Bushmail



Bushmail 82 - 13-07-2010

Salibonani!

Zo zit je in Hwange, Zimbabwe en zo zit je in Edmonton, Canada. Nou ja zo, de vliegreis duurt inclusief wachttijden twee dagen maar dan kom je ook ergens. Ik was in Canada om een poster te presenteren bij het World Conservation Biology congres. Tja, als wetenschapper kun je nou eenmaal niet je hele leven achter de geraniums blijven zitten en moet je er soms op uit om je onderzoek wereld kundig te maken. Dat kan op verschillende manieren; een artikel schrijven, of op congressen praatjes houden of een poster presenteren. Helaas heb je het niet voor het uitkiezen en werd er door de organisatie besloten dat ik een poster presentatie zou geven. Geen slechte uitkomst want je voorstel wordt bekeken door een comité en het is dus niet vanzelf sprekend dat je uitgenodigd wordt, zeker niet als het algemene thema klimaat verandering is en jij een poster over competitie tussen wilde honden, leeuwen en hyena’s in Hwange National park wilt presenteren.
(zie bijlage)

Een poster presentatie betekent dat je je poster in een grote hal met poster hangt. Op bepaalde tijden moet je bij je poster aanwezig zijn om vragen te beantwoorden. En ja, daar hing mijn poster dus tussen de ingewikkelde posters over modellen voor klimaatverandering en het effect op de natuur. Het eerste half uur dacht ik dat er echt niemand langs zou komen om een vraag te stellen en hield ik me dus maar bezig met het lezen van de posters van mijn buren. Gelukkig kwam het daarna ineens op gang en werd ik overspoeld met vragen van mensen die of interesse hadden in mijn onderwerp, of het project kenden, of überhaupt iets met Afrika hadden. Voor ik het wist was de avond om, en dat was maar goed ook want met een negen uur tijdsverschil staat de wereld op z'n kop en ben je ineens overdag een stuk minder scherp dan normaal. Na een volle week met workshops, praatjes, netwerken, een tripje naar Elk island om bizons te zien en dagelijkse bezoeken aan de Starbucks, was het tijd om terug te keren naar het normale leven in Zimbabwe.

Mijn terug vlucht was op 11 juli via Johannesburg… Mijn vliegtuig uit Londen kwam aan op dezelfde tijd als het vliegtuig uit Amsterdam… Je kunt je ongeveer voorstellen wat voor een aanblik dat gaf. Wat een feest! Een rij van in oranje geklede mensen met oranje pruiken en klompen bij de douane. Spandoeken en het Nederlandse volkslied bij de bagage band en een volledig oranje Johannesburg vliegveld. Ik had er bijna spijt van dat ik niet nog wat harder geprobeerd had om een kaartje voor de finale te bemachtigen. Helaas waren kaarten ongelofelijk duur, de goedkoopste kaarten die ik via internet kon vinden waren over de 1000 Euro, en daar kwam dan nog de wijziging van m’n ticket naar Zimbabwe bij. Tja dat vond ik een beetje teveel van het goede en dus besloot ik voor ‘third best’ te gaan (second best is natuurlijk de wedstrijd ergens in de kroeg in Nederland kijken) en die avond met een jetlag en slaapgebrek bij safari lodge te gaan kijken. Ik was uiteraard niet de enige die met samen geknepen billen twee en een half uur aan de buis gekluisterd zat. Helaas was de overwinning ons niet gegund, ach onze spelers zijn desondanks gebombardeerd tot nationale helden en het heeft ons in ieder geval een paar weken goed entertainment opgeleverd. Zelfs op het congres hingen er grote schermen om het voetbal te kunnen volgen, en diegenen die tijdens wedstrijd uren een presentatie moesten geven trokken lege zalen.

Veel tijd om het verlies van Nederland te verwerken had ik niet want de volgende ochtend stond ik om zes uur naast mijn bed om te gaan helpen bij het verplaatsen van de twee olifanten jongen die oorspronkelijk naar de dierentuin in Noord-Korea zouden gaan maar uiteindelijk na lang praten van de dierenbelangenorganisaties voor rehabilitatie naar Victoria Falls gaan. Op plekken waar veel met olifanten gewerkt wordt is er normaal gesproken een soort schans aanwezig waarover je de met een verdovingsmiddel kalm gehouden dieren de truck in kunt laten lopen. Helaas, National Parks is niet van dat gemak voorzien en dus moesten we een ander plan maken. Aangezien je zelfs een twee jaar oud olifantje niet zomaar op kunt tillen en in de truck kunt laden, gaat er heel wat aan vooraf voordat de dieren uiteindelijk in de auto naar hun nieuwe thuis gereden kunnen worden. Eerst werden ze ingespoten met een kalmerend verdovingsmiddel. Toen het middel zijn werk ging doen en de dieren mak als een lammetje in de boma stonden bonden we een touw om hun poot en liepen we een voor een met een hele groep mensen en een olifant in ons midden naar de truck. Ik had het dart geweer in de aanslag voor het geval er iets mis zou gaan en we de olifant alsnog snel volledig moesten verdoven. Bij de truck werd het dier naast een rubberen mat gezet en ingespoten met een sterker verdovingsmiddel waarna hij na een paar minuten op de mat in elkaar zakte. Snel duwden we het dier op zijn zij en vouwden de mat over hem heen. De mat was met kettingen verbonden aan een auto en met de auto werd de olifant met mat en al over een soort roller baan de truck ingetrokken. In de truck gaven we het olifantje snel de anti dosis en stond hij binnen no time weer op zijn poten verbaasd om zich heen te kijken. Snel volgden we hetzelfde plan met de tweede olifant en voor we het wisten kon de truck op weg naar Victoria Falls. In Victoria Falls zullen deze twee jonge dieren in een groep met verweesde olifanten geplaatst worden en als alles goed gaat kunnen we ze over twee jaar weer in Hwange National Park verwelkomen. Als je transport geregeld hebt moet je er efficiënt gebruik van maken en dus komen er vandaag uit Victoria Falls twee grote olifanten bullen die vanmiddag in het National Park losgelaten gaan worden. En ja, natuurlijk zal ik daarbij aanwezig zijn, gelukkig hebben we op de plek waar ze losgelaten worden een schans gebouwd dus het afladen zal hopelijk een mindere heisa worden dan het opladen van de jongen.

X Es


naar boven Bushmail 81 - 28-06-2010

Salibonani!

National Parks verliest al jaren geld. Er zijn geen toeristen die parkfees betalen en er zijn weinig non profit organisaties die een land als Zimbabwe willen sponsoren. Helaas want dat is wel nodig, National Parks maakt jaarlijks namelijk 75% verlies. En dan hebben we het niet over duizenden dollars maar over miljoenen dollars. Een kat in het nauw maakt rare sprongen, zo ook National Parks. Toen ik terug kwam in Zimbabwe gingen er rare geruchten de ronde, in Hwange National Park zouden in het diepste geheim dieren gevangen zijn die met een groot vliegtuig naar Noord-Korea gevlogen zouden worden. Aangezien ons kantoor tegenover Hwange Airport ligt moesten we onze ogen en oren open houden en vooral foto’s maken als we verdachte vliegtuigen zouden zien. Tja, we hebben hier geen televisie en bij gebrek aan entertainment worden verhalen al snel opgeblazen. Je weet hier dus nooit wat je moet geloven. Maar helaas, deze geruchten bleken op de waarheid gebaseerd. In een poging geld te verdienen had National Parks, twee zebra’s, twee giraffes, twee olifanten, drie apen, twee dassies, twee hyena’s en twee wrattenzwijnen gevangen. Blijkbaar hadden ze ook nog bij ons rehabilitatie centrum aangeklopt om te vragen of wij nog twee wilde honden over hadden maar toen Peter, onze project manager, volledig over de rooie was gegaan en ter plekke het hoofdkantoor in Harare gebeld had om om opheldering te vragen hebben ze dat plan maar laten varen.

