Bushmail



Bushmail 52 - 14-12-2008

 

Salibonani!

Wildlife spotten is als de loterij winnen, je moet geluk hebben. En ik had geluk want ik zag zowaar vijf leeuwen een cheetah achterna jagen. Hoe vaak komt dat voor?!! Toen ik ’s ochtends in alle vroegte bij de waterplaats van Sekumi Tree Lodge aan kwam rijden en de buffels dicht op elkaar gepakt onder de schijnwerper zag slapen (iets wat ze normaal gesproken niet doen) kreeg ik al het vermoeden dat er predatoren in de buurt waren. En dat kan er voor buffels maar één zijn… de leeuw. In plaats van rond de waterplaats te lopen om hondenstront te verspreiden nam ik het zekere voor het onzekere en reed er omheen. Dat bleek een slimme zet toen ik ’s avonds op weg naar huis vlakbij de waterplaats vijf grote leeuwen op de weg zag liggen. Natuurlijk wilde ik graag foto’s maken maar als ze echt naast je auto liggen is dat toch wel imponerend. In gedachten zag ik de krantenkop ‘onderzoekster verslonden door leeuw’ voor me en besloot in plaats van uit mijn dakraam te gaan staan mijn zijraam op het allerkleinste kiertje te openen zodat ik net de camera lens naar buiten kon steken. Toen ik een paar dagen later een verhaal van het leeuwenproject hoorde over hoe een boze leeuw bijna in hun open jeepje gesprongen was bevestigde dit maar weer eens dat voorzichtigheid altijd geboden blijft.

Voorzichtig ben ik ook als ik 's avonds van ons hoofdhuis (waar we koken en couchen e.d.) naar mijn eigen huis loop. Net als in Nederland gebeuren de meeste ongelukken hier om het huis. Met als verschil dat je in Nederland van de ladder valt of met een heggenschaar in je vinger knipt en je hier ondersteboven wordt gelopen door een olifant of besprongen door een leeuw, in beide gevallen vertel je dat niet na. En dus scan ik met mijn zaklamp de omgeving altijd grondig voor reflecterende ogen. Onze held in bange tijden, de night gueard, stond aan mijn zijde. Toen ik in plaats van de gebruikelijke ronde kraaloogjes van de bushbabys en de shrub hares twee grote witte kijkers op zag lichten bleef mijn hart even stil staan. Vanaf een meter hoogte staarden twee grote ogen mij vanuit de verte aan. 'What the hell is that' vroeg ik de night guard. 'That's an elephant, let's go' antwoordde hij zelfverzekerd. Ik moest me inhouden om niet in lachen uit te barsten, 'eversince when are elephants only one meter high?!!'. Tja, het was duidelijk dat ik op de night guard niet kon vertrouwen. Na een tijdje kijken besloot ik dat het geen leeuw was maar waarschijnlijk een waterbuck die in de bosjes lag te slapen en ben ik met de nightguard in mijn kielzog en pepperspray in mijn hand naar huis gelopen.

Wat ook erg avontuurlijk was was rijden zonder remmen. Dat zul je altijd zien, de dag nadat Hans weer richting Tanzania vertrokken is begeven mijn remmen het. Aangezien ik al een aardig eind op weg was besloot ik, nadat ik getest had of ik met mijn handrem en het volledig intrappen van de gewone rem nog een beetje kon remmen, rustig door te rijden naar mijn waterplaats. Gelukkig kon ik op tijd remmen voor de leeuwen welpen die in het donker op de weg zaten. Zoals ik naar de witte ogen in de bosjes bij mijn huis keek keken de twee mormeltjes naar de koplampen van mijn auto. Wat voor een enorm monster is dat zag je ze denken. Voorzichtig kwam de stoerste op mijn auto afsluipen maar halverwege was het ineens toch we eng en stoof hij met zijn broertje de bosjes in. Ik bedacht me dat waar kleine leeuwtjes zijn ook grote leeuwen zijn, dit konden wel eens twee lange nachten in de bush worden (als ik naar een waterplaats ga die ver weg is blijf ik in de auto overnachten)… Dat viel mee, er waren geen gasten op de National Parks picnic site en dus kon ik de eerste nacht mijn auto daar parkeren. Toen de mensen van de plaatselijke lodge ‘the Hide’ hoorden dat ik ’s nachts opgevouwen in de auto lag stonden ze erop dat ik mijn laatste nacht bij hen in de lodge door kwam brengen. Ik heb dat aanbod wat aarzelend aangenomen maar voelde me als een prinses toen ik na een echte maaltijd en een warme douche in het grote bed met kruik lag. Het was opeens niet zo makkelijk meer om de volgende ochtend om vijf uur mijn bed uit te komen…

Aangezien ik de eerste cyclus observaties achter de rug had was het tijd voor drie dagen vrij voor ik met de tweede cyclus van start ging. Mijn mooie plannen om in bad te liggen, film te kijken en niets te doen vielen in het water toen ik ’s ochtends hoorde dat om mijn vliegtuig met piloot om tien uur zou landen. Dat klinkt decadenter dan het is, dit vliegtuig was namelijk niet bedoeld om me naar een tropisch oord te vliegen maar om op zoek te gaan naar de wilde honden met telemetrie halsbanden. ‘Tracken’ vanuit de lucht is namelijk vele malen efficiënter dan vanaf de grond omdat je een heel groot bereik hebt. Aangezien ik vaker niet dan wel te bereiken ben tijdens mijn dagen in de bush was ik er dus niet van op de hoogte dat de piloot mijn gestalkt zat was en besloten had ons uit de brand te helpen. Nadat we voldoende brandstof en apparatuur bij elkaar gezocht hadden was het tijd om de lucht in te gaan en dat is toch altijd een beetje spannend met een ultralight. Die spanning valtal snel van je af als je de bush over vliegt en de olifanten onder je ziet lopen. Hoewel… toen de piloot mij vrolijk vertelde dat de windsnelheid 50 miles per hour was en dat ik me dus in moest stellen op een ‘rough landing’ klopte mijn hart toch ineens weer iets harder, zo’n ultralight is immers niets meer dan een plastic huls. Gelukkig kun je zo’n klein ding overal neerzetten en landden we dus in plaats van op de brede landingsbaan op het weggetje naar de hangar. Met de wind in onze rug was 50 miles per hour ineens niet meer zo’n probleem en voor ik het wist stonden we weer veilig op de grond.

X Es


naar boven Bushmail 51 - 14-12-2008

 

Salibonani!

Als onderzoeker kun je op veel plekken terecht komen. In een laboratorium, bij de overheid… of onder een boom in Afrika. In de auto wel te verstaan want uit de auto zou ik het met alle wilde dieren in de bush geen twaalf uur volhouden. Elke ochtend rij ik om vijf uur weg om bij zonsopgang bij één van mijn zes waterplaatsen te zijn. Vervolgens observeer ik van zes tot zes het gedrag van kudus en impalas, de prooi van de wilde honden. De ene dag kijk ik gewoon naar het gedrag, de overige twee dagen probeer ik het allemaal iets spannender te maken door wilde honden stront rond de waterplaats te verspreiden en wilde honden geluiden af te spelen. De prooidieren lijken er nog niet direct van onder de indruk maar het houdt me van de straat.

