Bushmail



Bushmail 32 - 08-10-2007

Salibonani!

Ooit een hele kip gekocht in Nederland?! En moest je die kip laten bevallen voor je ‘m kon koken?! Nee, dat dacht ik ook… We hadden een braai en omdat er behalve kip (we hebben connecties bij de kippen farm) geen vlees meer te krijgen is in dit land besloot ik kip te maken. Als je een kip niet eerst voorkookt ben je de hele nacht bezig met barbecuen en zit jij pas te eten als alle gasten het feest al verlaten hebben. Om het onszelf makkelijk te maken kookte ik de kip dus voor, beetje kruiden erover en hop de pan in. We hadden hier een voor-koloniaals Zimbabwaans echtpaar te logeren die met belangstelling toe keek hoe ik met de kip in de weer was. ‘Did you remove the insides’ vroeg Christine toen ze de kip in pan zag liggen. Ik dacht nog even dat ze de ingewanden bedoelde, dat leek me toch een logische zaak dat die er niet meer inzaten. Tot op zekere hoogte was dat ook zo. Wat bleek, als je hier een hele kip koopt krijg je als je geluk hebt een kip met daarin een plastic zakje met delicatessen als de poten, de ingewanden en de nek. ‘You’re joking’ bracht ik uit terwijl ik vol afschuw naar mijn kokende kip met inhoud keek. Goed, kip weer uit de pan en jawel, ook ik had geluk… bij nadere inspectie bleek mijn kip inderdaad gevuld met een zakje met ranzigheden. Aangezien de kip al even lag te koken en dus uitgezet was was het vrijwel letterlijk een bevalling om het zakje te verwijderen. Terwijl Christine de kip tegen hield en aanmoedigend ‘pull Esther, pull’ riep, trok ik met al mijn kracht het zakje eruit. ‘This is the first time I’ve delivered a chicken’ bracht ik proestend van de lach uit. Wij hebben uiteindelijk genoten van ons kipje (ondanks dat de braai een dag later bleek te zijn) en Takkie was blij met alle ‘delicatessen’.

Soms zit het mee, soms zit het tegen… de afgelopen dagen zat het wat tegen. Vol goede moed had ik een ticket naar Nederland geboekt. Ik moet half november naar Frankrijk om mijn intake interview bij de universiteit van Lyon te houden en dat is uiteraard een mooie gelegenheid om door te vliegen naar Nederland. Kun je in Europa makkelijk via Internet even tickets kijken en vergelijken, hier is dat een ander verhaal. Uiteindelijk had ik via een reisbureau in Bulawayo een ticket gevonden. Ja, ze zouden het voor me boeken maar dan moest ik wel voor de 28e betalen. Dat kwam mooi uit want die middag zouden Forggy en Martin toch naar Bulawayo gaan. Voor de verandering leek alles een keer soepel te lopen. Toen ze de volgende dag ’s avonds terug in de bush kwamen zat ik blij te wachten. ‘Waar is mijn ticket’ was het eerste dat ik uitbracht toen Martin binnen kwam. Toen zijn gezicht betrok dacht ik eerst nog dat het te maken had met de drie hechtingen in zijn lip (hij had de stang van de pomp tegen zijn bovenlip gekregen), maar het snel indalende gevoel van onbehagen bleek terecht. ‘Mmm, vergeten’. ‘Waaaaaat’, bracht ik uit! Hoe kun je dat nou vergeten, je loopt met 1400 dollar en mijn paspoort in de rondte, je hebt speciaal je vertrek uitgesteld tot ik definitief een ticket had en nu ligt het nog in Bulawayo?!!! ‘Mmm, ja daar komt het wel op neer ja’. Ik was in alles staten en heb Forrgy uit haar bed gebeld met de mededeling dat ze de volgende dag naar Bulawayo ging omdat ze iets vergeten was…

Mijn humeur was inmiddels tot ver beneden het dieptepunt gedaald, ik had die dag al het ene na het andere probleem voor mijn kiezen gehad bij mijn vergeefse poging een 24-uurs volle maan telling te organiseren. Elk jaar komt Wildlife and Environment Zimbabwe in het National Park een telling houden. Ze worden hierin bijgestaan door vrijwilligers; het handje vol blanke Rhodesians dat te oud is om dit land nog te ontvluchten (ja inderdaad ons voor-koloniaalse Zimbabwaans echtpaar was onderdeel van deze groep). Zij tellen met meer dan 30 teams de dag voor de volle maan alle dieren rond de waterplaatsen in het National Park. William en ik wilden ook graag informatie over de aantallen dieren bij onze onderzoeks waterplaatsen buiten het park. Ik zou mijn telling regelen met Forestry Commission, de eigenaar van mijn onderzoeks waterplaatsen. Het eerste probleem waar ik tegen aanliep was dat zij een dag later wilden tellen. O.k. dacht ik nog, hoezo goede coördinatie tussen de organisaties, maar ik kan er mee leven. Mr. Nioni van Forestry Commission zou het weekend naar Bulawayo vertrekken om brandstof te halen zodat hij alle teams bij de waterplaatsen af kon zetten.

Alles leek goed te gaan tot ik dinsdag ochtend een telefoontje kreeg dat Forestry de telling uitstelde tot oktober, de reden… geen brandstof. Tja daar was ik zacht uitgedrukt niet blij mee. In een maand tijd kan er veel veranderen en als we dit jaar vroege regen hebben is er volgende maand geen dier meer bij de waterplaatsen te bekennen. Ik ben, na een jaar in Zimbabwe, niet meer voor één gat te vangen en bedacht een plan. Als ik de waterplaats bij de lodge door de lodge eigenaren zelf zou laten tellen, dan zou ik een waterplaats doen en had ik nog maar één team nodig om mijn derde plaats te bemannen. De lodge eigenaren reageerden enthousiast (ik weet ook niet waarom want het is echt geen pretje om 24-uur bij een waterplaats door te brengen, goed ieder zijn lol). Vol goede moed nam ik weer contact op met Mr. Nioni en legde mijn plan voor, ik voegde er aan toe dat ik ten alle tijden bereid was om ook zijn teams bij de andere waterplaatsen af te zetten zodat hij in oktober alleen nog maar een klein gebied buitenaf hoefde te tellen. Daar had hij wel oren naar, maar hij moest het even met het hoofdkantoor in Bulawayo afstemmen. Een uur later kwam hij met de frustrerende mededeling dat ze toch besloten hadden de telling in oktober te doen. Tja, ik heb het geprobeerd, mankracht en transport, goud waard in dit land, ik heb het beiden aangeboden…maar wat je ook doet om hiërarchieën kun je hier helaas niet heen.

Gelukkig scheen de volgende dag de zon weer en heb ik uiteindelijk een ticket weten te boeken bij een reisbureau in Harare. Peter, onze projectmanager, haalt het voor me op en dus weet ik zeker dat ik 17 november in Nederland aankom! In oktober zien we wel of er voldoende brandstof is om te tellen, en wat we dan rond de waterplaatsen aantreffen. Ze mogen deze keer alleen wel hun eigen mankracht en transport regelen!

X Es


naar boven Bushmail 31 - 28-09-2007

Salibonani!