Ondanks alle pogingen om dit alles geheim te houden was het al snel algemeen bekend dat er in opdracht van ome Bob dieren gevangen werden voor een dierentuin in Noord Korea. En daar waren de dierenbelangenorganisaties zoals de RSPCA niet blij mee. National Parks probeerde eerst de hele zaak te sussen door een persbericht naar buiten te sturen waarin ze verklaarden dat deze hele operatie met de beste bedoelingen plaats vond en dat ze ervan overtuigd waren dat de dieren in Noord Korea een goed onderkomen zouden krijgen. Tja… daar trapte niemand in en dus gingen de onderhandelingen door en wisten de dierenbelangenorganisaties de dieren uiteindelijk, in ruil voor geld en het maken van fire guards in Hwange National Parks, vrij te kopen.

Woensdag middag kreeg ik een telefoontje van Roger, mijn dart leermeester waarmee ik vorig jaar alle dieren gedart heb, met de vraag of ik van het weekend tijd had om te assisteren met het vrijlaten van de Noord Korea dieren. Eh ja, natuurlijk. En zo stond ik vrijdag ochtend met dart geweer, drugs en andere vangattributen, bij de National Parks head office te wachten op instructies. Toen ik iedereen uit de vergaderruimte zag komen was het eerste dat ik dacht ‘dit is een overwegend blanke aangelegenheid’, alle betrokken organisaties hadden immers blanke afgevaardigden gestuurd. Het tweede dat me opviel was een geblondeerde vrouw van midden dertig die iets te enthousiast en pusherig op de voorgrond trad. Ze stelde zich voor als Lisa en bleek de leiding te hebben over het geheel. Toen ze iets te enthousiast riep: ‘Let’s go and see the animal’, bedacht ik me dat het wel eens een hele lange dag zou worden. Roger had uitgelegd dat wij de enige personen waren met een gegronde kennis over het vangen en verplaatsen van dieren en dat we dus tegenwicht moesten geven, ik begreep nu waarom.

Bij aankomst bij Umtshibi, een National Parks kantoor in het park waar de capture team en de dieren gehuisvest zijn, bekeken we samen met Ray, het hoofd van het National Parks capture team, stuk voor stuk de gevangen beesten. Na alle horror verhalen en inspecties van de RSPCA was ik op het slechtste voorbereid en dus viel het mee. Alle dieren waren jong, maar op de wrattenzwijnen na niet al te gestrest en in redelijke conditie. De huisvesting was volgens Zimbabwaanse standaard redelijk tot goed, alleen de hyena’s zaten afgezonderd in hun eigen uitwerpselen in een donkere krat. De zebra’s en giraffes waren verkocht aan een ranch in Zimbabwe en zouden de volgende dag op transport gaan. De olifanten zouden vijf dagen later door Roger opgehaald worden om naar het olifanten opvang centrum in Victoria Falls gebracht te worden, de dieren waren immers te jong om zonder een kudde te overleven. De drie apen kwamen niet uit Hwange National Parks en zouden de volgende ochtend vroeg gevangen en terug gevlogen worden. En dus hadden we de dassies, wrattenzwijnen en hyena’s over. ‘Ok, laten we de hyena’s loslaten’, riep Lisa. Roger en ik keken elkaar aan, ‘ik denk niet dat dat een goed idee is’ opperde ik, ‘hyena’s zijn normaal gesproken immers niet actief om half twaalf s’middags’. Roger viel bij en we wisten iedereen ervan te overtuigen dat we deze dieren echt beter aan het einde van de dag los konden laten. Om iedereen uit de weg te houden stelden we voor dat ze met z'n allen de dassies met kooi en al op de auto konden laden om ze terug te brengen naar de plek waar ze gevangen waren. Het zou minimaal vijf uur duren voor iedereen weer terug zou zijn en dat gaf ons de tijd om samen met Ray een plan te maken voor de andere dieren.

We besloten de hyena’s eind van de middag gewoon ter plekke los te laten. Deze dieren waren in de buurt gevangen en zouden zonder problemen hun weg terug vinden. De wrattenzwijnen zouden de volgende ochtend voor het licht werd opgesloten worden in hun slaapkrat en bij een waterplaats in de buurt waar veel andere wrattenzwijnen rondlopen losgelaten worden. De drie apen zouden we bij het eerste licht darten en in de kratten laden zodat ze vroeg in de ochtend overgevlogen konden worden. Zo gezegd zo gedaan, eind van de middag werden onder luid gegrom van de jonge inwoners, de kratten van de hyena’s geopend en schoten ze als door de bliksem getroffen de vrijheid in. De volgende ochtend waren we om zes uur paraat om de wrattenzwijnen op te sluiten. Terwijl de wrattenzwijnen naar de waterplaats gereden werden besloten Roger en ik hoe we de apen zouden vangen. Hoewel er in de literatuur staat dat apen moeilijk te darten zijn omdat ze te slim zijn en uit de weg springen en de darts naar je terug gooien besloten we toch een poging te wagen. Het was ijskoud zo vroeg in de ochtend en er zat weinig tot geen beweging in de dieren. Terwijl we op afstand toekeken dartte Roger zonder problemen de drie dieren. Na tien minuten wachten lagen ze allemaal op apengapen in de kooi en kon ik met mijn spullen komen om alle wonden die ze bij elkaar aangebracht hadden te behandelen. Twee van de drie apen, de twee vrouwtjes, hadden nare bijtwonden. Eén van de twee vrouwtjes kon haar hand en arm amper nog gebruiken en toen ik het stukje geknapte uitgedroogde pees uit haar wond zag hangen begreep ik waarom. Veel meer dan de wonden goed schoonmaken en antibiotica geven kunnen we bij dit soort dieren niet doen want een rit naar de dierenarts maakt het lijden vaak alleen maar erger door de enorme stress die daarbij komt kijken. En dus stortte ik me vol overgave op de stinkende met pus gevulde abcessen en amputeerde ik het afgebeten stukje staart wat bij het tweede vrouwtje aan, letterlijk, een draadje bungelde. Toen we alle hulp geboden hadden die we binnen ons bereik hadden werden de dieren in de kratten geladen en naar Hwange airport gereden. Na een laatste check en top up werden ze op het vliegtuig geladen en daar gingen ze, de lucht in, op weg naar de plek waar ze aan aantal maanden daarvoor gevangen waren.

