Bushmail



Bushmail 42 - 08-06-2008

Salibonani!

De afgelopen dagen stond het leven hier vooral in het teken van de verkiezingen. Ademloos zaten we voor de satelliet TV naar het nieuws op BBC World te kijken. Met maar één grote hoop… verandering! Groot was de teleurstelling toen de resultaten van de presidentiële verkiezingen eindeloos op zich lieten wachten en de resultaten van de parlementaire verkiezingen heel verdacht gelijk verdeeld bleken te zijn. Tot op de dag van vandaag weten we niet welke kant het op zal gaan. Dat er gerotzooid wordt is duidelijk. Er zijn nu zelfs kandidaten van de tellingcommissie opgepakt omdat ze niet onbevooroordeeld de stemmen geteld zouden hebben. Dat beloofd weinig goeds. Hoewel de oppositie de overwinning opgeëist heeft is het duidelijk dat de oude garde zich niet zomaar gewonnen zal gaan geven. Waarschijnlijk komt er een tweede verkiezingsronde waarbij er puur om de presidentiële stoel gestreden zal gaan worden. Ik hoop dat mensen voor de tweede keer de moed op kunnen brengen om voor verandering te stemmen maar vrees dat de meesten zo gedemotiveerd zijn dat ze het nut niet meer inzien. ‘What’s the point, at the end of the day they do whatever they want anyway’ zei één van onze medewerkers, en dat is hoe veel mensen er over denken.

Ondanks de verkiezingen gaat het leven hier gewoon door. Zo zijn Hans, Jealous en ik een dag het park in gegaan om de wilde honden te zoeken, ik moet mijn dart licentie tenslotte toch een keer in de praktijk gaan brengen. Helaas was er twaalf uur en ruim 200 kilometer verder nog steeds geen spoor van de wilde honden te bekennen. Het was uberhaupt rustig in het park. Het meest opwindende dat we tijdens onze tocht gezien hebben zijn twee dwerg mongooses… Dan is het leven rond ons huis toch een stuk wilder, daar tikten de yellow hornbills (vogels), tot mijn grote schrik, met hun enorme snavels onze ruit bijna aan diggelen en trok de olifant de waterpijpen uit de grond. Dat laatste heeft niet lang geduurd. Toen ik op een ochtend wakker werd van zeven geweer schoten kreeg ik een donkerbruin vermoeden dat bevestigd werd toen ik een dag later het vlees buiten te drogen zag hangen en een truck met een olifanten hoofd voor de deur van onze lodge manager zag staan. Dat was het einde van onze olifant, een ‘problem animal’ omdat hij iets te vaak rond de lodge hing en de pijpen uit de grond trok, tja dan vinden mensen je ineens niet meer zo leuk. En als er dan ook nog een jager in de buurt is die graag een olifant wil schieten word je lot met het gebruikelijke papierwerk en vergunningen bezegeld.

Het lot van onze konijnen is ook bezegeld. Die dienen als wilde hondenvoer en dus moeten de hondenverzorgers ook de konijnen verzorgen. Kooi verschonen, gras en bladeren verzamelen en water geven, oh en aan mij rapporteren als je iets vreemds ziet. Zoals de meeste dingen hier blijkt dat weer minder makkelijk dan gedacht. Iets vreemds is blijkbaar niet als het hoofd van een konijn in een hoek van negentig graden staat en dus werd dat niet gerapporteerd. Goed dat konijn hebben we gedood en ik heb de verzorgers op hun hart gedrukt dat ze echt beter op de dieren moesten letten. Vervolgens bleken we ons eerste nest jongen te hebben, dat had niemand natuurlijk opgemerkt voor het konijn dood gemaakt werd en dus wisten we niet zeker of de moeder gedood was. Vol goede moed probeerde ik het nog een keer, ‘please pay close attention and let me know when you see anything strange’. In de dagen die volgden was het antwoord op de vraag ‘how are the rabbits’ steevast ‘fine’. Toen Forggie op het eten kwam bleek het helaas allemaal niet zo ‘fine’ te zijn, ‘didn’t you know three of your baby rabbits have died over the past days?’. Verhalen vertellen is in Afrika een eeuwen oude traditie die helaas ook doorgevoerd wordt als je mensen een serieuze vraag stelt. Zo ben je hier gegarandeerd van een half uur durend, en een in negen van de tien gevallen ongeloofwaardig maar oncontroleerbaar, verhaal op de simpele vraag waarom was je niet op het werk gisteren. Toen ik verhaal ging halen kreeg ik dan ook een verhaal. Ze hadden me een sms gestuurd over de dode jongen en ik had zelfs geantwoord. Tja, ik zal heus wel eens iets vergeten maar geloof me, ik weet echt nog wel of ik wel of niet een sms gehad en verstuurd heb. Ik was er klaar mee, heb de konijnen moeder en de jongen in de auto geladen en ben naar huis gereden. Ze maken het goed, wat er nog over was van de konijnen familie is, inclusief de moeder, is in drie dagen tijd in gewicht verdubbeld. Ik vind het wel leuk om (tijdelijk) weer wat dieren in huis te hebben want sinds ik mijn ‘dormouse’, nadat hij hersteld was, weer in de vrije natuur losgelaten heb was het wat stil in huis.

X Es


naar boven Bushmail 41 - 08-06-2008

 

Salibonani!

