Bushmail



Bushmail 72 - 25-09-2009

 

Salibonani!

Eindelijk was het dan zover de grote dag was daar… Erg veel tijd om zenuwachtig te worden hadden we niet want de familie kwam een paar dagen eerder aan om ons de nodige afleiding te bezorgen. De drie dagen die we met hen in Victoria Falls doorgebracht hebben werden benut met bijpraten, uitrusten en kapsels en make-up testen. De tijd vloog voorbij en voor we er erg in hadden was het dan toch echt donderdag 17 september, de dag des huwelijks… Met gezonde spanning zaten we in de auto op weg naar Matetsi River lodge, de lodge waar we elkaar aan de oever van de Zambezi River het ja-woord zouden gaan geven. Bij aankomst stond het voltallige personeel ons met blijde gezichten op te wachten. De meeste mensen kennen ons omdat Hans voor het bedrijf gewerkt heeft en wij meerdere keren bij de lodge overnacht hebben. En dus was dit voor iedereen niet zomaar een bruiloft maar de bruiloft van Hans en Esther. Al dagen waren ze aan het experimenteren met het maken van de kwarktaart, het koor had uit den treuren gerepeteerd en iedereen was blij toen we meer dan tevreden bleken te zijn met de bloemstukken en niet boos waren omdat we eigenlijk gewoon bossen rozen besteld hadden. ‘Wat voor schoenen heb je aan’ was de eerste vraag die me bij aankomst gesteld werd. Iedereen haalde opgelucht adem toen ik ‘nou gewoon, een soort slippers’ antwoordde. De gaten die de olifanten een paar dagen tevoren rond de ceremonie locatie gemaakt hadden hadden de lodge manager namelijk slapeloze nachten bezorgd met kwade dromen over hoge hakken en ernstige valpartijen. Zonder hoge hakken zou ik het wel redden en dus kon het feest zonder problemen beginnen!

Na een vlugge lunch waarbij zowel ik als Hans toch wat minder happen door ons keel kregen dan normaal gesproken het geval is (ik van de zenuwen en Hans omdat hij een licht buikvirus onder de leden had) was het tijd om onze wegen tijdelijk te scheiden. Ik nam bivak bij mijn zusje op de kamer waar ik op kosten van de lodge een heerlijke voetmassage kreeg. Terwijl ik in mijn massage op ging tikte de tijd voorbij, toen ik weer op mijn horloge keek was het maar liefst tien over drie. En dat terwijl we om half vier opgehaald zouden worden! Mijn zusje was in geen velden of wegen te bekennen, die zat nog bij mijn ouders op de kamer. Snel sprong ik onder de douche en tot mijn opluchting stond Nicole toen ik er weer onder vandaan kwam met kammen, speldjes en make-up klaar. Terwijl de tijd begon te dringen probeerde ik mijn hoofd koel te houden en geen haast te maken, je trouwt immers maar 1x en dus wil je er op je best uitzien. Toen ik met haar en make-up klaar was om in de jurk gehesen te worden en mijn zusje suggereerde om eerst nog even iets anders te doen kreeg ik een lichte zenuwinzinking. ‘En nu wil ik gewoon die jurk aan’ riep ik als een verwende tiener. Gelukkig hadden mijn vader en zusje begrip voor de hysterische bruid en snoerden me zonder commentaar snel in de jurk. Anderhalf uur te laat maar mooier dan ooit liep ik aan mijn vaders arm richting de boot die ons naar Hans en de rest van de familie zou brengen.

Ook Hans had na zijn eerdere optimisme toen hij hoorde dat zowel de magistrate als de fotograaf op tijd waren een lichte zenuwinzinking toen hij anderhalf uur vergeefs op zijn bruid zat te wachten. ‘No worries, everything will be alright, hield de lodge manager hem voor. En everything was all right toen hij zijn bruid met de boot over de Zambezi aan zag komen varen. De familie hield het niet droog toen ik de boot af kwam en aan de arm van mijn vader, begeleid door het zingen van een Afrikaans koor, richting mijn toekomstige echtgenoot liep. Onder een mooie grote boom aan de rivier gaf mijn vader mij weg aan Hans. Richard, onze magistrate (die twee dagen tevoren nog ternauwernood had kunnen voorkomen dat Hans door immigratie het land uitgezet werd), begon met te benadrukken dat tegen het gebruik in Zimbabwe in dit toch echt een huwelijk tussen één man en één vrouw was en de familie zich dus geen zorgen hoefde te maken. We kregen het goede advies dat het geheim van een gezegend huwelijk gebaseerd is op elkaar de ruimte geven zichzelf te zijn en naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren waarna het tijd was voor onze ‘vows’ en de ringen. Met tranen in onze ogen beloofden we elkaar eeuwige trouw en schoven de ringen om elkaars vingers. Na een kus tussen de kersverse echtgenoten en het tekenen van de officiële papieren werd de champagne open getrokken en gingen we terug naar de boot om met onze familie van de zonsondergang op de Zambezi rivier te genieten. Veel hebben we niet van de zonsondergang gezien want tot onze grote verrassing was er met de familie een koffer vol cadeaus en gelukwensen van vrienden en familie meegekomen. Het was ontzettend leuk en hartverwarmend om op deze manier onze trouwe achterban in Nederland er toch een beetje bij te hebben.

Terwijl de zon onder ging voeren wij richting de kust waar we met grote vuren en fakkels opgewacht werden voor een heus diner in de bush. Wat een geweldige afsluiting om met z’n allen tussen de bomen in de bush van Afrika van een viergangenmenu te genieten. De drank vloeide rijkelijk, de maaltijd was geweldig en de bruids/kwarktaart die we als dessert hadden laten serveren meer dan gelukt. Het sprookje was compleet toen we na afloop van het diner onze kamer opkwamen, het bad al klaar stond en de vloer bezaaid was met bloemen en kaarsjes om onze huwelijksnacht in te leiden…

De volgende dag vertrokken we met de familie richting het project waar we zaterdags een groot feest voor personeel en vrienden gaven. Gelukkig bleek bij aankomst bij het project dat alles liep en we geen crisismanagement toe hoefden te passen. Tot ieders groot genoegen verschenen we in vol ornaat op ons feest. Met name onze personeel was de afgelopen tijd drukker met ons huwelijk bezig geweest dan wijzelf en keek al maanden uit naar ‘het feest van het jaar’. De hooggespannen verwachtingen kwamen uit en iedereen dronk, at en danste er lustig op los. Om middernacht was iedereen dronken genoeg om richting huis te keren. Velen moesten de volgende dag immers werken, naar de kerk, of zoals wij naar het vliegveld om de familie af te zetten. Om ervoor te zorgen dat het leven niet zomaar ongemerkt door zou gaan en als koppel bij ons huwelijk stil te staan hadden we maar liefst drie nachten in het vijf sterren Victoria Falls Hotel geboekt. Drie dagen lang hebben we met een cocktail in onze hand bij het zwembad gelegen, van massages, de kapper en facials genoten en heerlijk romantisch bij kaarslicht gedineerd. De kroon op een fantastische bruiloft!

X Es


naar boven Bushmail 71 - 12-09-2009

Salibonani!