Ik zwaaide hen met gemengde gevoelens uit. Ja, ik ben tegen het vangen van dieren in het wild om naar dierentuinen te verplaatsen, zeker als die dierentuinen aan geen enkele ethische standaard voldoen. Het is amper voor te stellen hoe het is om een jong olifantje te darten en van zijn moeder en kudde te scheiden, het trauma dat daarbij komt kijken is onbeschrijfelijk. Maar dit is niet het einde, zolang er vraag is zal er aanbod zijn. Bij het hoofdkantoor van National Parks in Harare liggen verzoeken van anderen dierentuinen, waaronder ook Europese dierentuinen, om dieren in het wild te vangen. En als je als National Parks jaarlijks drie miljoen dollar verlies draait kan ik me voorstellen dat het voor de hand ligt om dit soort verzoeken aan te nemen. De intrinsieke emotionele waarde die wij als blanken aan dieren toekennen is hier vreemd. Dieren zijn hier dieren, daar komt geen emotie bij kijken. Dat betekent dat er automatisch andere afwegingen gemaakt worden. Het moet voor een Zimbabwaanse National Parks game capturer, zoals Ray dan ook uitermate frustrerend zijn om eerst zijn werk te doen en vervolgens door een hele delegatie blanken, waarvan de helft ook nog eens over emotioneel is en helemaal niets van wilde dieren weet, buiten spel gezet te worden. Het is voor mij al een stap te ver om bij een wilde gedarte aap zijn hand vast te houden en hem te vertellen dat alles goed komt (goed dat heeft vooral te maken met het feit dat ik denk dat menselijk contact bij wilde dieren stress oplevert en dat ik dus alle stimuli wil vermijden als ze gedart zijn) stel je voor hoe dat op de toekijkende zwarte National Parks staff overkomt. Het is dat ik zelf blank ben maar anders zou ik hoofdschuddend ‘ah these Mukiwas’ geroepen hebben. Er zitten dus duidelijk twee kanten aan dit verhaal, maar in beide gevallen zijn de dieren de dupe want waar ze uiteindelijk ook losgelaten worden toen ze gevangen werden waren ze in aanzienlijk betere fysieke en emotionele toestand dan toen ze losgelaten werden...

X Es


naar boven Bushmail 80 - 04-06-2010

Salibonani!

‘She’s here, she’s here’, riep Sharon opgewonden door de telefoon. Ik bedacht me geen minuut en griste al mn dart spullen bij elkaar. ‘She’, is namelijk een olifanten koe die al bijna twee maanden met een vreselijke strik rond haar achterpoot liep. Toen ik tijdens het afscheid in Nederland tegen mijn familie grapte dat het tijd was om naar huis te gaan omdat er een olifant op me stond te wachten had ik geen idee dat dat scenario zich ook echt zou gaan ontvouwen. Hans kwam al aanrijden met de auto en binnen twintig minuten stonden we met spullen en onze tracker Makalawa op de plek die Sharon aangegeven had. Helaas, zo snel als we waren, we waren te laat… De olifant was vanaf de waterplaats de bosjes ingelopen en de weg overgestoken. Hans, Makalawa en ik besloten nog een vergeefse poging te doen om haar te voet te volgen maar ze was ons te snel af. We wilden niet te ver inlopen omdat de bush rond deze tijd van het jaar dichtbegroeid is en je dus weinig overzicht hebt. Toen we ook nog eens duidelijke geluiden hoorden van grote olifanten die vlakbij bomen omduwden besloten we terug te keren, eigen veiligheid gaat immers boven alles. Teneergeslagen pakten we onze spullen weer in. De kans dat ze terug zou keren was verwaarloosbaar en dus keerde we huiswaarts.

We waren nog geen uur terug of de telefoon ging weer. ‘She’s back, she’s back’! Gelukkig waren we nog bij het rehabilitatiecentrum en dus stonden we wederom in no time op de aangegeven plek. Deze keer stond de olifant vlakbij de waterplaats in de bosjes. Aangezien ze aanstalten maakte om te vertrekken reed Hans zo goed en zo kwaad als het ging de bosjes in en besloot ik op 35 meter afstand een schot te wagen. Het was immers nu of nooit… Gelukkig raakte de dart doel. Op een afstandje wachtten we af tot we de eerste tekenen van verdoving zagen. Na een paar minuten liet de olifant haar slurf slapjes hangen en nog geen vijf minuten later ging ze door de knieën en viel ze om. We snelden naar haar toe en terwijl ik me verzekerde dat ze niet op haar slurf lag en goed ademde knipte Hans met een tang de strik los. Nieuwsgierig keken de olifanten en toeristen op afstand toe hoe wij zo goed en zo kwaad als het ging de enorme wond schoon maakten. Terwijl Hans meehielp de pus te verwijderen hoorde ik hem mompelen, ‘ik moet wel heel veel van je houden’… Helaas had de strik grote delen vel stuk geschuurd en dus hadden we maar liefst een hele pot wondpoeder nodig om alles netjes te ontsmetten.

Na een half uurtje ploeteren was het tijd om de olifant weer op haar poten te krijgen. Terwijl iedereen de auto’s op afstand reed bleef ik met de antidosis in mijn hand bij de olifant achter. Die paar minuten dat je na een geslaagde operatie nog even alleen met je dier in de bush staat is voor mij altijd het moment waarop je beseft hoe bevoorrecht je bent. Stilletjes wenste ik haar het beste en diende haar de antidosis toe. Onder het toeziend oog van Hans, Makalawa, mijzelf en de toegestroomde toeristen flapte de olifant een keer met haar oor en kwam overeind om vervolgens rustig de bosjes in te lopen. ‘This is your birthday present, touching an elephant’ zei ik tegen de jarige Makalawa. ‘It’s a very nice present, I won’t forget it’, antwoordde hij lachend. Voor we naar huis konden om de pus en bloed van ons af te douchen moesten we eerst nog op de foto en de emotionele dankwoorden van de toeristen in ontvangst nemen. Eenmaal thuis hebben we geproost op de goede afloop, laten we hopen dat deze olifant snel weer lekker kan lopen en met haar kudde herenigd wordt.

X Es

PS1. Voor het volledige verhaal met foto's zie; www.getaway.co.za/page/sharon-pincott. Er is ook een verhaal geschreven over de olifant die we voor ik naar Nederland vertrok gedart heb. zie bijlage

PS2. Zou iedereen om onze Nederlandse stichting te steunen even via www.midzomernatuurfestival.nl op de Stichting Painted Dog Conservation willen stemmen?! Dank daarvoor!


naar boven Bushmail 79 - 06-05-2010

 

Salibonani!

Vrijwel tegelijk met mijn aankomst in Zimbabwe kwamen ook mijn GPS halsbanden aan. Hoe blij was ik dat er eindelijk een fonds bereid was geweest deze banden te subsidiëren. Met deze nieuwe banden is het mogelijk om eens in de vijf dagen via internet de bewegingen van de wilde honden te volgen. Dit betekent dat ook als ze in een gebied zonder wegen rondlopen we toch weten waar ze zijn. En dat is belangrijk want op die manier kunnen we ze beter beschermen. Aangezien deze banden uit Nieuw Zeeland komen en daar getest zijn hebben ze, als je ze voor het eerst aan de andere kant van de wereld aanzet, even tijd nodig om hun nieuwe locatie te bepalen. En dus hebben we de auto opgetuigd en reed ik, tot ieders vermaak, twee dagen met vijf fel oranje banden op mijn dak, het leek wel Koninginnedag (de oranje laag is een reflecterende laag voor als de dieren ’s nachts de weg oversteken). Toen bleek dat de banden bepaald hadden dat ze in Zimbabwe waren en goede punten weergaven was het tijd om de wilde honden te zoeken.

En dus gingen Hans, Jealous en ik er maar weer eens om vijf uur ’s ochtends op uit om de Kutanga pack te zoeken. Sinds ik vorig jaar juni bij het vrouwtje van deze pack een radiotelemetrie halsband om heb gedaan hebben we nog twee andere dieren in de pack van een halsband kunnen voorzien. Het was de bedoeling dat we van één van deze twee dieren, een mannetje genaamd Bulls eye, de band zouden vervangen voor een nieuwe GPS band. Zo gezegd is natuurlijk nooit zo gedaan in de bush in Afrika en dus reden we die ochtend vergeefs rond.

De volgende ochtend hadden we meer succes, al snel pikten we het signaal van de banden op. Het was nog half donker en de dieren lagen in de bosjes naast de weg te rusten. We parkeerden de auto langs de weg en wachtten af. Toen het rust signaal van de band veranderde in een bewegend signaal gingen onze harten harder kloppen… Hadden we goed gegokt en zouden ze aan onze kant van de weg de bosjes uitkomen of zouden ze ervoor kiezen de weg aan de andere kant van het blok te gebruiken?! ‘Ja hoor, het signaal komt dichterbij’ riep Hans enthousiast terwijl hij met de antenne de richting bepaalde. Snel keken Jealous en ik achterom, en zowaar… daar kwamen ze achter ons de weg oplopen.