Eindelijk, we hebben weer water! Hoewel, de diepbruine kleur van de voor water doorgaande vloeistof die uit onze kraan komt zaait twijfel. ‘No, you can’t drink this water, not even cook in it but you can use it for bathing’ verzekerde Monica, de manager van Ganda lodge, ons. De pogingen om ons oude bore hole te repareren zijn gestaakt. Er moest een nieuwe motor gekocht worden en die kostte 2,7 biljoen, ja dat was nogal een bedrag en dus moest er eerst over vergaderd worden. Toen ze bij Forestry Commission drie dagen later besloten dat de pomp het geld waard was was de prijs inmiddels gestegen naar 4,2 biljoen. Helaas, dat bedrag stond niet op de rekening… Een maand later was men er toch in geslaagd het geld bij elkaar te sprokkelen en werd, voor inmiddels 10 biljoen Zim dollar, een nieuwe pomp aangeschaft. Die bij installatie welgeteld vijftig minuten werkte om daarna stuk te draaien op het zand dat in de motor kwam omdat de borehole ingestort bleek te zijn. Nu is er dus ‘tijdelijk’ met oude volgeroeste buizen (dit verklaart de kleur van ons water) een leiding vanaf de bore hole 5 kilometer verderop gelegd zodat de klanten in de lodge, en wij dus ook, in ieder geval kunnen douchen. Ons hoor je niet klagen, na drie maanden met een emmer douchen is een normale douche, zelfs met diep bruin water, een zegen.
De baby die één van de medewerkers van Ganda lodge na een avondje ‘jigijigi’ met een andere medewerker in de compound baarde wordt helaas niet gezien als een zegen. En dus heeft Forggie zich zolang over het meisje ontfermd. De vader wil niets met het kind te maken hebben en ook de moeder is de baby liever kwijt dan rijk. Forggie wil het kindje wel adopteren en dus heeft ze tijdelijk zowel de moeder, haar eerst geboren dochtertje en de baby in huis genomen. Forggie ziet het helemaal voor zich, zij zorgt ervoor en als zij er niet is dan zorgt… Esther ervoor! ‘You need to practice anyway as it is about time you and Hans start making your own baby’ was het commentaar op mijn protest. En dus had ze toen ze de night guard kwam brengen naast zich op de passagiersstoel (kinderzitjes zijn hier onbekend) een bundel dekens met daarin een maand oude baby liggen. Dan konden we vast kennis maken… Hoewel het een lief baby’tje is en het hartverscheurend is om te bedenken dat niemand haar wil hebben ben ik nog verre van overtuigd van Forggies plan. Hopelijk hoeft het ook niet zover te komen want toen de biologische moeder van Forggie hoorde dat ze samen met mij voor de baby ging zorgen (ook heel fijn dat dat soort dingen ook in goed overleg met mij besloten worden... niet dus!) wist deze opeens niet meer zeker of ze haar dochtertje nog wel weg wilde geven. Tja, ik weet niet zo goed wat deze reactie over mij zegt maar ik hoop natuurlijk van harte dat ze besluit zelf voor haar baby te zorgen.
Niet alleen de aanwezigheid van Hans en de warme douche maar ook het tien dagen durende antibiotica kuurtje dat de dokter in Victoria Falls voorgeschreven had hebben ertoe bijgedragen dat ik me weer beter voel dan ooit. Tijdens mijn slaap werd ik midden in de nacht door (waarschijnlijk) een insect in mijn bil gebeten. Niet dat dat echt doorgedrongen is want ik ben zo weer in slaap gevallen. De volgende dag zat er een rode vlek met een bruin puntje op mijn bil en had ik hoofdpijn. Dit bruine puntje werd met de dag groter en mijn energie en eetlust werden met de dag minder. Aangezien ik toch Hans op ging halen in Victoria Falls besloot ik maar even langs de dokter te gaan. De jonge mannelijke dokter bestudeerde, onder het wakend oog van Hans, aandachtig mijn blanke bil maar kon niet opmaken door wat voor een insect ik gebeten was. Of je nou een insecten beet, hoofdpijn, diarree of iets anders hebt, je krijgt hier standaard eerst een antibiotica kuur voorgeschreven. En dus stond ook ik tien minuten later, 60 miljoen Zim dollar armer (3USD), met een recept voor een antibiotica kuur weer buiten.
Gelukkig was het ‘slechts’ een insecten beet. Dankzij de plankjes die we onder aan de deuren gespijkerd hebben kunnen de slangen die we op dit moment rond het huis hebben ons fort niet binnen dringen. Nog nooit heb ik slangen rond ons huis gezien en nu ineens binnen een paar dagen vijf. De eerste was een jonge cobra die bij zijn ontdekkingstocht het oude kantoor binnen kroop en daar op Forggies verzoek door de night guard doodgetrapt werd. De tweede was een twee meter lange rattenslang die probeerde de boom achter ons huis in te klimmen. We haalden Stansilos, onze lokale medewerker, erbij om uit te vinden wat voor een slang het was. Die begon bij de aanblik van het dier direct stenen te zoeken om het uit de boom te stenigen. Goed dat ging ons iets te ver, zolang een slang niet in huis zit is er immers niet zo veel aan de hand. Niet iedereen heeft het slechtste met slangen voor hoor, de night guard kwam zelfs vol enthousiasme naar ons toe rennen om de dikke puff adder die bij Peter tegen het huis aan lag te laten zien. Ik moet zeggen dat wij bij de aanblik van deze flinke jongen dat enthousiasme niet helemaal deelden. Deze dikke korte slang vormde een groot contrast met de dunne cobra die acrobatische toeren uithaalde in de boom voor ons huis. Diezelfde cobra gaf mij bijna een hartverzakking toen ik mijn buitendeur opengooide, mijn patio opstapte en ineens vanuit mijn ooghoek een slang zich op zag richten. In één sprong stond ik drie meter verder… Gelukkig had het dier een kikker in zijn bek en besloot het zich uit de voeten te maken. Dat is weer eens iets anders dan een paasei in je tuin, voorlopig blijft mijn buitendeur even gesloten.
Nog een paar dagen en dan is het zover… dan komt er een grote verandering in dit land. Althans, als ik alle berichten moet geloven. Maanden was het geen gespreksonderwerp maar nu spreekt iedereen open over de naderende verkiezingen. Zaterdag is het zover, het moment van de waarheid, gaan we op de oude voet door of heeft iedereen zijn ogen geopend en is de angst zodanig ondergeschikt geraakt aan frustratie dat men voor verandering kiest. Voor zover we dat uit de verhalen hier in kunnen schatten zal het laatste het geval zijn. Zelfs de hier door de vicepresident uitgedeelde mais en kippen (dat is een normale procedure hier, eerst mensen uithongeren en dan voedsel brengen om stemmen te winnen) schijnen deze keer geen effect te hebben op het stemgedrag van de mensen in de rural areas. Braaf komt iedereen naar de toespraak luisteren maar de support houdt op nadat het voedsel in ontvangst genomen is. De mensen zijn het na jaren van ellende eindelijk meer dan zat en terecht want in al die jaren dat ik hier kom heb ik de situatie van kwaad tot erger zien worden, één US dollar is inmiddels 50 miljoen Zim dollar waard (en daar zijn al een keer drie nullen vanaf gehaald), de winkels zijn leeg, er is geen brandstof, mensen leven hier ver beneden de armoede grens. Het is, goedschiks of kwaadschiks, tijd voor verandering. Iedereen is optimistisch gestemd, wij houden nog een slag om de arm, eerst zien dan geloven is onze voorzichtig optimistische houding, we wachten af, na zaterdag weten we meer.

X Es


naar boven Bushmail 34 - 09-03-2008

 

Salibonani,

‘Esther the pilots are waiting for you, your have to come to the airport now now!’, klonk er over de radio. Ineens brak het klamme zweet me uit! Oh, jee, het ging echt gebeuren, ik ging in een ultralight honden tracken. En hoewel ik de piloten al dagen aan het stalken was voor een vlucht leek me dat ineens niet meer zo’n goed plan. Er stond namelijk wel erg veel wind! Nog geen twee dagen ervoor had een ultralight vliegtuigje een crash landing gemaakt, iedereen was ongedeerd maar toch… Niet piepen sprak ik mezelf vermanend toe, beter sterven in een avontuur dan bang je hele leven aan de grond genageld blijven staan. En dus pakte ik mijn tracking equipment en ging op weg naar het vliegveld.
Eens per jaar komt een groep ultralight piloten met hun vliegtuigjes naar Hwange om een week lang over Hwange National Park te vliegen en over vliegtuigjes te praten. Het zoeken van dieren met radiotelemetrie halsbanden is veel efficiënter via de lucht dan via de weg en dus is dit dé mogelijkheid voor ons om een vluchtje mee te pikken. Peter, de piloot waar ik mee ging vliegen stond al met zijn vliegtuigje behangen met antennes te wachten. Ik hoefde alleen nog mijn ontvanger aan te pluggen, een plastic zakje voor het geval dat in mijn zak te doen (tja, je weet nooit, Brent van het leeuwen project heeft vorig jaar nog zijn hele ontbijt in een vliegtuigje achter gelaten, daar maak je geen vrienden mee) en mezelf in het vliegtuigje te wurmen. Daar gingen we! Het opstijgen was wat wiebelig want zo’n vliegtuigje weegt niets, maar eenmaal in de lucht was het werkelijk waar fantastisch! Door de grote ronde ruit lijkt het alsof er helemaal geen vliegtuig om je heen zit! Het uitzicht was geweldig! En binnen no time hadden we de honden gevonden. Toen ik eenmaal weer met beide benen op de grond stond kon ik met behulp van de GPS posities op de kaart nagaan in welk gebied ze precies zaten. De volgende ochtend is Jealous zo naar ze toe gereden!
Dat was anders toen we met z’n allen bij Riland Ranch naar wilde honden gingen zoeken. De manager van deze jacht lodge had ons benaderd met de vraag of we een pack wilde honden van hun terrein af wilden komen halen. Meestal krijgen we zo’n verzoek omdat de honden op hun dieren jagen… dieren die voor veel geld door een cliënt bejaagd kunnen worden. In dit geval was er nog een reden, stropers! We hebben eerder een hond met drie poten uit dat gebied gehaald en nu liepen er weer twee dieren met drie poten. Met vangspullen en de trailer gingen we op pad om polshoogte te nemen. Helaas leverde onze zoektocht niets op, er was letterlijk geen spoor van de honden te bekennen. Onverrichter zaken gingen we op huis aan. Als de honden weer gesignaleerd worden zal de eigenaar ons bellen en gaan we ons geluk opnieuw beproeven.
Takkie had ook geen geluk… Onze relatie met Forestry Commissie, de eigenaar van de huizen waar we in wonen, staat op scherp. Dit komt mede door een telefoontje van een jager die bij onze buren, Ganda lodge, verbleef. Deze man had gezellig met Hans en mij zitten babbelen terwijl we hem in onze werkplaats assisteerden met het plakken van de band van zijn motor. We hadden het over het feit dat Ganda lodge (en dus wij) elke avond zonder water zit omdat de olifanten de pijpen uit de grond trekken. Hans heeft al meerdere malen advies gegeven over hoe ze dit probleem op kunnen lossen, bijvoorbeeld door de buizen dieper dan een halve meter onder de grond te leggen, dit mocht tot nu toe niet baten. Toen we s’avond in afwachting van ons diner, gezellig met Peter en zijn familie om het haardvuur bij Ganda zaten (peters vader verbleef in de lodge) kwamen we onze jager vriend tegen. Hij vroeg of hij een net geschoten buffel in onze werkplaats kon skinnen. Nou, nee dus, we zijn een conservation organisation, daarnaast mogen onze werknemers geen bush meat eten, en dus komt het wat raar over als we een buffel in de werkplaats hebben liggen. De volgende dag stond Monica, de manager van Ganda lodge, op de stoep om ons te waarschuwen. Onze jager vriend bleek grote vrienden met één van de hoge mannen bij Forestry Commission, dezelfde man die een bloedhekel aan ons heeft en ons graag ziet vertrekken. Hij had geklaagd dat hij niet om het vuur had kunnen zitten omdat het hele painted dog conservation project om de vuurplaats zat, er was ook steeds geen water en dat terwijl Hans al heel vaak had uitgelegd hoe het probleem opgelost kon worden. De Forestry man had direct Monica gebeld om verhaal te halen, ‘wie was die Hans’ en ‘wat dacht het painted dog conservation project’ wel niet (bedankt fijne jager vriend, we zullen je nog eens helpen als je een lekke band hebt!). Sindsdien is de sfeer gespannen. De Forestry man is stokken aan het zoeken om mee te slaan; Takkie is een perfecte stok. Je mag hier namelijk officieel geen honden houden. Omdat ik niet wil dat we door Takkie in de problemen komen gaat ze naar kennissen van Forggy in Bulawayo. Tja, leuk is anders, maar Takkie is hoe dan ook beter af dan de brood magere scharminkels die op communal land rondlopen.
De afgelopen week heb ik mijn laatste ronde waterplaats observaties voor dit seizoen gedaan. Het regenseizoen is begonnen en als de eerste regen gevallen is gaan de dieren meer tijd in de bosjes doorbrengen om te eten. Het resultaat; 12 uur lang een saaie bedoeling. Zelf bij Nyamandhlovu, normaal gesproken één van de drukst bezochte waterplaatsen, was er op een olifant na geen beest te bekennen. Die bewuste olifant zag er slecht uit, we hadden zo het vermoeden dat hij het einde van de dag niet zou halen. Dat vermoeden werd bevestigd toen hij rond zes uur ’s avonds, voor de ogen van alle toeristen die voor een gezellige sundowner naar het platform gekomen waren, ter aarde stortte. Oooh, klonk er over het platform, hier en daar werd een snik onderdrukt. ‘What happened to that elephant’ vroeg een net arriverende guide aan Hans. ‘Well, it just dropped dead’, legde Hans behulpzaam uit. Zijn cliënten sloegen de handen voor hun gezicht. Tja, de meeste toeristen komen hier om poezelige baby olifantje in het water te zien spelen, niet om een volwassen olifant dood neer te zien vallen. De guides zullen die avond rond het kampvuur heel wat mooie verhalen op hebben moeten hangen om ervoor te zorgen dat hun geëmotioneerde cliënten de slaap konden vatten. Such is life, leven en dood liggen hier dicht bij elkaar!