‘Peter, Peter this is Jealous do you read?!’ Galmde er over de radio. Blij veerden we op, Jealous had de wilde honden gevonden! Hij was op zoek naar een nieuwe groep honden en zou het ons laten weten als hij ze gevonden had zodat we er één van een radiotelemetrie halsband konden voorzien. Toen het bericht luidde ‘there is a baby elephant stuck in the water through at Caterpillar, can you come and rescue it?’, was dat dan ook niet helemaal wat we verwacht hadden. Goed, natuurlijk gingen we ook voor de baby olifant op pad.

Niets had ons voorbereid op het bizarre tafereel dat we aantroffen bij Caterpillar. Uit de water trog staken vier olifanten pootjes omhoog, onze eerste reactie was ‘die is dood’. Maar toen we het slurfje zagen bewegen moesten we die mening herzien. Hoe het hem gelukt is is een raadsel maar het olifantje was omgevallen en precies op zijn rug in de meter brede water trog terecht gekomen, en lag half in het water klem tussen de wanden. Zijn moeder en de rest van de kudde waren nergens te bekennen, wel waren er veel andere olifanten die allemaal verschrikt wegrenden als ze een pootje of een slurf zagen bewegen.

Aangezien je nooit weet hoe olifanten reageren als een jong begint te schreeuwen moesten we voorzichtig te werk gaan. Je wilt natuurlijk geen kudde olifanten achter je auto aan want daar kan zelfs een Landrover niet tegen op. Peter en ik reden richting de trog om polshoogte te nemen. Over hoe we hem eruit moesten krijgen waren we het snel eens; hem met de auto overeind trekken was de enige optie. Ik hield de andere olifanten in de gaten terwijl Peter de sleepkabel om de voorpoten manoeuvreerde. Het olifantje was niet blij met alle aandacht en probeerde Peter weg te slaan met zijn slurf, tja daar konden we alleen maar om lachen want die was nog niet lang genoeg om echt iemand te raken.

Voorzichtig gas gevend reden we zo dicht mogelijk langs de trog zodat we hem in een rechte lijn op konden trekken. Binnen vijf minuten stond het olifantje, wat wiebelig op zijn poten, weer rechtop. Nadat hij bijgekomen was ging hij op zoek naar zijn moeder die helaas nergens te bekennen was. Gelukkig is Caterpillar een hele populaire drink plek voor olifanten en is er dus een reële kans dat hij door te roepen en rond te lopen zijn kudde uiteindelijk terug gevonden heeft. Zo niet dan is het nu leeuwen en hyena voer, maar dat is dan in ieder geval een natuurlijkere dood dan op je rug in de trog liggend.

Op zondag ochtend was het weer raak.‘Esther, Esther this is Jealous do you read?!’. En weer veerde ik blij op want dit keer betekende het dat Jealous de pack van één van de honden in het rehabilitatie centrum gevonden had. Deze hond was zwaar gewond met een strik om zijn nek door ons uit de bush gehaald. Nu, twee maanden later, is hij genezen en kon hij dus weer terug naar waar hij vandaan kwam. Een paar dagen eerder hadden we hem van een halsband voorzien en een plan bedacht om hem te kunnen vangen. Of een plan ook werkt kan alleen de praktijk uitwijzen dus vol goede moed gingen we aan de slag. De wilde hond zat in kooi 1 terwijl wij in kooi 2 met zwart plastic een fuik naar de trailer maakten. Vervolgens joegen we hem van kooi1, naar kooi2, door de fuik, zo de trailer in. Dat ging voor de verandering soepel, en we hoefden dus geen plan B, C… Z te bedenken! Met trailer en hond ging ik op weg naar de plek van bestemming in het National Park. Daar trof ik Jealous aan met op zijn ontvanger een luid en duidelijk signaal van de halsbanden van de honden van de Umtshibi pack, ze waren dus in de buurt.

Het loslaten van de wilde hond ging minder soepel dan het vangen. Toen ik de trailer open maakte besloot de hond dat het in de trailer een stuk veiliger was dan daarbuiten en rolde zich op in de hoek. Het is altijd beter om wilde dieren hun eigen weg te laten vinden en dus maakten we het ons comfortabel en besloten af te wachten. Een uur ging voorbij, en nog een uur ging voorbij… geen enkele beweging… zelf niet als we hem via de zijkant nat sprayden (dit om hem te koelen). Aangezien de wilde honden na drie uur in de middag weer in beweging kunnen komen werden we een beetje nerveus dat de pack zou besluiten op jacht te gaan. Tja, dan vind je ze natuurlijk nooit meer terug. En dus besloten we onze vriend een zetje te geven. Letterlijk… met een grote tak schoven we hem naar buiten. Zo passief als hij was in de trailer, zo actief werd hij toen hij met beide poten op de grond stond. Na wat heen en weer geloop en gesnuffel rende hij doelbewust de bush in, in de richting van zijn groepsgenoten. Helaas geen ‘surprise show achtige’ taferelen want we hadden geen zicht op wat er in de bush gebeurde. Wel hoorden we het signaal van de halsbanden luid en duidelijk uit dezelfde richting komen. Jealous zal de pack de komende dagen volgen om er zeker van te zijn dat ze hun groepsgenoot weer in hun midden geaccepteerd hebben maar we verwachten geen problemen.

X Es


naar boven Bushmail 30 - 16-09-2007

 

Salibonani!

Als je twaalf uurs observaties bij de waterplaatsen uitvoert kun je soms uren voor je uit zitten staren zonder ook maar een dier te zien. Maar soms heb je van die dagen dat je oren en ogen tekort komt en nauwelijks kunt bevatten wat er allemaal om je heen loopt. Zo ook toen ik vorige week bij Makwa pan aan het observeren was. De zon was nog niet op of er kwam een neushoorn langs, gevolgd door kudus, impalas, duikers en sables. Goed, dat laatste rijtje noemen we hier plains game, oftewel de sjonnies onder de dieren, de dieren die in grote getale voorkomen en waar je geen toerist voor uit zijn bed krijgt omdat ze 'te gewoon' zijn. Uiteraard waren de zebra’s, giraffes, olifanten en buffels ook van de partij, en dat alles binnen de eerste drie uur na zonsopkomst. Om het feest compleet te maken kwamen er twee grote leeuwinnen een sable opjagen. Ze kregen hem niet te pakken maar het was een spectaculair gezicht om één bonk spieren in actie te zien. De leeuwinnen besloten om, net als wij, de dag bij de water pan door te brengen en maakten het zichzelf gemakkelijk.

Ondanks hun aanwezigheid kwam er die dag heel wat onderzoeksmateriaal voorbij lopen. Tegen het einde van de dag had ik twee volle video bandjes en een voice recorder die zijn opname limiet begon te bereiken. Wetenschappelijk gezien een geslaagde dag dus. Ik had weinig meer te wensen over… hoewel… het zien van wilde honden is natuurlijk altijd de kers op de van der Valk appelmoes. Goed, dat leek me iets teveel gevraagd, je moet niet overdrijven met je wensenlijstje. Op dat moment kwam Garry van ‘the Hide’ (een lodge in het park) me melden dat er op nog geen kilometer van de waterplaats drie wilde honden op de weg lagen te rusten, ‘you better get there before all the tourists come out’ vertrouwde hij me toe. Tja, in plaats van twaalf uur heb ik nu dus elf uur en een kwartier geobserveerd want ik kon het natuurlijk niet laten om deze unieke kans te benutten. Vol verwachting reed ik de aangegeven kant op, ik kon ze niet missen had Garry gezegd. En inderdaad nog geen kilometer verder lagen drie wilde honden midden op de weg te slapen. Twee mannetjes met in hun midden, als een soort schone slaapster tussen de prinsen, één van de mooiste vrouwtjes die ik ooit gezien heb (zie foto).