Ik had mijn geweer al geladen met een dart dus nu was het hopen dat ik een geschikt moment zou krijgen om te schieten. Rustig bleven we op de weg achter de groep aanrijden die een halfslachtige poging waagde om een kudu op te jagen. Een aantal keer stond Bulls eys in de juiste positie stil op de weg maar telkens stond er of een andere hond te dichtbij of was het moment te kort. Je hebt namelijk wat tijd nodig om de druk op je geweer aan te passen op de afstand tot de hond. Mijn geweer stond ingesteld op 12 meter toen de dieren besloten op de weg te plassen en te poepen. ‘Wat is de afstand’ fluisterde ik naar Hans, terwijl mijn ‘target’ op de weg stond te plassen. ‘Twaa..’, POEF, nog voor Hans uit kon spreken zat de dart in de hond zijn bil, Bulls eye! De honden begonnen weer rustig hun weg te vervolgen. Na een paar minuten zwalkte Bulls eye dronken over de weg om vervolgens in het gras naast de weg door zijn poten te zakken. Terwijl de rest van de groep ons op afstand gade sloeg vervingen wij snel Bulls eye’s band. Zo snel als hij onderuit gegaan was zo snel kwam hij ook weer bij om vervolgens zo enthousiast door zijn groepsgenoten begroet te worden dat hij prompt weer door zijn poten zakte. Toen de honden besloten om met z’n allen in de schaduw te gaan liggen en we zagen dat Bulls eye volledig bij was, was het voor ons tijd om op zoek te gaan naar Squirrel, een hond die normaal gesproken bij deze groep hoorde maar die al ruim een dag niet meer gesignaleerd was.

Van deze hond was enige tijd geleden een gebroken poot geamputeerd. En hoewel hij zich goed voort kon bewegen op drie poten raakte hij regelmatig zoek tijdens de jacht als de anderen een prooi achtervolgden. Normaal gesproken gingen de andere honden, nadat ze zich volgegeten hadden, op zoek naar hun missende groepsgenoot en probeerden ze met luide HOO calls Squirrel te laten weten waar ze waren. Deze keer vertoonden ze totaal geen tekenen dat ze naar hem op zoek waren en dus vreesden we het ergste. Na vergeefs uren rond gereden te hebben zonder een signaal van Squirrels band opgevangen te hebben gingen we weer op huis aan. Waar was Squirrel gebleven?! Toen Matt, de piloot van het leeuwenproject, die middag aangaf dat we konden vliegen hoefde ik niet lang na te denken. Dit was de manier om met zekerheid vast te kunnen stellen waar Squirrel was. Al bij het opstijgen vingen we een signaal op en binnen een paar minuten wisten we zijn positie te bepalen. Een ontoegankelijk gebied midden in het National Park, dat zou dus een hoop lopen betekenen. Om de vlucht zo efficiënt mogelijk te maken vlogen we ook voor andere honden en tegen de tijd dat we weer landden was het te laat om, zonder gevaar voor leeuwen, nog te voet op zoek te gaan naar Squirrel. De volgende ochtend reden Jealous, Hans en ik zo dicht mogelijk naar de plek waar we Squirrel met vliegen gevonden hadden en liepen we met de receiver, dart geweer en plastic zakken achter het signaal van de band aan de bush in. Onze ergste vermoedens werden al snel bevestigd, Squirrel was aangevallen en half opgegeten door hyena’s. Het dartgeweer was dus niet nodig, de plastic zakken wel. Vreugde en verdriet liggen hier altijd dicht bij elkaar…



X Es


naar boven Bushmail 78 - 05-04-2010

Salibonani,

Jahaa, salibonani ja, want Hans en ik zijn weer terug in de bush. Na onze maanden in Frankrijk en wat tijd in Nederland om afscheid te nemen van de familie was het moment aangebroken om weer op het vliegtuig naar Zimbabwe te stappen. De data zijn geanalyseerd, de vaccinaties gezet, ons huwelijk officieel geregistreerd en dus we konden met een gerust hart Nederland verlaten. Natuurlijk verliepen de bovengenoemde punten niet zonder slag of stoot. Nadat we bij het gemeentehuis te Laren te horen hadden gekregen dat we weliswaar niet genoeg getrouwd waren om ons huwelijk te registeren maar wel te getrouwd om in Nederland nog een keer het ja woord te kunnen geven, hadden we besloten om het ministerie van Buitenlandse zaken in Nederland in te schakelen. Daar betaal je voor maar dan heb je ook binnen een paar maanden je trouwcertificaat met de benodigde stempels van de ambassade in Harare en het ministerie van buitenlandse zaken in Zimbabwe in je Nederlandse brievenbus liggen zonder de frustraties van uren wachten en over het algemeen oncoöperatieve medewerkers bij Zimbabwaanse overheidsinstanties. Met de juiste documenten word je bij het gemeentehuis met open armen ontvangen en sta je binnen no time weer buiten na het horen van de woorden ‘oké we nemen het op in het register’. Nu nog een registratie bij het persoonsregister in Den Haag. Dit duurt wonderlijk genoeg vele maanden langer dan het op en neer sturen van de documenten naar Zimbabwe maar ach wij klagen niet en hebben inmiddels onze ringen met onze, nu dan toch echt officiële, trouwdatum laten graveren.

Hoewel de periode in Frankrijk niet geheel verliep als verwacht heb ik de meeste data analyses voor mijn PhD af weten te ronden. Dit vooral dankzij de Franse vrienden die ik in de loop der tijd gemaakt heb en die meer dan bereid waren wat tijd met me te spenderen om me op het juiste pad te brengen. De resultaten zien er veelbelovend uit en er valt zeker een mooi rond verhaal uit te schrijven. Dat vond ook mijn in allerijl bijeen gebrachte advies comité van de universiteit van Lyon. Officieel zou ik gedurende mijn PhD één a twee keer per jaar een bijeenkomst met mijn vierkoppige Franse advies comité moeten hebben maar aangezien ik de afgelopen jaren in de bush doorgebracht heb was dat er nooit van gekomen. Erg veel advies viel er dan ook niet meer uit te brengen, de experimenten in het veld zijn gedaan, ik lig op schema en nu is het dus een kwestie van het verhaal op papier zetten. Toch was het spannend om voor een officieel publiek alle stukjes tot één geheel te praten. Gelukkig waren mijn ervaren vakgenoten net zo blij met het verhaal als ik en volgde er een enthousiaste discussie over welke artikelen ik al dan niet kon schrijven. Want ja, daar hangt het uiteindelijk allemaal van af, de hoeveelheid artikelen die je in de vakbladen weet te publiceren. In Lyon moeten dat er minimaal twee zijn voor ik überhaupt kan gaan denken aan mijn promotie. Hard aan de slag dus want mijn doel is om einde van het jaar begin volgend jaar klaar te zijn.

