Bushmail



Bushmail 62 - 22-03-2009

Salibonani!

Voor een week heb ik Hwange National Park voor Kruger National Park verruilt om bij het Southern African Wildlife College een computer cursus te volgen. Na dagen video bandjes met impalas en kudus te hebben bekeken was het tijd om er even tussenuit te gaan. Opgewekt stapte ik op het vliegtuig naar Johannesburg waar ik zou overnachten voor ik de volgende dag naar Hoedspruit zou vliegen. Op het vliegveld van Hoedspruit stond de bus van het Southern African Wildlife College al klaar om alle lichtelijk nerveuze studenten naar het college in Kruger National Park te brengen. Bij het Southern African Wildlife College kun je verschillende cursussen en opleidingen volgen. De meeste studenten komen voor de negen maanden durende ‘natural resource managment’ opleiding. Anderen komen voor korte ‘wildlife’ gerelateerde cursussen. Ik was er om de ‘basic GIS’ cursus te volgen. GIS is een computerprogramma waarmee je GPS data in kaart kunt brengen en zelf kaarten kunt maken. Je kunt het het beste vergelijken met de Tomtom, behalve dan dat in mijn geval er vooral zandweggetjes en bosjes op de kaart staan. Met dit programma kan ik bijvoorbeeld de territoria van de wilde honden in kaart brengen of waar de meeste prooidieren rond lopen. Erg nuttig als je onderzoek gericht is op verschuiving van territoria naar gebieden buiten het National Park.

Toen ik de eerste dag het computerlokaal binnen kwam lopen keken tien paar ogen mij nieuwsgierig aan. ‘Excuse me madam, I think you’re in the wrong class’ wist één van mijn medestudenten me te melden. ‘I don’t think so’ antwoordde ik zelfverzekerder dan ik me voelde. Niet alleen was ik de enige blanke, ik was ook nog eens de enige vrouw… De eerste dag wisten mijn klasgenoten zich dan ook niet zo goed een houding te geven toen ik tijdens de lunch vrolijk bij hen aan tafel aanschoof. Ik besloot vooral mezelf te zijn en begon iedereen het hemd van het lijf te vragen over waar ze vandaan kwamen en wat ze deden. Dat viel blijkbaar in goede aarde want de dagen daarna begon de competitie binnen de groep duidelijk toe te nemen. Terwijl ik gezellig met een klasgenoot in de rij stond te praten liep een andere student langs en vroeg met een sneer ‘how is your wife?’. Blozend viel mijn klasgenoot stil om pas nadat ik zei ‘he’s just jealous’ weer een beetje los te komen. ‘Esther please join us’ drongen mijn klasgenoten aan terwijl ik lachend aan een tafel met Gambianen plaatsnam die ik de dag ervoor tijdens het ontbijt ontmoet had. ‘No she’s with us now, you already have her during class’ antwoordde het gezelschap aan mijn tafel voor mij.

Om geen verkeerde verwachtingen te scheppen heb ik vanaf de eerste dag aan iedereen die het maar horen wilde verteld dat ik heel erg getrouwd was. Helaas hebben Afrikaanse mannen over het algemeen een zeer selectief gehoor en dus werd ik alsnog standaard elke morgen door één van mijn nieuwe vrienden begroet met een ‘I missed you last night, please come to the bush pub with me tonight’. Na drie dagen kenden iedereen op het college me bij naam en wist ook iedereen me voor de meest uiteenlopende zaken te vinden, klasgenoot of niet. Zo heb ik mensen geholpen met tips voor het werven van fondsen, het aanmaken van een e-mail adres, het verwijderen van de batterij uit de telefoon, het downloaden van films en het maken van huiswerk. Als ‘god’ me inderdaad zo vaak ‘blessed’ als mensen me toegewenst hebben dan lacht het geluk me vanaf nu alleen nog maar toe. Dat ik in juli terug moet komen om de vervolg cursus te volgen is een duidelijke zaak, want wie kan er nu tien mannen die je ‘please come back in July’ smeken weerstaan?! Ik heb de eerste mail met ‘I miss you’ al binnen…

Gelukkig woon ik al een tijdje in Zimbabwe en werk ik ook hier voornamelijk met lokale mannen. Ik ben dus wel wat gewend en heb me eerlijk gezegd kostelijk geamuseerd. De cursus was erg leerzaam en nuttig. Daarnaast gaf het een goed gevoel om zoveel gedreven Afrikanen met een passie voor natuurbescherming te ontmoeten. Stuk voor stuk slimme gasten die het ongetwijfeld ver zullen schoppen. Het is goed om te weten dat dat soort mensen echt bestaan. Hier in Zimbabwe, waar iedereen met hersens inmiddels het land verlaten heeft, voel je je vaak de enige roepende in de woestijn en vraag je je soms af waarom wij buitenlanders met z’n allen proberen krampachtig iets te beschermen waar de lokale bevolking totaal geen interesse in heeft. Mijn standaard antwoord is ‘omdat iemand het moet doen’ maar het is fijn om weer even in te zien dat als de situatie in een land goed is er vanzelf ook lokale mensen opstaan om zich in te zetten om hun natuur te beschermen.

X Es


naar boven Bushmail 61 - 28-02-2009

Salibonani!

Huisdieren zijn voor mij toch wel een levensbehoefte. Ik was dan ook blij toen Jealous bij mijn terug komst uit Nederland met een heel klein schildpadje aan kwam zetten (de eerdere exemplaren waren tijdens mijn vakantie weggelopen). Toen ik bij Brent en Laurie van het leeuwenproject op bezoek was en een frankolin kuikentje achter hen aan zag lopen was ik stiekem wel een beetje jaloers. Ze hadden het kuiken in de tuin gevonden, het had besloten achter hen aan te blijven lopen en dus hadden ze het maar geadopteerd. Of ik er tijdelijk voor wilde zorgen want zij gingen naar Botswana shoppen. Tja, daar hoefde ik geen twee keer over na te denken. Met kuiken in een mandje reed ik richting huis om onderweg Martin tegen te komen. Ja, ik moest thuis maar even gaan kijken want hij had een aangereden lila crested roler op de weg gevonden (Greg bekende die avond beteuterd dat het dier die morgen zo voor zijn auto gevlogen was, hmhm Greg zeker niet te hard gereden?!!). Het dier had een gebroken vleugel. En zo had ik binnen een paar uur tijd weer een huis vol dieren.

Huisdieren hebben aandacht nodig, zo ook deze wilde ‘huisdieren’. Toen ik ’s ochtends om half zes door het kuiken uit bed gepiept werd omdat het zich ondanks de warmtelamp alleen voelde besloot ik dat het beter was om een vriendje voor hem te zoeken. En dus reed ik die middag met Jealous naar zijn communal land om twee blikken bonen voor een parelhoenkuiken te ruilen. De kuikens waren duidelijk tevreden samen en scharrelden gezellig door de kamer. Het volgende probleem was het dieet van de lila crested roler. Met een gespalkte vleugel is het wat moeilijk insecten vangen en dus moest ik dagelijks met een geïmproviseerd netje op jacht. Hoofdschuddend stonden de hondenverzorgers en het bouwteam me na te kijken terwijl ik door het gras achter de krekels aan sprong. Helaas kreeg ik niemand zo ver om me te helpen. Toen ik de tien centimeter lange dikke rupsen die uit de Mopane-bomen vielen op begon te rapen maakte iedereen zich uit de voeten.

Helaas was het snel uit met de pret. Na een week besloot de lila crested roler ineens het loodje te leggen. De kuikens werden door Brent en Laurie opgehaald om ze vervolgens een dag later, in een in canvas gewikkelde doos op het dak van de auto, weer terug te komen brengen. Ik kon er volgens hen toch beter voor zorgen. De stress van de reis bleek voor het frankolin kuiken jammer genoeg teveel en dus heb ik het parelhoen kuiken maar weer teruggebracht naar communal land (en nee, de blikken met bonen heb ik niet terug gevraagd). De schildpad heeft me gelukkig nog niet verlaten en kruipt tevreden binnen zijn omheining naast het huis rond.