X Es


naar boven Bushmail 35 - 09-03-2008

Nou daar stonden we dan, zonder transport naar Harare. Voor zowel Hans als mijzelf een probleem aangezien ik vanuit Harare op het vliegtuig richting Frankrijk moest stappen en Hans op het vliegtuig naar Tanzania. Zowel de bus als de trein zat helemaal vol geboekt. Wat nu… Forggy bedacht een plan en kocht voor residency rates ( = 30 dollar p.p.) in Bulawayo een ticket voor H.Wilson en F.Wilson. ‘That’s never ever going to work’ riepen Hans en ik in koor! Het drama was compleet toen Forggy de volgende ochtend belde dat de auto met een wielklem stond en ze dus niet op tijd met de tickets vanuit Bulawayo naar kantoor kon komen. ‘But here are the ticket numbers, I’ve made some phone calls and you should be ok, just tell them I also have your ID’s’, bracht ze vol optimisme uit. Optimistisch waren wij allerminst, hoe kun je in vredesnaam zonder ID (we konden immers moeilijk onze Nederlandse paspoorten met onze eigen namen laten zien) en ticket op een vliegtuig stappen?! Goed, aangezien we geen andere optie hadden (behalve de volgende ochtend vroeg naar Harare rijden) besloten we onder het mom van wie niet waagt wie niet wint richting het vliegveld te gaan. Als dit gaat lukken is dit land echt verloren bracht Hans verzuchtend uit. Goed, het land is verloren want bij de incheck balie verblikten of verbloosden ze niet van ons verhaal. Sterker nog ze wisten ervan en voor we het wisten stonden we met de boarding passes in onze hand in de vertrek hal.
Een uur later dan gepland, tja het blijft Afrika, konden we aan boord van ons vliegtuig stappen. Na twee vergeefse start pogingen kwam de piloot over de radio met de stoicijnse boodschap dat ‘there is some smoke coming out of the right side of the plane, nothing to worry about but we’ll check it anyway’. Dat checken ging iets minder snel dan gepland want er was naast de rook ook een probleem met de vleugel. Tja, Air Zimbabwe is ook niet meer wat het geweest is… De technisch specialist was net een test vlucht met een ander vliegtuig aan het maken en moest uit Harare over gevlogen worden. Terwijl het vliegtuig gerepareerd werd speculeerden Hans en ik over of we bij een crash in een massa graf voor ongeïdentificeerde slachtoffers terecht zouden komen of als Mr en Ms Wilson begraven zouden worden. Goed, eind goed al goed, uiteindelijk stapten we vijf uur later dan gepland in Harare uit waar Peter ons met een big smile op stond te wachten ‘welcome in Harare Mr en Ms Wilson’.
Harare is zo Westers als het in Zimbabwe kan worden, dat betekend dus dat ze daar bijvoorbeeld kappers hebben. Catherine en Shannon, de echtgenote en dochter van Peter, hadden een afspraak bij de kapper en vonden dat mijn dode punten echt hoognodig bijgewerkt moesten worden. Omdat ik ervan overtuigd ben dat ik bij aankomst op Schiphol hetzelfde commentaar van mijn moeder en zusje zou hebben gekregen besloot ik in te stemmen. Tja, wat ik me even niet had gerealiseerd is dat zij Afrikaans kroeshaar hebben en ik stijl dun Mukiwa haar. Daar zat ik als enige blanke bij de ‘neger kapper’ waar iedereen de laatste trend hair waves ingevlochten kreeg. Nee, ik hoefde me echt geen zorgen te maken, aunt Marry had eerder blanken geknipt en wist wat ze deed. Daar was ik niet zo zeker van toen ik in de vervallen overvolle mini kapsalon de ‘big mama’ binnen zag waggelen met in haar hand een huis tuin en keuken schaar. Na een intensieve wasbeurt, een uur onder de stoomkap en wat knippen, föhnen en krulspelden later moet ik zeggen dat ik mijn mening moest herzien. Ik loop niet voor gek en we zijn weer een ervaring rijker, en dat voor nog geen 12 dollar.
De volgende ochtend checkte ik met nieuw kapsel en betraande wangen (ik had net Hans uitgezwaaid) in voor mijn vliegtuig naar Johannesburg. ‘How many Zim dollars are you carrying with you’ vroeg de douane streng. ‘Mmm, nine million’ antwoorde ik braaf. ‘You’re only allowed to carry five million so you better walk back and spend four million’ luidde het antwoord. ‘You must be joking’ bracht ik verbouwereerd uit. Ik had namelijk wat geld bij me om een koffie te kopen als ik eind december weer in Zim aan kom en zeven uur op het vliegveld moet overbruggen, niet dat dat geld tegen die tijd nog wat waard is maar het gaat om het idee. Goed, terug ging ik, langs de douane en de check in balie op weg naar het ene winkeltje dat het vliegveld rijk is om, vier miljoen armer, met twee tijdschriften en een reep chocolade terug te keren. Tja, als je met de zwarte markt waardes werkt heb je het slechts over negen dollar maar volgens de bank waardes droeg ik maar liefst 300 dollar bij me!
Ook in Europa hebben ze leuke regels. Op het onoverzichtelijke vliegveld van Parijs kwam ik erachter dat je tegenwoordig in de handbagage alleen nog maar vloeistoffen in hoeveelheden kleiner dan 100 ml mee mag nemen. Mijn deodorant was half op maar op de verpakking stond toch echt 125 ml en dus werd het zonder pardon in beslag genomen. ‘Who am I going to kill with herbal deodorant’ vroeg ik verbaasd aan de douane beambte maar die reageerde niet en gooide zo mijn deo in de afval bak. Mijn hart brak want die deo had Hans speciaal uit Zuid Afrika meegenomen omdat er in Zim geen normale deo te krijgen is… Tja, regels zijn regels en daar kun je in tegenstelling tot in Zimbabwe in Europa niet mee sollen. Hoewel ik wel weer met killos teveel bagage en bloed monsters van de wilde honden door elke check gelopen ben dus eigenlijk mag ik niet klagen.

X Es


naar boven Bushmail 36 - 09-03-2008

Salibonani, of moet ik nu ‘Bonjour’ zeggen?!