Naast imapals en kudus zie ik natuurlijk ook andere dieren als ik 12 uur bij een waterplaats zit. Aangezien je alle tijd hebt om ze rustig te bestuderen vallen je ook steeds meer dingen in hun gedrag op. Zo was ik verbaasd over hoe beschermend struisvogels over hun jongen zijn toen ik een vader struisvogel de hele dag achter van alles en nog wat aan zag rennen om zijn kuikens te beschermen. Verrassend was het om te zien dat roan antelopes gewoon rond de waterplaats gaan liggen als er een termietenheuvel verder een cheetah van de zon ligt te genieten. En hilarisch is het om te zien hoe jonge olifantjes moeite hebben om hun slurf onder controle te krijgen. Hoe moeten we in vredesnaam met dat ding drinken zie je ze denken, om vervolgens dan maar hun hele hoofd in het water te steken (zie foto’s, en let even op de waterafdrukken op de lichamen die duidelijk laten zien dat de jongen minder geciviliseerd drinken dan de ouders).

Natuurlijk heb je niet alleen met dieren te maken als je rond de waterplaats zit maar ook met, de in Zimbabwe bijna uitgestorven, toeristen. Zeker als je toevallig rond de publieke feestdagen je onderzoek uitvoert. Dat heeft positieve en negatieve kanten. Veel toeristen vinden zo’n meid alleen in de bush in eerste instant een beetje rare gewaarwording want wat doet zij daar de hele dag?!!! Die houding verandert als ze van hun guide te horen krijgen dat ik een onderzoeker ben die wetenschappelijk onderzoek aan het uitvoeren is om de Afrikaanse wilde hond voor uitsterven te behoeden. Ooooh, zie je mensen denken, dat is interessant (je moest eens weten hoe vaak ik al in mijn auto op de foto sta)… maar ook een beetje zielig want zit zij daar nou helemaal alleen de hele dag de wereld te redden?! Nou dan is het minste dat we kunnen doen het meisje een colaatje geven, dragen wij ook een steentje bij. Dat vind ik nou ook!

De negatieve kant aan het verhaal is op de één of andere manier altijd gelinkt aan de vele Chinese toeristen die hier, sinds China al onze grondstoffen van ome Bob gekocht heeft, in grote getale naar toe reizen. De enige vorm van wild waar de Chinese toerist mee bekend is is het wild in de lokale dierentuin in China. En net zo respectloos als er in die dierentuinen met dieren omgegaan wordt gaat men hier met de bush en zijn inwoners om. Regels gelden voor iedereen behalve voor Chinezen dus de (duidelijk op borden aangegeven) National Park regel dat je niet je auto uit mag behalve op de speciale platforms waar je dan vervolgens wel geacht wordt stil te zijn worden zonder blikken of blozen aan de Chinese laars gelapt.

Al meerdere keren heb ik mensen uit moeten leggen dat het geen verstandige zet is om naast een waterplaats te gaan staan voor een foto als daar vijf nijlpaarden en drie krokodillen in wonen (hoewel het video filmpje het vast goed zou doen op Utube). Krokodillen zijn immers geen pandas… En stil zijn is niet hetzelfde als luid roepend en wijzend je reisgenoten op een groep impalas wijzen, die zich vervolgens snel uit de voeten maken. Weer een groep minder om te observeren voor mijn onderzoek… In de meeste gevallen komen de Zimbabwaanse guides die deze groepen begeleiden zich verontschuldigen voor het gedrag van hun reisgezelschap om me vervolgens toe te vertrouwen dat ze ook niet weten wat ze er mee aan moeten. ‘That’s o.k. (het park is immers niet van mij), en bij wijze van semi serieuze grap voeg ik dan vaak ook nog even toe; ‘I hope they signed the disclaimer’ (een stuk papier waarop wordt verklaard dat de toerist in kwestie begrijpt dat de bush risico’s met zich mee brengt en de reisorganisatie niet verantwoordelijk zal houden voor enige vorm van letsel).

Grappig genoeg denken toeristen dat je als wetenschapper als een soort Dr. Doolitlle met dieren kunt communiceren en precies weet waar welk dier zich bevindt. ‘Do you know where the lions are’? Is één van de meest gehoorde vragen. ‘Nou ik zal effe bellen’ denk ik dan bij mezelf, die grap is namelijk te flauw om hardop te maken. Het leuke is dat je de illusie van alwetende Jane in the jungle in negen van de tien gevallen goed op kunt houden omdat je van andere toeristen of guides gehoord hebt dat ze die ochtend twee waterplaatsen verder drie leeuwen gezien hebben. ‘Ja de leeuwen zijn bij Dom, een vrouwtje en twee mannetje, oh en als u olifanten wilt zien dan moet u rond drie uur terug komen want dan zijn ze hier’. Vol ontzag staren de toeristen je aan en bedanken je vervolgens uitbundig voor de gedetailleerde informatie. Goed, dat is dan één colaatje graag.

X Es


naar boven Bushmail 50 - 14-12-2008

Salibonani!

We zijn weer thuis! Al onze medewerkers zijn zonder geweld de verkiezingen doorgekomen en de gebouwen staan allemaal nog in één stuk op de juiste plek. Wat wil je nog meer?!! Mmm, democratie is misschien wat veel gevraagd. Ik denk dat we voor alsnog genoegen moeten nemen met het feit dat onze leiders ‘on speaking terms’ zijn. We zullen zien of dat het oh zo gewenste resultaat op gaat leveren. We hebben sinds een paar dagen in ieder geval weer een nieuwe munt eenheid, de tweede in twee jaar tijd (en dan laten we alle nieuwe bankbiljetten die het afgelopen jaar gedrukt zijn buiten beschouwing). Bankbiljetten ontwerpen moet in dit land één van de drukste banen ter wereld zijn, het is eigenlijk een wonder dat iemand telkens weer een nieuwe afbeelding weet te bedenken. We hebben inmiddels alle wilde dieren versleten en zoeken het nu meer in de industriële hoek van de kolenmijnen en dammen. Gelukkig hebben we voor het eerst sinds 2001 weer munten… met wilde dieren want die hadden we voor de munten nog niet allemaal verbruikt.

Als we de regering moeten geloven gaan deze glimmende munten en krakende biljetten nu echt een halt aan de inflatie toeroepen. Ach, in dit land geloven we allang niet meer maar we zijn blij dat we nu weer met tien en honderd kunnen rekenen in plaats van met biljoen en triljoen. Dan denken we er nog maar even niet aan hoe we als Painted Dog Conservation aan het einde van het jaar de jaarrekening op moeten gaan maken, goed we kunnen in ieder geval ons accountprogramma weer gebruiken (dat had het na zes nullen voor gezien gehouden).