De afgelopen weken hebben we weer dag en nacht achter dieren aangezeten en dat leverde deze keer nogal wat frustratie op. In tegenstelling to zebra’s, buffels en olifanten zijn kudu’s en impala’s met geen mogelijkheid dicht genoeg te benaderen. Hoewel we als echte predatoren ongezien en ongehoord op onze prooi af probeerden te sluipen is dat met een four Wheel drive Landrover niet off road niet echt makkelijk. Met elk krakend takje maakten de impala’s en kudu’s zich snel uit de voeten, ons verzuchtend in de auto achterlatend. Impala’s en kudu’s zijn naast stiller ook behendiger dan mijn trouwe Landrover en dus heb ik in een week tijd twee banden stuk gereden en stonden we regelmatig zonder uitweg volledig klem in de dichte bush. De keren dat we dichtbij genoeg waren om te schieten waren op één hand te tellen. Toch wisten we zo nu en dan deze schaarse kansen te benutten en een dier te darten. Soms geheel onverwachts…

Het was mijn beurt om een impala te darten. We hadden twee vrienden van Roger in de auto en een kudde met impala's in ons vizier. Na zo’n tien minuten off road achter de dieren aangereden te hebben kreeg ik eindelijk een kans om te schieten. Een kans die ik in een flits van een seconde benutte. ‘Poef’ daar schoot de dart uit mijn geweer, ‘well done! ’ klonk het in koor in de auto. Ik bleef wat stil, ‘dat was een perfect schot, ben je niet blij’ vroeg Roger wat bezorgd. ‘Jawel, alleen was dat niet diegene waar ik op richtte’ gaf ik beteuterd toe. ‘Who cares, we’ve darted our impala’, klonk het wederom in koor in de auto. Tja, dat was waar. Terwijl ik op de kont van mijn impala richtte en de trekker overhaalde sprong het dier naar voren en landde de dart in de schouder van het dier erachter, een zogenaamd ‘lucky shot’. Gelukkig op de juiste plek en dertig minuten later liep er dus een impala met een halsband rond.

De kudu's gaven ons ook weer spannende momenten. Het verhaal van de kudu die met de tong uit haar mond kilometers voor ons uit bleef rennen hadden we nog vers in ons geheugen en dus besloten we de drugs dosis wat te verhogen. Zo gezegd zo gedaan, in plaats van 5mg M99 gaven we 6mg. Helaas zonder resultaat… Hoewel ik die ochtend al een zebra gedart had was het wederom mijn beurt om te schieten. De kudu's gaven me weinig tot geen kans, schichtig bleven ze ver in de bosjes op 40 meter afstand naar ons staan kijken. Veertig meter is de maximum afstand om te darten, ik besloot er gezien de goede positie van het dier toch voor te gaan. Snel bracht ik mijn geweer op druk en legde aan. ‘Are you sure of this’, vroeg Roger. ‘Yes’, zei ik vol overtuiging en schoot de dart met precisie in de kudu haar schouder. Mijn moment van trots duurde maar kort want voor we het wisten renden de kudu’s in volle vaart uit beeld. Omdat we de dieren niet verder op wilden jagen dan nodig besloten we te wachten tot de drugs normaal gesproken in werking zou treden. De tien minuten kropen tergend langzaam voorbij. Na negen en een halve minuut sprongen we uit de auto om de dieren via de sporen die hun hoeven in de aarde achter laten te volgen. Omdat er verse sporen verschillende kanten opgingen besloten we op te splitsen. Daar ging ik met de bewapende National Parks ranger de bush in, vastbesloten mijn kudu te vinden. Na ruim een half uur was de stemming bedompt, ‘come back this way, we’re not going to find her there’ klonk het meerdere keren over de radio. ‘Give me five more minutes’ was mijn standaard antwoord terwijl ik met Pilani, de ranger, de bosjes uitkamde. Na drie kwartier zoeken begon ook bij mij de twijfel toe te slaan. Moesten we dan toch terugkeren? Terwijl ik met Pilani over een hoefafdruk gebogen stond hoorde ik een raar reutelend geluid. Pilani had het ook gehoord, ‘it might be a leopard’. Ik fronste mijn wenkbrauwen, ‘let’s have a look’, was mijn antwoord. Mijn vermoeden werd na nog geen vijftig meter bevestigd. Daar lag ze, mijn kudu, reutelend in haar eigen opgehoeste eten en speeksel. Snel rende ik op haar af sjorde haar met al mijn kracht omhoog en haalde met mijn hand haar mond en keel leeg terwijl Pilani takken afbrak om haar van schaduw te voorzien. ‘We found her’, opgelucht gaf ik de GPS coördinaten over de radio terwijl ik met mijn sjaal de kudu blinddoekte. Binnen no time kwam de rest van het team aangerend om te assisteren. Groot was mijn opluchting toen mijn kudu even later zonder problemen weer op haar vier poten stond, we hadden ruim een kilometer gelopen om haar te vinden... Tja, op het moment dat je de trekker overhaalt ben je verantwoordelijk voor dat dier, iets wat ze er op de dart cursus goed inprenten, de ‘five more minutes’ waren dan ook een afleidingsmanoevre, ik had met Pilani al lang besproken dat we zouden blijven lopen tot de drugs normaal gesproken uitgewerkt zijn. De missie is immers alleen geslaagd als een dier gezond en wel weer in de bush loopt.

Helaas hadden we pech, de tweede kudu die we die week darten konden we dankzij de radiotelemetrie dart vrij gemakkelijk terug vinden maar bij de derde ging het mis. De telemetrie dart die Roger in haar nek geschoten had was uit het dier gevallen en de plek waar ze gedart was is een populaire kudu hangplek en dus raakten we al snel het spoor letterlijk bijster. Ondanks onze verwoede twee en een half uur durende zoekpoging waarbij we zowel van ons tien man tellende team als de auto gebruik maakten vonden we haar niet terug. Verslagen reden we die avond naar huis hopende dat de drugs na twee uur uit de kudu haar systeem verwijderd zou zijn en ze uit zichzelf weer opgestaan was. De volgende ochtend vroeg reden we in stilte weer richting de dart plek. Gelukkig werd ons ergste vermoeden niet bevestigd en was de plek niet omgeven met gieren, jackhalsen en hyena’s. De kans is dus groot dat ze er zonder problemen vanaf gekomen is maar leuk is anders…

Leuk was ook anders toen we een olifantenkoe moesten darten omdat haar halsband te los zat en haar nog geen jaar oude kalf beteuterd bij haar omgevallen moeder bleef staan. Het kleine kalfje was op zich nog niet zo’n probleem maar haar tienerbroer die op de achtergrond opgewonden op en neer aan het rennen was was een ander verhaal. Rustig bleven we wachten om hem de ruimte te geven zijn zusje mee te nemen. Normaal gesproken doet de matriarch (het leidende vrouwtje van de kudde) dat maar in dit geval was de koe stukje bij beetje achter geraakt en had de rest van de kudde dus niet in de gaten gehad dat ze door de knieën ging. Gelukkig nam de tiener het kalf mee maar helaas niet ver genoeg om geen gevaar voor ons te zijn. Snel gingen we aan het werk terwijl Hans met de auto de olifanten kinderen op afstand hield. Boos tetterend bleven ze op afstand op en neer rennen, dichtbij genoeg om ons schichtig over onze schouders te laten kijken terwijl we snel de halsband op de juiste maat brachten. Gelukkig was de klus snel geklaard en konden de moeder, kalf en tiener weer herenigd worden.

