeren, van de week kwam ons anti stroperij team voorbijrijden met zes man plus een dode zebra die ze in een strik gevonden hadden). Goed, dat hebben we geweten, ondanks dat we alle ramen opengezet hadden was het ritje richting huis geen pretje. De auto begon gedurende de rit steeds meer gelijkenissen te tonen met een vliegenkwekerij en wij vertoonden toen we eenmaal thuis waren ademhalingsklachten. Helaas ging de weg naar huis ook nog eens via een omweg langs het communal land van Jealous waar we een waterpomp moesten plaatsen.

Toen de blanken hier ooit kwamen en besloten dat ze de natuur wilden beschermen door er een hek omheen te zetten en het natuur parken te noemen, hebben ze de lokale bevolking ondergebracht in reservaten; communal land. En dat is zo gebleven, mensen wonen hier door de weeks op de compound van hun werkgever maar hebben een eigen huis op communal land. Nou ja een huis, een ronde hut met een rieten dak (zie foto). Eén familie woont op een omheind stukje land met verschillende hutten waar opa, oma, broers, zussen en hun familie wonen. Er wordt samen gezorgd voor de koeien, de geiten, de kippen, het land en de kinderen. De voorzieningen zijn zeer primitief, geen elektriciteit, geen riolering, geen water (wie klaagt er hier over een telefoon die niet werkt?!).

Op het communal land van Jealous hebben ze zelfs geen waterpomp en dus moeten de vrouwen met emmers met twintig liter water op hun hoofd over geitenpaadjes tien keer op en neer lopen om de watertank bij het huis te vullen. Dat kost ze een dag. Daarom heeft ons project, tot grote vreugde van het hele dorp, besloten een (gesponsorde) waterpomp te slaan. We hadden dan ook voldoende toeschouwers en helpende handen toen we de basis van de pomp op kwamen bouwen. Als alles meezit en het cement goed droogt kan volgende week het resterende deel van de pomp opgebouwd worden en kunnen we volgende keer dus onze handen wassen als we met twee stinkende honden hoofden bij de familie van Jealous langs komen rijden.

X Es