Na een maand rondreizen is het de hoogste tijd om het veld in te gaan en met mijn experimenten te starten, ik ben hier tenslotte om promotieonderzoek te doen. Maar voor ik impala’s en kudus voor de gek ga houden met hondengeluiden had Peter me eerst gevraagd een radiotelemetriehalsband van een wilde hond in het rehabilitatie centrum te vervangen. Deze hond was op zoek naar maatjes bij het rehabillitatie centrum opgedoken. Een hond alleen kan niet overleven en dus hadden de dierverzorgers het hongerige dier met een spoor van vlees een kooi in gelokt. Aan het vachtpatroon was zien dat het om één van de Zuid Afrikaanse honden ging die we ruim twee jaar geleden opgevangen hadden omdat er in Zuid-Afrika geen plek voor was. De halsband die de hond om had werkte niet meer en moest dus vervangen worden, dat leek me wel wat en dus ging ik plannen maken. Een verdovingsgeweer is in gevangenschap niet makkelijk, je moet altijd bij een dier in de kooi staan wat ze gestrest maakt en je kansen op een goed schot beperkt. En dus was het eerste plan om de wilde hond in de ‘squeeze cage’ te lokken waarin we hem tegen het gaas kunnen drukken om hem met de hand te injecteren. Als dit niet zou lukken zouden we proberen hem in netten te vangen en dan te injecteren. Beide methodes zijn voor een dier stressvol. ‘Had ik maar een ‘jabstick’’ (een speciale stok waarmee je een dier op afstand kunt injecteren) verzuchtte ik tegen Hans. ‘Die kunnen we toch maken’ riep hij enthousiast om een uur later met een uit een kledingkast roede, kurk, twee schroeven en een dopje van de bezem bestaande ‘jabstick’ aan te komen zetten. Het nieuwe speeltje zag er heel professioneel uit en na een test sessie op een oude sinasappel (o.k. dat is niet helemaal hetzelfde als een wilde hond maar bij gebrek aan beter geeft het wel een idee) waren we ervan overtuigd dat dit, in ieder geval in theorie, zou kunnen werken.

De volgende ochtend ging ik met spuiten, netten en natuurlijk de ‘jabstick’ richting het rehabilitatiecentrum. Onze eerste missie was om de wilde hond in een gangpad te lokken, vanaf dit pad zouden we hem of in de ‘squeeze cage’ kunnen lokken of met de ‘jabstick’ kunnen injecteren. Dit soort activiteiten kunnen twee minuten of twee dagen duren, in ons geval was het twee uur. Toen ik op het punt stond om het geheel af te blazen (het begon al warm te worden en dan kunnen dieren snel oververhit raken) liep de hond de gang in. Met een ferme ‘jab’ plantte ik de naald van de ‘jabstick’ in zijn kont en konden we op afstand wachten tot het verdovingsmiddel zijn werk deed. De hele procedure verliep soepel en na het wisselen van de halsband, en het nemen van bloedmonsters en ID foto’s diende ik de antidosis toe. Al snel stond de wilde hond weer op vier poten en konden we hem herenigen met zijn twee broers die, nadat ze in een strik terecht gekomen waren, weer in ons rehabilitatiecentrum verblijven. Hopelijk kunnen we ze snel in het wild uitzetten… Voor we naar huis konden om op de jabstick te toosten moesten we eerst nog een ander wild dier uit een benarde situatie redden; in het roofrack op het dak van Jealous z’n auto zat een vleermuisje met zijn hoofd klem. Hoe het diertje precies met zijn hoofd in een maas van het draadrek verzeild is geraakt is een raadsel. Gelukkig zat hij niet al te vast en kon ik hem ondanks de dikke handschoenen die ik voor de zekerheid aangetrokken had voorzichtig loswurmen. De rehab is weer een huisdier rijker, voorlopig verblijft het vleermuisje in hun keuken.

X Es


naar boven Bushmail 49 - 14-12-2008

Salibonani!