En toen was ik ook nog jarig. Erg veel heb ik er niet aan gedaan want een dag later ging ik voor een kleine week de bush in om honden te zoeken. Ik, Jealous, mijn student van de universiteit van Bulawayo en een scout van National Park reden met een volgeladen auto naar de andere kant van het park om een groep van twintig honden in Sinamatella te zoeken. Vier dagen lang hebben we naar sporen gezocht, geprobeerd een signaal van een halsband op te vangen en de dieren met wilde honden geluiden te lokken. Helaas zonder resultaat, de enige respons die we kregen was van twee grote leeuwen, een hyena en een paar jackals. Er was zelfs geen spoor van de wilde honden te vinden.

Na vier dagen waren we dan ook blij weer richting huis te kunnen. Op geen van de zogenaamde picknick sites was water (de National Parks scouts krijgen niet of nauwelijks betaald en onderhouden daarom deze sites niet meer) en dus hadden we nergens kunnen douchen. Van slapen was het met drie snurkende mannen en nijlpaarden die de hele nacht eeeeh, eh ehe eeh roepen ook niet echt gekomen. En dus reed ik enigszins brak via een rotsachtige bush weg van picknick site naar picknick site richting huis. Op één van deze sites moest onze scout een bericht achter laten. Toen ik vanaf de site terug naar de hoofdweg reed was ik in gedachten verzonken. Die gedachten werden pas verstoord toen ik na ruim anderhalf uur rijden weer op de voorgaande picknick site stond. Verbaasd keek ik om me heen, hoe konden we nou weer hier zijn?! Bij navraag aan mijn drie reisgenoten bleek dat ik het hand signaal van Jealous genegeerd had en nadat de scout zijn bericht achtergelaten had vrolijk weer terug gereden was naar waar we vandaan gekomen waren. Toen ik verzuchtend vroeg waarom gedurende anderhalf uur niemand op het idee gekomen was om aan me te vragen waarom ik niet richting huis reed maar weer terug, had zelfs onze scout Thinkwell geen goed antwoord. Gelukkig was ik nog niet helemaal terug naar ons begin punt gereden. Ik kon er niet eens boos om worden (het was tenslotte ook mijn eigen fout) maar heb wel de vijf uur durende reis nagedacht over hoe het in godsnaam kan dat niemand zijn mond open gedaan heeft. Een goed antwoord heb ik niet…

X Es


naar boven Bushmail 60 - 21-02-2009

Salibonani!

Sinds ik terug gekomen ben uit Nederland heb ik me bezig gehouden met het vormen van een nieuw groep Afrikaanse wilde honden. Met tien honden in ons rehabilitatie centrum werd het tijd om er wat naar het eiland in Lake Kariba te brengen. Hoewel er eigenlijk nooit echt serieus gevochten wordt als dieren bij elkaar gezet worden is het toch verstandig om bezems, een emmer water en je hechtsetje bij de hand te hebben, je weet immers nooit… Gelukkig hebben we die ook deze keer niet hoeven gebruiken, op wat kleine schermutselingen na accepteerden de honden elkaar zonder problemen. Ook de grote finale, waarbij de dieren samen gevoerd werden, was een succes en dus werd het tijd om een plan te maken om de dieren naar het eiland te krijgen. De weg naar het eiland is zonder regen al een drama, laat staan als het weken achter elkaar met bakken uit de hemel gevallen is en de rivieren vol staan met water. En dus bleef er maar één optie over en dat was een vliegtuigje huren. Maar jah, dat is makkelijker gezegd dan gedaan want wie wil er nou een pack stinkende honden in zijn passagiers vliegtuig vervoeren. Nou, Southern Cross wilde dat wel. En dus landde op donderdag op ons verlaten Hwange airport een chesna zonder passagiersstoelen.

Aangezien we op ons wereld vliegveld, een stuk asfalt in de bush waar gemiddeld toch zeker drie vliegtuigjes per jaar landen, een nieuwe air traffic controler hebben waren de regels aanzienlijk aangescherpt. Nee, we konden niet zomaar over het asfalt naar het vliegtuigje lopen om onze piloot te verwelkomen we moesten ons eerst melden in de verkeerstoren. En ‘no no no’ riep de security guard ons verzuchtend terug, we konden niet zomaar over de landingsbaan naar de toren lopen we moesten de lange officiële route door de aankomst en vertrek hal (die niet veel groter is dan de gemiddelde woonkamer) volgen. ‘Ok, fine with me’, aan het eind van alle trappen naar de toren stond de stralende nieuwe air traffic controler ons al op te wachten. ‘Welcome to Hwange airport, please take a seat in my office’ riep George ons hartelijk toe. ‘Is dit het hart van de verkeerstoren’ vroeg ik nieuwsgierig toen ik het bureau met computer zag staan (ja, je weet het niet, het vliegveld is al zo lang buiten gebruik dat ze voor hetzelfde geld de communicatie apparatuur en weersmeters verpatst hebben en de toren tot kantoor omgedoopt hebben). ‘Nee nee nee, we hebben een echte verkeerskamer met heuse apparatuur’, verkondigde George trots. Nou, dat wilden we dan wel eens zien. Nog één trap omhoog en we stonden in de communicatiekamer. De apparatuur was aanwezig maar zou in het ‘vliegverkeer in de vorige eeuw’ museum niet hebben misstaan. ‘I’m impressed, do you know how to use all this’, vroeg ik enthousiast (goede relaties kunnen nu eenmaal altijd van pas komen…). ‘No no, I don’t know anything about this equipment’, verklaarde hij met een brede lach. Mijn wenkbrauwen schoten omhoog en ik moest me beheersen om niet te lachen. Wat bleek George moest zijn officiële verkeersleiders cursus nog volgen, over een paar maanden was hij pas gecertificeerd. En wat als er in de tussentijd een vliegtuig landde?! Nou dan wenste hij de piloot via de radio een goede morgen en hoopte dat zich verder geen problemen voor zouden doen.

Tja… het blijft Zimbabwe hè.

Na alle plichtplegingen konden we eindelijk Alex, onze piloot, verwelkomen en het vliegtuigje aan een nadere inspectie onderwerpen om te zien of de honden wel zouden passen. Daar hadden we in eerste instantie toch een beetje een hard hoofd in. Aangezien we niet veel andere opties hadden besloten we er de volgende dag gewoon voor te gaan en te kijken hoeveel honden we in het vliegtuig gestapeld zouden krijgen. Toen Peter en ik bespraken hoe hij vanaf de passagiers stoel naast de piloot het makkelijkst honden kon injecteren die wakker werden en begonnen te lopen zagen we de piloot een beetje bleek wegtrekken. ‘Do these dogs attack humans’, vroeg hij voorzichtig toen ik met hem naar de auto liep. Ik verzekerde hem dat honden geen mensen aanvallen en we ervoor zouden zorgen dat ze goed verdoofd en gemuilkorfd werden. Zijn gezicht klaarde zienderogen op. Ja hij was al de hele week door zijn collega’s gepest en wist eigenlijk niet wat hij er nou allemaal van moest denken. ‘Zie het als een nieuw avontuur’, sprak ik hem bemoedigend toe.