En nu?! Eindelijk even rust… na dagen achter impala’s en kudu's aangerend te hebben is het nu even tijd om bij de snel naderende bruiloft stil te staan en de laatste puntjes op de i te zetten. Gelukkig is het meeste geregeld en is het dus een kwestie van uitnodigingen sturen, groente kopen, hopen dat de 'magistrate' ook echt op onze bruiloft verschijnt om het huwelijk te bezegelen, en de afgelopen weken in de bush achter me laten door beauty slaapjes te doen, in de zon bij te kleuren en een voetenbadje te nemen. Om het huwelijk in te leiden heb ik van het weekend zowaar een heus vrijgezellenfeest gehad. Hoewel Forggie er in geslaagd was om haar snode plannen tot de laatste dag geheim te houden gaf ze teveel bloot toen ze me op het hart drukte dat ik zaterdag zonder Hans naar haar huis moest komen voor iets heel belangrijks. Ondanks dat was het een hele leuke verrassing om bij aankomst bij haar huis door Nikki (safari lodge), Wendy (het art en craftcentrum), Laurie (leeuwenproject), Evelyne (langdurige supporter van het project) en Frogs met veel drank, eten en kadootjes begroet te worden. Toen ik later die avond met teveel alcohol in mijn bloed en een rare kroon met parelhoen veren op mijn hoofd Hans tegemoet kwam lopen kon hij zijn lach niet onderdrukken. Ik ben maar gewoon direct mijn bed in gegaan en heb het de volgende dag heeeel rustig aan gedaan. Op naar het huwelijk zou ik zeggen, volgende week rond deze tijd staat mijn familie op het vliegveld en kan het feest beginnen!

X Es


naar boven Bushmail 70 - 22-08-2009

Salibonani!

Na dagen zoeken was het dan eindelijk zover, de meer dan honderd dieren tellende buffelkudde bevond zich eindelijk in een gebied waar we toestemming hadden om te darten. We hadden geluk, toen we aankwamen op de plek waar ze vanuit de helikopter het laatst gezien waren stonden ze zowaar naast de weg. ‘Do you want to give it a try?’ vroeg Roger. Ja, eerlijk is eerlijk, het was nu mijn beurt want ik had hem twee buffels vanuit de helikopter laten schieten omdat ik wist dat hij dat heel graag een keer wilde doen. ‘Yes, lets go!’ was mijn ietwat stoere antwoord, terwijl ik uit het dakraam van de auto ging staan en mijn geweer aanlegde. Voorzichtig reden we dichterbij. De kudde keek ons verbaasd aan. ‘That’s a nice female’, fluisterde de PH (professional hunter oftewel professionele jager), die ons voor de veiligheid vergezelde, me toe. Helaas stond dit vrouwtje in dichte bosjes tussen andere dieren. In mijn vizier zocht ik naar een open plek tussen de takken en richtte op haar kont. De horens van het jonge mannetje dat naast haar stond verstoorden mijn beeld. Geen ‘clear shot’ en dus wachtte ik af. Ik voelde mijn hart kloppen terwijl de seconden voorbij tikten… ‘POEF’ op het moment dat het mannetje zijn hoofd wegdraaide haalde ik de trekker over en raakte het vrouwtje in haar achterpoot. ‘Dart in’, klonk het over de radio terwijl de PH me een schouderklopje gaf. De kudde rende geschrokken de bosjes in. Roger, de jager en ik pakten snel onze spullen en gingen te voet achter de dieren aan. De radiotelemetrie dart was halverwege uitgevallen en dus kostte het wat moeite om de buffelkoe terug te vinden. Toen we het dier in de bosjes zagen liggen was duidelijk dat ze niet volledig verdoofd was. Toen we haar benaderden probeerde ze weg te komen. Omdat we haar niet nog een volledige dosis wilden geven besloot Roger haar met de hand te injecteren. ‘Don’t let her get away’ fluisterde Roger me toe terwijl hij op de buffel afsloop. Ik stond met mijn dartgeweer in de aanslag voor het geval de buffel zich uit de benen zou maken als Roger de injectie gaf. Dat was niet het geval en nog geen drie minuten later was het dier volledig onder zeil en konden we de halsband omdoen en bloedmonsters nemen.

Niet helemaal verdoofd zijn is één van de problemen waar we mee te maken kunnen hebben. Soms komt dit doordat een dart er uitvalt, soms omdat de dart niet helemaal goed geplaatst is en de drugs onder de huid geïnjecteerd wordt in plaats van in een spier. Dit gebeurde met onze eerste kudu. Het vrouwtje dat we wilden vangen stond met de rest van de kudde in dichte bosjes en dus besloten we wederom gebruik te maken van een radiotelemetrie dart die we met een speciale receiver kunnen volgen. Achteraf bleek dit ons geluk te zijn. De dart kwam te schuin in het dier terecht en dus werd de drugs onder de huid geïnjecteerd waardoor het langer duurt voor het dier verdoofd is en er dus meer tijd is om weg te rennen. Toen ze zich uit de voeten maakte snelden we met de receiver achter haar aan in de veronderstelling haar een paar honderd meter verder verdoofd en wel in de bosjes aan te treffen. Na ruim twee kilometer lopen wisten we beter. Op het moment dat we echt de moed op begonnen te geven zagen we haar verdwaasd met haar tong uit haar mond voorbij rennen. Geen goed teken. ‘We can’t give up we have to get her’, zei ik vastbesloten tegen Roger. En dus lieten we alle uitgeputte studenten achter en gingen met ons tweeën de bush weer in. Uit het niets stond ze opeens voor ons. Snel gaf ik Roger het geweer, dit was immers een eenmalige kans waarvan ik vond dat de meest ervaren persoon die moest nemen. Het kuduvrouwtje kwam duidelijk onder invloed met grote ogen op ons aflopen. Stokstijf bleven we staan, we hielden onze adem in, dit moest goed gaan! Groot was de opluchting toen Roger de trekker overhaalde en de dart netjes in de kuduschouder landde. Na een paar minuten was ze onder zeil en konden we onze hulptroepen aan laten rukken om haar oververhitte lichaam met water te koelen. Snel werkten we ons lijstje af en binnen een half uur konden we haar de antidosis toedienen en stond ze weer op haar poten.

Een ander probleem waar we mee te maken hebben is dat dieren niet altijd onder zeil gaan op de plek die je voor ogen had. In principe darten we op plaatsen waar we weten dat als dieren onderuit gaan ze niet gewond raken. Toen we een jonge zebramerrie op een grote open plek darten dachten we dan ook dat we de perfecte plek gekozen hadden. Helaas, in die open vlakte stonden een paar bomen en struikjes en ja hoor, dat was natuurlijk waar onze zebra neer ging. Nou ja neer ging, meer neer hing, want ze bleef met haar hoofd tussen de takken steken en hing dus letterlijk in de boom en tussen de struiken. Met een nijptang en een bijl hebben we haar snel uit haar benarde positie kunnen bevrijden. Gelukkig was het makkelijker om een zebramerrie voorzichtig om te duwen dan de olifant die we een paar dagen tevoren met drie man op zijn zij hadden moeten duwen.