Ja, er was veel werk te doen in Lyon maar gelukkig hadden we ook nog tijd om van de stad te genieten en wat vrienden te bezoeken. Zo heb ik wat tijd door kunnen brengen met mijn oude PhD collega uit Zimbabwe, William. En belandden we op een avond bij Francois en zijn vrouw thuis die voor mij, Hans, William en Pierrieck een speciale traditioneel Franse maaltijd op tafel zette. Toen Francois’s vrouw enthousiast uitlegde dat ze een leverpastei gemaakt had zag ik Hans z’n gezicht een tint bleker worden. Als er iets is wat hij namelijk niet door zijn keel kan krijgen is het orgaanvlees. Ik ben ook niet dol op orgaanvlees maar besloot bij de aanblik van een zeer mooie pastei, net als Hans, toch een poging te wagen. In tegenstelling tot Hans z’n poging slaagde de mijne goed, ik kan nou eenmaal in het kader van beleefdheid redelijk makkelijk mijn zintuigen uitschakelen, iets wat in Zimbabwe al een aantal keer goed van pas is gekomen. Hans heeft daar aanzienlijk meer moeite mee en toen ik hem groen uitgeslagen moedeloos met een vork in z’n pastei zag prikken kreeg ik medelijden. En dus hapte ik op een ongezien moment met twee grote happen het laatste stuk weg. De kleur schoot terug in Hans zijn wangen en opgelucht hervatte hij de gesprekken aan tafel. Op de weg naar huis kon Hans zijn verbazing niet langer verbergen, ‘je was altijd vegetariër in Nederland en kijk nu, nu eet je zelfs lever’?! Tja, je bent niet voor niets getrouwd soms moet je iets voor elkaar over hebben.

Aangezien het leven in Zimbabwe goedkoper is en ik in Europa het bush leven met alle dieren te veel mis zal ik mijn artikelen en proefschrift hier in de bush op papier gaan zetten. Helaas zal dit niet in ons vertrouwde huis in de bush zijn want we hebben bij aankomst te horen gekregen dat we ons huis binnen nu en een maand of twee moeten verlaten. De lodge waar we de huizen van huren krijgt een nieuwe lodge manager en dus hebben ze een huis extra nodig. Er is door onze project manager besloten dat dat ons huis wordt. Waarschijnlijk verhuizen we nu naar Safari lodge waar we op de compound met de senior staff gaan wonen. Tja, dat zal wel even anders zijn om uit je raam te kijken en iemand anders z’n huis te zien in plaats van de bush. Om nog maar niet te spreken over het alle dieren tegenhoudende elektrische hek. Ik zal de hagedissen, gekko’s, vogels, vleermuizen, slangen en andere dieren die in en om ons huis leven en ik de afgelopen drie jaar beter ben gaan leren kennen dan me soms lief was enorm missen. Om nog maar niet te spreken over het vertrouwde geluid van de leeuwen en olifanten die ’s nachts om ons huis lopen. En, ik weet dat Hans hier anders over denkt, maar laten we hopen dat ook bij Safari lodge vele dieren ons huis weten te vinden…

X Es


naar boven Bushmail 77 - 11-02-2010

Bonjour!Fransen… geloof me alle clichés zijn waar. Na alweer een maand in Lyon weten we dat als geen ander. Ongeorganiseerd staat met glans op nummer één. Dacht ik in het verleden nog dat dat wellicht met het karakter van mijn begeleider te maken had, inmiddels weet ik beter. Volledig Frankrijk is ongeorganiseerd. En zo ook de universiteit van Lyon. Dat valt al af te lezen aan het feit dat we gedurende de vier jaar durende PhD elk jaar exact dezelfde papieren in elektronische én geprinte versie in moeten leveren om ons te registeren, de te kleine kantine waar we uren in de rij moeten staan om eten te krijgen, en het ecologie gebouw waar van ellende de helft van het huisnummer afgevallen is en de toiletten geen toiletbrillen hebben. Ik zit samen met mijn begeleider in een klein hok binnen een groot hok, dat kleine hok fungeerde vroeger waarschijnlijk als bezemkast. In het grote hok zitten maar liefst negen PhD studenten samengepakt dus relatief kom ik er goed vanaf. Daarnaast heb ik een raam, het is weliswaar te hoog geplaatst om door naar buiten te kunnen kijken maar daglicht is altijd beter dan kunstlicht dus mij hoor je niet klagen.De uitstraling van het gebouw spreekt voor de staat van de vakgroep en de hoop dat ik hier vakkundige hulp met statistische analyses en ingewikkelde GIS modellen zou vinden (iets wat mij wel altijd zo voorgehouden is) was dan ook binnen een paar dagen vervlogen. PhD studenten vragen hier hulp aan elkaar en baseren dus zodoende hun analyses op de kennis van iemand waarvan ze ook niet 100% zeker weten of hij of zij het juiste gedaan heeft. Aangezien me dat geen goede wetenschappelijke basis lijkt en de meeste van de studenten die iets weten ten eerste onvoldoende Engels spreken en ten tweede toch geen tijd hebben omdat ze volledig in de stress twee maanden voor hun thesis verdediging zitten, ben ik bezig dus zelf het wiel maar uit te vinden. Gelukkig zijn er een paar mensen hier in Frankrijk die me daarbij kunnen helpen en met hen heb ik dan ook maar vast afspraken in de agenda gezet. Eén van die mensen is mijn begeleider. Helaas is hij er vaker niet dan wel en dus moet ik als ik hem wil spreken een afspraak met agenda’s maken, de telefoonlijn eruit trekken en zijn mobiel uit het raam gooien. Tot nu toe is het me gelukt hem 1x per week voor een langere periode te spreken te krijgen en dat is voor alsnog voldoende. Hoewel de voltallige PhD studenten populatie hier tot minimaal zeven uur achter hun bedompte bureaus zit ben ik het rond een uur of vijf meer dan zat en spring op de gemeente fiets (die je op verschillende punten voor een dag kunt huren) om lekker langs de Rhône naar huis te fietsen (eerlijkheidshalve moet ik daar wel bijzeggen dat ik er ook om half negen ben in tegenstelling tot de anderen die rustig tussen tien en elf eens komen kijken). Naar huis ja want Hans en ik hebben in ons brakke Franse en veel handen en voeten werk een 1-kamer appartementje midden in de stad weten te regelen. Toen ik vrijdag ochtend bij de receptie van het appartementen complex waar we voor 1 week een studio gehuurd hadden aankwam gaf onze huurbaas ons te kennen dat we per maandag de studio moesten verlaten, ze had immers uit de correspondentie met mijn begeleider niet begrepen dat we met z’n tweeën waren. Dat was een ander verhaal dan een paar dagen eerder waarbij we de studio nog een extra week konden huren en dus sloeg de lichte paniek toe. Maandag was immers al over drie dagen en in het weekend had je sowieso weinig kans iets te vinden. Ik besloot een dag vrij te nemen en samen met Hans per direct op huizenjacht te gaan. Niet veel mensen verhuren voor slechts twee maanden een gemeubileerde woning en dus kwamen we er in veel gevallen na een half uur op en neer gebaren achter dat het betreffende appartement of niet gemeubileerd was of niet voor twee maanden beschikbaar was. Om tijd te besparen besloten we ons in te schrijven bij een bemiddelingsbureau. Daar betaal je voor maar je overwint de eerste hindernis doordat het bureau voor je rond belt om te kijken wie er voor twee maanden een zo goedkoop mogelijk gemeubileerd appartement voor twee personen met internet connectie te huur heeft (leg dat maar eens in één zin uit in het Frans). Na drie vervallen Frans ingerichte studio’s bezocht te hebben en halftalige geanimeerde gesprekjes met de uitsluitend Frans sprekende huiseigenaren gevoerd te hebben begon de moed ons een beetje in de schoenen te zakken en besloten we voor een iets duurdere categorie appartementen te gaan. En zo vonden we ons appartementje midden in de stad. Na nog een week in een hotel konden we per 1 februari in ons nieuwe huis trekken en eindelijk onze koffers uitpakken.Toen Francois, een onderzoeker die ik een paar keer in Zimbabwe ontmoet heb, me vroeg of ik mee wilde reeën vangen ergens in de Franse bossen hoefde ik niet lang na te denken. En dus stond ik donderdagochtend met geleende rubberlaarzen en een oude spijkerbroek klaar om richting het noorden van Frankrijk te rijden. ‘I sure hope you don’t drive like a Frenchman’ stelde ik terwijl ik in de auto stapte (ook dat cliché is namelijk waar). Gelukkig bleek dat mee te vallen en stonden we ruim drie uur later tussen de in camouflage kleding uitgedoste Franse jagers in het bos. De lokale jagersvereniging ziet immers het belang van onderzoek naar de stand van de populatie ook in en helpt dus maar wat graag mee op de jaarlijkse vangdagen. Terwijl de speciaal om herten op te sporen jachthonden zich bij het kampvuur op mijn schoot vleiden en ik in half Frans de aanbiedingen voor worst en wijn afwimpelde legde Francois uit wat de bedoeling was. Om elk blok bos werden netten gespannen, een lange rij mensen liep binnen de netten van de ene kant naar de andere kant om de dieren op te jagen, langs de netten zaten om de twintig meter mensen verdekt opgesteld om de reeën eruit te halen en in een kratten te laden. Die kratten werden vervolgens op de aanhanger naar een grote schuur gereden waar ik en de rest van het ‘sample team’ stonden om alle metingen te verrichtten. Die ochtend waren er al tien dieren gevangen dus we konden direct aan de slag. Hoewel een reetje slechts rond de twintig kilo weegt zijn er vier mensen nodig om hem uit de krat te halen. Vooral de hoeven van de achterpoten kunnen veel schade aanrichten en dus moet je de poten stevig beetpakken en zorgen dat er niet getrapt wordt maar ook weer niet zo stevig dat er een pootje breekt. Eenmaal uit de krat getild werden de dieren op hun zij op een tafel gelegd waarna er voor onderzoek bloedmonsters, haarmonsters en poepmonsters afgenomen werden. Als dieren nog geen oormerken hadden kregen ze die en in sommige gevallen werden er ook speciale radiotelemetrie halsbanden omgedaan. Na het nemen van wat metingen van het lichaam en het checken van de leeftijd aan de hand van de tanden werd de ree weer in de krat geladen. Na een aantal keer een ree in bedwang gehouden te hebben wilde ik graag eens iets anders proberen en vroeg ik of ik bloed mocht prikken. Kon ik dat wel vroeg de leider van het team in het Frans aan Francois die vervolgens lachend uitlegde dat ik in Zim ook dieren ving. En dus kon ik met spuit en naald aan de slag en vulden de bloedbuisjes zich gestaag. In de middag werden er nog eens acht dieren gevangen en voor we het wisten was de dag voorbij en konden alle reeën weer in hun desbetreffende territoria losgelaten worden. Na het nuttigen van pastis (een typisch Frans aperitiefje) en een op het vuur geroosterd hertenboutje (ja, er gaat er ook wel eens één dood) was het tijd om afscheid te nemen van mijn nieuwe jagersvrienden en weer huiswaarts te keren. Om half één ’s nachts stapte ik in het centrum van Lyon weer uit de auto en kroop ik moe maar voldaan bij Hans het bed in.X Es