En dan zijn we ineens weer in Europa, en eigenlijk is dat minder spectaculair dan verwacht. Alsof het leven nooit anders is geweest rij ik met mijn supervisor, Herve, door de straten van Lyon in plaats van over de savanne in Hwange. Het lijkt weliswaar alsof ik als in een droom door het leven loop maar dat heeft meer te maken met de lange vlucht en het slaapgebrek dankzij de vergadering die met de nodige wijn en kaas tot in de kleine uurtjes duurden, dan met een cultuur shock. Erg veel tijd voor een shock had ik ook niet want nadat mijn promotor, Herve, en de oprichter van het wilde honden project, Greg, me van het vliegveld oppikten gingen we direct door naar de universiteit om met z’n allen het vervolg van mijn PhD in kaart te brengen. Toen Greg de volgende ochtend weer richting Oxford vertrok stonden alle puntjes op de i en kon ik me voor gaan bereiden op mijn presentatie voor het test panel van de universiteit van Lyon. Om in Frankrijk ingeschreven te worden als PhD student moet je je plannen presenteren en de leden van het panel ervan zien te overtuigen dat je een waardige kandidaat bent die binnen drie jaar een promotie onderzoek afrond en niet na zes jaar nog aan het kloot violen is. Goed, daar is wat voor te zeggen en dus zette ik mijn beste beentje voor. Met een kloppend hard (tja mensen kunnen ook geweigerd worden dus er hing echt wel iets van af) en een stapel sheets stapte ik het zaaltje binnen. De Fransen spreken slecht Engels dus het was bij voorbaad al 1-0. Ik hield mijn verhaal en wist zonder problemen de vragen te beantwoorden. De glimlach op het gezicht van Herve (die ook in het panel zitting heeft) werd steeds groter. Toen ik weer buiten stond wist ik dat het met die registratie wel goed zat, toch was het fijn om ’s avonds officieel te horen dat ik mezelf PhD student van de universiteit van Lyon mag noemen.
Na een kleine week Frankrijk was het tijd om op Schiphol na veertien maanden eindelijk mijn familie weer in de armen te sluiten. Het weerzien was emotioneel maar de nieuwigheid was er al snel af. Keken we elkaar zaterdag avond na aankomst nog om de minuut glunderend aan bij wijze van bevestiging dat we toch echt weer compleet waren, zondag ochtend zaten we alsof het de gewoonste zaak van de wereld was weer gemoedelijk met z’n vieren te ontbijten. En zo sta je ook weer gewoon bij de Albert Heijn in de rij bij de kassa zowaar zonder alle schappen hebberig leeg gegraaid te hebben (het is toch te veel), of in de file gewoon aan de rechter kant van de weg met auto’s om je heen in plaats van geiten, of fiets je door de regen zonder de behoefte om de goden te danken voor het uitzonderlijk goede regen seizoen dat we in Nederland hebben. Zimbabwe leek opeens erg ver weg…
De zes weken die volgden lieten zien dat je de draad eigenlijk zo weer oppakt. Met als enige verschil dat er bij de meeste vrienden inmiddels een baby op schoot zat was het weer gezellig kwekken alsof ik nooit uit beeld geweest was. Hoewel het hele weerzien op die manier misschien wat minder spectaculair was dan gedacht was het heel fijn om te merken dat vrienden gewoon vrienden blijven en je familie je familie en dat ondanks dat er ruim een jaar tussen zit alles eigenlijk weer direct oud vertrouwd is. Dat maakte het afscheid in ieder geval een stuk makkelijker.
Want van een afscheid moest het onherroepelijk toch weer een keer komen, en wel op…oudejaarsavond. Tja, waarom ook niet, het is weer eens iets anders. Hoewel ik met weet ik hoeveel killos extra bagage ingecheckt ben en dus eigenlijk niet mocht klagen was de eerste tegenvaller dat ik geen raamplaats kon krijgen. Sterker nog ik had een plek tussen twee mensen in die gelukkig naast elkaar wilden zitten waardoor ik uiteindelijk aan het gang pad belandde. Om half twaalf gingen we de lucht in, al snel zaten we zo hoog dat ook de mensen bij het raam geen kans meer hadden enige vorm van vuurwerk tussen de wolken te ontwaren. Toen de stewardessen het eten aan het uitserveren waren begon de gezagvoerder over de intercom vanaf drie af te tellen en ging iedereen op het moment suprème klappen, het nieuwe jaar was begonnen… Gelukkig had ik me voor ik wegging nog te goed gedaan aan een oud Hollandse oliebol en appelbeignet zodat ik het oude jaarsgevoel nog een beetje meegekregen heb want in het vliegtuig zelf werd op een glaasje champagne na weinig uiting gegeven aan enige vorm van feestvreugde. Uiteindelijk lag het hele vliegtuig om twee uur ’s nachts onder zeil, waarschijnlijk stukken vroeger dan de gemiddelde Nederlander die op Hollandse bodem het nieuwe jaar inluidde. Tja, je kunt niet alles hebben.
Ik ben weer terug op Zimbabwaanse bodem waar mijn feest direct weer begonnen is… Verbazend genoeg liep ik zo door de douane met mijn vage stukje papier dat voor verblijfsvergunning door moet gaan (nee de stickers zijn er nog steeds niet) waarna ik zeven uur moest wachten op de aankomst van Peter (onze projectmanager) en zijn gezin (bij hen zou ik namelijk overnachten). Als je twaalf uur in een auto bij een waterplaats kan zitten zonder iets te zien is zeven uur op een vliegveld natuurlijk peanuts. Ik heb mijn boek gelezen, alle vragen over Europa beantwoord van de kinderen die op het vliegveld rondhangen en gezellig samen met het bewakingspersoneel een filmpje op de lap top gekeken. De tijd ging sneller voorbij dan gedacht en voor ik het wist was het negen uur en landde het vliegtuig uit Johannesburg… maar zonder de familie Blinston. Van een baptisten familie die zich meer zorgen om mij maakten dan ikzelf hoorde ik dat passagiers in Kaapstad in rijen tot buiten het vliegveld gestaan hadden om voor hun vliegtuig in te checken en dat hierbij geen rekening gehouden werd met wiens vlucht als eerste vertrok. De kans was dus reëel dat ze het vliegtuig gemist hadden. Het aanbod om mee te reizen naar het guest house waar ze verbleven sloeg ik af en besloot te wachten op het laatste vliegtuig dat die avond vanuit Johannesburg aan zou komen.Toen ook daar geen familie Blinston in bleek te zitten moest ik een plan maken, hoewel het vliegveld 24-uur open is en ik inmiddels vrienden was met het voltallige personeel leek het me geen goed idee om daar te overnachten. Ik vroeg de security guard (dezelfde van de film ja) om mij aan een betrouwbare taxi te helpen. Na onderhandelingen over de prijs (de wisselkoers is nu 1 USD tegen 2 miljoen Zim dollar, dat was nog 1 miljoen toen ik weg ging) gingen we op weg naar het budget hotel. Dat bleek niet te vinden en dus klopten we aan bij het eerste hotel dat we tegen kwamen. Tja, om twaalf uur ’s nachts hebben de meeste gasten ingecheckt en het hotel bleek dan ook vol te zitten, ze wisten wel een ander adresje een paar straten verder. En zo doende belande ik in het Courtney hotel, een goedkoop vergane glorie hotel waar alleen nog lokale gasten overnachten. Ik vond het allemaal allang prima en wilde eigenlijk gewoon naar bed, de nacht in het vliegtuig was immers ook niet al te lang geweest. Na Peter een sms-je gestuurd te hebben (gelukkig werkt pre-paid Orange wel in de stad!) en onder een miniem straaltje een douche genomen te hebben barricadeerde ik de deur (het zekere voor het onzekere zeg ik altijd maar) en viel onder de versleten dekens als een blok in slaap.
De volgende ochtend scheen de zon weer in zowel letterlijke als figuurlijke zin en besloot ik het beste van de onverwachte tijd voor mezelf te maken. Boek lezen, film kijken, bush mail schrijven ik was lekker bezig toen ik om drie uur ’s middags Peter aan de telefoon kreeg. ‘Happy new year man, how was your trip’ vroeg ik vrolijk en enigszins sarcastisch. ‘A bloody nightmare’ was het vermoeide antwoord. Toen ik in de auto het volledige verhaal te horen kreeg bleek inderdaad dat de hele familie dankzij de wanorde op Kaapstad het vliegtuig gemist had en uiteindelijk heel veel ellende later in Johannesburg in een hotel had moeten overnachten. Ze hadden zich ontzettende zorgen om me gemaakt en waren blij dat alles ok was, dat was wederzijds want hoewel mijn situatie ongemakkelijk was leek het me nog veel vervelender om met drie kinderen, waaronder een baby, je vliegtuig te missen en ’s nachts een hotel te moeten regelen. Nou ja, eind goed al goed dus, gelukkig is achteraf alles altijd een mooi verhaal.
Omdat Peter door zijn vertraging niet alle zaken af kon handelen werd het plan om samen terug te reizen vervangen door het plan dat ik zaterdags het vliegtuig naar Bulawayo zou pakken daar opgepikt zou worden en met zijn auto (die nog bij vrienden van het project stond) terug zou rijden. Zo gezegd zo gedaan, voor ik het vliegtuig in kon stappen moest ik nog wel even tien kilo overtollige bagage aan Peter overhandigen, gelukkig waren we zo slim geweest een reserve tas mee te nemen. Hoewel er eigenlijk nooit ongelukken gebeuren is Zim air niet direct de maatschappij die je vol vertrouwen het vliegtuig in doet stappen. Het zijn kleine dingen maar als je je tafeltje openklapt en deze scheef aan één pootje hangt is dat niet echt bemoedigend. We kwamen echter zonder problemen in Bulawayo aan waar ze ons de tien meter naar de vervallen aankomst hal, zoals dat op een echt vliegveld hoort, met de bus vervoerden en de bagage via de achterdeur naar binnen werd gedragen. Ik heb direct de auto opgehaald en ben met drie man (personeel van onze vrienden), veel bagage en vijf kippen extra zonder problemen in drie uur naar Hwange gereden. Het eerste dat me opviel was dat het bijna onherkenbaar groen is, er allemaal jonge dieren en veel insecten (waaronder grote steekvliegen) rond lopen (we hebben een goed regenseizoen dit jaar). Het tweede dat iemand mijn auto gebruikt heeft, het derde dat er geen water was (dat blijkt al twee weken zo te zijn) en het vierde dat de voorraad kast leeg was en er dus geen eten is. Goed, home sweet home zullen we maar zeggen, na met een emmer (koud) water gedoucht te hebben heb ik weer heerlijk in mijn eigen bedje geslapen.