Een andere factor die ons werk interessant maakt is het gedrag van de dieren in de kudde. Zebra’s zijn apart genoeg erg beschermend over hun medekuddegenoten. Vaak staat de rest van de kudde op nog geen honderd meter toe te kijken terwijl wij met hun groepsgenoot bezig zijn. Meestal hoor je gedurende de hele procedure de zebra’s naar elkaar roepen en soms komen ze opeens semi-stoer op ons afstappen om op het laatste moment toch maar te besluiten afstand te houden. Hoe anders dan de impalamannetjes die op het moment dat ze enige zwakte in het gedarte vrouwtje detecteren direct misbruik van de situatie maken en proberen het vrouwtje te dekken. Dit geeft ons de nodige problemen, zeker als het vrouwtje daardoor niet de tijd krijgt rustig onderuit te gaan. We hebben al heel wat mannetjes vervloekt.
Meestal gaat het gelukkig volgens het boekje en verloopt alles zonder problemen. Tot nu toe heb ik slechts één keer een dier gemist, een zebra die wegliep en die ik toen ik een nieuwe dart geladen had alsnog in zijn kont schoot. Toch is het ene schot mooier dan het andere. Het buffelschot was tot nu toe wel één van mijn mooiste schoten. Hoewel…, het hyenaschot een paar dagen later bij Guvalala was ook niet mis. We hadden al een keer eerder een poging gewaagd om op die plek een hyena te vangen maar door onervarenheid van de studenten was de ‘dart site’ niet goed klaar gemaakt. Telkens als we wilden schieten stond er teveel hoog gras in de weg. Deze keer hadden we zelf de ‘slasher’ in de hand genomen en elke grasje en takje dat enigszins boven het maaiveld uitdreigde te komen weg gehakt. Het aas, een olifantenbot van een olifant die een paar dagen eerder met de trein in botsing gekomen was, werd aan een boom in het midden van ons veld gebonden. Toen de zon onder ging dienden de eerste hyena’s zich al snel aan. Helaas toonden ze weinig interesse in ons aas en liepen weg. Geduldig als we zijn bleven we braaf in de koude auto zitten verkleumen in de hoop dat de hyena’s terug zouden komen. We hadden geluk, een paar uur later kwamen de dieren bij gebrek aan beter terug bij het aas. De grootste van de drie dieren liep rond de auto en bleef aan mijn kant staan. ‘Go for it’, zei Roger terwijl hij me voorzichtig het geladen geweer aangaf. Daar hoefde ik geen twee keer over na te denken en in één vloeiende beweging pakte ik het geweer aan, richtte en haalde de trekker over om met een welgemikt schot een dart in de schouder van de hyena te plaatsen. Tja, één keer is genoeg, we gaan natuurlijk niet weer een hele avond tot twee uur ’s nachts in de bush zitten zonder resultaat te boeken.

X Es


naar boven Bushmail 69 - 16-08-2009

Salibonani!

Stap voor stap slopen we door de bush, de krakende takjes ontwijkend, op zoek naar een olifanten kudde. ‘There they are’, fluisterde Roger (een zeer ervaren darter en hoofd van ons capture team), Brent, mijzelf en de National Parks-ranger toe. Hoewel we de kudde tegen de wind in tegemoet gelopen waren, waren we nu zo dichtbij dat ze ons in de gaten hadden. ‘Let’s get a bit closer’, stap voor stap slopen we op nog geen 25 meter van ons target, een middel grote olifanten koe. Terwijl wij door onze knieën gingen hield Roger zijn dart geweer in de aanslag. Ook Brent en de ranger waren klaar om in geval van nood te schieten, met echte geweren… De olifant stond recht voor ons, geïrriteerd draaide ze zich naar ons om en schudde haar hoofd, een teken dat ze vond dat we te dichtbij waren. Precies op dat moment klonk de vertrouwde ‘poef’ van het dart geweer. De dart zat in haar slurf. ‘Dart in’, fluisterde ik over de radio naar ons back up team.

De dart was genoeg om haar plannen te wijzigen, en de olifanten koe liep terug naar haar kudde die twintig meter verder vredig stond te eten. De bossage was zo dicht dat we niet goed konden zien wat er gebeurde. Na vijf minuten klonken er paniekerige olifanten kreten, een teken dat de gedarte olifant neer gevallen was. ‘Elephant down’, fluisterde ik over de radio terwijl ik met gemengde gevoelens toe keek hoe de andere olifanten haar weer overeind probeerden te tillen. ‘Let’s move in’, zei Roger. We stonden op en begonnen naar de olifanten toe te lopen terwijl we met luidde kreten en tikken op ons geweer de dieren probeerden te verjagen. De kudde maakte zich, op één dier na, uit de voeten. Dat ene dier besloot dat we geen goede voornemens met haar, waarschijnlijk moeder of zuster, hadden en liet duidelijk blijken dat ze de olifant aan haar voeten koste wat het kost zou verdedigen. ‘Go get the car’, riep Roger me toe.

Terwijl Pilani, de National Parks-ranger, en ik ons zo snel mogelijk een weg richting de auto baanden hoorden we de klassieke kreet die olifanten geven als ze aanvallen. ‘Terug lopen heeft geen zin, zelfs niet als ze aangevallen zijn, ik moet met de auto naar hen toe rijden’ schoot het door mijn hoofd. En dus rende ik naar de auto en reed ik over struiken en boompjes dwars door de bush richting de olifant. Tot mijn grote opluchting kwamen Brent en Roger me, weliswaar wat buiten adem maar ongedeerd, tegemoet lopen. De olifant had hen inderdaad ‘gecharged’ maar door hard weg te rennen hadden ze kunnen voorkomen dat ze moesten schieten. Met de auto wisten we de olifant weg te jagen en konden we snel naar de gedarte olifant lopen om haar te stabiliseren en de halsband om te doen. Daar was het immers om te doen, dit was één van de tien olifanten die voor een langdurige studie van een speciale GPS halsband voorzien werd. Na nog geen twintig minuten waren we klaar en konden we de antidosis toedienen. Vijf minuten later stond ze weer op haar poten en liep kalm de bosjes in in de richting van de kudde. ‘Job done’ verzuchtten we opgelucht. Helaas was Hans zijn ‘job’ nog verre van ‘done’ want in het heetst van de strijd had ik de remleiding van mijn auto los gereden.

Dit was onze tweede olifant, gelukkig was de eerste heel wat rustiger verlopen. ‘The next one is yours’ zei Roger terwijl we met de auto richting een waterplaats reden. Nog geen half uur later kwam de eerste olifanten kudde uit de bush richting de waterplaats lopen. Voorzichtig prepareerde ik de dart, het middel dat we gebruiken is immers in hele kleine hoeveelheden al dodelijk voor mensen. In de auto reden we langzaam op ons target, een middelgrote olifanten koe, af. Terwijl ik met het geweer in de aanslag uit het dakraam van de auto stond reed Roger tot op twintig meter van de olifant. Zonder aarzelen haalde ik de trekker over om vervolgens opgelucht ‘dart in’ over de radio te kunnen raporteren. Yes!!! Dat was gewoon mijn eerste gedarte olifant! Alles verliep volgens plan en zonder problemen stond het dier dertig minuten later met een halsband weer bij haar kudde. Het aanbod om de derde olifant van die dag te voet te darten heb ik, na de ervaringen eerder die morgen, maar even afgeslagen. Ik was er namelijk niet van overtuigd dat ik dezelfde jagers reflex zou hebben gehad als Roger en het dier recht in zijn slurf gedart zou hebben. Natuurlijk sloop ik ook bij dit dier wel weer gewoon mee door de bush. Gelukkig verliep dat deze keer heel wat rustiger dan de eerste keer.