Bijna vijf minuten had ik de wilde honden voor mezelf en toen… jawel daar waren ze ‘de toeristen’. Tja, aan het eind van de dag is het tijd voor de ‘afternoon game drive’ en Makwa is een populaire plek. Voor ik het wist stonden er dus drie andere auto’s rond de honden. Op mijn auto staat met koeie letters painted dog conservation, voor ik het wist waren niet alleen de honden maar ook ik een gewild foto en video object. Wanneer zie je nou een echte ‘painted dog conservation researcher’ in het veld bij de wilde honden?! Goed, ik liet het net als de honden geduldig over me heen komen. En toen besloten de honden dat het tijd was om te vertrekken. Daar ging de caravaan, drie honden voorop met daarachter drie auto’s met toeristen en natuurlijk ikzelf, die iets vertraging opliep doordat ik een ‘shit sample’ van wat ze achtergelaten hadden moest nemen (ik zal jullie de details besparen). Vrolijk liepen de wilde honden richting de waterplaats waar inmiddels ook twee auto’s van ‘Hwange lion research’ geparkeerd stonden want er waren immers ook… leeuwen!

Aangezien leeuwen de natuurlijke vijanden van de wilde honden zijn begon mijn hart wel iets harder te kloppen toen ik zag dat de wilde honden niets vermoedend rond de waterplaats gingen liggen. Het zal toch niet gebeuren dacht ik toen één van de leeuwinnen richting de honden sloop. Gelukkig zagen ze haar aankomen en stoven ze alarm roepen gevend weg. De leeuwin rende achter de honden aan maar gaf al snel haar achtervolging op. Ik slaakte een zucht van verlichting. De honden hebben we daarna niet meer gezien maar daar was ik voor het eerst alleen maar blij mee.

Toen ik na deze enerverende dag bij ons kantoor aankwam bleek dat leger dan leeg te zijn. De woorden ‘you have to move everything’ waren erg letterlijk genomen en tot mijn grote schrik bleek letterlijk alles verplaatst te zijn naar het nieuwe gebouw. De verlengsnoeren, de telefoonplug, alle printers en computers, scharen, de telefoonlijst, stoelen, alles was verdwenen. Ik kon niet eens meer een lijstje maken van de dingen die ik terug wilde hebben omdat er in het hele gebouw geen pen of papier meer te vinden was. Goed, ik heb dus Forggy, onze office manager, gebeld met de vraag of op z’n minst de telefoonlijst en plug geretourneerd konden worden zodat ik in ieder geval een telefoontje kon plegen als ik door een slang gebeten zou worden. Oh ja, dat was waar ook, ik was natuurlijk nog gewoon daar! Ja, en niet alleen ik maar ook de ‘ecovolunteers’ die we hier regelmatig over de vloer hebben. Goed, de afgelopen week zijn dingen beetje bij beetje weer deze kant opgekomen en kunnen we ook in het oude kantoor weer een telefoontje plegen. Hoewel, de lijn die we hier hebben is dezelfde als in het nieuwe kantoor dus dan moeten we wel eerst via de radio vragen of ze de hoorn erop willen leggen anders kunnen we hier alleen maar meeluisteren met de telefoongesprekken van onze kantoormedewerkers (en dat is bij nader inzien eigenlijk nog niet eens zo’n slecht idee zo op z’n tijd).

X Es


naar boven Bushmail 29 - 01-09-2007

 

Salibonani!

Al weken waren we er druk mee; de grote opening van ons educatie complex, of officieel gezegd, het commmunity conservation education complex (tja, ik heb het niet bedacht hoor). De vice-president zelf zou het lintje komen knippen en dat bracht iedereen uiteraard in rep en roer want dat is natuurlijk niet zomaar iemand. Zoals alles hier op het laatste moment gaat zo ging het ook met het in gereedheid brengen van ons complex. Geen Nederlandse taferelen waarbij men een week van tevoren tevreden achterover kan leunen, tot op de laatste minuut moesten er nog dingen geregeld worden. En uiteraard, alle instructies ten spijt, begreep niet iedereen even goed wat de bedoeling nou precies was.

Zo kwam Peter er tot zijn grote verbazing achter dat de toiletpotten in de verkeerde richting in de toiletten gemetseld waren. Omdat je zo nu en dan echt aan jezelf gaat twijfelen vroeg hij bij ons na welke kant wij normaal gesproken opkeken als we op het toilet zaten, ‘nou richting de deur natuurlijk’ antwoorden we in koor. ‘Great so it’s not me’, verzuchtte hij enigszins opgelucht, toiletten in de richting van de muur zijn dus niet normaal. In plaats van toiletrol houders die je zo op de muur kan schroeven kwam Forggy thuis met houders die in de muur gemetseld hadden moeten worden. De verlichting werd in plaats van naar Bulawayo naar Harare geDHLd. En toen we de lichten eenmaal hadden bleken de spots zo fel dat bepaalde delen van de voorlichtingspanelen onleesbaar werden.

Ook het wie, wat, wanneer moest doen op de grote dag bracht wat verwarring met zich mee. Over het verdelen van de taken had niemand tot drie dagen van tevoren nog echt nagedacht. Tijdens de vergadering werd er dan ook meerdere malen gezegd ‘and then someone takes care of that’. Bijvoorbeeld toen het over het halen en brengen van de vip’s ging, ‘I’ll bring the chief to the complex and there someone will take care of him’, zei onze chauffeur opgewekt. ‘Who exactly is someone’, vroeg Peter. Tja… dat was eigenlijk wel een hele goede vraag, dat wist hij ook niet.

Uiteindelijk werden, zoals gewoonlijk op de valreep, alle puntjes op de i gezet. Helaas hier in Afrika kun je nergens op rekenen en anderhalve dag voor de opening kregen we dan ook een telefoontje dat de vice-president verhinderd was maar uiteraard bereid op een andere dag alsnog de officiële opening voor haar rekening te nemen. Tja, alle gasten afbellen ging wat ver en dus hebben we de opening omgedoopt tot ‘community day’ en er alsnog een feestje van gemaakt. En ik moet zeggen, het was geslaagd, de lokale bevolking was massaal uitgerukt om het complex te komen bewonderen en (of misschien vooral) van de gratis lunch te genieten. Er werden veel lovende speeches gegeven en iedereen leek het erg naar zijn zin te hebben. De voorbereidingen en slapeloze nachten zijn dus niet helemaal voor niets geweest.

Er was er ook tijd voor ontspanning. Niet alleen Ron (mijn mede bestuurslid van onze Nederlandse stichting Painted Dog Conservation) maar ook mijn tante Monique, Rob en mijn nichtje Lisa kwamen helemaal uit Nederland om te kijken wat ik hier nou eigenlijk zoal aan het doen ben. Natuurlijk bleven we een paar dagen in Victoria Falls waar ze me trakteerden op alle toeristische attracties die de stad rijk is. Uiteraard hebben we de watervallen bekeken en zijn we naar het, oh zo toeristische maar net aan de goede kant van echt fout blijvende, restaurant de Boma geweest. Waar ik met mijn nichtje naast de buffel en kudu ook een heuse mopani worm naar binnen gewerkt heb om het felbegeerde certificaat ‘for succesfully eating a Mopani worm’ in handen te krijgen. We hebben een baby krokje vastgehouden bij de krokodillen fokkerij (ja voor de handtasjes en de portemonnees jah) en zijn te paard door het Victoria Falls National Park gereden.