naar boven Bushmail 76 - 15-01-2010

Bonjour!Het was weer tijd voor ons jaarlijkse bezoek aan Nederland om geheel in de kerstgedachte vrienden en familie te verblijden met een bezoek. Voor ons is het zo aan het einde van het jaar altijd hoogtijd om al het gedoe in Zim achter ons te laten en even van de rechtdoorzeese georganiseerdheid in Nederland te genieten. Hoewel… toen we als net getrouwd stelletje bij het gemeente loket aan kwamen fietsen om ons huwelijk te registreren wachtte ons een onaangename verrassing. ‘Nee, dat kan niet zomaar’ wiste de lokettiste die een niet al te sympathiek uiterlijk had, ons te melden. ‘Zijn jullie soms via zo’n bureau getrouwd’ vroeg ze achterdochtig. Verbaasd keken Hans en ik elkaar aan, de stemming was gezet. ‘Jullie moeten je huwelijk eerst officieel laten legaliseren bij het ministerie van buitenlandse zaken in Zimbabwe’. Ik begon spontaan te lachen bij deze wereldvreemde suggestie en vroeg de onsympathieke lokettiste of ze enig idee had hoe het ministerie van buitenlandse zaken er in een land als Zimbabwe uitzag, als het überhaupt al bestond. Nee, dat had ze niet. Nou wij wel, en dus was de moed was ons direct in de schoenen gezakt en besloten we het over een andere boeg te gooien. Wat als we opnieuw voor de Nederlandse wet zouden trouwen, je weet wel, even op maandagochtend op de fiets naar het gemeentehuis. ‘Nee dat kan niet want jullie zijn al getrouwd’ luidde het antwoord waarop onze vriendin er ook nog geheimzinnig aan toevoegde ‘als ik nou van niets wist, maar nu heb ik het certificaat al gezien’. Goed, ik heb nog even geprobeerd de logica in het verhaal te ontdekken, je ben niet genoeg getrouwd om je huwelijk voor de Nederlandse wet te laten registeren maar wel genoeg om niet nog een keer met dezelfde Nederlandse man in het huwelijksbootje te stappen, maar gaf het al snel op. We hebben inmiddels contact opgenomen met het ministerie van buitenlandse zaken in Nederland die voor een redelijke vergoeding in dit soort zaken rechtstreeks met, in ons geval, Zimbabwe bemiddeld. Dat scheelt weer een hoop gedoe. Het was natuurlijk nog handiger geweest als de Nederlandse en Zimbabwaanse gemeentes waar we navraag gedaan hebben voor ons huwelijk verteld hadden welke procedure doorlopen moest worden. Home sweet home zullen we maar zeggen. Na een maandje op tournee door Nederland hadden we iedereen wel zo’n beetje gezien en was het weer tijd om aan de slag te gaan. Drie jaar heb ik het weten te voorkomen maar nu was het dan toch echt zover… Ik ben voor vier maanden in Frankrijk om bij de universiteit van Lyon een begin te maken met het schrijven van mn proefschrift. Dat het nodig was om hier mijn gezicht eens te laten zien bleek wel uit het feit dat ik twee weken voor mijn vertrek naar Lyon het onaangekondigde bericht kreeg dat ik per direct uitgeschreven was bij de universiteit omdat ik niet aan mijn verplichtingen voor de jaarlijkse herinschrijving voldaan had. Hierop heb ik me maar eens van mijn goede kant laten zien en een vriendelijk doch dringend mailtje naar de directeur van l’ecole doctorale gestuurd met het verzoek een iets coöperatievere houding aan te nemen tegen zijn charmante buitenlandse studente die in Zimbabwe nou eenmaal niet vanzelfsprekend toegang heeft tot internet. Ik heb het stukje waarin ik zei dat het niet echt mee helpt dat alle mails naar buitenlandse studenten stug in het Frans zijn en daarom bij mij automatisch gedelete worden maar even weggelaten. Gelukkig was hiermee alles in kannen en kruiken en ben ik inmiddels zelfs in het bezit van een Franse studentenkaart.Dat ging uiteraard niet vanzelf. Bij aankomst in Lyon bleek dat Herve,mijn begeleider er de komende twee dagen niet zou zijn om mij wegwijs te maken. En dat terwijl ik wel zo snel mogelijk mijn inschrijf geld moest betalen en mijn studentenkaart op moest halen. Al was het alleen maar omdat ik dan in plaats van acht euro twintig twee euro veertig voor mijn lunch betaal. Gelukkig gaf Herve één van mijn medestudenten de opdracht mij door de Franse administratieve jungle te leiden. Na zo’n tien keer op en neer gelopen te zijn (nee, het kantoor ging pas om tien uur open, nee madame Macron was vandaag niet aanwezig etc…) lukte het uiteindelijk mijn inschrijfgeld te betalen. Goed, nu nog een pasje. Dat moest natuurlijk bij een ander kantoor geregeld worden dat uiteraard op alle dagen behalve mecredi open was. De volgende dag besloot ik voor de lunch de koe maar eens bij de horens te vatten. Mijn collega was nergens te bekennen en dus ging ik met een getekend kaartje van een mede student op weg naar het hol van de Franse leeuw. Tja, het ergste dat er kan gebeuren is dat je na enige, achteraf waarschijnlijk, hilarische momenten zonder kaart weer buiten staat, toch?! Het juiste gebouw was snel gevonden maar bleek een onoverzichtelijk doolhof aan gangen te behuizen. Goed, dan maar wat willekeurige studenten aanspreken. Verschrikt knikten ze nee toen ik in mijn beste Frans vroeg of ze Engels spraken. ‘Ik wil halen studentenkaart’ sprak ik in het Frans. Gelukkig begrepen ze wat ik bedoelde, uitleggen hoe ik bij het gewraakte loket moest komen was te ingewikkeld en dus dropten ze me voor de zekerheid maar voor de deur af. ‘Merci beaucoup’ wist ik met een brede lach uit te brengen. Ik begon mijn loket introductie direct maar met ‘ik niet veel Frans spreken, maar ik graag studentenkaart willen halen’. En zowaar, de mevrouw bij het loket bleek wat woorden Engels te kunnen. Met mijn gebrekkige Frans en haar gebrekkige Engels kwamen we een heel eind en dus stond ik een paar minuten later in het bezit van een studentenkaart weer buiten. Missie geslaagd, op naar de volgende uitdaging. Want een uitdaging is het hier in deze Franse stad waar alles op z’n Frans, en dus half, geregeld is en zelfs de receptionist bij het hotel waar we tijdelijk verblijven geen Engels spreekt. X Es