Daar zit ik dan op het hoofdkantoor van CCAfrica in Johanneburg mijn bush mail te typen. Weer eens wat anders dan de bush in Zim. Goed, dat is niets nieuws, de afgelopen vier weken waren überhaupt anders dan de bush in Zim, heel anders… Na ons verblijf in Kenia hebben we heel Tanzania door gereisd. Als een soort zigeuners zijn we van lodge naar lodge gehopt om op de meest vreemde plaatsen voor twee tot drie dagen ons bivak op te slaan. Plaatsen waar ‘gewone’ toeristen tussen de 500 en 1400 USD voor betalen. Onze eerste bestemming was de Ngorongoro crater, een plek die gezien wordt als één van de mooiste op aarde. De rit naar de crater was adembenemend, het woud rond de crater deed nog het meeste denken aan een regenwoud. Toen ik de sprookjesachtige lodge zag liggen dacht ik eerst dat we te maken hadden met de Afrikaanse versie van de Efteling maar toen Hans vrolijk riep ‘hier is het’ wist ik dat het toch echt om de crater lodge ging. We hadden geluk, voor één nacht konden we in de lodge overnachten en ons in sprookjesland wanen. Als een prinses lag ik in het voor mij klaargemaakte bad met rozenblaadjes chocolaatjes te eten. De ‘game drive’ door de crater was bijzonder. Alsof we in het ‘hof van Eden’ reden… waar je ook keek overal zag je dieren. En ja, toen was het tijd om weer met beide benen op de grond te staan en te verkassen naar de staff compound (Hans heeft daar een huisje) en, als enige blanken, gewoon in de personeelskantine tussen de Masai onze maaltijden te nuttigen. Na ons verblijf in de crater reden we door de Serengetti naar onze volgende bestemmingen; Kleins camp en Grumetti. De weg dwars door de Serengetti is een normale doorgaans weg en je moet er dan ook niet raar van opkijken als je midden in de Serengetti ingehaald wordt door een vrachtwagen (al dan niet bestuurd door een Masai). Door al dit verkeer is de weg verschrikkelijk en rijden echt geen pretje. Als je deze weg niet wekelijks hoeft te rijden vergeet je echter alle hobbels en kuilen en geniet je vooral van het uitzicht over de mooie uitgestrekte vlaktes die de Serengetti rijk is. Omdat het de piek van het toeristen seizoen is hebben we niet overal de luxe om in de lodge zelf te verblijven en moeten we genoegen nemen met waar er een bed over is. In Kleins camp was dat bij Andrew en Nicolene, de managers, in huis. In Grumetti was dat in de ‘piloten tent’ (een tent waar normaal de piloten, die op en van het aangrenzende vliegveldje vliegen verblijven, als ze een nacht over moeten blijven). Dat laatste kwam omdat Hans niet van kamperen houdt en dus niet in een tent van het ‘Serengetti under canvas’ kamp wilde verblijven, ook niet als die tent vijf bij vijf meter is, normaal gesproken 1000 USD per nacht kost en er de hele dag personeel om je heen loopt om je in de watten te leggen. Goed, je moet vasthouden aan je principes en dus verbeleven we in een piloten tent waar we onze haren niet onder een douche zak uit hoefden te spoelen en ons toilet niet elke dag door het personeel geleegd hoefde te worden. Ons verblijf in Grumetti werd nog avontuurlijk toen er een anderhalve meter lange ‘black spitting cobra’ onderdak in de curio shop gezocht had. Tja, je kunt het natuurlijk niet hebben dat een rijke Amerikaanse toerist bij binnenkomst in de shop onder gespuugd wordt met het gif van een slang. En dus werd de slang, omdat niemand dichtbij durfde te komen, door de in groten getale uitgerukte personeelsleden gestenigd om vervolgens trots met het onthoofde lijf over het terrein te lopen. Dat het niet zo handig was om dit rond lunch tijd te doen terwijl alle gasten uitzicht hadden op dit niet al te vredige tafereel had niemand bij stil gestaan. Gelukkig verdwijnt met de op handen zijnde naamsverandering de C van Conservation uit de naam C(onservation)C(ooperation)Africa...Omdat we dat weekend uitgenodigd waren voor een expat feestje in Arusha reden we van Grumetti door de Serengetti terug naar de stad. Toen we bij de stop bij de uitgang van het park met een redelijke snelheid water onder de auto uit zagen lekken was ik blij dat ik met een monteur in de auto zat. Hans keek onder de auto, de diagnose… een lekkende radiateur. Dat is niet heel handig als je in een land met veel zon en bergen rijdt want daarmee is de kans dat je auto oververhit raakt aanzienlijk gestegen. Om de paar uur stopten we om de auto af te laten koelen en water bij te vullen uit de haastig door ons uit de prullenbak geviste in het toilet met water gevulde flessen. Echt verontrust waren we niet want behalve zon en bergen is er ook overal mobiele telefoon bereik in Tanzania dus in het ergste geval konden we hulp troepen uit laten rukken. Gelukkig was dat niet nodig en bereikten we veilig de crater waar we besloten te overnachten zodat de auto gemaakt kon worden en we de volgende dag zonder problemen naar Arusha konden rijden. Het expat feestje in Arusha was gezellig, veel piloten, mensen die in de toeristen branche werkten en andere buitenlanders. Arusha is geen Amsterdam en het uitgaansleven is dan ook een vreemde aangelegenheid. Na een etentje bij de Chinees en een borrel bij de lege en saaie Greek club belandden we in de Masai club. Deze club op een terrein waar ook een camping voor back packers gevestigd is was nog het meest te vergelijken met de clubs op Texel waar we als dertienjarigen ons eerste biertje dronken. De meisjes waren te jong, de lokale jongens te opdringerig, de muziek te luid en de drank niet te drinken. Maar als je al twee jaar in de bush gebivakkeerd hebt zonder al te veel sociaal contact heb je al snel een gezellige avond.Er stonden nog twee lodges op het programma. De eerste was Tree lodge bij Lake Manyara. De autorit langs het door de flamingo’s roze gekleurde meer was geweldig en ook Tree lodge zelf deed niet onder aan de verwachtingen. We verbeleven in de ‘naturalisten tent’ een tent midden in de bush waar mensen die dat avontuurlijk vinden voor een gereduceerde prijs kunnen overnachten. Voor ons net als thuis dus. Omdat alles wel lekker liep konden we de volgende dag weer richting Arusha vertrekken om onze tickets naar Zanzibar te regelen. Onze laatste stop was namelijk Mnemba Island, een exclusief CCAfrica eiland in het midden van de Indische oceaan. Vanaf de kust van Zanzibar werden we met de boot naar dit ‘Bounty eiland’ gebracht. We konden in de lodge slapen en bij de aanblik van de witte stranden en blauwe zee besloot ik dat het tijd was om mijn computer te laten voor wat het was en te genieten van deze luxe. Twee dagen lang heb ik dolfijnen gekeken, gesnorkeld bij het ‘huis rif’ (een koraalrif dat vlak langs het eiland ligt) en aan het strand mijn boek gelezen. En toen was het tijd om uit de droom te ontwaken en, via een tussenstop in Johannesburg, weer naar huis te gaan.

X Es


naar boven Bushmail 48 - 14-12-2008

 

Salibonani!