En een avontuur was het zeker. Het weer zat mee, en toen de volgende ochtend om zes uur een blauwe hemel ons tegemoet straalde besloten we ervoor te gaan en gingen we aan de slag om de honden vlieg klaar te maken. Terwijl Peter zich bezig hield met het verdoven van de dieren zorgde ik er met Xmus en Washington (de hondenverzorgers) voor dat ze gestabiliseerd werden, ondersteunende injecties kregen, er bloed afgenomen werd, ze een zenderhalsband omkregen en gemuilkorfd werden. Iedereen stortte zich op zijn taak en in anderhalf uur tijd was het vliegtuig met alle honden, Peter en een stralende piloot (uiteindelijk vond hij het toch wel een mooi verhaal, zeker nadat hij gezien had hoe ze gemuilkorfd werden) klaar voor vertrek. Helaas was er voor mij, Xmus en Washington geen plek en dus konden we niet veel anders doen dan onze ‘puppies’ uitzwaaien en hopen op een goede afloop. Pas toen we te horen kregen dat onze honden na een anderhalf uur durende vlucht en een half uur durende boottocht op het eiland aangekomen waren was onze missie echt geslaagd. Nu maar hopen dat National Parks er daadwerkelijk in geslaagd is alle probleem krokodillen rond het eiland (die de helft van onze vorige groep honden opgegeten hebben) naar de krokodillen farm in Kariba te verplaatsen.

X Es


naar boven Bushmail 59 - 15-02-2009

 

Salibonani!

Eindelijk is het dan zo ver, we hebben een overeenkomst. Twee mensen schudden de hand en iedereen heeft ineens, tegen beter weten, in toch weer wat hoop op een beter leven. Ik ben er pessimistisch over, de regering kan dan wel officieel 50-50 worden, alle andere topposities in dit land zijn nog steeds in handen van die ene partij. En daarmee heeft deze partij op de meeste fronten nog steeds de touwtjes in handen, overeenkomst of geen overeenkomst. We wachten af. Veel slechter dan dat het nu is kan het niet worden, hoewel… dat denken we elke keer en dan toch… Alle prijzen zijn inmiddels omgezet in USD. Dat betekent dat ook de gezondheidszorg in USD betaald moet worden. Helaas zijn de prijzen niet in verhouding tot wat mensen te besteden hebben. Als een zwangere vrouw naar het ziekenhuis moet om te bevallen dan kost dat haar 2500 USD, als ze dan ook nog een AIDS test wil ondergaan om haar kind op tijd van medicijnen te voorzien dan komt daar nog eens 1000 dollar bovenop. Bedenk even dat het gemiddelde inkomen nog geen tien dollar per maand is en je als werkgever je medewerkers niet in USD mag betalen. Mensen gaan dus dood omdat ze de hulp die ze nodig hebben niet kunnen betalen. Zelfs mensen die meer te makken hebben zoals de Chief van ons district worden voor het blok gezet als voor de operatie van hun ernstig zieke dochter 1700 USD opgehoest moet worden, en dan heeft de Chief nog een auto die hij kan verkopen.

In een land als Zimbabwe worden je dromen vanzelf kleiner. Grote dromen komen toch niet uit en wat heb je aan een nieuwe TV of een mooie auto. Mijn droom was om een reuze paddenstoel te vinden. En zowaar… die droom is uitgekomen. Eens per jaar, in het regenseizoen, groeien er op de termietenheuvels hier in de bush enorme paddenstoelen. Als ze eenmaal opgekomen zijn staan ze maar een dag en moet je er als de kippen, of liever gezegd de bavianen, bij zijn. Vorig jaar waren de anderen me voor en hebben de mensen op de compound dagen paddenstoelen saus bij hun sadza gegeten. Aangezien niemand eraan gedacht had dat die rare blanke meid ook paddenstoel wilde eten viste ik achter het net. Toen Greg (Gibbard) in de ochtend de nightguard weggebracht had en terug kwam met het verhaal dat er een grote groep bavianen even verderop enorme paddenstoelen weg zaten te kauwen sleurde ik hem uit de auto en stoof samen met Calvin (onze huisartiest) weg. Te laat, we waren gewoon te laat, op de oneetbare wortel na was er geen spoor meer van de paddenstoelen te bekennen. Calvin raakte aangestoken door mijn paddenstoelen koorts en reed elke dag net als ik met turende ogen langs alle termietenheuvels (het is een wonder dat we niet zo de waterplaats ingereden zijn). Gisteren was het dan eindelijk zover, toen hij langs een heuvel reed zag hij een witte vlek, zou het echt… Ja hoor, het was echt een nog ongeschonden reuze paddenstoel. Vol trots kwam hij met de trofee thuis, ik kon hem wel zoenen. Eindelijk is mijn nieuwsgierigheid gestild, en wat hebben we genoten van onze paddenstoelen schotel!

Mijn nieuwsgierigheid is nog niet gestild als het gaat om de leeuwin die afgelopen week door de ruit van de vergaderzaal van National Parks gesprongen is. Het verhaal gaat dat deze leeuwin ’s nachts een zebra gedood heeft en vervolgens door een grote groep hyena’s van haar prooi verjaagd is. Ze zette het op een rennen zag de verlichte kier tussen de gordijnen voor het raam van de vergaderzaal voor een uitweg aan en sprong naar binnen (versie twee is dat ze de nachtwaker achter het gordijn zag bewegen en door het raam sprong om hem te grazen te nemen). Toen ze door de ruit gesprongen was bleef ze beduusd in de vergaderzaal liggen. Dit gaf de nachtwaker die zich inmiddels in de keuken opgesloten had de tijd als zijn moed te verzamelen en vijf kogels op haar af te vuren. De leeuwin sprong gewond door een ander raam naar buiten en bleef dood in het raamkozijn liggen. Deze leeuwin had voor onderzoeksdoeleinden een GPS halsband om en dus kon het leeuwen project exact nagaan waar de leeuwin gelopen heeft en op welk tijdstip ze dood was. Helaas komt dit niet overeen met het verhaal van de nachtwaker. Er komt dus nu een officieel onderzoek om uit te zoeken wat er echt gebeurd is. Tot we dat weten is er een heksenjacht geopend op het leeuwenproject. Zij doen immers maar wat en alle leeuwen die zij van een halsband voorzien zijn agressief omdat de halsband te strak zit en de leeuw niet kan eten, aldus de algemeen heersende mening op de compound van National Parks. Er wordt dan even voorbij gegaan aan al die mensen die op de plek des onheils aanwezig waren en met handenvol leeuwen vet naar huis gegaan zijn (dat is voor eigen consumptie), hoezo geen vet op haar botten. Dat deze mening geuit wordt door mensen die tot op de dag van vandaag in de vergaderzaal op zoek zijn naar de steen die de leeuwin, volgens goed Zimbabwaans bijgeloof, uitspuugt heeft toen ze dood ging verhoogd de geloofwaardigheid van dit argument niet echt. We mogen wel uitkijken dat die impala’s die we in december van een oormerk voorzien hebben niet ineens carnivoren worden omdat de oormerken te strak zitten.

X Es


naar boven Bushmail 58 - 14-02-2009

Salibonani!

Na een maand koukleumen was het sneller dan je denkt weer tijd om terug naar Zimbabwe te vliegen. De dagen in Nederland zijn, met de feestdagen en alle bezoekjes aan familie en vrienden, omgevlogen. Behalve aan de kou hoefde ik niet te wennen aan het feit dat ik weer in Nederland was. Het merendeel van mijn leven heb ik immers in ons koude kikkerlandje doorgebracht en eigenlijk is het vanaf het moment dat je voet op Schiphol zet weer als vanouds. Ook met familie en vrienden pak je na het eerste moment van weerzien al snel de draad weer op. En nee, neigingen om de hele Albert Heijn leeg te roven had ik ook niet, want ondanks dat Hans en ik in het vliegtuig een lijstje hadden gemaakt met alles wat we echt wilden eten slaat het toch een beetje dood als je dan uiteindelijk voor de goedgevulde schappen staat. ‘Wat wilden we ook alweer echt eten?!’.