X Es


naar boven Bushmail 37 - 09-03-2008

Soms kijk je ergens naar uit en denk je als het moment daar is waarom ook al weer?! Meestal is dat gebaseerd op een selectief geheugen waarbij je alleen positieve punten onthoudt. Zo ook met het regenseizoen… Na maanden van droogte keek ik verzuchtend uit naar de tijd dat de savannes weer weelderig groen zouden zijn, de dieren met een laag vet op hun botten en een jong aan hun zijde rond zouden huppelen en ik me als een echte avonturier met mijn auto in de enorme plassen zou kunnen storten (tja, met water spelen blijft leuk ook als je officieel geen kind meer bent).
Bij dat plaatje was ik dezelfde enorme plassen waar je (op blote voeten dan maar) doorheen moet waden om bij je huis te komen, het gebrek aan elektriciteit na elke flinke hoosbui , en de enorme hoeveelheid insecten die dagelijks in en uit het huis marcheren even vergeten. En hoewel een gebrek aan elektriciteit in combinatie met geen water (nee de pomp is nog steeds niet gemaakt) een goede tweede is, is vooral dat laatste een nachtmerrie. Met name ’s avonds komt het insectenvolk tot leven en spelen we Russisch roulette met de ‘blister beetles’ (kevers die bij aanraking een stofje afgeven dat enorme brand blaren achter laat), tetse vliegen (slaapziekte) en muggen ( malaria, we slikken hier geen pillen omdat we dat bijna 12 maanden per jaar vol zouden moeten houden, dat is ook niet echt bevorderlijk voor je gezondheid).
De ‘blister beetles’ zijn te groot en opvallend om een geduchte tegenstander te zijn (behalve als ze per ongeluk tussen je lakens belanden). De tetse vliegen zijn te traag, op het moment dat je voelt dat ze je (door je kleding heen) proberen te steken sla je ze zonder moeite dood. Hoewel ieder van ons per dag een aantal keer als een dolle rond rent om aan deze bloeddorstige tegenstanders te ontkomen komt het zelden tot een echt bloedvergieten… nou ja voor ons dan. Met de muggen is dat anders, met deze stille, onzichtbare vijanden voeren we dagelijks een wapenwedloop. Als de zon onder dreigt te gaan haast ik me naar mijn huis om een shirt met lange mouwen, een lange broek en sokken aan te trekken en me van boven tot onder met ‘peaceful sleep’ te besprayen. Deze ultra sterke insecten repellent zal met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid mijn levensduur niet verlengen maar als het even mee zit wel de kwaliteit van leven. Voor het naar bed gaan gaat de ventilator aan en wordt het muskietennet rondom ingestopt in de hoop dat ’s nachts niet per ongeluk een voet buiten boort komt te steken. In dat geval weet je namelijk zeker dat je de volgende ochtend aan één tube azaron niet genoeg hebt. Ik spreek uit ervaring, het Hymalaya gebergte was niets vergeleken bij hoe ik 's ochtends mijn voeten en enkels aan trof. Drie dagen lang werd ik gek van de jeuk, krabben maakte de irritatie alleen maar erger en azaron werkte welgeteld drie minuten, het enige dat uitkomst bood was een ijskoud voetenbad. In dit geval werd de jeuk waarschijnlijk niet veroorzaakt door muskieten maar door een horde bloeddorstige mini vliegjes die in mijn kamer huisden en die ik vervolgens met veel gif en genoegdoening doodgespoten heb. Een geluk bij een ongeluk is dat deze mini vliegjes geen rare ziektes onder de leden hebben, fingers crossed dat het hier bij blijft en ik net als vorig jaar ongeschonden het regenseizoen door kom.
Om onze verdedigingslinie tegen het insektenvolk te versterken besloot ik de voordeur te vervangen voor een exemplaar dat géén twee centimeter brede kier tussen de deur en het frame open zou laten. Uiteraard bleek mijn optimistische plan om de sloten om te wisselen en de keukendeur simpel in de schanieren van de voordeur te hangen niet te werken. Tja, alles is hier houtje touwtje en met de hand gemaakt dus nee, de deuren waren niet identiek. Met een bijtel, hamer en boor ging ik aan het werk. Scharnieren verzetten, de zijkant afschaven, een plankje onderaan de deur zetten… vier uur verder was het gat in de verdediging gedicht. Tegen die tijd stond het voltallige personeel me met open mond gade te slaan. ‘You are doing a man’s job?!’ bracht Ntombi, onze schoonmaakster, vol verbazing uit. Tja, in een land waar er nog een duidelijke man vrouw verdeling in de taken is wordt het niet als normaal beschouwd dat je als vrouw weet hoe je een boor vast moet houden. Forrgy wist wel een oplossing voor dit rare gedrag, ‘We will buy you some balls so you can truly be part of the men’.
Het regenseizoen brengt soms onverwachte meevallers, zo vond Ntombi bij de termietenheuvel achter het huis een reusachtige paddenstoel. De doorsnee was minstens 60 centimeter en dat is geen visserslatijn… Champignon wit met bruine stippen. Kabouter spillenbeen had er met gemak samen met het voltallige kaboutervolk op heen en weer kunnen wippen, dan was het ding nog niet omgevallen. Deze paddenstoelen groeien bij termietenheuvels en zijn eetbaar, dat weten niet alleen de mensen, behalve die ene zich als een man gedragende onderzoekster bij het wilde honden project dan (… en stiekem baalde ik daar heel erg van want ik zag die paddenstoel (zeker nu met het gebrek aan eten) wel in mn koekenpan liggen), maar bijvoorbeeld ook de bavianen en vervet monkeys. Nooit eerder had ik zo’n mega paddenstoel gezien, op de weg naar huis kon ik mijn ogen er niet vanaf houden. ‘I can’t believe this thing is real’ bracht ik meerdere keren vol verbazing uit. Ntombi moest erom lachen, zij heeft er de komende avonden een goede relish voor bij de sadza aan.

X Es

P.S. Het e-mail contact is beperkt op het moment omdat de telefoon lijn vaker niet dan wel werkt en er teveel wolken in de lucht hangen om het signaal van ons satelliet internet goed op te pikken. Ik ben jullie dus niet vergeten maar de logistiek laat het zoals gewoonlijk afweten… blijf gewoon mailen, vroeg of laat (eerder laat dan vroeg) hebben we hier weer verbinding.


naar boven Bushmail 38 - 09-03-2008

 