Het was niet alleen maar lol en de familie heeft dan ook een steentje bij moeten dragen bij het project. Terwijl Rob de hutjes in het bush camp aan het verven was, was Lisa de wilde honden in het rehabilitatie centrum aan het observeren (en Washington, de hondenverzorger, Nederlands aan het leren) en ordende Monique ons medicijnen bestand. Het was leuk om familie over de vloer te hebben en eigenlijk zo snel vertrouwd dat je er niet eens bij stil stond dat we elkaar aan de andere kant van de wereld troffen. Geheel in haar lijn heeft mijn (dierenarts)tante er natuurlijk ook even voor gezorgd dat ik nu in het bezit ben van een, ontwormt, ontvlooit en gewassen, hondje. Takkie heeft mijn nichtje het monstertje gedoopt. Of ik het diertje permanent hier kan houden is afhankelijk van of onze buren gaan klagen want heel officieel mag je geen gedomesticeerde dieren in de bush houden (niet dat iemand zich daaraan houdt, de koeien grazen hier soms in het National Park). We wachten het af, tot nu toe is het erg gezellig en heeft Takkie in verhouding tot het communal land waar ze vandaan kwam een luizen leven, ze is zelfs mee geweest naar Victoria Falls.

De familie heeft het erg naar hun zin gehad en overweegt volgend jaar terug te komen om nog een keer te kunnen genieten van de olifanten voor hun raam. Of de wilde hond waar we de anaal klieren van uitgeknepen hebben daar nu ook zo blij mee is…

X Es


naar boven Bushmail 28 - 13-08-2007

 

Salibonani!

Woensdag ochtend werd ik wat nerveus wakker, de grote dag was aangebroken... De dag waarop onze missie om zes wilde honden uit ons rehabilitatie centrum naar Starvation Island in Lake Kariba te brengen van start ging. Het eiland is een tussenstation. Er leven alleen prooidieren en de wilde honden kunnen daar in alle rust als een groep leren jagen. Dat is nodig want de meerderheid van deze groep van zes is of als pup bij ons rehabilitatie centrum gebracht of heeft lang in gevangenschap geleefd. Als ze over een jaar hebben laten zien dat ze kunnen overleven laten we ze los op het vaste land.

Na een vlug ontbijt en het inpakken van de laatste spullen van de Nederlandse film crew die ons vergezelde, begaven we ons richting het rehabilitatie centrum om de honden te vangen. Eén voor één werden ze door de kooien naar de ‘squeeze cage’ geleid en verdoofd. Ik zat bij het verzamelpunt klaar om de temperatuur te meten, de ademhaling te controleren en bloed monsters af te nemen. Zodra de dieren de eerste verschijnselen van wakker worden vertoonden werden ze in een krat geladen.

Alles verliep voorspoedig en om vier uur ’s middags reden we met drie auto’s met kratten met wilde honden het rehabilitatie centrum uit. Gelukkig hoefde ik niet te stoppen bij de plaatselijke ‘road block’ van de politie want het is toch wat moeilijk uit leggen wat je met drie wilde honden in je achterbak doet. Ik had de drie vrouwtjes in mijn auto en de auto werd dus al snel omgedoopt tot de ‘girls car’.

Het is 420 kilometer rijden naar Musango, het kamp van waar we verbleven en van waar we de boot naar het eiland namen, maar dankzij de slechte kwaliteit van de weg doe je er twaalf uur over. Gelukkig had ik de weg al eerder gereden en wist ik dus wat me te wachten stond. Om de wilde honden koel te houden reden we met alle ramen open. Niet dat iemand daarover klaagde want wilde honden staan niet bekend om hun fijne geur. We reden met een flinke afstand van elkaar zodat we niet de hele weg stof hoefden te happen. Het eerste stuk verliep goed en om zeven uur kwam iedereen netjes achter elkaar het eerste ‘meeting point’ binnen rijden. Halverwege het tweede stuk had ik het idee dat mijn auto een afwijking naar links vertoonde. Goed, de ‘dirt road’ is allesbehalve recht maar toen we ook nog een rubber achtige brand lucht roken wisten we het toch echt wel zeker, we hadden een lekke band. Met de hulp van X-mas en Peter, die achter ons reed, hadden we de band in no time gewisseld. De camera crew vereeuwigde al onze handelingen. Ze hebben inmiddels genoeg materiaal van het verwisselen van banden want nog geen uur later had Peter zelf ook een lekke band.

Bij elke ‘meeting point’ checkten we naast of we allemaal aanwezig waren, ook of de wilde honden nog in orde waren. Toen we om twaalf uur ’s nachts bij ons derde ‘meeting point’ onze ‘girls’ checkten gaf er één wel heel weinig teken van leven. We haalden snel de krat uit de auto en maakten hem open, bij de aanblik van onze ‘girl’ zonk de moed ons in de schoenen… ze was dood. We konden wel huilen, daar sta je dan oververmoeid in het midden van de nacht op een weg die je je in je ergste nachtmerrie nog niet voor kunt stellen met als enige drijfveer de wilde honden veilig over te brengen, en dan gaat er één dood. Je weet dat dit soort operaties altijd een risico met zich meebrengt, maar toch… Veel tijd om er bij stil te staan hadden we niet, we moesten verder.

Om drie uur ’s nachts kwamen we bij onze laatste ‘meeting point’ aan. Toen na anderhalf uur wachten Peter’s auto nog steeds in geen velden of wegen te bekennen was begonnen we ons enigszins zorgen te maken. We besloten met twee auto’s terug te rijden om te zoeken. Na een half uur rijden zagen we nog steeds geen auto en dus besloot ik mijn dode hond om te wisselen voor de hond in Jealous zijn auto en naar het kamp te rijden. Jealous zou dan terug rijden om Peter en de film crew te zoeken. Ik had de weg nog nooit alleen gereden en kreeg dus nog snel wat aanwijzingen van Jealous zodat we de afslag naar het kamp niet zouden missen. Nadat we een rivier kruisten moesten we de eerste afslag links nemen. En ja hoor, natuurlijk kruisten we zeker vier keer een rivier en kwamen we geen afslag naar links tegen. Gelukkig had ik X-mus bij me die bij een dorpje de weg kon vragen. Ik geloof dat we wel zes keer gekeerd en op en neer gereden hebben maar uiteindelijk vonden we de afslag en kwamen we om zeven uur ’s ochtends bij het kamp aan. Terwijl we stonden te wachten tot het hek open gemaakt werd kwamen de andere twee auto’s ook aanrijden. Ik ben zelden zo opgelucht geweest om iedereen weer te zien. De as van de trailer was gebroken en ze waren dus twee uur aan het sleutelen geweest om alles weer rijdende te krijgen, iedereen was o.k.

Snel werden de kratten met honden op de boot geladen en gingen we op weg naar het eiland. Iedereen was uitgeput en emotioneel vanwege het verlies van onze ‘girl’ maar toen we op het eiland de kratten open maakten en de overige vijf honden uitgelaten over het eiland zagen rennen waren we alle ellende snel vergeten. Ondanks alle tegenslag was onze missie geslaagd!