Schiphol was een drama, niet alleen omdat ik afscheid van mijn familie moest nemen maar ook omdat het volledig ongeorganiseerd was. En geloof me Hans en ik zijn heel wat ongeorganiseerde Afrikaanse taferelen gewend dus als wij het al ongeorganiseerd vonden dan was het ook echt een drama… Als je thuis je boarding card uitprint zou je in theorie slechts 60 minuten van tevoren op Schiphol hoeven te zijn om je bagage te droppen. Toen we de ‘Efteling in het hoogseizoen’ rij bij de bagage drop off zagen staan waren Hans en ik blij dat we toch gewoon drie uur van tevoren op Schiphol waren (tja, we hebben ons in Afrika nou eenmaal aangeleerd om ruim de tijd te nemen zodat je nog zonder problemen op onverwachtse situaties zoals lekke banden in kunt spelen). Na nog geen half uur in de rij gestaan te hebben kreeg ik al ruzie met een stewardess omdat mensen die bij de incheck machines een boarding card geprint hadden halverwege de rij met brave thuis printers aansloten. Toen ik daar de dichtstbijzijnde grond stewardess op aansprak was haar uitermate klantvriendelijke antwoord: ‘dat is niet mijn probleem, ik sta hier alleen om te assisteren met de machines’. Gezellig hoor KLM! Na ruim twee uur in de rij te hebben gestaan om onze koffers te droppen moesten Hans en ik in plaats van nog even met de familie te ontbijten haastig afscheid nemen en de douane doorsprinten om nog net op tijd het vliegtuig te halen.

Hoewel we zelf uiteindelijk het vliegtuig op Schiphol gehaald hadden bleek bij aankomst in Johannesburg dat dit niet het geval was voor mijn koffer. Goed, dat stemde mij niet helemaal gelukkig want juist in deze koffer zat mijn in stukken gedemonteerde verdovingsgeweer plus een dosis medicijnen voor de wilde honden. Ik vreesde het ergste maar gelukkig bleek bij navraag dat de koffer de volgende dag door de KLM op het vliegtuig naar Johannesburg gezet zou worden. Helaas was dit te laat voor ons om de koffer zelf op te pikken en moest dus maar hopen dat South African Airways er voor zou zorgen dat de koffer met inhoud en al in Victoria Falls terecht zou komen., Johannesburg staat immers bekend om het grote aantal diefstallen uit koffers.

Hans en ik hadden één overnachting in Johannesburg voor we ieder weer onze eigen weg zouden gaan. Twee keer achter elkaar afscheid nemen van dierbaren is geen pretje. Gelukkig komt hij over drie maanden permanent bij mij in Zimbabwe wonen en zien we elkaar dus gelukkig vaker dan drie keer een maand per jaar. Daarnaast heb ik sinds een maand zijn verlovingsring om mijn vinger. Tja, die gek had me tijdens onze overnachting op de heenweg ten huwelijk gevraagd en ik heb natuurlijk ‘ja’ gezegd. Na vier jaar op deze manier een relatie hebben weet je immers wel wat je aan elkaar hebt. Nee, geen witte suikerspin jurken en grote feesten, het wordt een bescheiden huwelijk in het land waar we elkaar ontmoet hebben, Zimbabwe.

Na alle tranen bij het afscheid nemen van mijn (tja, zo heet dat dan toch echt) verloofde, was het tijd om op het vliegtuig naar Victoria Falls te stappen. Omdat ik zelf geen bagage meer had kon ik zonder problemen Hans zijn koffer vol met reserve onderdelen voor de auto’s in Zimbabwe inchecken. Dat scheelde weer wat Zuid Afrikaanse randen. Na een kleine anderhalf uur vliegen stond ik weer op Zimbabwaanse bodem. Om vervolgens ruim een half uur te moeten wachten voor onze office manager, Forggie, mij oppikte. Tja, we zijn weer terug in Afrika.

Twee dagen later kon ik mijn koffer ophalen. Greg Gibbard, onze accountant, besloot mij te vergezellen op mijn rit naar de Falls. Tja, je kunt maar beter het nuttige met het aangename combineren en als je dan toch die kant op gaat even lunchen in Victoria Falls. Dat even ging helaas niet op. Op de heenweg hadden we een lekker voorband. Gelukkig hield Greg het hoofd koel en wist hij zonder problemen de auto langs de kant te zetten. Aangezien het zijn eerste lekke band was moest ik zelf het voortouw nemen en onder het zwijgend toeziende oog van drie toegesnelde kinderen de band verwisselen. Ik ben inmiddels geoefend dus dat was geen probleem. Binnen twintig minuten waren we weer rijklaar en konden we terwijl we door de stille toeschouwers uitgezwaaid werden onze ineens wel erg hobbelige weg vervolgen. De reserve band bleek namelijk niet dezelfde maat als de andere drie banden en dan beweegt zo’n auto zich toch wat raar voort. Met zestig kilometer per uur bereikten we uiteindelijk het vliegveld. Daar stond mijn opengebroken koffer al op mij te wachten. Gezien het aantal security check stickers dat mijn koffer decoreerde hadden ze het op Schiphol toch nodig gevonden het geweervormige item op de scan nader te aanschouwen. Elk deel was netjes uitgepakt en vervolgens weer netjes ingepakt, gelukkig was alles compleet.

Omdat we er weinig heil in zagen om de tweehonderd kilometer naar huis zonder reserve band, met zestig kilometer per uur af te leggen besloten we na onze lunch op zoek te gaan naar een bandenplakker. Op het vervallen industrie terrein aan de rand van Victoria Falls vonden we al snel een dubieuze garage die onze band voor ‘slechts’ twintig Amerikaanse dollar (zelfs de tomaten die je bij de stalletjes langs de weg koopt worden tegenwoordig in USD betaald) van een nieuwe binnen band wilde voorzien. Toen ik onze plakker vroeg de bandenspanning te checken liet hij per ongeluk bijna onze achterband leeg lopen. Helaas had hij alleen een handpomp ter beschikking (goed, als je daarmee een band op wilt pompen ben je een halve dag verder) en dus moesten we op zoek naar een garage die een fatsoenlijke compressor bezat. Zo’n garage zat gelukkig om de hoek en dus konden we na nog eens vijf dollar armer te zijn weer op huis aan. Tja, niets loopt hier volgens plan en in plaats van een halve dag zijn we dus een dag onderweg geweest. Het kon me niet deren, ik ben samen met al mijn spullen, weer thuis.

X Es


naar boven Bushmail 57 - 14-12-2008

 

Salibonani!

Nog even een laatste bush mail voor ik maandag op het vliegtuig stap om samen met Hans in het koude kikkerlandje kerst te vieren. Het zal wel weer even wennen zijn om in het hoogst gestructureerde Nederland rond te lopen want Zimbabwe is op dit moment ongestructureerder dan ooit. De bank betaalt cash nog steeds een maximum van 50.000 Zim dollar per persoon uit terwijl de salarissen die we overmaken in de triljoenen lopen. Zelfs als mensen in de gelegenheid zouden zijn om elke dag in de rij bij de bank te staan zouden ze aan het eind van de maand nog niet de helft van hun salaris cash opgenomen kunnen hebben. De goederen in de meeste winkels, inclusief de supermarkten, zijn uitgeprijst in USD en dus voor 90% van de bevolking ontoegankelijk. Het enige dat mensen kunnen doen is op hun land werken en hopen op een goed regenseizoen en de daarbij behorende oogst.

De afgelopen twee maanden hebben we geen mobiel bereik gehad omdat alle contract lijnen omgezet werden naar pre-paid lijnen. De telefoonbedrijven dreigden failliet te gaan op de inflatie. Mensen betaalden hun rekening aan het einde van de maand en tegen die tijd was de Zim dollar alweer tien keer minder waard dan aan het begin van de maand. Dat was goedkoop bellen en daar maakten mensen uiteraard flink gebruik van. Nu moet iedereen weer netjes opwaardeer kaarten kopen en ligt het risico dus bij de klant en niet bij de telefoon maatschappij. Veel bedrijven zijn overgeschakeld naar betalingen in USD omdat ze anders het hoofd niet boven water kunnen houden. Dit wordt oogluikend door de regering toegestaan. Het leven hier is dus flink duurder aan het worden en daar heeft iedereen last van.