naar boven Bushmail 75 - 22-11-2009

Salibonani!

Na weken rijden en vergeefs dieren zoeken om te darten en van een halsband te voorzien wisten we eindelijk wat van onze achterstand in te halen door twee vliegen in één klap te slaan. Goed, in ons geval waren het geen vliegen maar buffels en was er sprake van een dart en niet een klap. Al maanden waren we op zoek naar een kudde buffels die in onze ‘achtertuin’ rond loopt. Het probleem is echter dat onze ‘achtertuin’ door verschillende niet altijd even coöperatieve landeigenaren beheerd wordt en de buffels uiteraard als we ze zagen altijd net op het stukje land stonden waar we niet mochten darten. Zo ook deze keer, de kudde stond twintig meter over de grens in het gebied waar we officieel geen toegang hadden. Aangezien dit ‘the story of our lifetime’ is en we waarschijnlijk niet binnen afzienbare tijd weer zo’n kans kregen besloot ik Herve in Frankrijk te bellen. Via de satelliet telefoon kregen we contact. ‘Nee, geen probleem in dat gebied is er maar een heel klein ini mini stukje waar je niet kunt darten’. ‘Ja Herve, dat stukje heb ik het over!’ We moesten er beiden om lachen en besloten dat we ons wel uit de eventuele problemen konden praten en deze kans niet voorbij moesten laten gaan. Met Hans en Roger en twee geladen dart geweren gingen we in de auto op pad. De kudde was erg relaxt en dus besloten we onze kans optimaal te benutten en twee buffels uit de groep te darten. Na een paar minuten lagen de dieren verdoofd te snurken en konden we aan de slag. Hans probeerde contact te leggen met het back up team die aan de juiste kant van de weg op een stuk toegankelijk land stond te wachten. Helaas zonder succes, zowel met de radio als de telefoon hadden we geen bereik. Tja, toen zat er niets anders op om Roger en mij tussen de buffels achter te laten en richting het back up team te rijden. Hans was er nerveuzer om dan wij en reed als een bezetene weg om vervolgens een paar minuten later met de rest van het team en het zweet op zijn voorhoofd terug te keren. Wij stonden nog gewoon rustig tussen de buffels, terwijl de buffels naar ons keken keken wij naar hen. Toen het team arriveerde besloot de kudde dat dat toch iets teveel mensen waren en rende verder de bosjes in. Wij konden aan de slag en binnen een half uur stonden beide dieren met halsbanden weer op hun poten.

Helaas was er ook weer slecht nieuws. Afgelopen maandag kwam onze anti stroperij-coördinator met weer een dode hond achterin zijn auto aanrijden. Het was Sibuyile, één van de twee overgebleven broertjes die we dankzij de GPS band goed hadden weten te volgen. Peter had in de week daarvoor geprobeerd ze uit hun favoriete terrein naast de weg te jagen richting een plek waar ze niet door voorbij razend verkeer bedreigd werden. Tja, dat werkt even maar uiteindelijk beslissen de dieren uiteraard zelf waar ze zich willen vestigen. En dus waren ze een paar dagen later weer langs de weg te vinden. Deze keer gebeurde er waar we zo bang voor waren, één van de honden werd door een auto dood gereden. En dus was Sithule alleen over… Aangezien de honden als ze een groepsgenoot verliezen uren en soms dagen op de plek des onheils naar hun verloren maatje blijven zoeken was de kans groot dat het dier daar nog was. Een hond alleen heeft geen kans om te overleven en zeker niet als hij pas anderhalf jaar oud is en geen ervaring heeft. En dus reden Hans, Jealous en ik met dart geweer, netten en onze nieuwe receiver naar waar Sibuyile doodgereden was. Ja hoor, vrijwel direct vingen we het signaal van de halsband van Sithule op. Hij lag ergens in de bosjes naast de weg te rusten. We wilden er zeker van zijn dat hij niet gewond was en dus baanden we ons met receiver, antenne en dart geweer een weg door de dichte stekel bosjes. Telkens als we Sithule op nog geen honderd meter wisten te benaderen ging hij er vandoor. Hierdoor was het onmogelijk hem te zien, laat staan te darten.

We moesten met een beter plan komen. De wanhoop nabij stelde ik voor om een HOO-roep na te doen. Dit is het geluid dat wilde honden maken als ze elkaar kwijt zijn en ik hoopte dat dit Sithule nieuwsgierig genoeg zou maken onze kant op te komen. Bij gebrek aan een beter idee stemde Jealous en Hans toe. ‘Ok, niet kijken want dan kan ik het niet’, vertrouwde ik hen toe. Terwijl Hans en Jealous gniffelend achter een boom verdwenen bootste ik zo goed en zo kwaad als het ging de HOO-roep na. Tot ieders verbazing hoorden we direct een HOO-roep terug en stond binnen enkele minuten Sithule voor onze neus. Hij was net zo verbaasd ons te zien als wij hem… Helaas stond hij achter de bosjes en kon ik hem dus niet darten. We wisten nu in ieder geval wel zeker dat hij in orde was. Hij durfde niet meer dichtbij te komen maar terwijl ik over en weer met hem HOO riep bleef hij in cirkels om ons heen lopen. Aangezien we hem met al mijn HOO geroep gestimuleerd hadden weer op zoek te gaan naar zijn verloren broertje was de kans reëel dat hij op de plek waar Sibuyile aangereden was de weg op zou komen. We besloten onze kans te wagen en terug naar de auto te gaan zodat we langs de weg op en neer konden rijden. We zaten nog niet in de auto of Sithule stond inderdaad aan de zijkant van de weg in de bosjes naar ons te kijken. Hoewel hij niet in een ideale dart positie stond besloot ik toch een schot te wagen, het was immers nu of nooit. De dart raakte hem gelukkig precies op de plek die ik in gedachten had. Na vijf minuten veranderde het signaal van zijn band van een bewegend naar een rustend signaal en liepen wij met de receiver en antenne de dichte bosjes weer in. Als snel hadden we hem gevonden. Op een deken droegen we hem de bosjes uit en de auto in, op weg naar veiligheid. Terwijl ik Sithule met water en een ventilator achterin de auto koel hield reed Hans met een, voor zijn doen, behoorlijke vaart naar het rehabilitatie centrum. Toen Sithule een uur later volledig bij gekomen was en enthousiast zijn negen nieuwsgierige buren begroette wisten we dat we voor nu de juiste beslissing genomen hadden.