De wilde honden waren hun opsluiting snel vergeten, de afgelopen dagen heb ik ze zien veranderen in echte wilde honden die als we met de boot bij het eiland aankwamen van ons wegrenden in plaats van naar ons toe kwamen. Wij hebben ons trouwens zelf ook als wilde honden gedragen, niet alleen heb ik in een chesna gevlogen maar ik heb ook op een quat bike over het strand gecrost. Na twee dagen was het over met de pret en ben ik samen met Greg en X-mus, zonder lekke banden, in tien uur terug naar Hwange gereden. De rest van het team komt eind van de week terug als we zeker weten dat de wilde honden succesvol gejaagd hebben.

X Es


naar boven Bushmail 27 - 02-08-2007

 

Salibonani!

Daar zit ik dan bij Makwa, een waterplaats in Hwange National Park, met mijn laptop in de auto de tijd te doden. De afgelopen twee weken al rij ik elke ochtend om vijf uur weg om voor zonsopgang bij één van mijn zes waterplaatsen te zijn. Daar aangekomen installeer ik me comfortabel in mijn slaapzak (ja het is hier nog steeds winter) en ga ik zitten wachten op de eerste zonnestralen. Tot zonsondergang observeer ik vervolgens kudus en impala’s die bij de waterplaats komen drinken. Met behulp van de video en sheets bestudeer ik hun gedrag. Soms zit het mee en soms zit het tegen; de ene dag zit je vergeefs uren voor je uit te staren en de andere dag zijn er zoveel dieren dat je niet meer weet waar je moet beginnen met observeren.

Vaak ben ik alleen maar soms heb ik assistentie. Zo trotseerden mijn, in een golfje door Afrika rondtrekkende, oud huisgenoten de ‘gravel road’ naar ons kantoor om een dag met mij het veld in te gaan. Dat ritje kostte ze wel 10 dollar want ze moesten eerst de plaatselijke politieagent bij het ‘road block’ omkopen om met een extra tank benzine door te mogen rijden. Goed, dan heb je ook wat, we zagen meer dan 200 olifanten bij de waterplaats van hun bad genieten. Onze ecovolunteer uit Brazilië had ook geluk, op de weg naar huis kruiste een cheeta ons pad. Mijn persoonlijke favoriete moment was het gevecht van twee giraffes. Ja, giraffes vechten jah, of tenminste dat proberen ze. Met een soort kopstoten wordt de tegenpartij ‘agressief’ in de nek gestompt en dat kan uren duren. Hoewel het voor de giraffes een hele serieuze zaak was kon ik mijn lach niet onderdrukken bij het zien van dit klunzige ballet (zie foto).

Naast het onderzoek blijf ik me natuurlijk ook bezig houden met de wilde honden. Ik was dan ook ‘not amused’ toen ik erachter kwam dat ik op mijn vrije dag in mijn bed was achtergelaten in plaats van mee te gaan op een zoektocht naar een gewonde wilde hond. Jealous had die ochtend een wilde hond met een strik om zijn nek aangetroffen. Natuurlijk werden het dartgeweer, de verdovingspijlen en de eerste hulp kist in de auto geladen en ging Peter op weg om de wilde hond van zijn strik te ontdoen. De hond bevond zich echter in dichte bossage, een verdovingspijl schieten is dan geen optie, en dus kwam de hele ploeg onverrichter zake weer terug.

De volgende poging, waarbij ik natuurlijk wel van de partij was, was succesvoller. We moesten aardig ‘bush bashen’(dwars door de bosjes rijden), maar konden uiteindelijk dichtbij genoeg komen om de wilde hond te verdoven. Net als de vorige keer had ook deze hond een diepe snee rondom zijn nek en dus besloten we ook nu hem mee te nemen. Peter maakte van de gelegenheid gebruik om de capaciteit van zijn nieuwe auto te checken en reed met een noodgang over de ‘dirt road’ naar ons rehabilitatie centrum. Ik zat ondertussen achterin met één hand vastgeklampt aan de achterdeur en de andere op de wilde hond mezelf en de hond in balans te houden. Dat lukte aardig maar ik heb nu nog spierpijn op plekken waarvan ik niet eens wist dat ik spieren had. De wilde hond was verdoofd en kan zich dus van deze rit gelukkig niets herinneren. Het gaat erg goed en we hopen hem met een week of zes met zijn pack te kunnen herenigen.

Stropen blijft hier echt één van de grootste problemen en vaak ligt de oorzaak dichter bij huis dan je hoopt. Toen ik mijn waterplaats bij Sikumi tree lodge bezocht trof ik Barry, de manager, in een slechte bui aan. De reden van zijn neerslachtigheid; twee van zijn personeelsleden waren tot zijn grote teleurstelling de dag ervoor opgepakt door ons anti stroperij team. Toen ons team de voetsporen bij verse strikken volgde kwamen ze al snel bij de schoenen van de ‘security guard’ van de dichtbij gelegen leegstaande lodge uit. Deze man had er duidelijk nog nooit van gehoord dat hij ‘the right to remain silence’ had en vertelde in geuren en kleuren dat hij inderdaad giraffes ving door strikken in de bomen te hangen (als ze dan eten komen ze met hun hoofd vast te zitten). Het giraffe vlees hing achter zijn huis te drogen. ‘Oh en zijn vriend die bij een ander leegstaande lodge de wacht hield stroopte ook’ wist hij nog te melden. Dit bleek te kloppen en ook deze man is aangehouden. Ze zijn beiden overgeleverd aan de politie en zullen binnenkort veroordeeld worden. Goed, daarmee is het probleem van Barry niet verholpen, want moet hij er nou voor kiezen om zijn lodge leeg te laten roven of het risico lopen dat de bewakers die hij aanstelt en passant de bush leegroven. In beide gevallen heb je als het toerisme ooit weer opkomt een probleem. Persoonlijk denk ik dat een lodge makkelijker te vervangen is dan het wildlife hier dus voor mij zou de keuze snel gemaakt zijn…

X Es


naar boven Bushmail 26 - 20-07-2007

Salibonani!

Het leven in Zimbabwe gaat niet over rozen. Met een regering die alles behalve het beste met de mensen voor heeft en een inflatie van bijna 1000% is het voor de bevolking moeilijk om het hoofd boven water te houden. Het nieuwste regeringsbesluit om de prijzen in de winkels van hogerhand vast te leggen helpt daar niet echt bij mee. De inkoop prijs ligt voor de winkeliers nu namelijk hoger dan de verkoopprijs. Het gevolg; de winkels zijn leeg. Niet alleen omdat winkeliers liever hun producten mee naar huis nemen dan onder de prijs verkopen maar ook omdat ze nu geen geld meer verdienen om opnieuw voedsel in te kopen. Als je je niet houdt aan de nieuwe prijzen ga je de gevangenis in en wordt je winkel gesloten. Sommige winkeliers vinden manieren om onder deze nieuwe wet uit te komen. Zo vonden we op onze zoektocht naar brood een bakker met raar geel gekleurd brood. Bij navraag bleek dat de kleur veroorzaakt werd door de eieren die hij aan het deeg toegevoegde. Ja, de prijs voor een gewoon brood ligt vast maar als je aan dit brood eieren toevoegt is het geen gewoon brood maar een speciaal brood en mag je dus zelf de prijs bepalen. Heel slim! We waren allang blij dat we überhaupt brood gevonden hadden en hebben flink ingeslagen. Hoewel we in verhouding stukken beter af zijn dan de gemiddelde Zimbabwaan wordt het ook voor ons ingewikkelder om boodschappen te doen en dit kon voorlopig dus wel eens ons laatste brood zijn.