Gelukkig hadden we op de dag dat Morgan, de leider van ons bouwteam, overleed wel bereik en konden we dus zijn familie op de hoogte stellen. Morgan, in levensjaren onze oudste medewerker, leed aan astma en is aan een ernstige astma aanval overleden. Als werknemer ben je hier ook verantwoordelijk voor dode werknemers en dus was het onze taak om zijn lichaam in de auto te laden en naar het mortuarium in Hwange te brengen. Ja, je kunt moeilijk met de ezelwagen honderd kilometer naar het mortuarium hobbelen. Toen een dag later de familie arriveerde waren het Peter en Forggie die hen ontvingen en met hen het huis uit gingen ruimen. Het was tevens Forggie die met de hele familie weer naar Hwange reed om het lichaam van Morgan weer op te halen om hier met de familie en de medewerkers van painted dog een afscheidsceremonie te houden. Na de ceremonie heeft ze Morgan en familie naar communal land gebracht en voor voedsel voor de begrafenis gezorgd. Pas toen Morgan begraven was konden we als werkgever een stapje terug doen en iedereen op zijn eigen manier dit verlies laten verwerken.

Aangezien ik het overlijden van een familie lid toch vooral een familieaangelegenheid vind ben ik er niet al teveel bij betrokken geweest en heb me de afgelopen dagen met name bezig gehouden met dieren. Zo ben ik erop uit geweest om een buffel met een strik te darten en heb ik zelfs een poging ondernomen om een wilde hond van een halsband voorzien. Beide pogingen waren, door domme pech, vergeefs. De dart die ik netjes in de bil van de buffel wist te schieten ging, doordat de huid de naald blokkeerde, niet af en dus kreeg het dier geen verdovingsmiddel binnen. Tot mijn grote frustratie liep hij rustig met dart en al de bosjes in en kon ik helaas geen tweede poging ondernemen om hem te verdoven. Hopelijk krijg ik snel weer een kans en kan ik alsnog de strik rond zijn nek verwijderen. Toen Jealous mij een paar dagen later ’s ochtends op kwam halen omdat hij in het park wilde honden had gezien hoopte ik dat ik deze keer meer geluk zou hebben. Helaas… de wilde honden waren erg nerveus en het feit dat ze op een doorgangsweg lagen en dus veel bijkijks trokken hielp niet echt mee. Om alle aandacht te ontwijken besloten ze de bosjes in te lopen. Ik had nog steeds de apparatuur voor de hyena call ups achter in mijn auto staan en besloot een kans te wagen. Terwijl we de geluiden van de stervende impala afspeelden kwamen ze opgewonden de bosjes uitrennen. Eén van de honden kwam goed in mijn vizier en ik haalde de trekker over… op het moment dat de verdovingspijl de wilde hond raakte sprong hij weg en viel de dart uit zijn bil. De drugs was uit de dart toen ik hem van de grond raapte maar ik vermoedde dat de hond niet de volledige dosis had gehad. Met drie spoorzoekers hebben we de bosjes uitgekamd om uiteindelijk de plek te vinden waar de wilde hond was gaan liggen. Helaas werd mijn vermoeden bevestigd en was het dier nergens meer te bekennen. Tja, bij het vangen van wilde dieren gaat niets volgens het boekje en dit soort scenario’s zijn dan ook meer regel dan uitzondering, dat maakt het helaas niet minder frustrerend…

Onze impala captures verlopen gelukkig een stuk soepeler. Elk jaar vangt het Franse team pasgeboren impalas om ze van een oormerk te voorzien. Op die manier kunnen we de dieren identificeren en kunnen we volgen hoe ze overleven. In het donker rijden we met de auto door de gebieden waar de jonge impalas zich verstoppen. Op het dak van de auto zit iemand met een spotlight die de omgeving afzoekt naar oplichtende baby impala ogen. Op de treeplanken aan de zijkant van mijn auto staan de renners. Op het moment dat we een impala jong zien lopen de renners in een cirkel om het dier heen en proberen boven op hem te springen. Als de dieren heel jong zijn is dat geen probleem maar hoe ouder ze worden hoe sneller ze opspringen en weg rennen. En aangezien we laat in het seizoen zijn hebben we al aardig wat wild west taferelen gehad waarbij ik als een gek dwars door de bush met de renners op de auto achter een impala jong aan croste (ondertussen biddende dat ik geen lekke bang zou krijgen). Of mensen vol adrenaline een acacia bosje insprongen om er vervolgens achter te komen dat zo’n natuurlijk spijkerbed niet echt een pretje is. Per nacht vangen we gemiddeld drie jongen, de teller staat op veertien, nog zes dieren en dan hebben we onze target gehaald. Helaas begint het nu echt te regenen en dat maakt de cross country niet echt makkelijker. Goed, tot nu toe heb ik de afgelopen week pas één keer vast gezeten in een moeras dus als het daar bij blijft heb ik niets te klagen.

Tussen al het vangen door probeer ik de laatste dingen af te ronden en mijn koffer te pakken. Om zo nu en dan even tot rust te komen staar ik sinds kort naar twee kleine schildpadjes. Alle andere huisdieren zijn weer terug in de natuur en dus was het tijd voor iets nieuws. Toen ik op weg naar huis een nog geen tien centmeter groot schildpadje tegen kwam (zie foto) zag ik mijn kans. Terwijl ik mijn nieuwe aanwinst in de achtertuin aan het uitlaten was kwam er eenzelfde formaat uit de bosjes lopen. Twee hebben het gezelliger dan één en dus zitten ze nu samen binnen de omheining die ik provisorisch bij mijn huis gebouwd heb. Geen zorgen, over een tijdje laat ik ze net als de andere huisdieren weer los in de natuur. In de tussentijd kunnen ze zonder loerende vijanden (als ik mezelf buiten beschouwing laat) wat groter groeien en heb ik een goed alternatief voor een televisie.

X Es


naar boven Bushmail 56 - 14-12-2008

Salibonani!

En toen was het veldseizoen weer achter de rug en het regenseizoen begonnen! De laatste twee dagen van mijn experiment hebben we met onze landrover door modderpoelen geploegd en hyena’s in de regen opgeroepen. Dat werkt helaas niet zo goed als bij mooi weer en dus was de respons minimaal. Gelukkig hebben we de afgelopen weken voldoende aanloop gehad. In totaal hebben we 20 hyena’s, 14 leeuwen, 31 Jakhalzen, 22 kites (een aasetende roofvogel), 7 wilde honden, 1 luipaard en de team leider ons Anti Stroperij Team voor de gek weten te houden. Tja, dat laatste was niet helemaal de bedoeling. Toevalligerwijs deden wij onze ‘call up’ in een gebied waar onze anti stroperij unit hun kamp opgeslagen had. Toen zij ’s avonds de geluiden van een impala in doodsnood hoorden bedachten ze zich geen moment en gingen er op uit om het dier te redden, wie weet zat hij wel vast in een strik… Toen de team leider op het geluid af ging kwam hij wat beteuterd bij onze auto uit. Dat was op zich nog niet zo dramatisch geweest ware het niet dat hij blij verrast met dit onverwachte bezoek gedurende de volle 50 minuten van de call up bleef staan zwaaien en fluiten. Tja, het feit dat we op dat punt geen hyena’s of andere dieren aantroffen verraste ons dan ook niet en dus moesten we de call up de volgende dag op een ander punt herhalen en op zaterdag, in plaats van van welverdiende rust te genieten, struiken en bomen meten.