Na drie dagen reizen (ik moest overnachten in Johannesburg en Nairobi) kon ik eindelijk opgelucht adem halen toen ik door Hans midden in de bush, op een voor vliegveld doorgaand grasveldje, opgehaald werd. Even heel praktisch, opgelucht omdat ik ondanks de maagkramp bij het opstijgen, de vlucht met deze lokale city hopper zonder gebruik te maken van een plastic zakje doorgekomen was. Maar vooral opgelucht om te weten dat je, zeker nadat de oppositie leider toevlucht in de Nederlandse ambassade in Harare gezocht had, veilig bent en je je niet langer zorgen hoeft te maken over de mails van de ambassade dat verhoogde waakzaamheid geboden is en we in fase 1 van het evacuatieplan verkeren. In plaats van me voorbereiden op een eventuele evacuatie kon ik nu achterover leunen en genieten van het luxe CCAfrica leven in Kichwa Tembo.Toen Hans me, bij het kamp aangekomen, bij de CCAfrica medewerkers introduceerde werd ik nieuwsgierig gade geslagen. Tot ieders verbazing bleek ik vrij normaal te zijn... Dat hadden ze niet helemaal verwacht van de vrouw die het met Hans, die rare mechanic die geen blad voor zij mond neemt, uit weet te houden. Ik werd door iedereen met open armen ontvangen en zonder enige moeite opgenomen in de ‘CCA family’. En hoewel de luxe lodge, open vlaktes, Masai en gnoes een enorm contrast vormen met mijn huis,de bush, Indebele en olifanten begon ik me al snel thuis te voelen. Omdat Hans gewoon aan het werk moet en ik niet drie weken stil kan zitten heb ik me gestort op het schrijven van mijn eerste artikel. En terwijl ik me bezig houd met het analyseren van mijn data lopen de wrattenzwijnen en copper tailed monkeys om mijn luxe tent te snuffelen en kijk ik uit over mooie open vlaktes waar de zebra’s vredig grazen. Het verbaast me dan ook niet als ik hoor dat de makers van ‘out of Africa’ deze plek destijds gekozen hebben om hun film op te nemen en de BBC een groot kamp in de buurt heeft vanwaar ze hun alom geprezen natuurdocumentaires opnemen. Ontbijt, lunch en avondeten zijn een sociale aangelegenheid en tussen het werk door is er ook nog wat tijd voor ontspanning. Zo zijn we met Niall, de manager, en Anthony en Lara, de trainers van de CCA rangers, op een game drive geweest en hebben Hans en ik per luchtballon een adembenemende tocht over Masai Mara land gemaakt. Omdat ik voor een appel en een ei in het kamp verblijf geef ik graag gehoor aan Anthony en Lara’s verzoek om een presentatie aan de tweeëndertig rangers te geven. Geïnteresseerd luistert iedereen naar mijn verhaal, het filmpje waarin te zien is hoe we een baby olifantje dat klem zit in een watertrog bevrijden wordt met luid geklap ontvangen.Op zaterdag komen de CCA medewerkers uit Nairobi voetballen tegen de medewerkers van Kichwa Tembo en is er een groot feest waarvoor twee geiten geslacht worden. Als we de ondefinieerbare stukken geit in de soep zien drijven en de misselijkmakende lucht opsnuiven bedanken, Hans, ik, Anthony en Lara hartelijk voor de eer en besluiten als echte blanken met z’n allen in het kamp te eten. We weten immers wat ons te wachten staat want we hebben ons, in het kader van cultuur, allemaal al eens door deze ervaring heen geslagen. Niall daarentegen werkt net als manager voor Kichwa Tembo en moet zich nog bewijzen, met lede ogen ziet hij ons gaan. De volgende dag probeert hij wraak te nemen met een poging Hans in een lokale Masai dans te betrekken (iets waar Hans echt een pest hekel aan heeft). Als hij om zeven uur schaapachtig belt om ons te helpen herinneren dat de dans zo begint voelen we nattigheid, dat wisten we namelijk allang… Niall’s poging mislukt dan ook jammerlijk en in plaats van Hans eindigt hij, terwijl wij breed lachend toekijken, zelf tussen de springende en hummende Masai. De volgende ochtend is er toch nog gerechtigheid als Hans (en ik) er niet aan ontkomt om tijdens een speciaal voor ons georganiseerd ontbijt met het personeel te dansen. En dan is het tijd om te vertrekken… Van datzelfde grasveldje vertrekken we richting Nairobi vanwaar we na een overnachting in een hotel met de bus naar Arusha (Tanzania) vertrekken. De vier uur durende rit door Masai land laat rare taferelen zien. De mensen hier geven er de voorkeur aan om in traditionele kleding te lopen en gelukkig maar want ze zien er prachtig uit (zie foto). Maar als ze dan in die traditionele kleding op een moderne mountain bike langs komen fietsen of ergens uit de plooi van hun kleed een mobiele telefoon te voorschijn toveren heb je toch sterk het gevoel dat er iets niet helemaal klopt en kun je met moeite een lach bedwingen. Na anderhalf uur wachten bij de grens, ja ook in dit land blijkt het heel moeilijk te zijn om een stempel in een paspoort te zetten, rijden we Tanzania binnen. Hoe dichter we bij Arusha komen hoe meer kleine zelf gebouwde winkeltjes er langs de weg opduiken. ‘Zo ziet er Arusha er ook uit’ bereidt Hans me voor. En inderdaad als we Arusha binnen rijden zie ik rijen van dit soort winkeltjes en valt het me op dat ondanks de problemen in Zimbabwe de infra structuur vele malen beter is dan hier en in Nairobi. Als ik ’s avonds na mijn introductie bij de CCAfrikaners op het kantoor in Arusha met Hans boodschappen ga doen in de lokale supermarkt blijkt dat de schappen in de brakke gebouwtjes mooi wel gevuld zijn. En als Shaun, onze gastheer, die avond een heerlijke champignon pasta met rode wijn op tafel zet besluit ik dat het gezegde ‘het gaat niet om het uiterlijk maar om het innerlijk’ ook voor supermarkten op gaat.

X Es


naar boven Bushmail 47 - 14-12-2008

Salibonani!

Nou we zijn weer thuis hoor. Vanaf dat ik terug gekomen ben uit Zuid-Afrika is de spanning hier, al dan niet terecht, per dag gestegen. Ik had mijn voet nog niet over de drempel van mijn huis gezet of William, mijn Franse PhD collega, hing al aan de telefoon, we moesten praten… Nieuwsgierig zat ik bij Safari lodge te wachten op het grote nieuws, misschien was zijn vrouw wel weer zwanger, ging hij stoppen met zijn PhD…?!. Toen ik te horen kreeg dat het voltallige Franse onderzoeksteam op verzoek van de ambassade per direct het land gingen verlaten was dat niet helemaal wat ik verwachtte. Goed, de Fransen zijn altijd wat minder nuchter dan de Hollanders dus ik haalde daar mijn schouders bij op en nam nog een borrel. Toch gaf het een vreemd gevoel om de volgende ochtend om half zeven (met een behoorlijke kater want iedereen had die avond zijn verdriet verdronken) door William uit mijn bed geklopt te worden om snel nog even afscheid te nemen voor ze richting Zambia reden.

Ik besloot voor de zekerheid toch de Nederlandse ambassade maar even te bellen voor het geval ik een e-mailtje gemist had, je weet het nooit. Nee hoor, geen paniek, wij zien op dit moment geen reden om een dergelijk advies uit te laten gaan, luidde het nuchtere antwoord. Oh, of ik zo vriendelijk zou willen zijn om de ambassade op de hoogte te houden van de situatie hier in Hwange, en oh ja dan moest ik wel het algemene e-mail adres gebruiken want zowel de ambassadeur als zijn secretaresse waren per volgende week op vakantie in Nederland, tja…

Die middag hadden we een vergadering met ons voltallige personeel. Wat er ook gebeurt niets hier is het waard om je leven op het spel te zetten drukte Peter iedereen op het hart. ‘This building is replaceable, your life isn’t, if they want to burn it down let them burn it down’ luidde zijn advies. Tja, daar werd iedereen wel even stil van. Voor die tijd had ik al met Peter en Forggie doorgesproken wat mijn en Martin’s (onze blanke anti stroperij coördinator) actieplan zou zijn als de bom zou barsten. Ondanks het leger dat in grote getale in het park aanwezig is leek het ons nog steeds het beste om via het National Park Botswana in te rijden. ‘You will have to bash some bushes as the roads stops at some point but just keep driving to the west and you will end up in Botswana’ wist Peter te vertellen. Uiteraard zouden we ervoor zorgen dat er ten alle tijden een auto vol met brandstof en eten klaar stond om op elk willekeurig moment te kunnen vertrekken.

Aangezien het me niet zo verstandig leek om in deze tijd met een Parks ranger met een groot olifanten geweer in de rondte te rijden had ik al besloten dat ik mijn hyena call ups even zou laten voor wat het is en mijn veldwerk zou uitstellen tot na de verkiezingen. Toen we maandag een brief kregen waarin gezegd werd dat alle NGO’s (non profit organisaties) per 12 juni (fijn dat wij zo lekker op tijd, de 17e, ook op de hoogte worden gesteld) tot nadere berichtgeving hun veldwerk moeten staken wist ik dat dat dus een goede beslissing was. Tja als er mensen in elkaar geslagen worden dan kun je daar natuurlijk geen pottenkijkers bij gebruiken en zeker niet van bijdehante NGO’s want die zijn toch altijd al zo maatschappelijk betrokken en trekken voor je het weet weer ergens aan de bel.