Natuurlijk laten we ons niet kennen en gaan we hier gewoon door met waarvoor we gekomen zijn, de wilde honden voor uitsterven behoeden! Toen Jealous met het bericht thuis kwam dat er in de Gwaai een wilde hond met een strik om zijn nek liep hebben we dus alle spullen maar weer eens uit de kast gehaald en zijn richting de Gwaai gereden. Dankzij de radiotelemetrie halsbanden kostte het weinig moeite om de groep te traceren. Peter was er en kon de wilde hond dus met het dartgeweer een verdovingspijl in zijn achterste schieten. Barnie was er niets bij en voor we het wisten lag het dier verdoofd en wel in de bush. De strik had een zes centimeter diepe snee in zijn hals gemaakt maar had de hond, dankzij de halsband, niet gedood. We hebben snel de strik en band verwijderd en de hond naar het rehabilitatiecentrum gereden. Nadat we de wond goed schoongemaakt hadden hebben we hem achtergelaten voor de nacht. En de volgende dag was hij… nog in leven! Hij had zich verstopt in het nachtverblijf, maar toen ik langs het gaas naar binnen probeerde te gluren maakte hij met luid gegrom kenbaar dat hij van pottenkijkers niet gediend was. Stank voor dank, maar wel een goed teken. We hebben hem inmiddels overgeplaatst naar een grotere kooi, en hoewel het nog wel even zal duren voor hij weer de oude is lijkt het erop dat dit verhaal voor de verandering eens een happy ending zal hebben.

In het kader van mijn onderzoek ben ik wat leuke experimentjes aan het bedenken. Dat houdt je van de straat en levert wellicht ook nog leuke resultaten voor mijn promotie op. Hyena’s zijn de natuurlijke vijanden van de wilde honden en bepalen dus in grote mate hun verspreiding. Ja, je wilt natuurlijk geen lastige buur dus als het even kan proberen de honden de hyena’s te vermijden. Onder het mom waarom zou je moeilijk doen als het makkelijk kan hebben hyena’s namelijk de asociale gewoonte de prooi van de wilde honden te stelen, kleptoparasitisme noemen we dat met een mooi woord. Omdat de verschillen in het aantal hyena’s wel eens zouden kunnen verklaren waarom de wilde honden liever buiten dan binnen het nationale park verblijven (ja inderdaad oplettende lezers, dat is mijn onderzoeksvraag) had ik bedacht dat ik hyena’s ga lokken. Met een geluidsopname van opgewonden etende wilde honden kijk ik dan of binnen het park de hyena’s eerder komen dan buiten het park. Natuurlijk moest ik hiervoor eerst een CD-tje met opgewonden wilde honden in elkaar zien te knutselen. Toen dit na een hoop gedoe en vaak wilde honden voeren in ons rehabilitatie centrum eindelijk gelukt was besloot ik, voor ik uren in de bush zit zonder een hyena te zien, de opnames op onze wilde honden te testen. De theorie was dat als zij erop zouden reageren het klinkt als echte wilde honden. Vol goede moed vertrok ik met mijn computer naar het rehabilitatie centrum. De wilde honden lagen wat verveeld voor zich uit te staren, midden op de dag wordt er namelijk altijd gerust. Snel startte ik de geluidsopnamen… het resultaat was niet helemaal wat ik in gedachten had, op wat oorbewegingen na gebeurde er… niets. De wilde honden verzorgers vonden het echter erg grappig, ‘they don’t even move’ schaterden ze. Goed, dat laat ik natuurlijk niet op me zitten, met een dreigend ‘I’ll be back’ verliet ik het rehabilitatie centrum om me thuis te gaan beraden op wat ik aan het geluid toe kan voegen om een reactie op te wekken. Wordt vervolgd…

X Es


naar boven Bushmail 25 - 02-07-2007

Salibonani!

Het is de koudste dag van het jaar, het kwik daalt tot -3,3°C, de dieren zoeken beschutting in de bosjes en alle mensen komen samen bij een warm vuur. Nou ja niet iedereen… want wat doen Hans en Esther, die zitten onder deze erbarmelijke omstandigheden de hele nacht in de auto wilde dieren te tellen. Tja, onderzoek is onderzoek en 24-uurs observaties zijn 24-uurs observaties weer of geen weer. Nou dat hebben we geweten…

Toen we die middag om twaalf uur bij onze waterplaats aankwamen was het nog gewoon 37 graden. Niets aan de hand dus, de dieren graasden op de vlakte en wij begonnen met onze tellingen en gedragsobservaties. Naarmate de dag vorderde en de zon daalde, daalde ook het kwik. Dat is vrij normaal in Afrika. Zeker in de maanden juni, juli en augustus aangezien het dan, in tegenstelling tot in Nederland, winter is. Toeristen rekenen daar vaak niet op en zitten om zes uur ’s ochtends in plaats van met fleece trui, handschoenen en muts optimistisch in hun korte broek en t-shirt te vernikkelen op de open safari auto’s. Leuk hoor zo’n game drive! Goed, wij zaten in een dichte auto en gingen ervan uit dat we de nacht wel zouden overleven. Om elf uur ’s avonds gaf de thermometer 1,4 graden aan. Wie weet gaat het wel vriezen zeiden we wat zenuwachtig lachend tegen elkaar. Nou dat lachen verging ons enigszins toen we vanaf 1 uur ’s nachts met onze handschoenen de ijssterren van de ruit moesten vegen om nog naar buiten te kunnen kijken. Met drie truien, handschoenen, slaapzakken, dekens en twee paar sokken zijn we de nacht redelijk door gekomen, maar wat waren we blij toen we om zeven uur ’s ochtends de eerste zonnestralen op de auto voelden schijnen.

Onze tweede nacht was minder koud maar ook minder succesvol, in tegenstelling tot bij de eerste waterplaats was er bij de tweede waterplaats zowel tijdens de dag als de nacht nauwelijks een beest te bekennen. En als er echt helemaal niets te zien is is drie uur naar een waterplaats staren zonder in slaap te vallen erg lang… Gelukkig had ik een boek bij me. En terwijl de één probeert zijn ogen open te houden probeert de ander zijn ogen te sluiten en wat slaap te pakken. Slaapgebrek doet rare dingen met je inbeeldingsvermogen en naarmate de nacht vordert zie je elk bosje en elke termietenheuvel wel een keer voor één of andere bijzondere diersoort aan. Wat waren we opgelucht toen het twaalf uur de volgende middag was en we weer op weg naar huis konden…

Dat was nog eens iets anders dan ons verblijf in ‘the Hide’, een luxe lodge in het National Park, het weekend daarvoor. Hoewel ook daar de nachten koud waren werden we daar door het personeel met warme kruiken en verse thee met muffins in de watten gelegd. Hans had onze projectmanager een dienst bewezen door samen een auto voor het project van Kenia naar Zimbabwe te rijden. Aangezien dat iets langer geduurd had dan gepland (onder andere omdat ze er toen ze op een kudde geiten inreden achter kwamen dat de remmen niet meer werkten) vond Peter dat we er samen een weekendje uit moesten, dat aanbod sloegen we niet af. De meeste gasten bij de lodges komen voor het ‘wildlife’ en gaan ’s ochtends, ‘s middags en ’s avonds op ‘game drive’. Er werd dan ook verbaasd gereageerd toen we aangaven dat we op vakantie waren en dus absoluut geen enkele game drive of walk wilden doen. We hebben maar even uitgelegd dat we bij het Painted Dog Conservation project werken, ik net twee maanden door de bush gewandeld had en Hans net drie maanden door de bush gereden had en we dus eigenlijk geen wild dier meer konden zien. Dat verduidelijkte de zaak. We hebben onze tijd al slapend, badderend en lezend bij onze honeymoon suite (heel grappig Peter) doorgebracht, dat in combinatie met het meest heerlijke eten maakte ons weekend helemaal compleet.