Goed, dat is het enige punt waar we vertraging opgelopen hebben. In de jacht gebieden hadden we geluk en was de jacht of al gestopt of vielen we net tussen twee groepen jagers in waardoor we zonder problemen onze ‘call ups’ konden doen. Soms met onverwachte resultaten… Zo riepen we tot drie keer toe wilde honden op. En dat terwijl ik altijd te horen heb gekregen dat wilde honden niet op ‘call ups’ reageren. In beide gevallen waren het kleine groepjes die waarschijnlijk op zoek waren naar andere wilde honden om een pack mee te vormen. Ik voelde me bijna schuldig toen ik vroeg in de morgen drie wilde honden al HOO roepend op de auto af zag komen. De HOO roep wordt gebruikt om groepsgenoten te zoeken en klinkt heel erg triest. De positieve kant aan het verhaal is dat we met deze ‘call ups’ misschien wel een nieuwe methode gevonden hebben om wilde honden aan te trekken.

In het National Park hadden we van de week weer geluk met de leeuwen. We hadden nog niet op de ‘play button’ van onze MP3 speler gedrukt of een grote mannetjes leeuw kwam over de weg op onze auto aflopen. Gevolgd door drie safari auto’s met Amerikaanse toeristen. Toen we onze ‘call site’ selecteerden wisten we niet dat deze parade zo dichtbij was anders hadden waren we wel een kilometer verder gaan staan. Goed, eenmaal gestart is er geen weg terug en dus staan we nu in veelvoud op de video en de foto. Toen de leeuw op tien meter van onze auto naar ons bleef staan kijken hielden de toeristen hun adem in. Wij draaiden het knopje van het volume naar beneden en bleven rustig wachten tot de leeuw besloot verder te lopen. ‘You nearly ended up as lion food’ was de eerste reactie toen ook de toeristen besloten verder te rijden. ‘No, not even close’ antwoordde ik lachend. Tja, als je nog nooit een leeuw gezien hebt dan lijkt het heel wat maar wij hadden al lang gezien dat deze leeuw een volle buik had en dus niet zomaar op het dak van onze auto zou springen om ons op te peuzelen. Was dat wel het geval geweest dan waren we natuurlijk door onze knieen gezakt en hadden we snel het dakraam dicht gedaan.

Al met al hebben de afgelopen zes weken goede resultaten en mooie verhalen opgeleverd. Zo hebben we bijvoorbeeld een nacht wakker gelegen van de hyenas rond ons kampvuur die absoluut niet bang waren en tot op twintig meter van onze bush bedden liepen, maar vanaf het moment dat we de volgende ochtend de luidsprekers op het dak hadden staan spoorloos verdwenen. Van te voren had ik geen idee of mijn leuk bedachte experiment in de praktijk ook zou gaan werken en ik ben dan ook heel blij dat het harde werk z’n vruchten afgeworpen heeft. Dan vergeet je al gauw dat je de afgelopen weken om vier uur ’s ochtends je bed uit moest om door weet ik wat voor terrein naar je ‘call site’ te rijden. Geloof het of niet maar de aanblik van een hyena of een leeuw was het waard om vijf dagen geen douche te zien. Natuurlijk was de ene week leuker dan de andere week, afhankelijk van hoe succesvol we waren, met wie ik veldwerk deed en waar we ons kamp opsloegen. Zo had ik één van de laatste weken mijn veldassistent, een student en een andere veldassistent bij me die gedurende de hele week vergaten dat ik geen Indebele sprak. Tja, dan kan een week erg lang zijn… De laatste week hadden we regen maar hadden we het heel gezellig en werden we in de kampen ongelofelijk gastvrij ontvangen. Dan vliegt een week voorbij en kun je voor je het weet weer in je eigen bed slapen en je storten op het in de computer invoeren van alle verzamelde gegevens.

X Es


naar boven Bushmail 55 - 14-12-2008

Salibonani!

Na een weekje malaria was het tijd om aan mijn nieuwe experiment te beginnen. Hyena’s zijn naast leeuwen natuurlijke vijanden van de wilde honden. Als de honden succesvol op jacht geweest zijn komen de hyena’s langs om de prooi te stelen. Om te kijken of die kans in het National Park groter is dan daarbuiten lok ik op verschillende plekken hyena’s met de geluiden van wilde honden die een impala verorberen. Tja, in theorie kan zo’n experiment nog zo mooi zijn, in de praktijk is het altijd maar afwachten of het werkt. Groot was dan ook mijn opluchting toen na twee dagen de eerste hyena’s zich aandienden.

Elke week ga ik er met twee veldassistenten, als een soort hyena vanger van Hwange, op uit om hyena’s te lokken. Diesel is nog steeds schaars dus om tijd en brandstof te besparen verblijven we vier nachten in de bush. Meestal slapen we op een National Parks picnic site; een open plek in de bush met stromend water, een soort hutjes en half vergaan ijzerdraad dat voor een hek door moet gaan. Ach, het is comfortabeler en net iets veiliger dan je bush bed ergens in de middle of nowhere uit de auto gooien dus we klagen niet. En op vrijdag rijden we weer naar huis om twee dagen uit te rusten, van een warme douche te genieten en op een echte matras te slapen. Van uitrusten komt het helaas weinig want mensen weten inmiddels dat ik in het bezit ben van mijn dart licentie en dus kan ik er te pas en te onpas op uit om een dier met een strik te zoeken. Tot nu toe helaas zonder resultaat, de buffels waar ik al drie keer naar op zoek ben geweest waren telkens nergens meer te bekennen als ik op de plek des onheil aankwam en de zebra die in een strik aan een boom zat ging vijf minuten voor ik ter plekke was dood. Goed, we blijven het proberen.

Op maandag gaan we er weer vrolijk op uit om hyena’s te lokken. Naast hyena’s komen er ook veel jakhalzen en kites (een aasetende roofvogel) op onze ‘call ups’ af. Het hoogtepunt tot nu toe waren wel de vier enorme mannetjes leeuwen die stukje bij beetje op de auto afslopen terwijl wij onze tape afspeelden. In eerste instantie keken we gefascineerd toe hoe deze ‘kings of the jungle’ op onze tape reageerden. Toen ze minder dan vijftien meter van de auto af waren begonnen we ons toch een beetje ongemakkelijk te voelen. Gelukkig is mijn auto redelijk veilig. Als we een ‘call up’ doen staan we uit het dakraam in de auto terwijl de twee speakers op het dak het geluid afspelen. Een plan was dan ook snel gemaakt; ‘If they get any closer we quickly get inside and close the roof’ fluisterde ik mijn veldassistent toe. Gelukkig was dit niet nodig.

Als we de call up gedaan hebben komen we de volgende dag terug om een vegetatie meting te doen. De begroeiing kan namelijk effect hebben op hoe ver het geluid reikt en hoe snel je de dieren ziet als ze op het geluid afkomen. De leeuwen hebben één positief effect; mijn veldassistenten werken op de plekken waar we de dag daarvoor leeuwen aangetrokken hebben duidelijk sneller dan op de andere plekken. En terecht want we hebben geen National Parks ranger met geweer bij ons en dus moeten we op onze hoedde zijn. Ons motto is dan ook, hoe eerder we klaar zijn hoe beter. Het weer speelt daarbij mee want oktober en november zijn de heetste maanden en als je dus na twaalf uur nog door de bush moet lopen zul je een brandende zon en veertig graden moeten trotseren, geen pretje kan ik uit ervaring vertellen.