Drie olifanten op een dag was ons record, normaal gesproken doen we er één.

Na een week in de auto en te voet rond gedart te hebben kregen we ‘air support’ van een professioneel ‘capture team’. Dit team was er in eerste instantie voor de buffels maar omdat er hier en daar wat tijd over was hebben we ook olifanten vanuit de helikopter gedart. Darten vanuit de helikopter is in principe makkelijker dan darten vanaf de grond. De helikopter kan niet alleen heel dichtbij de dieren vliegen om een dart te schieten maar kan ook als de olifant gedart is de kudde richting een weg leiden waardoor het ‘ground team’ snel ter plaatste is als het dier om valt. Omdat ik de mensen van het capture team ken kreeg ook ik de mogelijkheid om vanuit de helikopter een olifant te darten. Wat was ik trots toen ik mijn dart netjes in de olifanten kont zag landen en de olifant na vijf minuten door de knieën ging. Ik had weinig tijd voor de schouderklopjes die ik kreeg toen ik uit de helikopter kwam. Snel rende ik naar de olifant om er voor te zorgen dat alles in orde was. Uiteindelijk staat de gezondheid van het dier voorop. Ik was dan ook heel blij en opgelucht toen ik gisteren de laatste olifant mocht darten en ook dit dier weer zonder problemen binnen dertig minuten op zijn benen stond. Missie geslaagd!

Nu kan ik me concentreren op de zebra’s waarvan we er inmiddels vijf gedart hebben (ik heb er drie gedart). Nog zes zebra’s, twintig hyena’s, tien kudu's, veertien impala’s en zes buffels te gaan…

X Es


naar boven Bushmail 68 - 15-08-2009

Salibonani!

De droom van elke onderzoeker is vorig jaar voor mijn begeleider uitgekomen; hij heeft geld gekregen voor een groot vierjarig project naar de relaties tussen verschillende prooi en predators in Hwange National Park. Dit betekent dat er dit jaar maar liefst honderd verschillende dieren van speciale met elkaar communicerende GPS halsbanden voorzien zullen worden. Ik zag mijn kans schoon en heb me vanaf het begin met dit project bemoeid zodat mijn positie in het capture team verzekerd was. Wie wil er nou niet een olifant darten?! Ja, inderdaad, zo eindigde ik dus met 120 bloed sample kitjes en vijf hyena banden in mijn koffer terwijl we eigenlijk in Zuid Afrika voor de bruiloft gingen shoppen. En moest ik hemel en aarde bewegen om de Zimbabwe Drug Counsel ervan te overtuigen dat ik het aantal mg drugs dat ik op de jaarlijkse aanvraag formulieren voor mijn dart vergunning had gezet niet zomaar uit mijn duim gezogen had maar echt voor zoveel dieren wilde gaan gebruiken.

Samen met Herve, mijn Franse begeleider, bespraken we het plan de campagne en besloten we wie we bij de captures wilden betrekken. Onze keuze viel op Roger Parry, een zeer ervaren wild vanger die in zijn leven eerder duizend dan honderd dieren gedart heeft. Omdat het vanuit de lucht makkelijker is dieren te volgen dan vanaf de grond besloten we ook dat er als extra voor een paar dagen een helikopter met piloot deze kant op moet komen om ons te assisteren. Georganiseerd als Roger en ik zijn begonnen wij maanden geleden al over brandstof, vergunningen en het bestellen van drugs en GPS halsbanden te praten. We zouden in juni beginnen met het vangen van hyena’s maar omdat er problemen met de settings van de halsbanden waren moest dit uitgesteld worden tot een nader te bepalen datum. Mooi dachten wij, dan kunnen we de hyena’s en olifanten achter elkaar vangen voor we in juli met de buffels, zebra’s, kudu’s en impala’s beginnen. Goed, wij hadden ons plan dus klaar.

Helaas waren we even vergeten dat we hier te maken hebben met, van nature ongeorganiseerde, Fransen. En dus waren drie dagen voor de captures van de olifanten plaats zouden vinden de halsbanden nog in Zuid Afrika en niet bij ons in Hwange National Park. Hoewel wij hier slapeloze nachten van hadden sliepen de Fransen er geen nacht minder om. ‘Pas de problem’ alles zou in orde komen. En dat kwam het ook, een ruime twee weken na de afgesproken datum, voor Franse maatstaven ruim op tijd. Hoewel… ‘I have good news and bad news’ wist mijn begeleider me te melden. Mijn hart zonk in mijn schoenen, dit had ik de afgelopen drie jaar eerder gehoord. ‘The collars have arrived but we don’t have a parks permit to capture the elephants’. ‘Great’ antwoordde ik droog terwijl ik in gedachten de guillotine heel hard naar beneden liet komen. Hadden wij niet drie maanden geleden al aangegeven dat hij met National Parks contact moest leggen om ervoor te zorgen dat al het papier werk in orde was?!! ‘Pas de problem’ het zou in orde komen…

Gedurende het hele weekend was er geen telefoon of e-mail verkeer mogelijk en dus besloot Roger de gok te wagen en kwam die maandag met zijn hele team deze kant op om er hier achter te komen dat de permit er nog steeds niet was. Merde! Gelukkig konden we wel beginnen met het vangen van een paar hyena’s. De eerste nacht besloten we ons geluk op de oude air strip van National Parks te beproeven. Daar zaten we dan midden in de nacht te bevriezen rond een stuk rottend olifanten vlees. Gelukkig kwamen de hyena’s snel op de lucht af en kregen we zowaar een kans om er één te darten. Hyena’s staan erom bekend dat ze zodra de pijl hen raakt kilometers rennen en dus was iedereen ervan uitgegaan dat we in het donker te voet achter een hyena aan zouden moeten. Niet echt een prettig vooruitzicht. We hadden mazzel, het dier rende niet al te ver en we konden het makkelijk in zicht houden. Een ander probleem met hyena’s is dat als er één onder zeil gaat de anderen soms hun kans schoon zien en het verdoofde dier verscheuren. Tot onze opluchting viel ook dat mee en lieten de andere dieren ons gedarte dier met rust. Voor de verandering verliep alles dus eens volgens plan en liep er twee uur later een hyena met een halsband over de air strip.