We waren nog niet terug bij het project of ik kon direct weer aan de slag. Er kwam een melding binnen van een wilde hond met een strik om zijn poot die ergens in een rivierbedding lag. Ook nu was er niemand in de buurt die kon darten en eindigden Jealous en ik alleen in de auto. Het was een eind rijden en ik moest het gaspedaal aardig indrukken om voor het donker op de plek des onheils te komen. Gelukkig stonden de medewerkers van de jacht lodge langs de weg te wachten om ons over hun terrein naar de hond te loodsen. Ze vertelden dat ze toen ze die middag het hek aan het controleren waren de hond hadden zien liggen en hij de hele dag niet van plek veranderd was. Om bij de hond te komen moesten we over het hek klimmen en de steile rivierhellingen afdalen, het schemerde maar in het schijnsel van de zaklantaarn zag ik al snel de ogen van de wilde hond oplichten. Gewapend met een spuit met verdovingsmiddel en dekens wisten we de hond te grijpen. Het was inmiddels donker en de wandeling terug naar de auto was dan ook een heel avontuur. Het is moeilijk genoeg om zelf over kloven te springen laat staan als je ook nog eens met vier man een verdoofde hond op een deken in balans moet houden. Bij het licht van de auto konden we pas zien hoe de hond eraan toe was, ze miste een achterpoot, een oog, had diepe bijtwonden in de buik en een losse strik om haar nek. Op het eerste gezicht lijkt dat een hopeloze zaak maar een hond kan zich op drie poten prima redden en dus besloten we er weer voor te gaan. We zijn snel naar huis gereden en bij het licht van de werkplaats heb ik haar zo goed en zo kwaad als het ging opgelapt en ingewikkeld in dekens achtergelaten bij het rehabilitatiecentrum. Ze overleefde de nacht en leek wat aangesterkt en dus stelde ik met de dierenarts een plan de campagne op voor de aankomende dagen. Als ze de eerste vier dagen zou overleven zouden we haar naar de kliniek in Bulawayo brengen om haar poot fatsoenlijk te laten amputeren (er stak namelijk een flink stuk bot uit). Zo ver is het helaas niet gekomen, toen ik haar de volgende ochtend medicijnen kwam geven was ze dood. Aangezien ik een interne bloeding vermoedde heb ik een post mortem uitgevoerd. Er bleek inderdaad een bloeding in de darmen te zitten. We hebben foto’s gemaakt zodat ik die een keer met de dierenarts door kan nemen. Daarmee komt de hond natuurlijk niet terug maar doen we wel weer extra kennis op voor een volgende keer.

X Es


naar boven Bushmail 24 - 20-06-2007

Salibonani!

Na een drie daagse marathon sessie waarin we alle data van onze vegetatie monitor ingevoerd hebben is het nu dan eindelijk tijd voor iets anders… de gedragstudies rond de waterplaatsen. In theorie is het vrij simpel, je kiest de waterplaatsen waar je je observaties wilt doen, nou en daar ga je dan dus je observaties doen. Tja, helaas stammen de kaarten hier uit het jaar 0 (boven aan de meeste kaarten staat nog Rhodesia, hoe lang is dat dan geleden?!) en is het dus iets minder simpel dan hierboven geschetst.

Ik had al drie waterplaatsen uitgezocht en was nog op zoek naar een laatste plek buiten het park. Vol goede moed gingen Jealous en ik op zoek naar de zeven mogelijke waterplaatsen die ik op de kaart aangekruist had. De eerste zag er meer uit als een meer dan als een simpel water plaatsje en zou dus niet te missen moeten zijn. Zeker niet omdat op de kaart de weg er vlak langs liep. Desondanks besloot ik voor de zekerheid even wat GPS coördinaten in te voeren zodat we zowel de afslag als de waterplaats niet ongemerkt voorbij zouden rijden.

Maar toen de GPS aangaf dat we nu toch echt naar links moesten was er geen afslag te bekennen. We besloten bij de dichtstbijzijnde compound te vragen of ze ooit van de waterplaats gehoord hadden. Nee, het kwam niemand bekend voor maar de weg was wel bekend. Als we bij drie grote mopanie bomen kwamen en de gravelweg in plaats van bruin zwart werd moesten we naar links. Goed, dat bleek zowaar te kloppen. ‘We’re getting close now’ zei Jealous optimistisch. Dat optimisme bleek helaas wat misplaatst want toen we volgens de GPS en de kaart toch echt middenin de waterplaats zouden moeten staan zagen we links en rechts in plaats van water… gras! ‘Something is wrong here’ verzuchtte Jealous, ‘I guess you can say so’ verzuchtte ik terug. We kwamen tot de conclusie dat de kaart wellicht niet meer helemaal representatief was. Na nog zes van deze ervaringen wisten we het zeker…

De moed zonk me aardig in de schoenen en ik zag mijn mooie onderzoeksplannen al in rook opgaan. Gelukkig wist Jealous nog ergens een waterplaats te vinden die aan alle eisen voldeed… nou ja, op de pomp om water op te pompen na dan. En dat is een belangrijk punt want ik kan er niet over twee maanden achter komen dat ik mijn gedragsobservaties moet staken omdat de waterplaats droog staat en er geen dieren meer komen. Na wat rondvragen bleek dat de pomp gerepareerd werd en er over twee weken weer zou moeten staan. Dat zou net op tijd zijn voor de eerste volle maan 24 uurs observaties. Fingers crossed dus!

Op de weg naar huis kwamen we een grote puff adder tegen. Uiteraard wilde ik daar een foto van maken. ‘You can get out of the car, they are not aggressive’ zei Jealous. Na mijn ervaring tijdens het in kaart brengen van de vegetatie waarbij ik naast een puff adder bleek te staan, wist ik inderdaad dat dit een niet agressieve slangensoort is, maar om het lot nou te tarten… ‘You must be joking you lunatic, just drive the car back I’ll watch from the window’ was dus mijn antwoord. Jelaous reed de auto achteruit en het achterwiel was nog niet binnen het gezichtsveld van de slang of hij haalde vol agressie uit. Tja, voorzichtigheid wordt hier beloond want dieren zijn nou eenmaal onvoorspelbaar.

Extra voorzichtig zijn we dus tegenwoordig zeker als we ’s avonds van en naar ons huis ons huis lopen. Er loopt namelijk een kudde buffels in de bush rond het huis en die wordt meestal gevolgd door… leeuwen. Elke nacht horen we ze roepen en ik ben zelfs een keer ’s ochtends wakker geworden van het loeien van de buffel die door de leeuwen gepakt werd, dat was wel een beetje spooky.