Dat we geen Parks Ranger bij ons hebben komt omdat National Parks sinds kort een nieuwe parks taak voor zijn werknemers heeft; winkelen. In plaats van de veiligheid van onderzoekers in de bush te garanderen gaan de rangers liever naar Hwange of Bulawayo. Ruim twee maanden voor ik met dit onderzoek begon ben ik bij de wetenschappelijke afdeling van Parks langs gegaan om iedereen er op voor te bereiden dat ik voor zes weken een ranger nodig had. Je mag immers niet in de bush lopen of overnachten zonder een parks ranger met een geweer. Ik heb uitgelegd dat we vegetatie metingen moesten doen en vier nachten per week in de bush wilden slapen. Prima, ik was ruim op tijd, het zou geen probleem zijn. Omdat ik inmiddels wel weet hoe het werkt heb ik in de daarop volgende weken regelmatig contact gehad met Parks om mensen er aan te helpen herinneren dat ik binnenkort de bush in ging. Op maandag kwam ik optimistisch aan bij Parks om mijn ranger op te pikken. ‘Oh, ja daar hadden ze niet op gerekend, ik kon trouwens ook niet verwachten dat ik op maandag aan kon komen met dat ik een week ging bush campen want daar hadden ze toch wel wat voorbereiding voor nodig. Hoe bedoel je op maandag, ik ben hier de afgelopen twee maanden elke week geweest om jullie voor te bereiden’ antwoordde ik geïrriteerd. Aangezien ik wel door had dat ik niets zou bereiken stelde ik voor om die week alleen op pad te gaan maar dan moesten ze wel echt zorgen dat er de week daarop iemand beschikbaar was. Ja, dat was geen probleem. Die maandag besloot ik het weer te proberen en belde Parks. ‘Mmm, tja, moeilijk moeilijk, ze konden niets garanderen, hoe laat wilde ik iemand oppikken? Twaalf uur, ja dan was het lunch tijd’. Ze zouden zien wat ze konden doen en een bericht voor me achterlaten bij de receptie.

Toen ik om twaalf uur bij de receptie kwam en het bericht las dacht ik dat ik gek werd. ‘Hi Esther, all our rangers have gone out for shopping. Can you please postpone your research till Tuesday. We can give you a ranger from Tuesday till Wednesday. On Wednesday they have to go out to track rhinos at Makalolo. Edwin’. Goed, Edwin was dus niet jarig toen hij niets vermoedend van zijn lunch terug kwam. ‘Wat denk je nou eigenlijk, dat ik op maandag op sta en bedenk dat ik vandaag maar eens de bush in ga?!’. Nee, inderdaad, daar gaan weken van voorbereiding aan vooraf, en nee ik kan dus niet mijn onderzoek een dag uistellen omdat de rangers besluiten te gaan winkelen in plaats van hun werk te doen. Vertel mij wat ik in godsnaam moet doen om een ranger mee te krijgen want ik weet het niet meer’, liet ik hem wanhopig weten. Tja daar had hij ook geen antwoord op. En dus sta ik er alleen voor en proberen we in plaats van met een AK47 onze veiligheid met een busje pepperspray en een alarmpistool te garanderen. Ach, dat werkt waarschijnlijk toch beter dan de ranger want de laatste keer dat ze op olifanten jacht gingen hadden ze maar liefst elf kogels nodig om het dier dood te schieten, hoe moeilijk kan het zijn om een olifant te raken denk je dan. Dat is dus, net als de houding van de wetenschappelijke afdeling van onze Nationale ‘pride and joy’ Hwange National Parks, niet echt hoopgevend.

X Es


naar boven Bushmail 54 - 14-12-2008

Salibonani!

Eindelijk… ik heb weer huisdieren. Toen ik één van onze medewerkers vroeg een nieuw ‘trash pit’ (een kuil voor vuilnis) te graven ging hij, ondanks het warme weer, enthousiast aan het werk. Een beetje te enthousiast misschien want een paar uur later stond ik naar een gapend gat te staren dat meer weg had van een koninklijk familie graf dan een bescheiden ‘trash pit’. Goed, dan kunnen we weer even vooruit dacht ik bij mezelf en bedankte de overijverige werknemer hartelijk. Toen ik die avond bij toeval geritsel in de pit hoorde ging ik op onderzoek uit. Drie paar kraalogen glinsterden vanuit het diepe donkere gat in het licht van mijn zaklamp. De kraalogen behoorden aan drie gerbils toe. Normaal gesproken worden deze dieren als ze op onze weg komen doodgemaakt, ongedierte is ongedierte, maar ik had uiteraard andere plannen. Voorzichtig liet ik een stoel in de pit zakken en klom naar beneden. Binnen een kwartier stond ik met drie dozen met in elk een gerbil weer boven. Een mannetje en twee vrouwtjes… Het mannetje heb ik losgelaten, de twee vrouwtjes zijn nu tijdelijk huisdier. Ze lijken het erg naar hun zin te hebben in hun nieuwe onderkomen, als ze binnen een paar weken geen jongen hebben laat ik ze weer los. De pit heb ik voorzien van een plank zodat dieren op eigen kracht weer naar boven kunnen klimmen als ze per ongeluk in het familie graf vallen.

Naast de twee gerbils en twee boomkikkertjes (deze krakers hebben op eigen gelegenheid onderkomen in mijn huis gezocht) heb ik ook een jonge duif onder mijn hoede. Dit duiven jong kwamen we tegen op weg naar huis van Jealous zijn communal land. Toen Jealous, omdat hij tien jaar voor Painted Dog Conservation werkte, naar Europa ging had hij bij mijn dierenarts tante medicijnen ingeslagen om zijn koeien en geiten te helpen. Aangezien de bijsluiters in het Nederlands waren en Jealous niet handig genoeg is met injectie naalden offerde ik mijn zondag op om de dieren met de verschillende middelen te behandelen. Hoewel ik Jealous op het hart gedrukt had dat het wel zo handig was als alle koeien en geiten in de koraal waren als ik kwam was er bij aankomst op zijn communal land natuurlijk geen dier te bekennen. En dus werd er iemand op uitgestuurd om al het vee te zoeken. Ik wachtte geduldig bij de koraal. De eerste dieren die in zicht kwamen waren twee enorme stieren, ik moest even slikken toen ik de grootte van de horens zag maar bedacht me dat deze dieren ook gebruikt worden om de kar te trekken en dus wel enigszins tam zouden zijn. Nee dus… terwijl er vier man aan het touw om de horens en de poten aan het trekken waren probeerde ik al springend de boze stier te injecteren. Tja, dat werkte niet echt en de stier werd met de minuut doller. Hoewel ik daar niet echt een voorstander van was besloot ik toch Jealous zijn raad op te volgen en het dier onderuit te laten trekken. Het was namelijk te warm om nog langer het gevecht aan te gaan en hoe sneller we konden injecteren hoe beter. Een touw om de voorpoten, een touw om de achterpoten en voor de stier het door had lag hij op de grond. Snel injecteerde ik de medicijnen en spoot ik het anti wormen middel in zijn mond. De tweede stier hebben we, om alle wildwest taferelen te voorkomen, maar direct omgetrokken. De koeien waren gelukkig een stuk makkelijker en de geiten waren überhaupt geen probleem. Vol trots hielden de kinderen de geiten in bedwang terwijl ik de dieren één voor één behandelde. We hadden zelfs nog wat medicijnen over om de honden te injecteren. Vier uur, tien koeien, vijftien geiten en twee honden later konden we weer op huis aan.

Dan was het behandelen van de ontstoken ogen van één van onze wilde honden toch een stuk makkelijker. Dankzij onze ‘squeeze cage’, waarin we de hond tussen twee gaaswanden klem kunnen zetten konden we hem makkelijk injecteren met antibiotica. De vraag was alleen hoe we de snotachtige smurrie rond zijn ogen konden verwijderen. Aangezien de hond ondanks dat hij redelijk samen gedrukt zat nog voldoende ruimte had om ons van onze vingers af te helpen besloten we een waterpistool te fabriceren. Een grote spuit met een dunne naald bleek voldoende druk te geven om zijn ogen schoon te spuiten. Het duurde even om alles weg te spuiten maar het resultaat was het waard en de hond leek zowaar opgelucht dat hij weer wat beter kon zien.