Gedeelde smart is halve smart en dus ging ik bij het leeuwenproject langs om te kijken hoe iedereen er daar aan toe was. Wat ik aantrof is het best te omschrijven als vier dertig-jarige hangjongeren die doelloos op de bank voor zich uit zaten te staren, de stemming zat er duidelijk in. Toen ik de verhalen hoorde kon ik dat ook wel begrijpen. Het leeuwenproject is gestationeerd in Main Camp vlakbij het hoofdkantoor van National Parks tussen de huizen van de NP medewerkers. Deze medewerkers hebben vorige verkiezingen massaal hun stem laten horen, en niet voor de partij die je van een overheidsorganisatie zou verwachten. ‘Verkeerd’ stemgedrag wordt hier niet gedoogd, zeker niet van een overheidsorganisatie, en dus wordt er massaal campagne gevoerd om alle neuzen weer de ‘juiste’ kant op te krijgen. Tot nu toe zonder excessief geweld maar als het leger de hele dag langs je huis rijdt en het roepen van de pro overheid leuzen je ’s avonds uit je slaap houdt, wat bij het leeuwenproject het geval is, dan wordt je daar niet vrolijk van. Ze waren dus aan het overwegen om in navolging van het Franse team het land te verlaten.

En daar werd ik niet vrolijk van want wat als ik als enige blanke in Hwange achter zou blijven?! Dat leek me nou ook niet direct de beste uitgangspositie. Waarom wachten om te kijken of de bom barst als je toch niets kunt doen als ie barst begon ik me af te vragen. Ik kan niet stemmen voor verandering, ik kan mensen niet behoeden voor het kwaad, ik kan het project niet beschermen als mensen kwaad willen, ik kan mezelf niet eens beschermen als het geweld op zou laaien… Mijn beslissing werd makkelijker gemaakt toen zowel het leeuwen project als Martin (die met mij bij het project woont) mij de volgende dag lieten weten dat ze het zekere voor het onzekere gingen nemen en de grens over zouden gaan. Peter ging terug naar zijn familie in Harare en dus zou mijn visioen om in mijn eentje in een hutje in de bush te zitten werkelijkheid worden. ‘Je komt tijdelijk bij mij wonen’ begon Forggie. ‘Ga dan naar Botswana’, adviseerde Jealous. Ik besloot het beste van de situatie te maken en een ticket naar Hans te boeken. Dat dat een juiste beslissing is werd gisteren bevestigd toen een medewerker van het bush camp halsoverkop naar huis moest omdat de overheids partij zijn huis, dat hier niet ver vandaan ligt, binnen was gevallen op zoek naar zijn jongste zoon. De jongen was gelukkig ontsnapt en niemand was gewond maar dit bevestigt dat ook hier iedereen in de gaten gehouden wordt.

En dus zit ik maandag, samen met mijn meest belangrijke bezit, in het vliegtuig naar Kenia. En hoewel ik onder normale omstandigheden heel blij zou zijn om naar Hans te gaan is het nu toch even anders. Ik ben in de gelukkige positie dat ik weg kan uit dit land maar ik laat onze 64 medewerkers, hun familie en al die andere achter in deze onzekere omstandigheden. Wat de uitslag de 29e zal zijn interesseert me op dit moment niet eens meer, ik heb nog maar één wens en dat is dat als ik over een paar weken naar dit land terug keer ik iedereen ongeschonden weer aan zal treffen.

X Es


naar boven Bushmail 46 - 14-12-2008

 

Salibonani!

Na twee jaar wilde bush verhalen hadden mijn ouders eindelijk de moed bijeengeraapt en een ticket naar Zimbabwe geboekt. De niet al te positieve berichtgeving over dit land maakte de spanning in de aanloop naar de reis er niet minder op. Gelukkig kon ook dit hen niet tegen houden en kon ik hen samen met mijn zusje, die ik een paar dagen eerder na haar rondreis door Afrika bij de grens naar Botswana opgepikt had, op Victoria Falls vliegveld verwelkomen. Wat onwennig klom iedereen achterin de Landrover, tja als je een vijfdeurs Picasso gewend bent is dit toch iets andere koek. Omdat ik de familie niet direct bloot wilde stellen aan het bush leven zonder water en normaal eten hadden we besloten eerst een paar dagen de toerist uit te hangen in Vic Falls. Zo gezegd zo gedaan, we hebben ons nat laten regenen bij de watervallen, ons gezicht laten beschilderen bij het traditionele restaurant de Boma en als klap op de vuurpijl een tocht per olifant gemaakt. Goed, tijdens deze laatste activiteit hebben we mijn ouders bij de lodge gelaten de tocht was namelijk een kado voor mijn zusje omdat ze over twee weken afstudeert aan de universiteit Twente, maar ik geloof niet dat mijn ouders dat echt erg vonden.

Na een leven in toeristische luxe was het tijd om richting de bush te vertrekken. Tijdens de rit van Vic Falls naar Hwange keek iedereen gefascineerd rond. Mensen wandelend langs de weg met emmers op hun hoofd, ronde hutjes met rieten daken op communal land en geiten en koeien die de weg oversteken, niet echt een Nederlands tafereel. Toen we na twee uur rijden ergens rechtsaf een zand pad insloegen en ik trots verkondigde dat we er nu bijna waren leek iedereen wat geschrokken. Bij het huis aangekomen keek iedereen wat stilletjes naar de gescheurde muren de te korte gordijnen en de vele waterflessen die als substituut voor stromend water in de douche stonden. ‘Niet na elk toilet bezoek doortrekken hoor want dan gaan we te snel door het water heen’ luidde mijn advies. Toen er ook nog een grote spin door de kamer rende was het wel even genoeg voor die dag.

Alles went en de daarop volgende dagen begon iedereen zich steeds meer thuis te voelen. De olifanten die ’s avonds rond het huis liepen werden rustig met een gezonde spanning gadegeslagen. Ook de lange slang die besloot de kamer van mijn ouders te kraken werd met een haast Afrikaanse kalmheid begroet. De instructies om buiten op het terras te blijven zitten terwijl mijn zusje en ik met behulp van onze Zimbabwaanse buurman de slang letterlijk een kopje kleiner zouden maken werden netjes opgevolgd en een kwartier later werd het huis weer veilig verklaard. Onze uitstapjes naar de communal gardens, een school en het huis van Jealous waren voor iedereen leerzaam. De rit door Hwange National Park vooral leuk, giraffes in het wild zijn toch anders dan in de dierentuin. Toen was het tijd voor een weekje Zuid Afrika. De hele familie werd nog even goed op de proef gesteld toen de auto op weg naar het vliegveld, dankzij vervuilde brandstof, sputterend met horten en stoten de eindstreep haalde. Gelukkig waren we op tijd vertrokken en konden we ons vliegtuig nog halen.