Dat was de eerste en de laatste keer dat alles volgens plan verliep. De tweede avond hadden we aanzienlijk minder succes. De eerste poging om te schieten mislukte, de dart viel een meter voor het dier op de grond. De mensen die de dart plek en het aas voorbereid hadden waren vergeten het gras rond de dart site weg te snijden. En dus stond er, telkens als de dieren in de juiste positie stonden om te darten, gras in de weg. Na uren vergeefs wachten op een goede kans besloten we het om één uur ’s nachts op te geven en richting huis te keren. De volgende nacht wilden we weer een poging wagen maar kregen we van Parks te horen dat er bij de site twee nachten toeristen aan het kamperen waren. Tja, aangezien er bij dit soort activiteiten al genoeg toeschouwers zijn, we waren in totaal met vijftien mensen en drie auto’s, besloten we niet te wachten op ongenode gasten en het darten uit te stellen en van onze nachtrust te genieten. De volgende nacht waagden we een poging in een gebied vlakbij huis, ‘relaxt’ dacht ik bij mezelf ‘ben ik lekker op tijd thuis vannacht’. Nou niet dus. Met aan baviaan als aas zaten we in de auto tussen de bosjes verstopt te wachten, en te wachten, en te wachten… Geen teken van leven. Toen we om half één slaapdronken besloten dat het tijd was om naar huis te gaan zagen we vijf hyena’s op de weg staan. ‘Neeeee’, dacht ik bij mezelf (en ik weet zeker dat meer mensen dit dachten) ‘ik wil gewoon naar huis’. Maar natuurlijk, gemotiveerd als wij als capture team zijn, we besloten het nog wat langer uit te zingen. Hoewel we de dieren rond hoorden lopen kwamen ze niet dichtbij genoeg om te darten en dus reden we uiteindelijk in het holst van de nacht onverrichter zaken weer naar huis.

Na vier dagen kat en muisspel met hyena’s spelen was de permit nog steeds niet gearriveerd en begon het ‘pas de problem’ verhaal meer op een ‘problem’ verhaal te lijken. En dus besloot Roger met zijn team huiswaarts te keren tot de zaken geregeld waren en kon ik me storten op het vangen van de drie wilde honden die in ons gebied gesignaleerd waren. De eerste dag dat ik er met Jealous, onze spoorzoeker, op uit ging zagen we de wilde honden door de bosjes rennen. Hoewel we in die situatie geen enkele kans om te darten hebben was het alsnog goed om de dieren daadwerkelijk te zien. Peter, onze project manager, sloot zich aan bij de zoektocht en dus gingen we elke ochtend om zes uur met maar liefst drie auto’s op pad om onze honden te vinden en van een halsband te voorzien.

Wat in theorie een wel gecoördineerde zoek actie had kunnen zijn werd met de staat van dienst van onze radio’s meer een spelletje lingo. ‘I saw the dogs on the road to w*%$#!!*. Sorry I didn’t copy that, where did you see the dogs? On the road to w*%$#!!*’. Uiteraard breken de radio’s altijd op in het belangrijkste stuk van een zin. Hans en ik moesten acrobatische toeren uithalen om überhaupt via de radio te kunnen communiceren. We konden iedereen prima horen maar alleen antwoorden als we de auto op een open vlakte parkeerden en met de radio op het dak gingen staan. Ondanks deze problemen hielden we vol.Tot nu toe zonder succes. Na drie dagen sporen volgen was het de afgelopen twee dagen uit met de pret en was er geen spoor meer te vinden. Tja, waarschijnlijk blijven we morgen ochtend voor de verandering dus maar eens in ons bed liggen want als alles meezit hebben we morgen dan eindelijk de vergunning en kunnen we daadwerkelijk beginnen met het vangen van olifanten.

X Es


naar boven Bushmail 67 - 14-08-2009

 

Salibonani!

Als ik gedacht had dat ik na mijn vegetatie protocol lekker een paar dagen rustig aan kon doen had ik dat verkeerd gedacht. Een dag nadat ik mijn laatste bomen en struikjes gemeten had kwam er een melding binnen dat onze Anti stroperij unit bij hun basis vijf wilde honden op een duiker (een antilope soort) hadden zien jagen. Uitslapen was dus geen optie meer. Voor dag en dauw ging ik met Jealous, onze spoorzoeker, op pad om deze dieren te vinden. En zowaar, niet ver van onze basis vonden we sporen van vijf wilde honden. In de dagen die volgden zagen verschillende mensen de dieren langs de weg rusten maar helaas, wij waren of te laat of we zagen de dieren in de middag als we in principe niet meer darten.

Goed, de aanhouder wint en dus ging ik vroeg weg bij de feestjes die we hadden, kwam ik laat op de vergadering over het transfrontierpark waar Hwange National Park onderdeel van gaat maken en trotseerden we moedig elke ochtend de kou. Het is hier winter en in de ochtend tegen het vriespunt, zeker als je, zoals Jealous, voorop op de auto in de volle wind op de tracker seat zit geen pretje. ‘We will get these animals’ bleven Jealous en ik optimistisch tegen elkaar zeggen terwijl we met handschoenen, mutsen, truien en fleeces bibberend in of op de auto zaten.

Op vrijdag ochtend zagen we de honden bij een waterplaats maar helaas mijn poging om er één te darten mislukte. Zaterdag middag lagen de dieren op de weg te rusten, ruim dertig minuten zagen we ze strekken, spelen, gapen, poepen voor ze uiteindelijk op jacht gingen. Helaas was het te laat om er één te darten want als er iets mis gaat en het wordt donker wil je niet dat je hond overgeleverd is aan de leeuwen en hyena’s die hier in grote getale rondlopen. ‘Tomorrow will be our Lucky day’ zei Jealous vol overtuiging. Ik had er zo mijn twijfels over maar stond de volgende ochtend toch om half zes bij Jealous voor de deur. Al snel vonden we sporen van vijf honden. De wilde honden lopen lange afstanden over de weg en dus is het meestal vrij makkelijk om het spoor een stuk te volgen. Zoals meestal reed ik diep in gedachten met Jealous achter het spoor aan tot ik met een opgewonden ‘look they’re there, they’re there’ weer tot de realiteit geroepen werd.

Voor mijn auto uit zag ik vier witte staarten op en neer zwaaien. De honden liepen op een drafje voor ons uit, ze zagen er vol uit, een teken dat ze de dag ervoor met succes gejaagd hadden. Op een afstandje bleven we ze volgen. Toen ze op de weg gingen liggen om te rusten wisselden Jealous en ik snel van plaats. Terwijl Jealous richting de honden reed maakte ik mijn geweer en darts klaar. De honden zijn over het algemeen niet bang van auto’s en bleven rustig liggen. Op twaalf meter afstand bleven we staan, ik zette druk op mijn geweer en wachtte op mijn kans... Toen één van de dieren opstond aarzelde ik niet, ik richtte en haalde de trekker over.

Raak, het was raak en binnen drie minuten lag onze wilde hond rustig tussen zijn vrienden te slapen. Jealous en ik gingen de auto uit en voorzagen de hond van blinddoek, oorpluggen en thermometer. Toen we zagen dat ze, het was een vrouwtje, stabiel in dromenland was deden we haar een radiotelemetrie halsband om, namen we een bloedmonster af en wachtten we geduldig tot ze weer wakker werd. Na nog geen veertig minuten stond ze op en begon ze al HOO roepend naar haar pack genoten te zoeken. Hoewel de andere vier honden in eerste instantie nieuwsgierig gade sloegen wat we met hun pack genoot aan het doen waren besloten ze in tweede instantie dieper de bosjes in te trekken. Hoewel ze het geroep van hun groepsgenoot gehoord moeten hebben riepen ze niet terug. En dus kregen we de hele dag meldingen van een wilde hond met een halsband die al zoekende over de weg en door de bosjes liep. ‘Don’t worry they will find each other’ verzekerde Jealous me, ik was er niet helemaal gerust over. We bleven haar die dag volgen en lieten haar toen het donker werd achter in de buurt van ons rehabilitatie centrum.