Hoewel we hier heel wat dieren van dichtbij zien zijn er sommige dieren waar je het liefst zo ver mogelijk vandaan blijft. De grote slang bij ons huis was er één van. ‘Don’t kill it’ riep ik terwijl ik wegrende omdat het dier mijn kant op kronkelde. De night guard dacht daar heel anders over maar gelukkig had Martin (onze anti poaching coördinator) dezelfde mening. Met een stok probeerde hij het dier er van te behoeden het huis in te kruipen. Daar slaagde hij goed in tot de slang een uitweg zag en de ‘store room’ met auto onderdelen in kroop. Aangezien het niet echt handig is om een slang in het nauw te drijven en als je dat al doet je dat beter in de koude ochtend kunt doen wanneer deze dieren niet zo actief zijn werd een verdere zoektocht afgelast. Martin liet een stuk karton achter met de tekst ‘snake in here, ask Martin first’ en veegde de zand grond voor de deur aan zodat we aan de sporen konden zien of het dier op eigen gelegenheid zijn onderkomen had verlaten. De volgende ochtend bleek dat laatste gelukkig het geval en konden wij en de slang ieder weer onze eigen weg gaan.

X Es


naar boven Bushmail 53 - 14-12-2008

Salibonani!

Na 432, soms lange, uren in de auto zit mijn waterplaats experiment er op. Of er uit dit onderzoek leuke resultaten komen weet ik pas als ik de 16 video bandjes bekeken en in de computer gezet heb. Ik heb in ieder geval weer veel wildlife gezien en spannende dingen meegemaakt. Zo werd ik aangevallen door een baviaan toen ik op het viewing platvorm bij Nymandhlovu zat. Het dier was op mijn koelbox uit en totaal niet onder de indruk van mijn geschreeuw en dreigende bewegingen, sterker nog, hij rende op me af. En dus besloot ik van hem weg te rennen, de trap af naar de auto waar ik een alarmpistool en een alarm pen had liggen. Deze baviaan was, in tegenstelling tot de bavianen in de bewoonde gebieden, niet gewend dat er op hem geschoten werd en verblikte of verbloosde niet toen hij de knallen uit mijn alarmpistool hoorde komen. Ik kon mijn woede niet meer in toom houden en rende met de alarm pen (weer een heel hard hoog geluid uit komt) op hem af. Ik kon mezelf nog net inhouden om hem niet een klap in zijn gezicht te verkopen. Normaal gesproken zijn bavianen niet onder de indruk van vrouwen maar toen hij deze hysterische vrouw op zich af zag rennen nam hij toch maar het zeker voor het onzekere en ging er vandoor.

Bij Makwa werd ik op de proef gesteld met een lekke band. Gelukkig was het nog licht toen ik het merkte en kon ik dus in plaats van in de auto overnachten (in het donker is het namelijk niet slim om alleen een band te verwisselen) aan de slag. De olifanten bij de waterplaats keken vanaf een afstand nieuwsgierig toe hoe ik met boomstammen aan het slepen was om mijn wielen te blokkeren en met de highliftjack mijn Landrover de lucht in krikte. Aangezien ik niet de eerste zou zijn die zijn kaak verbrijzeld doordat de highliftjack in je gezicht schiet, en Hans me dat meerdere malen op het hard gedrukt had, was ik heel voorzichtig. Toen er terwijl ik probeerde mijn reserve band op de velg te leggen een auto van Wilderness langs kwam rijden besloot ik niet bescheiden te zijn en even om assistentie te vragen. ‘Thanks, I’ll be alright now’ zei ik toen de band erop lag. De Wilderness medewerker keek me wat meewarig aan, zou deze blanke vrouw echt helemaal zelf de moeren vast kunnen draaien en haar auto weer op de grond kunnen krikken?! Na een voorzichtig ‘are you sure?!’ besloot hij toch te gaan. Maar ik geloof dat ik toch enige vorm van opluchting in zijn gezicht bespeurde toen hij me een half uur later vrolijk zwaaiend voorbij zag rijden.

Bij Kanondo had ik weer geluk met leeuwen en cheeta’s. Dit is voor mijn onderzoek funest want met leeuwen rond de waterplaats weet je natuurlijk niet of de prooidieren alert zijn omdat je wilde honden poep rond de waterplaats verspreid hebt of omdat er een leeuw ligt. Waarschijnlijk het laatste… Het enige voordeel is dat het wel mooie foto’s oplevert.

Toen ik op de picnic plaats bij Kennedy 1 de bril van het toilet optilde staarde twee kraaloogjes mij hulpeloos aan. Een striped skink, een hagedis, was in het toilet gevallen en zag geen kans meer om langs de gladde randen omhoog te klimmen. Tja, ik kon de hagedis daar natuurlijk niet zo aan zijn lot overlaten en dus zat er niets anders op dan met mijn hand in het (gelukkig schone) toilet te rijken en het dier te vangen. Snel viste ik hem uit het toilet. Terwijl hij uit mijn hand naar veiligheid sprong liet hij zijn staart los die vervolgens als een kronkelende worm voor mijn voeten lag. Ik weet dat hagedissen hun staart (die daarna weer aangroeit) loslaten om vijanden te misleiden; het kronkelende stuk staart wordt door de vijand opgegeten en de hagedis ontsnapt. Maar ik moet zeggen dat ik het ondanks dat ik voorbereid was toch een beetje een luguber gezicht vond.

Echt veel tijd om na alle waterplaats observaties rustig aan te doen is er niet. Vrijwel direct ben ik begonnen aan de road transects waarbij we een vaste route rijden en opschrijven welke dieren we tegen komen. Met Jealous en Makalawa op het dak van de auto reed ik over Dete vlei. Toen er een kudde olifanten op ons pad kwam stopte ik en zette de motor af zodat ze op konden schrijven hoeveel dieren het waren. Toen één van de vrouwtjes recht op de auto af begon te lopen hoorde ik wat verschrikte geluiden vanaf het dak. ‘Esther, she is going to charge us’! Aangezien ze totaal geen tekenen van agressief gedrag vertoonde besloot ik haar niet onnodig te laten schrikken door de motor te starten (dat is namelijk het punt waarop ze kan besluiten toch aan te vallen) en gewoon af te wachten wat er ging gebeuren. Om haar wat af te leiden begon ik tegen haar te praten. Naast de auto bleef ze staan luisteren en raakte met haar slurf de bumper en de deur aan. Jealous en Makalawa hielden hun adem in. Zeker toen het olifanten vrouwtje zich realiseerde dat er twee trackers op het dak zaten en met haar slurf de schoen van Jealous aanraakte. Vanaf het dak klonk een benepen ‘go away’. Na nog wat aan de zijspiegel gevoeld te hebben besloot ze inderdaad te gaan en liep rustig met haar familie de bush in. Hoe groot haar familie is weten we niet want van schrik waren Jealous en Makalawa vergeten te tellen.

Wat we wel weten is dat er een kudde van 418 buffels rond loopt waarvan er twee strikken hebben. Eén een strik via zijn hoorn door zijn mond en één een strik rond zijn ogen. Helaas had ik geen verdovingsgeweer en drugs bij me dus kon ik op dat moment weinig doen. De afgelopen dagen heb ik geprobeerd deze kudde terug te vinden zodat ik deze dieren kan verdoven en de strikken kan verwijderen maar helaas zonder resultaat. Het blijft me altijd verbazen hoe makkelijk het is om dieren in de bush kwijt te raken. Je zou toch denken dat een kudde van meer dan 400 buffels dagelijks gezien zou worden. Hopelijk duiken ze de komende dagen weer op en kunnen we ze alsnog helpen.

X Es

P.S. Hans en ik zijn van plan om de tweede week van december een maand naar Nederland te komen. Aangezien we niet altijd bij anderen willen logeren zijn we op zoek naar een tijdelijk onderkomen. Mocht iemand dus horen dat mensen in die periode op vakantie gaan en een oppas voor hun huis zoeken dan houden we ons graag aanbevolen!