In Zuid Afrika waanden we ons in een andere wereld, de wereld van luxe. De supermarkten zijn vol, er komt geld uit de pinautomaten en je kunt er lopen want wilde dieren verblijven achter de hekken van Kruger National Park. Toen ik in 2001 voor het eerst naar Zimbabwe kwam stond het land aan het begin van verval. De hoogtij dagen waarbij toeristen met een vliegtuig naar Hwange vliegveld gevlogen werden om vervolgens ’s ochtends met hun guide in de rij voor de toegangspoorten van Hwange National Park te staan heb ik nooit meegemaakt. Het bezoek aan Kruger gaf een beeld van hoe dat geweest moet zijn. Een poort die stipt om zes uur open gaat, mooie asfalt wegen met bewegwijzering, goed onderhouden picknick sites een geweldige onderzoeksafdeling met eigen vliegtuigjes… Hopelijk wordt het voor Hwange National Park ooit ook weer werkelijkheid. Er zit helaas ook een keerzijde aan deze medaille, een mooie zonsondergang bij een waterplaats kan wreed verstoord worden door de irritante ringtone van een mobieltje want in Kruger heeft iedereen overal bereik, en rangers die in plaats van met een olifanten ‘gun’ met een ‘lasergun’ langs de weg zitten om snelheidsduivels op de bon te slingeren is ook niet direct een tafereel dat je met een Wildpark associeert.

Na een week in weelde was het tijd om weer richting de bush te vertrekken. Het afscheid viel zwaar, na twee weken als gezin doorgebracht te hebben is het toch moeilijk om ieder weer een eigen weg in te slaan, ik in de ochtend naar Zimbabwe en de rest in de avond naar Nederland. Met een koffer vol met eten en tranen over mijn wangen liet ik mijn familie in Pretoria achter. Op het vliegveld van Johannesburg bleek dat mijn vlucht gecancelled was en ik naar een ander vlucht die een half uur eerder ging omgeboekt was. Ondanks dat ik dan alsnog anderhalf uur van tevoren aanwezig was heb ik moeten rennen om mijn vliegtuig te halen. Een drie kwartier in de rij bij de incheck balie omdat iedereen bij elke balie in kan checken, een kwartier in de rij bij de security check, tja dan tikt de tijd wel voorbij. Als je dan ondertussen op het bord ziet dat jouw vliegtuig al aan het boarden is is dat niet echt bevorderlijk voor je bloeddruk. Als laatste stapte ik de shuttle bus in, net op tijd… De auto waarmee ik terug naar huis zou rijden was inmiddels gemaakt en ik kwam dan ook zonder problemen in Hwange aan. Om verwelkomt te worden door de aanblik van een volledig door de olifanten en apen gesloopte tuin… home sweet home zullen we maar zeggen.

X Es


naar boven Bushmail 45 - 14-12-2008

Van Bushmail 45 is alleen een concept gemaakt en kon helaas niet verstuurd worden. Daarna is er gewoon doorgenummerd.


naar boven Bushmail 44 - 08-06-2008

Salibonani!

Op BBC World wordt er nog amper aandacht aan Zimbabwe besteed. Geen nieuws is goed nieuws zegt men. Maar dat gezegde gaat niet op als we het over de verkiezingsuitslag hebben… Hoe verrassend, na weken van beraad is de uitslag precies 50-50. Dat betekent dat er in een tweede ronde opnieuw gestreden zal worden om de macht in dit land. Gestreden wordt er al sinds de eerste ronde, op de gebruikelijke smerige manier waaraan we hier inmiddels gewend zijn geraakt wordt geprobeerd het ondanks alles nog steeds overheersende optimisme de kop in te drukken. En met succes, honger of geen honger, als je eigen kinderen met geweld bedreigt worden denk je wel twee keer na voor je een stem voor verandering uitbrengt. Zeker als die verandering vervolgens toch uit blijft. Een tweede ronde heeft voor de mensen hier geen enkele waarde, de uitslag is immers al bekend…

Zoals al jaren gaan we met zijn allen gewoon door, door met overleven. Voor mij is dat in verhouding makkelijk voor heel veel anderen wordt dat steeds moeilijker. En dus gaan mensen er vaker op uit om strikken te zetten. Begrijpelijk, als mijn kinderen honger zouden hebben zou ik dat waarschijnlijk ook doen. En toch kunnen we het niet laten gebeuren dat het hele land door (gelukkig nog steeds) een minderheid leeggeroofd wordt. Op de korte termijn betekent het vlees op de borden van een paar families, op de langer termijn dat de kans dat het toerisme ooit nog weer tot volle bloei komt en inkomsten voor vele families creëert minder en minder wordt. Er is namelijk geen toerist die door de bush wil rijden zonder wilde dieren te zien…

Onze antistroperij units hebben hun handen er vol aan. Vaak vinden ze alleen strikken, of dode dieren, soms treffen ze een dier levend aan. Toen ik een telefoontje kreeg met het verhaal dat er vlakbij een buffel in een strik gelopen was ging mijn hart sneller kloppen. Zou dit dan eindelijk mijn eerste dart ervaring worden?!! ‘Would you like to shoot it’ vroeg Peter terwijl we op weg naar de buffel waren. ‘We’ll see when we get there’ was mijn ietwat gereserveerde antwoord. Niet omdat ik niet graag wilde schieten maar meer omdat als de buffel in een moeilijke positie zou verkeren een gebrek aan ervaring nadelig voor het dier zou kunnen zijn, en dat willen we natuurlijk niet! Bij de plek des onheils stapten we met het pistool, het verdovingsgeweer en de andere benodigdheden de auto uit. Vol adrenaline liepen we de bush in, Peter met het pistool voorop. Een buffel valt namelijk zonder pardon mensen aan, zeker als hij in moeilijkheden verkeerd. Mijn opluchting was groot toen we ons antistroperij team niet verspreid over de schaarse bomen maar relaxt in het gras zittend aantroffen. Dat betekende dat de buffel in ieder geval nog in de strik zat. Groot was de teleurstelling toen ze vertelden dat de buffel na een lange doodsstrijd in de strik gestikt was. Niet alleen omdat hiermee mijn dart optie verkeken was maar vooral omdat er weer een dier op een gruwelijke manier aan zijn einde gekomen was.