Ja, ik ben nog steeds gefrustreerd over paddenstoelen. Nee, niet omdat Ntombi die ene achter de termietenheuvel bij ons huis vond en ik niet. Waarschijnlijk was ik als ik op eigen houtje op paddenstoelen tocht gegaan was toch per ongeluk met een giftig exemplaar in de champignonsoep geëindigd. Meer omdat mijn nieuwsgierigheid naar de smaak van deze reuze paddenstoelen nog steeds niet gestild is. En dat terwijl Gilbert, onze monteur, maar liefst vierentwintig van die giganten bij de waterplaats hier om de hoek vond. De jacht naar deze paddenstoelen blijkt een gespecialiseerde want ze staan er slechts een dag en je moet exact het juiste moment van plukken afwachten. Gilbert draait hier al wat jaartjes mee en weet dus precies rond welke tijd op welke termietenheuvel zo’n gigant tot bloei komt. Helaas had hij er niet aan gedacht dat een mukiwa als ik ook wel eens een paddenstoel zou willen eten en heeft hij zijn oogst alleen met het zwarte personeel gedeeld. Goed, ik heb nog één kans, er is nog één termietenheuvel waar nog een paddenstoel tot bloei moet komen. Ik heb erover gedacht om daar een bivak op te slaan maar toen Forggy vertelde dat bij de termietenheuvels ook vaak ‘black mambas’ (een hele giftige slang) zitten dacht ik laat maar…
Van de week werd ik uitgenodigd voor een ‘wetenschappelijke discussie’ met het Franse zebra team bij Jwapi lodge. Natuurlijk wilde ik daar wel aan deelnemen en dus ging ik op pad. Ik had, gezien de ervaringen van vorig jaar (die keer dat Hans mij rijles gaf en door een soort meer liet rijden), al bedacht dat de binnendoor weg tijdens het regenseizoen niet zo’n verstandig idee was (dat meer was namelijk die weg). De radio werkt op het moment niet omdat de accu’s uit de vuurtoren gestolen zijn en als je vast komt te zitten sta je er dus alleen voor, tenzij er een wonder gebeurt en je erin slaagt iemand met je mobiele telefoon te bereiken. Helemaal via het dichtstbijzijnde dorp, Dete, rijden leek me ook wat overdreven. En dus koos ik voor optie drie, eerst een stuk over de asfalt weg en daarna de bush weg. Nou, dat heb ik geweten… Dwars door het water in de hoop dat de weg snel weer ergens te zien zal zijn, door de modder, het water tot aan de deuren, takken op de weg, het was één groot avontuur. ‘I guess you all drive via the Dete road these days’ constateerde ik toen ik uiteindelijk bij de Lodge aankwam. ‘Yes, but we were going to try the other road today’ was het antwoord. Nou daar had ik maar één zinnig advies voor ‘don’t!’. Op de terugweg ben ik via Dete achter Mpala en Forggie aangereden, naast dat die weg iets minder avontuurlijk is (hoewel Mpala daar de dag ervoor vastgezeten had) kun je dan in ieder geval elkaar uit de modder trekken.
Bij gebrek aan televisie probeer je je avonden in de bush op een andere manier te vullen, je pakt een boek, kijkt een DVD-tje of… gaat op leeuwen jacht! Na maanden zonder het vertrouwde gebrul van de leeuwen rond ons huis was het van de week eindelijk weer eens raak. Het gebrul klonk zo dichtbij dat we de verleiding om op jacht te gaan niet konden weerstaan. Gewapend met een goede zaklamp en een camera sprongen Martin, de coördinator van onze anti stroperij units, en ik in de auto. We hoefden niet ver te rijden voor we de eerste verse sporen op de weg zagen. ‘Jaha, wij gaan vanavond leeuwen zien’ zei Martin enthousiast. Hij had het nog niet gezegd of ik zag een jonge mannetjes leeuw de weg oversteken. Wat een machtig gezicht blijft het toch als je deze gespierde dieren door de bush ziet bewegen. We zijn hem even gevolg maar besloten al snel hem verder met rust te laten, onze jacht was immers geslaagd wij hadden de koning der dieren weer even in vol ornaat mogen aanschouwen.
Een ander dier dat ik weer in vol ornaat mocht aanschouwen is de ‘leopard tortoise’ oftewel de luipaard schildpad. O.k. hij behoort dan wel niet tot de ‘big five’ maar ik vind het één van de leukste dieren die we hier hebben. Toen ik zat te studeren voor de ‘game capture course’ dwaalde mijn blik af naar de ‘tuin’. En wat zag ik daar dapper door het zand stappen, jawel een jonge luipaard schildpad. Ik heb snel mijn camera gepakt en ben naar buiten gelopen. Ook hier was ik mijn les van vorig jaar nog niet vergeten (die keer dat ik ondergepiest werd door een jong schildpadje toen ik hem oppakte en Hans gierend van het lachen vertelde dat dat zijn verdedigingsmechanisme was) en heb hem keurig met vier pootjes op de grond laten staan. Wat ik ook maar op de grond heb gelaten is de dikke slang die bij ons oude kantoor voor de deur lag. Wat het precies voor slang was zijn we nog niet uit maar hij was zeker anderhalve meter lang. Gelukkig heb ik direct ‘slangen plankjes’ onderaan de deur gezet toen ik deze verving zodat dit dier niet ongemerkt onder de deur door kan glippen.
Donderdag zeven februari was D-day, de dag dat onze Dokter Clive langs kwam om de resultaten van de AIDS testen bekent te maken. Het gemiddelde in Zimbabwe is 1 op de 4, oftewel 25% van de bevolking. Ik vond dat eerlijk gezegd meevallen maar toen Dr.Clive ons uitlegde dat je meerdere keren aan dit virus blootgesteld kan worden voor je besmet raakt, en je sexuele activiteiten dat van konijnen dus ruimschoots moet overstijgen om op dit soort getallen uit te komen, werd het even in een ander perspectief geplaatst. Van de 49 personeelsleden die zich hebben laten testen waren er maar liefst 15 besmet, 31% oftewel 1 op de 3. ‘Well at least we’re good in something’ zei Peter cynisch toen we het resultaat te horen kregen. De eerste testronde was anoniem via een speekseltest maar deze keer kon ons personeel direct via een bloedtest laten beoordelen of ze bij die 31% hoorden. Tja, tussen die 31% zitten ook een paar mensen die ik goed ken. En hoewel je er in Nederland kapot van zou zijn als iemand in je kennissenkring AIDS zou hebben moet ik eerlijk zeggen dat je er hier niet echt van onder de indruk bent, het is immers aan de orde van de dag (voor ik hier iemand help met een bloedende wond bedenk ik me eerst of ik handschoenen heb, zo niet.. dan geen hulp). De personeelsleden die AIDS hebben staan vanaf nu onder medische behandeling, als hun immuunsysteem het af laat weten krijgen ze medicijnen. Deze medicijnen remmen de groei van het AIDS virus maar kunnen je niet volledig genezen omdat het virus zich ook op plaatsen bevindt waar het medicijn niet door kan dringen (zoals de hersenen). ‘Would you like to be tested as well’ vroegen de broeders opgewekt, ‘no I’m afraid of needles’ was mijn laffe excuus. Maar eerlijk gezegd leek me de kans dat ik AIDS heb kleiner dan de kans dat ik AIDS zou krijgen door de het meedoen aan de test en dus heb ik het maar even af laten weten.