Groot was mijn opluchting toen we de volgende ochtend sporen van vijf honden op onze weg zagen. Verbaasd was ik toen we het spoor volgden en het regelrecht naar mijn huis liep. Toeval?! Of had het zakje met wilde honden poep dat voor mijn voordeur was ze naar mijn huis gelokt? Die middag kregen we een melding dat iemand vijf wilde honden, waarvan één met een oranje halsband op de weg had zien lopen. Hoewel dit allemaal heel positief was wilde ik de dieren toch graag met eigen ogen samen zien. En dus bleef ik met Jealous op pad gaan. Deze keer konden we samen in de auto zitten terwijl we het signaal van de halsband op probeerden te vangen. We hadden al snel geluk. De sterkte van het geluid gaf aan dat de dieren dichtbij waren. De frequentie van het signaal vertelde ons dat ze aan het lopen waren. Met onze speciale antenne konden we bepalen in welke richting ze liepen. Ik werd dan ook al snel voor de tweede keer in een week door een opgewonden ‘look they’re there, they’re there’ uit mijn gedachten ontwaakt. Voor ons liepen vijf wilde honden de weg over. In plaats van een geweer haalde ik deze keer een camera te voorschijn. ‘See how easy our life is now’ zei Jealous met een brede grijns op zijn gezicht, ‘now we can take pictures just like tourists’.

X Es


naar boven Bushmail 66 - 13-08-2009

Salibonani!

Op maandag ochtend werd ik gebeld door Safari lodge met de vraag of ik een olifant die met een strik om zijn poot aan een boomstam vast zat wilde komen darten. Tja, daar hoefde ik niet lang over na te denken en samen met Hans, Martin en Jealous ging ik op pad. Toen we bij Safari lodge aankwamen had het dier zich helaas net los weten te rukken. Snel wilden we hun land oprijden om bij de olifant te komen voor hij herenigd zou worden met zijn kudde maar helaas, onvoorbereid als altijd, niemand kon de sleutels van het hek vinden… Tja, aangezien elke minuut telt betekende dit dat onze kansen om dit dier te kunnen helpen aanzienlijk daalden. We besloten het hek te omzeilen en via een omweg richting de kudde te rijden. Na wat zoeken zagen we de ongelukkige olifant tussen zijn familie staan. Met trillende handen maakte ik de verdovingspijl met M99 klaar. Dit middel is in hele kleine hoeveelheden al dodelijk voor mensen en dus probeer je fatale vergissingen zoals jezelf ‘oeps’ met een naald prikken te voorkomen (Martin en Hans zaten met de antidosis klaar). Het terrein was ontoegankelijk en dus konden we niet naar de olifant toe rijden. Met een geladen geweer wachtte ik tot ik het dier op de juiste afstand in mijn vizier kreeg. Helaas besloot de kudde niet de open vlakte op te lopen maar de dichte bosjes in te trekken. Kans verkeken… We hebben nog een aantal dagen rond gereden maar hebben de olifant tot nu toe niet terug kunnen vinden. Laten we hopen dat het personeel van Safari lodge de sleutels de volgende keer wel bij de hand heeft.

Na nog een paar spannende dagen rond ons rehabilitatie centrum waarin we eerst twee wilde honden vingen die zo uitgehongerd waren dat ze zelf een kooi inliepen en onze projectmanager een naar deze twee honden zoekende wilde hond wist te vangen was het tijd om weer eens wat onderzoek te doen. En dus heb ik de afgelopen twee weken door de bush gestruind om plotjes van 10x10m uit te zetten om struiken, bomen en grassen te meten. Deze keer heb ik dat rond de oude den sites (een hol waar de honden hun jongen werpen) gedaan om te kijken of de dens buiten het park zich in dichtere bossages bevinden dan binnen het park. In totaal hebben we 20 den sites en 20 controle sites bezocht. Aangezien we vijf plots per site uitzetten betekent dat dat we in totaal maar liefst 200x een plotje uitgezet hebben. Ik kan je vertellen, dan kun je na twee weken ook werkelijk geen boom of struik meer zien…

Den sites bevinden zich over het algemeen niet direct naast de weg. Dit betekende dus dat we meer dan eens één a twee kilometer met de GPS de bush in moesten lopen om een vergaan hol te vinden. En dat allemaal zonder National Parks ranger en dus zonder AK47 om ons tegen loslopend wild te beschermen. National Parks kon mij namelijk drie weken van tevoren al vertellen dat ze geen ranger beschikbaar hadden. De reden waarom… ze hadden alle rangers nodig om voorbereid te zijn op onverwachte gebeurtenissen. Voorbereid zijn op onverwachte gebeurtenissen?!!! Is de definitie van onverwacht nou juist niet dat je er niet op voorbereid was? Goed, wat kun je er tegenin brengen?!

Gelukkig gebeurt het wonderbaarlijk genoeg zelden of nooit dat je tegen dieren aanloopt en dus voelde ik me met drie veldassistenten, pepperspray en een alarmpistooltje redelijk op mijn gemak. Hoewel… toen we langs Dete vlei een plotje aan het uitzetten waren en ineens wel heel dichtbij leeuwen hoorden brullen werd het enthousiasme om planten te meten toch iets minder. Met grote ogen keek iedereen elkaar aan, wat te doen?! Toen de tweede keer dat de leeuw brulde het geluid duidelijk dichterbij gekomen was was de beslissing makkelijk. We hebben snel de spullen bij elkaar geraapt en zijn rustig terug naar de auto gelopen (rennen triggert bij leeuwen de achtervolging). Gelukkig ging het hier om een controle site en konden we deze diezelfde ochtend alsnog op een andere plek uitzetten.

Rond onze plotjes meten we het zicht door een persoon de bosjes in te laten lopen en de afstand te meten waarop hij nog net in zicht is. Toen Gracious met de GPS de bosjes in liep zagen we hem ineens een hele vreemde sprong maken. ‘Why did you do that?’, vroeg ik toen hij terug kwam lopen. ‘To avoid an Egyptian spitting cobra’ (een gif spugende slang) antwoordde hij lachend. Mijn lokale student kon er wat minder om lachen. Terwijl het meten van struiken en bomen voor Jealous (onze spoorzoeker) en Gracious (lid van het anti stroperij team) een soort uitje was was het voor mijn student, Kuhms, meer een verplicht verblijf in ‘boot camp’. Met een gezicht als een oorwurm slofte hij twee weken lang zuchtend en steunend achter ons aan terwijl wij ons energiek een weg door de bush baanden. ‘He looks like an old baboon’ lachte Jealous toen Kuhms kreunend op een boomstam ging zitten. De enige dag die hem deed lachen was de dag dat we zo’n enorme hoosbui over ons heen kregen dat de swags en de matrassen die op het dak van de auto lagen te nat waren om nog te kunnen bush campen. Gelukkig waren we klaar met onze plotjes voor mijn tollerantie grens echt overschreden werd en is het dus niet tot een ‘boot camp’ achtige uitbarsting gekomen. Mijn advies aan deze knul… zoek een fijne kantoor baan ergens in de stad!