Toen ik Jealous het verhaal twee dagen later vertelde begon hij te lachen. ‘What’s wrong with you girl you always have bad luck’. Er was een dag later namelijk ook een kudu in een strik dood gegaan, dat bericht had mij nooit bereikt. ‘We should go to a witch doctor otherwise you will never dart an animal’, schaterde hij. Dat leek me eigenlijk wel een avontuurlijk idee maar toen Jealous na wat doorvragen niet kon garanderen dat ik geen slangen bloed hoefde te drinken of hagedissen poten hoefde te eten werd het allemaal iets minder aantrekkelijk. ‘Let me think about it’ was mijn diplomatieke antwoord.

Lang hoefde ik niet na te denken toen Forggy vroeg of ik mee ging naar ‘the Kingdom’ een groot hotel in Victoria Falls. Een groep Nederlandse sponsors die het project bezocht hadden zou hun laatste nacht in het hotel doorbrengen. Aangezien er een kamer teveel geboekt was kon ik voor een klein (ik ben tenslotte resident) bedrag mee. Het feit dat we én geen elektriciteit én geen water hadden maakte het vooruitzicht om de hele middag met een boek bij het zwembad van ‘the Kingdom’ door te brengen nog aanlokkelijker dan normaal. Wat een genot; mooie kamers met elektriciteit, een bad én douche, heerlijk eten... Als herboren zat ik een dag later met stralende huid (dankzij het gezichtsmasker) wapperende haren (dankzij het haarmasker) en kramp in mijn maag (dankzij het ontbijtbuffet) weer in de auto richting Hwange. Even was de bush heel ver weg.

X Es


naar boven Bushmail 43 - 08-06-2008

 

Salibonani!

Geen politiek nieuws vanuit de bush, de situatie hier in Zimbabwe is nog steeds meer dan onduidelijk. Stakingen… wij hebben er niets van gemerkt, Hans kon gewoon zijn vliegtuig naar Tanzania pakken. Wel zijn er weer veel geruchten van geweld in de buitenwijken van de steden. Wat er van waar is is niet na te gaan maar dat onze stakeholders meeting, om te bespreken wanneer we welke ‘fire guards’ vrij gaan maken van gras en onkruid, voor een politieke meeting aangezien werd geeft wel aan dat de situatie gespannen is. Gelukkig was dit misverstand na een telefoontje met de politie in Hwange snel uit de weg geruimd. Waarom zou je immers de politie een officiële uitnodiging sturen als je een politieke coupe gaat beramen?!

Naast de politieke situatie is ook onze water situatie is nog steeds moeizaam. De ene dag is er water, de andere dag is er een kudde olifanten langsgekomen en is er geen water. De olifanten hebben namelijk unaniem één favoriete bezigheid; waterleidingen uit de grond trekken. En aangezien na het instorten van onze bore hole het water nu van 3,5 kilometer verder moet komen is de kans dat er dankzij de olifanten ergens een kink in de kabel, of liever gezegd een gapend gat tussen de buizen, komt groot. Toch klagen we niet, als we water hebben komt er namelijk weer helder gekleurd, naar chloor ruikend, water uit de kraan. En dat is een hele verbetering ten opzichte van het diep bruine goedje dat we nog geen twee weken geleden onder de douche over ons heen lieten spoelen. Toen er op één dag drie mensen ons kwamen vertellen dat we het water echt niet konden gebruiken om te drinken en te koken hadden we nattigheid moeten voelen. Wat bleek, toen zelfs onze roestige buizen het begeven hadden lieten ze bij de lodge water direct uit de waterhole in het zwembad pompen. Dat water werd vervolgens naar onze tank gepompt. Het water uit onze kraan was dus hetzelfde water als waar de olifanten, buffels en ander ongedierte zich niet alleen in wassen maar ook in poepen en plassen…

Eigenlijk gaat het hier best goed want naast zo nu en dan water hebben we ook weer een gevulde voorraad kast. In tegen stelling tot Zimbabwe zijn in Botswana de winkelschappen gewoon vol en dus hebben we na Forggies tripje naar Botswana weer luxe producten als yoghurt, cornflakes, gehakt en kaas (tja, je verlegt je grenzen voor ons is dit geen dagelijkse kost). Afrikanen houden van kleur en dat is terug te zien in het voedsel. De voedsel en waren wet in Afrika is duidelijk niet dezelfde als in Nederland… Is het Nederlandse Fantaatje een beetje saai licht geel oranje, hier zou je er de blits mee maken op Koninginnedag, zo oranje straalt het goedje in de fles. De felroze kleur van de Nederlandse hubabuba kauwgom is niets vergeleken met de neon roze kleur van de aardbeien yoghurt die ik hier met mijn cornflakes nuttig (zie foto). Zelfs de kaas is hier onnatuurlijk geel, ondanks dat, als we de verpakking moeten geloven, onze Gouda kaas toch echt uit Gouda komt. Ook de groenten verschillen volkomen van de goed oud Hollandse Appie Hein producten. De tomaten zijn hier groen en worden pas rood als ze ook echt rijp zijn. Komkommers zijn hier niet groter dan een flinke Nederlandse wortel maar hebben wel 10x zoveel smaak. Zelfs de piepers zijn vreemd gevormd maar lekkerder. En bruine puntjes of rotte plekken, die snijden we er hier gewoon af want eten wordt niet verspild.

De telefoon in ons huis is eindelijk ook weer gemaakt. Dagen van speculaties en een bezoek van ons telefoon bedrijf Teleone brachten geen uitkomst, het (zoals elk wacht muziekje erg irritante) wachtmuziekje bleef de hele dag luid en duidelijk uit onze telefoon komen en bellen konden we er niet meer mee. Toen Hans en ik op nader onderzoek uitgingen kwamen we erachter dat er een ‘hold’ knop op het toestel zat, dit zou ons probleem wel eens kunnen verklaren. Indrukken van de knop hielp niet maar het omwisselen van ons toestel met een telefoon van kantoor hielp wel. We kunnen de telefoon dus weer gebruiken. Tenzij we met Forestry Commission bellen en zij ons met de hoorn van de haak in de wacht leggen en dat vervolgens vergeten. Ik zat op een telefoontje te wachten en controleerde dus voor de zekerheid even de telefoon. Ik dacht dat ik gek werd toen ik de telefoon oppakte en op de achtergrond duidelijk de geluiden van het naar huisgaande personeel van Forestry Commission kon horen. ‘What can we do’ vroeg ik wanhopig aan Forggy. ‘Nothing, it’s been like this for hours’ was het bemoedigende antwoord. ‘They are closing now, they only have one line and no one has a cell phone down there’ voegde ze er nog aan toe. Gelukkig wordt het Forestry kantoor schoongemaakt en hadden de schoonmakers de tegenwoordigheid van geest om de hoorn weer op de haak te leggen. Mijn opluchting was groot toen om acht uur de telefoon ging en ik luid en duidelijk de vrolijke stem van mijn zusje aan de ander kant hoorde klinken. Dat ik bij kaarslicht aan de telefoon zat omdat de elektriciteit uitgevallen was kon de pret niet drukken, je kunt tenslotte niet alles hebben…

X Es