X Es


naar boven Bushmail 39 - 09-03-2008

En daar was de lang verwachte tankwagen van Caltex om onze tanks met 7000 liter diesel te vullen, één probleempje… midden op het pad stond een verlaten auto. De sleutels waren nergens te bekennen en dus zat er niets anders op dan de auto van het pad te duwen en midden op ons terrein te laten staan. De eigenaar van de auto was Jealous, en wat bleek; de auto was stuk. Tuurlijk, dan stap je gewoon uit en gaat naar huis. Ik vond het niet helemaal normaal en dus besloot ik hem een lesje te leren. ‘You and I have to talk’, zei ik tegen hem toen ik hem de volgende ochtend trof, ‘something terrible happened’ voerde ik de spanning op. En ja hoor, Jealous begon al zichtbaar nerveus te worden. ‘It’s about your car’ voegde ik eraan toe. En begon een heel verhaal over hoe we ’s avonds na een braai in het donker en wat beschonken naar huis reden, de auto die verlaten op het pad stond te laat opmerkten en in volle vaart de hele achterkant in de kreukels reden. Voor zover dat kan trok alle kleur uit zijn gezicht. ‘No’ bleef hij hoofdschuddend herhalen, ‘not my car’. ‘Yes’ zei ik gemeen ‘that’s what you get when you just abandon you car like that’. Ga maar met Gilbert (onze monteur) overleggen wat het plan nu is raadde ik hem aan. Met een aan wanhoop grenzende blik verliet hij het kantoor om tien minuten later breed grijnzend weer binnen te lopen. ‘You’re so bad, you really scared me’ bracht hij zichtbaar opgelucht uit. ‘Next time it might be a true story though, so don’t do this again’ drukte ik hem op het hart.
Zit ik zondag braaf op kantoor naast de telefoon te wachten tot mijn ouders bellen komt Chlesipi binnen rennen met het bericht dat er met spoed iemand naar de Gwaai moet rijden om een wilde hond met een strik om zijn nek op te halen. Goed, first things first dus pap en mam hadden pech. Ik ben snel naar huis gereden om vang spullen te halen. Aangezien we niet wisten hoe het dier eraan toe was (ondanks alle uitleg wordt er nog steeds niet goed doorgevraagd als mensen ons bellen) heb ik alles in de auto gegooid waarvan ik dacht dat het van pas zou kunnen komen. Inladen en wegwezen… Washington oppikken bij het rehabilitatie centrum en met 110 km per uur op weg naar de Gwaai. Ons contactpersoon stond zowaar op het afgesproken punt te wachten. ‘What’s the story?’ vroeg ik haastig, ‘there is a dead dog in a snare’. ‘What?!!’.’Are you telling me I just missed a phone call from my family because I rushed out for a dead dog?!!’, bracht ik verzuchtend uit. ‘Mmm, yes’ was het vertwijfelde antwoord. ‘That’s f***ing great’ was het enige dat ik daar nog aan toe kon voegen.
Goed, we waren er nu toch en om de 70km niet helemaal voor niets gereden te hebben besloot ik een kijkje te gaan nemen. Dat was een avontuur op zich want de wegen zijn in het regenseizoen slecht begaanbaar en dicht begroeid. ‘Are you sure this is a road’, vroeg ik meerdere keren aan onze informant waarop hij steevast met een big smile ‘yes’ antwoordde. Wat we aantroffen was geen fijn gezicht, een vrouwtje dat gewurgd in een strik in de bosjes hing. Weer een hond minder… Aangezien het opgezwollen karkas vol met maden zat besloot ik het maar even te laten voor wat het was en eerst met Peter te overleggen welk deel we echt wilden hebben. De schedel luidde het antwoord. En dus verwelkomde ik Jealous de volgende ochtend met het bericht dat ik een fijn klusje voor hem had. ‘Take an axe to cut of the head, and be careful on that road’ voegde ik eraan toe. Beide opmerkingen bleken zinloos. De schedel was gestolen (de tanden van een wilde hond zouden volgens het bijgeloof extra kracht aan huishonden geven) en vast te zitten kwam hij toch wel, tot aan zijn assen (ze moesten de auto opkrikken en stenen onder de wielen leggen)! Wat doe je als er iets gestolen is… precies, dan doe je aangifte bij de politie! Zodoende ligt er nu ergens op het politiebureau in de Gwaai een verklaring van een met modder besmeurde Jealous Mpofu die graag het hoofd van een dode Afrikaanse wilde hond als gestolen op wil geven, om vervolgens met het onthoofde lijk op het dak van de Landrover naar huis te rijden… tja, alles is hier mogelijk.
Toen ik ’s ochtends de deur van één van onze huizen opende en in een glimps een groot grijs beest voorbij zag springen sloeg de schrik me om het hart. Zo’n grote rat had ik nog nooit gezien! Hoe zou ik dit beest te lijf gaan?! Ik besloot eerst maar eens te kijken waar het dier heen gevlucht was voor ik ging besluiten hoe het te vangen. Behoedzaam liep ik door de woonkamer, aan de zijkant van de stoel zag ik een lang oor uitsteken... een lang oor?!! Toen ik mijn blik over de woonkamer liet dwalen en in een hoek een grote doos zag staan begon me iets te dagen. Ik tilde de klep op, zeven paar konijnen ogen staarden me aan. Een kennis van ons in Bulawayo fokt konijnen voor zijn personeel en had ons al eerder aangeboden wat dieren te geven. Deze keer had Peter ingestemd en een doos vol konijnen achterin de pick up geladen en die avond in het huis achtergelaten. ‘They are not pets, they’re for consumption, so don’t give them names’ drukte hij me op het hart. Maar aangezien we niet goed wisten waar we de acht konijnen moesten huisvesten werden ze letterlijk omgedoopt tot huisdier en woonden ze zolang in een kamer in mijn huis. De konijnen leken het erg naar hun zin te hebben in hun nieuwe onderkomen en huppelen al gras kauwend tussen de stoelen en het bed door. Ach, het zijn weer eens andere huisgenoten dan de gebruikelijke vrijwilligers. Ik vond het wel grappig allemaal. Tot het na vier dagen toch wel erg begon te stinken in huis. Het werd duidelijk tijd om een ander plan te maken en dus hebben we de kippenren op de compound omgedoopt tot konijnen verblijf. Na wat heen en weer gediscussieer besloten we zowel de drie vrouwtjes als alle vijf de mannetjes vooralsnog in leven te laten en dit de basis van onze fokkolonie te laten zijn. Nu is het dus wachten op de eerste jongen… of de eerste slang die door onze gaas barrière heen weet te breken.
Ik ben niet helemaal huisdierloos want op de dag van de grote konijnenverhuizing vond ik een baby dormouse (een zevenslaper, een soort kruising tussen een muis en een eekhoorn) voor mijn deur. Ik had er al eerder die week één gehad van Peter maar die was erg plat. ‘I didn’t realise it was such a cute little thing when I stepped on it’, zei hij verontschuldigend. Hmhm, bromde ik, met in mijn achterhoofd de pouched mouse (een soort hamster) die Bruce en ik tam gemaakt hadden en die elke avond in ons huis eten kwam halen. Helaas waren we vergeten dit aan Peter te melden… Goed, de dormouse die ik voor mijn deur vond was inimini en zat onder de vlooien. Normaal gesproken leven deze muizen in familie groepjes en zijn ’s nachts actief. Dat het diertje om 12h in de middag alleen voor mijn deur lag was dus niet normaal. Vangen was niet moeilijk en dus zit hij nu in een kratje in mijn huis. Omdat ik hem een beetje zielig vind zo alleen heb ik een geïmproviseerde val in onze ‘store room’ gezet om een vriendje (hopelijk van dezelfde sexe) te vangen, tja of ze nou in mijn val komen of onder Peter’s voet… Gilbert keek me wat meewarig aan toen ik het plan uitlegde maar aangezien ze wel iets van deze gestoorde bioloog gewend zijn zette hij zonder morren de val tussen de auto onderdelen. We wachten af!

X Es


naar boven Bushmail 40 - 09-03-2008

 

Om vijf uur ’s ochtends zaten we (ik net weer een jaartje ouder) wat opgewonden met z’n drieën in de Landcruiser gepropt, eindelijk was het dan zover… Na maanden op de wachtlijst te hebben gestaan gingen we nu toch echt op weg naar de ‘game capture course’ in Malilangwe. Voor Brent (research assistant leeuwenproject) en mijzelf was het de eerste keer en dus waren we gezond gespannen voor wat ons te wachten stond en of we het examen zouden halen. Roger (free lance darter), als doorgewinterde rot in het vak, ging voor de 5-jaarlijkse opfris cursus en keek vooral uit naar het weerzien met de oud collega’s. We reden behoorlijk door en om vier uur ’s middags kwamen we het kamp binnen rijden om daar verwelkomt te worden door alle grote namen in de ‘wildlife’ industrie.
Maandag ochtend begonnen we direct met een dag vol colleges over fysiologie en kregen we de mogelijkheid om vanuit de helikopter op een ‘target’ te schieten. En hoewel dat een lange dag was was dat slechts een voorbode van wat er komen zou. De dagen daarna ging elke ochtend om vijf uur de wekker om snel spullen bij elkaar te rapen, achterin de pick up te springen en op weg te gaan naar een dier dat gevangen moest worden. Bij terugkomst in het kamp begonnen na het ontbijt de colleges om om vijf uur ’s avonds weer in de auto te springen om een dier te vangen. In vier dagen tijd hebben we gnoes, impala’s een giraffe, neushoorn, leeuw en olifant gevangen!
Aangezien er ruim dertig mensen van over de hele wereld aan de cursus deelnamen werden we opgedeeld in groepen. Elke groep was verantwoordelijk voor het voorbereiden en uitvoeren van twee ‘capture operations’. In mijn geval de gnoes en de olifant. De gnoes waren het eerst aan de beurt. Door het professionele ‘game capture team’ dat ons tijdens de cursus ondersteunde was er een enorme fuik (de basis is 3km breed) gebouwd, met de helikopter werden de dieren in de fuik gejaagd. Achter de dieren werden in razend tempo plastic gordijnen dichtgetrokken zodat ze vooruit bleven rennen… zo in de kooi en de trailer. Tja, daar sta je dan met een kloppend hart verstopt achter een plastic gordijn te wachten op het moment dat je de helikopter boven je hoort, de kudde langs je heen dendert en je als een gek met het gordijn in je hand naar de andere kant rent. Ik had hulp van twee collega’s en in no time hadden we het gordijn gesloten. De hele actie duurt maar een paar minuten en voor we het wisten zaten de dieren gevangen aan het einde van de fuik. Er werd één dier met een verdovingsgeweer verdoofd waar onze groep zich over ontfermde. Als een dier eenmaal verdoofd is zijn er heel wat dingen om rekening mee te houden, het dier moet in de beste positie liggen en de ademhaling, hartslag en temperatuur moeten geobserveerd worden. Dat allemaal om ervoor te zorgen dat er geen complicaties optreden. Mijn taak was om een bloedmonster te nemen, aangezien de aders van een gnoe heel wat groter zijn dan van een Afrikaanse wilde hond was dat een makkie. Nadat we alle metingen hadden verricht werd het dier ingespoten met een antidoses en stond het binnen een paar minuten weer op zijn hoeven.
De olifant was diezelfde middag al aan de beurt. Vanuit de helikopter werd het dier een verdovingspijl in zijn kont geschoten. Vervolgens ging de ‘ground crew’, wij dus, naar de olifant om ervoor te zorgen dat er geen complicaties optraden. Gelukkig lag het dier in de juiste positie want een olifant verplaatsen is iets ingewikkelder dan een gnoe. Met die rare slurf is het ademhalen voor olifanten wat moeilijker. Ik moest de ademhaling observeren, met een stokje hield ik de slurf open en telde het aantal ademhalingen per minuut. Er waren geen complicaties en dus werd de mogelijkheid benut om ons te laten zien hoe je een volwassen olifant aan zijn poten op een vrachtauto kunt takelen om hem naar de transport container te vervoeren. Tja… een beetje raar gezicht was het wel om een olifant aan zijn poten aan de kraan te zien bungelen!
In de volgende dagen waren de impala’s, de neushoorn, giraffe en de leeuw aan de beurt. De neushoorn en de giraffe werden beiden vanuit de helikopter geschoten. Vooral bij de giraffe is het belangrijk dat de ‘ground crew’ direct ter plaatse is om het dier me touwen rustig te laten vallen om te voorkomen dat hij z’n nek breekt of zijn hoofd beschadigd. De neushoorn was een kalf dat een oormerk en een chip geïmplanteerd moest krijgen om haar te kunnen identificeren. Er zijn namelijk niet zoveel neushoorns meer en dus worden alle dieren in een data base geregistreerd om ze in de gaten te kunnen houden. Ook de leeuw kreeg een chip geïmplanteerd.
Impala’s (een antilope soort) worden niet gevangen met het verdovingsgeweer maar in netten. Net als bij de gnoes worden de dieren met de helikopter in een grote fuik gejaagd, aan het einde van de fuik staan netten. De dieren zien de netten niet en denken dat ze er doorheen kunnen rennen. Ze raken verstrikt in de netten en met voldoende mankracht kun je ze vangen en met een verdovingsmiddel inspuiten. Iedereen moest helpen want hoe meer mensen hoe makkelijker het gaat. Daar lagen we in verdekt in de bosjes te wachten tot de dieren in de netten renden om er naartoe te rennen en bovenop te springen.
Naast de wilde dieren hebben we ook een ezel verdoofd. Alle wilde dieren waren door ervaren schutters geschoten maar bij de ezel mocht een beginner schieten. Omdat we er toch een keer aan moeten geloven meldde ik mij als vrijwilliger om deze Afrikaanse versie van ezeltje prik te spelen. En dus stond ik met een groot geweer, en het hele team in afwachting achter mij, naar een onschuldig ezeltje te staren. De eerste dart die ik schoot miste omdat de druk op het geweer niet goed was, de tweede was perfect maar ging niet volledig af waardoor niet al het verdovingsmiddel in de ezel belandde en dus moest ik nog een derde keer achter de ezel aan. Drie keer scheepsrecht en voor we het wisten zakte de ezel door zijn poten en konden we aan de slag.
En toen was het over met de lol en moesten we een dag serieus aan de studie om ons voor te bereiden op ons examen. Ik was blij dat ik het meeste studie werk al gedaan had voor ik naar de cursus ging want veel tijd om al die stof tot ons te nemen hadden we niet. Het examen bestond uit een twee uur durend schriftelijk examen en twee mondelinge examens van elk een kwartier. Aangezien er elk jaar mensen zakken was iedereen aardig nerveus. Het schriftelijke examen was goed te doen maar tijdens de mondelinge examens wordt je behoorlijk getest. Gelukkig hebben zowel ik als Brent de test goed doorstaan en kunnen we onszelf nu gekwalificeerde wildlife capturers noemen!