De afgelopen dagen heb ik samen met mijn collega onze onderzoeks protocollen uitgeprobeerd. Op papier bedenk je altijd de meest ingewikkelde dingen die in de praktijk niet blijken te werken. Je doorloopt dus altijd dezelfde cyclus:
-je begint met een heel simpel onderzoeks protocol,
-dat maak je vervolgens ingewikkelder en ingewikkelder om er zeker van te zijn dat je alle informatie opneemt,
-om er als je het test in het veld achter te komen dat het niet werkt (dieren doen nou eenmaal nooit precies wat je in gedachte had),
-vervolgens schrap je het ene na het ander om uit te komen op… precies… het eerste protocol.

Toch is het goed, om deze voorspelbare cyclus te doorlopen want daardoor kun je in ieder geval goed onderbouwen waarom je je protocollen zo opgezet hebt. Eindelijk zijn we dus klaar om te beginnen met waarvoor we hier gekomen zijn. En wel eind deze maand als het volle maan is, dan gaan we namelijk drie nachten 24h rond de waterplaatsen zitten om het gedrag van impalas en kudus te observeren. Gelukkig is Hans er weer en kan hij me mooi gezelschap houden tijdens de eenzame uurtjes op de observatie platforms.

X Es


naar boven Bushmail 23 - 06-06-2007

Salibonani!

Eindelijk is het dan zover… we zijn klaar met het meten van grassen, struiken en bomen! Een dag later dan geplant omdat we hier zowaar regen hadden. Ik heb nog geprobeerd mensen ervan te overtuigen het veld in te gaan met het verhaal dat het in Nederland altijd regenachtig en koud is en dat we dan toch gewoon gaan in de hoop dat het een keer droog wordt. Goed, toen ik iedereen rillerig met drupneus achterin de auto blanco voor zich uit zag staren begreep ik dat mijn woorden niet enthousiast ontvangen werden en heb ik het veldwerk, tot grote opluchting van de rest van het team, die dag maar even gelaten voor wat het was.

De laatste loodjes waren nog behoorlijk zwaar. Er is namelijk niets vermoeiender dan een oververmoeid team gaande houden. Vooral de metingen in de Gwaai waren een zware bevalling. Na de landonteigeningen in 2001 wordt elke vierkante meter daar door iemand anders beheerd. Dat betekent dat als je drie punten op een dag wilt meten je dus met drie verschillende landeigenaren om de tafel moet om toestemming voor je meting te vragen. Dat is belangrijk, niet alleen om de contacten goed te houden maar vooral ook omdat al het land daar gebruikt wordt voor het jacht toerisme. Het werken in de bush is al spannend genoeg, je zit er niet echt op te wachten om ook nog eens de kogels om je oren te hebben vliegen omdat één of andere jachttoerist je aanziet voor een buffel. ’s Ochtends deden we dus eerst ons noodzakelijke sociale rondje om daarna met een volle auto, iedereen geeft je namelijk een medewerker mee om je de weg te wijzen en een oogje op je activiteiten te houden, het veld in te gaan.

Helaas hadden de medepassagiers geen van allen een rijbewijs en dus geen idee wat het inhoudt om auto te rijden. Dat komt vooral goed naar voren als mensen je aanwijzingen voor de richting geven. ‘We have to go there’ roept er dan iemand achterin terwijl jij geconcentreerd probeert de auto op een helling van 70° graden van steen naar steen te sturen. Natuurlijk moet je beleefd blijven maar ik kon me toch niet bedwingen om een aantal keer gefrustreerd ’where the f*** is there?!!’ uit te roepen. En als je door het mulle zand tussen de acia struiken vol met grote dorens rijdt zit je er ook niet echt op te wachten dat iemand roept ‘oh I think we need to turn’. ‘I’m not riding a donkey, I’m driving a car’ probeerde ik geduldig uit te leggen, ik kan dus niet overal in het wilde weg keren, tenzij we de rest van de dag willen spenderen met het verwisselen van lekke banden natuurlijk!’.

Die lekke band is tot mijn grote opluchting maar 1x voorgekomen. Als volleerde formule 1 medewerker hadden we ‘m in 10 minuten verwisseld, oefening baart kunst. Het werd wat ongemakkelijker toen op één of ander geitenpad mijn versnellingsbak begon te schudden. Dat samen met rook en een brandlucht deed mij besluiten geen meter verder te rijden. Wat betekende dat we de resterende meters naar de hoofdweg moesten lopen aangezien we te ver van kantoor waren om radio contact te kunnen maken. Bij het lokale postkantoortje hebben we een tekst bericht naar de mobiele telefoon van één van onze medewerkers gestuurd. Geen reactie. Uiteindelijk hebben we Slomani met de radio op de ‘chickenbus’ gezet om een aantal kilometers verder contact te kunnen leggen met kantoor. Toen Gilbert, onze monteur ons kwam ‘redden’ was het probleem snel verholpen. De handrem van de auto bleek zo los dat als je over een hobbel rijdt de rem er gedeeltelijk op komt te staan zonder dat het handrem lampje op het dashboard gaat branden. Goed, dan krijg je dus dit soort klachten. Tja, je kunt hier toch maar beter het zekere voor het onzekere nemen voor je je hele auto aan puin rijdt en er geen reserve onderdelen te krijgen zijn en je dus de eerste maanden geen veldwerk meer kunt doen.

Na dit avontuur reed ik in het donker terug naar kantoor. Zoals wel vaker stond er een wrattenzwijn op de weg. Aangezien die beesten altijd vlak voor je auto de weg oversteken verminderde ik vaart. Het dier gaf geen kick en bleef staan, dus ik stopte. Het wrattenzwijn bedacht zich geen moment en viel mijn, in zijn ogen waarschijnlijk, groene reuze wrattenzwijn zonder pardon aan. Terwijl het beest met veel lawaai onder de bumper verdween en de auto behoorlijk op en neer schudde bedacht ik me wat ik in vredesnaam moest doen als hij met één van zijn slagtanden klem kwam te zitten. Ik draaide het raampje open en riep ’hee niet doen!’. Tja, daar raakt een over-territoriaal (het is het paarseizoen) wrattenzwijn natuurlijk niet echt van onder de indruk. Na een paar minuten stopte hij en liep kalm de weg af, mij verbouwereerd achterlatend. Gelukkig had niemand schade opgelopen.

Dat was anders tijdens de lokale voetbal wedstrijd afgelopen zondag. We kregen een telefoontje dat onze ‘night guard’ nog even op zich liet wachten omdat ze eerst naar de Dete clinic moesten rijden.

Niet iedereen was namelijk even blij toen ons ‘painted dog’ team die middag van het Lepote team gewonnen had. Er was een vechtpartij uitgebroken, en dat ging direct op zijn Afrikaans, lekker primitief met steniging en stokslagen (hoewel, hoeveel verschilt dat eigenlijk van de stenengooiende hooligans in Nederland?!). Gelukkig bestaat ons team vooral uit jongens van het anti stroperij team, getraind als ze zijn lukte het ze om de onruststokers te overmeesteren en over te leveren aan de politie. Drie jongens uit ons team moesten uiteindelijk voor controle naar de clinic, twee omdat ze gestenigd waren en één omdat hij met een stok geslagen was. Na controle konden ze gelukkig weer naar huis. Geen probleem is ons hier vreemd, ook hier hebben we te maken met serieus voetbal vandalisme!

X Es