X Es


naar boven Bushmail 65 - 12-08-2009

Is niet verschenen.


naar boven Bushmail 64 - 10-08-2009

Salibonani!

Al dagen gaan we elke ochtend om vijf uur op pad om de wilde honden te zoeken. En hoewel er letterlijk geen hond te bekennen is is het niet helemaal kansloos. De afgelopen weken hebben we verse sporen van vier verschillende packs gevonden. Twee groepen van vier, een groep van vijf en een groep van twee. Veelbelovend… helaas niet meer dan dat als ik de dieren niet te zien krijg. Geen kansen om een wilde hond te verdoven en van een halsband te voorzien dus. Jealous moest twee vrijwilligers naar Katchana brengen vanuit waar ze met de anti stroperij unit op ochtend patrouille gingen. Na dagen rond rijden een goed excuus om een ochtend ‘vrij’ te nemen en op een wat prettiger tijdstip mn bed uit te komen. En ja hoor, op die ene dag dat we niet op zoek gaan vindt Jealous per toeval, nog geen vijftien kilometer van ons huis, vijf honden op zijn pad. En ja hoor, hoewel ik, nadat Jealous me via de radio enthousiast meldde dat hij achter vijf honden aan reed, met zeventig kilometer per uur over de bush weg scheurde (sorry Hans) was ik natuurlijk te laat en was de hele groep al in de bosjes verdwenen toen ik als mosterd na de maaltijd op de plek des onheils aankwam.Goed, we houden vol, de aanhouder schijnt immers te winnen dus daar gokken we dan maar op.

In ons rehabilitatie centrum winnen de aanhouders zeker. Alweer drie weken geleden zijn we begonnen met het trainen van onze wilde honden. De vier honden die we op het moment hebben zitten zullen om verschillende redenen niet meer uitgezet worden in het wild. Om sommige procedures makkelijker te maken, zoals de dieren van de ene naar de andere omheining verplaatsen, de dieren te scheiden of een injectie of antivlooienmiddel te geven zijn we begonnen ze te trainen. Aangezien wilde honden wild zijn en blijven is de enige manier om de dieren te trainen ze te belonen met een stukje vlees. Gelukkig zijn de honden heel erg gefocust op eten en op die manier dus makkelijk te porren om op commando een kunstje uit te voeren. Het enige probleem is dat ze moeten leren welk kunstje bij welk commando hoort. En soms zijn de kunstjes zo moeilijk dat je ze stap voor stap aan moet leren. We hebben in drie weken tijd behoorlijk wat vooruitgang geboekt. Twee van de vier honden luisteren naar hun naam en eentje heeft geleerd met haar neus op commando een target aan te raken (hiermee leer je ze uiteindelijk langere tijd stil te staan). We plukken er nu al de vruchten van want moesten we vroeger al hekken sluitend de dieren in een andere omheining zien te lokken nu roepen we hun naam en komen ze aanrennen.

Xmas, Washington en Mk keken me in eerste instantie wat meewarig aan toen ik met dit (in dierentuinen veelgebruikte) idee op de proppen kwam. ‘The dogs listening to a command?!! Never!’ riepen ze lachend. Tot ze de trainingsvideo zagen waarop een dierenverzorger in een dierentuin in Amerika in staat is op commando de tanden van een wilde hond te poetsen. Ineens veranderde ‘never’ in ‘maybe’ en waren ze bereid mee te denken over hoe we dit aan gingen pakken. Mijn intentie is om het geheel op afstand te begeleiden en de hondenverzorgers zelf de training te laten doen. Zij werken immers met de dieren. Een uitdaging, zeker in een cultuur waar mensen geen enkele band met hun dieren hebben laat staan ooit geprobeerd hebben zich te verplaatsen in wat er in een dier om gaat. Gelukkig gingen ze de uitdaging aan. Groot was hun verbazing toen binnen een week alle honden door hadden dat het fluitje dat we voor de training gebruiken vlees betekent en het geluid met opgewonden gepiep begroetten. Nog geen week later konden ze vol trots aan Peter, onze project manager, laten zien dat twee van de honden al naar hun naam luisteren. Zo sceptisch als ze in eerste instantie waren zo enthousiast zijn ze nu. Niet alleen zien ze dat de honden echt iets kunnen leren maar ze bouwen ook een band met de dieren op en leren hun individuele karakters en behoeftes kennen. Om aan te tonen dat elk dier te trainen is heb ik de uitdaging van Xmas, Washington en Mk aangenomen om mijn konijn te trainen. En geloof me, ik ga ze versteld laten staan, Cottontail luistert al naar zijn naam en kan op commando op z’n achterpoten staan. Veel gekker kan het toch niet worden!

Hoewel… natuurlijk is er ter afsluiting nog een mooi National Parks-verhaal. Toen ik in een vergadering met mijn begeleider zat kwam de spoorzoeker van het leeuwen project langs, ja alle mensen van het leeuwen project waren weg dus nu was National Parks op zoek naar mij. Of ik even op het kantoor langs kon komen want ze hadden een probleem. Goed, natuurlijk was ik niet te beroerd om even langs te gaan. ‘There is a leopard in a tree’, wist de ranger me te melden. Het Zimbabwaanse equivalent voor een ‘katje in de boom’ zeg maar, in Nederland bellen we dan gewoon de brandweer. Ik keek hem wat meewarig aan ‘that in itself is not an exceptional situation, is it?!’ antwoordde ik wat sarcastisch. Luipaarden staan er immers om bekend uren in bomen door te brengen en zelfs hun prooi mee in de boom te slepen. Wat bleek, de boom waarin het arme dier zat stond midden in communal land en was nu dus omringd door zowel honden als mensen. Geen weg meer terug voor de luipaard. ‘Can you dart it out of the tree?’ was de zeer snuggere en diervriendelijke vraag. ‘Well, what exactly do you think will happen if it gets sedated and falls out of the tree’, was mijn tegen vraag. Mmm, ja misschien dat het dier dan wel al zijn botten zou kunnen breken. Inderdaad snuggere dodo, dat is dus geen goed plan. Denk je dat het luipaard het fijn vindt om daar tussen de honden en mensen in de boom te zitten? Nee, dat denk ik ook niet. Misschien is de oplossing dus simpel en moet je die mensen vertellen dat ze een grote stok moeten pakken, daarmee alle honden weg moeten jagen en de luipaard met rust moeten laten, dan is de kans groot dat hij vanzelf uit de boom klimt en de bush in rent denk je niet?! Ja, dat zou inderdaad wel eens kunnen werken beaamde de ranger fronsend. Aangezien het al richting zessen liep stelde ik voor de luipaard ’s nachts, als alle mensen en honden normaal gesproken in hun bed liggen, de kans te geven uit de boom te komen. Als hij er de volgende ochtend nog zou zitten dan zou ik met de ranger naar communal land rijden om zelf met een grote stok zowel de honden als de mensen weg te jagen. Ik heb niets meer gehoord dus ga ervan uit dat het dier in het holst van de nacht de benen genomen heeft.

X Es


naar boven Bushmail 63 - 09-08-2009

Is niet verschenen.