X Es


naar boven Bushmail 33 - 25-10-2007

Salibonani!

Het bush meisje was weer eens in de grote stad, deze keer in Bulawayo om haar liefje op te halen. Nou ja, de grote stad, wat er van over is dan… Dankzij de economische crisis is Bulawayo de afgelopen jaren van de bloeiende één na grootste stad van Zimbabwe ingezakt tot een vervallen bende. In de etalages van de ooit klassieke warenhuizen wordt niets meer tentoongesteld. De schappen van de supermarkten zijn leeg. De Chinezen hebben de stad overgenomen en de enige winkels waar nog zaken gedaan worden zijn de toko’s waar allerhande goedkope glimmende rotzooi verkocht wordt. We hebben hier in de lokale taal zelfs een naam voor die ‘made in China’ troep die na drie keer gebruiken uit elkaar valt; sjing sjong.

Maar als je uit de bush komt kijk je het niet zo nauw en is de stad hoe dan ook luxe. Je kunt in Bulawayo immers nog steeds naar de film en pizza en een ijsje kopen. Zoals in de meeste restaurants is wat op de menu kaart staat niet representatief voor wat het restaurant te bieden heeft. Om niet onnodig veel tijd te verspillen is het dus verstandig om aan de bediening te vragen wat er wel te krijgen is voor je er bij het bestellen achter komt dat het meeste op de kaart niet meer te krijgen is. We hadden zowaar keuze, van de tien pizza’s op het menu waren er twee te krijgen, de peri peri chicken maar dan zonder paprika of de vegetable pizza zonder champignons. Nee, topping voor op het ijs hadden ze niet, en large was de enige maat omdat er geen andere maat bekertjes meer te krijgen zijn. Het mocht de pret niet drukken, we hebben er dubbel en dwars van genoten.

Betalen is hier ook altijd een apart verhaal. Voor onze maaltijd waren we acht miljoen Zim dollar kwijt. Dat is niets want op de zwarte markt is 1 USD sinds deze week 1 miljoen Zim dollar waard (inderdaad dat was nog 800 Zim dollar toen ik een jaar geleden hier aan kwam). De kleinste biljetten zijn 100.000 Zim dollar. Dat betekent dus dat je voor acht miljoen in het gunstigste geval een stapel van 80 biljetten nodig hebt. Voor het uitbetalen wordt er dus eerst voldoende ruimte op de tafel gemaakt, dan worden de biljetten in stapeltjes van tien uitgeteld, nadat er door een tweede persoon geteld is (je raakt immers wel eens de tel kwijt als je met zulke bedragen werkt) wordt het geld overhandigd aan de bediening die vervolgens weer vijf minuten bezig is met na te gaan of het overhandigde bedrag klopt.

Nadat we ons te buiten waren gegaan aan pizza en ijs besloten we naar de film te gaan. De film is hier een iets andere bedoeling dan in Nederland. Hangen er in Nederland overal bordjes met verboden mobiel te bellen en wordt je geacht vooral geen geluid te maken tijdens de voorstelling, in Zimbabwe is dat ander koek. Niet alleen wordt er gebeld om aan vrienden door te geven hoe het er met het verhaal voor staat, ook wordt er veelvuldig luidruchtig commentaar gegeven. Wij hadden niet de beste film gekozen, ‘The last king of Schotland’, een verhaal over hoe een jonge blanke arts in Afrika gaat werken en de linker hand wordt van een zwarte dictator. Het commentaar tijdens de film loog er niet om, zeker tijdens de erotische scène tussen de blanke arts en de zwarte derde vrouw van de dictator werd er luidruchtig gejoeld en gefloten.

Op een gegeven moment ontstond er wat oproer, wat jongens op een rij achter ons maakten een opmerking waar jongens op de voorste rijen op reageerden. Ik ving het woord Mukiwa (blanke) op maar kon in het Indebele niet volgen waar het nou precies over ging. Toen ik later aan Forggy en Gilbert (mijn lokale mede reizigers) vroeg wat er precies gezegd was wilden ze dat in eerste instantie niet aan Martin en mij vertellen. Nee, ze konden het niet tegen ons zeggen want het waren hele onintelligente mensen die domme dingen zeiden die niet herhaald moesten worden. Maar na wat aandringen kwam uiteindelijk het hoge woord eruit; de jongens op de achterste rij hadden gezegd dat alle blanken het land uit moesten waarop de jongens op de voorste rij gezegd hadden dat ze hun mond moesten houden omdat er blanken in de zaal waren en ze ons niet kenden en dus niet over ons konden oordelen. Goed, die eerste opmerking is inderdaad niet bijster intelligent want kijk naar de ellende die we tot nu toe met die houding in Zimbabwe gecreëerd hebben. Maar uit die laatste opmerking blijkt dat niet alle mensen die na kunnen denken het land verlaten hebben en de hoop dat het ooit nog wel een keer weer de goede kant op gaat met Zimbabwe niet helemaal verloren is.

De volgende dag was de economische situatie in Zimbabwe van ondergeschikt belang want eindelijk kon ik na drie maanden Hans weer in mijn armen sluiten. De komende vijf weken is hij hier in de bush en kunnen we dus gezellig samen op een vuurtje koken omdat er weer eens geen elektriciteit is, samen in bed liggen stinken omdat er weer eens geen water is om te douchen, samen een plan maken om brood te maken zonder boter, suiker en zout en samen ons verwonderen over de nooit aflatende onkunde in dit land. Maar ook... samen genieten van de mooie zonsondergangen, de leeuwen die ’s nachts om het huis brullen, de eerste regendruppels na de droogte en de olifanten die zich bij de waterplaats tegoed doen aan een bad. Want zoals aan alles zitten er ook in Zimbabwe twee kanten aan het verhaal.

X Es