Hoewel Jealous en Hans aardig misbruik van de situatie maken en telkens als ze me zien een gegeneerd blosje bezorgen door een schorre kip na te bootsen ben ik toch blij dat ze erbij waren anders zou niemand geloofd hebben hoe we Sithule gevangen hadden. De vele verzoeken om een HOO-roep te laten horen heb ik tot nu toe onder het mom dat ik dat alleen in echte noodsituaties doe af weten te wimpelen…

X Es

PS. 8 December is het weer zo ver, dan komen we naar Nederland om vrienden en familie weer te zien en te genieten van echte boerenkool met worst en een koude kerst. We zijn een maand in Nederland voor we richting Frankrijk vertrekken voor het analyseren van mijn data. Als alles mee zit vertrekken we dan eind april weer richting Zim waar ik aan mijn schrijfwerk zal beginnen. Mocht iemand in de maand december op vakantie gaan en zijn of haar huis aan ons ter beschikking willen stellen laat het dan graag aan ons weten!


naar boven Bushmail 74 - 02-11-2009

Salibonani!

Leven en dood liggen dicht bij elkaar. Dat realiseerden Hans en ik ons maar weer eens toen we in de vroege ochtend een telefoontje kregen dat onze vriend Bertrand die nacht tijdens een auto ongeluk om het leven was gekomen. Onze eerste reactie was ongeloof, dit kon niet waar zijn… Nog geen dag geleden zaten we gezellig te praten en nu was hij er niet meer. Stukje bij beetje hoorden we wat er gebeurd was; Herve (mijn promoter), Bertrand en Elsa een Franse studente waren die avond om tien uur richting Victoria Falls vertrokken. Nog geen tien kilometer voor Victoria Falls was Herve een paar seconden achter het stuur in slaap gevallen. Dit was genoeg om de macht over het stuur te verliezen. De auto is van de weg afgeraakt en over de kop geslagen. Elsa en Herve zaten beiden voorin in de gordels en zijn er relatief goed vanaf gekomen. Bertrand lag op de achterbank en brak zijn nek, hij was op slag dood…

Hans en ik zijn direct in de auto gesprongen en naar Victoria Falls gereden om hulp te bieden. Niet alleen aan het Franse team maar ook aan onze vrienden Roger en Jessica die de Fransen de hele nacht bijgestaan hadden. Terwijl Hans Roger hielp het auto wrak op een trailer te laden zat ik met Herve bij het politie bureau waar hij een verklaring af moest leggen. In Zimbabwe word je bij een dodelijk ongeluk automatisch beschuldigd van dood door schuld. Herve had direct na het ongeluk schuld bekend en dus moest hij dit verhaal de volgende dag voor het gerechtshof herhalen. De hele dag zat hij in de groepscel bij het gerechtshof te wachten tot hij aan de beurt was, gelukkig mocht hij die avond na het betalen van een boete van 300USD weer naar huis. Na dagen die gevuld werden met het regelen van het transport van het lichaam van Bertrand en het informeren van de familie en vrienden was het voor ons tijd om toch de draad van het normale leven maar weer op te pakken.

Toen Jealous met een vrijwilliger op zoek was naar wilde honden kwam hij onverhoeds een olifant tegen die met een strik om haar poot nauwelijks meer vooruit kon komen. Hij aarzelde geen seconde en nam via de radio contact met me op. Ik wist dat er een olifant met een strik om haar poot liep. Sharon die hier de olifanten volgt had me gevraagd standby te staan voor dit vrouwtje. Snel laadden Hans en ik de spullen in de auto en reden richting Jealous. Op de plek des onheils aangekomen was de olifant uiteraard nergens meer te bekennen. ‘She just moves into the bush’ wist Jealous ons te melden. Gelukkig had Sandra foto’s en video materiaal van het onfortuinlijke dier en toen we haar met grote moeite over het scherm zagen hinken wisten we zeker dat we dit dier moesten helpen. De kudde was nergens te bekennen en dus besloot ik samen met Jealous te voet naar de olifant te lopen. De wind stond gunstig, stukje bij beetje slopen we dichterbij. Toen we op 26 meter achter een bosje stonden besloot ik een schot te wagen. Ik stond op richtte en haalden de trekken over. ‘Poef’ met een mooie boog kwam de dart in haar kont terecht. Gelukkig bleef ze rustig staan. Als snel zagen we de eerste tekenen dat de drugs begon te werken en terwijl ik achter het bosje naar de olifant bleef kijken sloop Jealous terug naar de weg om de rest van het team te halen.

Rustig bleef ik wachten tot ik de olifant onderuit zag vallen. Ik liep direct op haar af om ervoor te zorgen dat ze niet op haar slurf gevallen was. Jealous, Hans en Sandra waren binnen een paar minuten ter plaatse en snel legde ik uit wie wat moest doen. Terwijl Jealous en Sandra de ademhaling en temperatuur van de olifant in de gaten hielden probeerden Hans en ik de strik te verwijderen die in een diepe wond rond haar poot verzonken lag. Het verwijderen van de strik ging niet zonder slag of stoot, met de grootste moeite wisten we de uit vier dikke draden bestaande strik zover uit de wond te wrikken dat Hans het draad voor draad door kon knippen. Tijdens dit proces wist ik ook nog Hans met pus onder te spatten, tja je moet er heel wat over hebben om met een bioloog getrouwd te zijn… Toen de draden losgeknipt waren konden we de strik gelukkig zo uit de wond trekken. Mijn halve hand verdween in de wond toen ik alles schoon probeerde te maken. Met wondspray, wondpoeder en antibiotica kwam ik een heel eind en toen de olifant haar poot bewoog besloot ik dat het tijd was om de antidosis te geven. Terwijl iedereen op een veilige afstand toe stond te kijken diende ik de injectie toe. Nog geen vier minuten later stond de olifant weer op haar poten en leek direct al makkelijker te lopen. Met een goed gevoel keerden we huiswaarts. Toen Sharon me een paar dagen later liet weten dat dit dier haar tweejarige kalf en de kudde terug gevonden had en alleen nog een lichte hink vertoonde kon ik mijn geluk niet op. Het blijft verbazend hoe sterk wilde dieren zijn, ik weet zeker dat ze over een paar weken weer helemaal de oude is.

Datzelfde geldt helaas niet voor de twee wilde honden die Jealous, Hans en ik dood uit de bush gehaald hebben. Toen ik hoorde dat de microlight piloten weer in Hwange waren liet ik de kans uiteraard niet onbenut om te vragen of Pete, de piloot waar ik normaal gesproken mee vlieg, bereid was voor de honden te vliegen. Zoals gewoonlijk was zijn antwoord ja en dus reden Hans en ik naar het vliegveld om zijn vliegtuigje met de tracking equipment op te tuigen. Een uur laten vlogen we door de lucht op zoek naar honden. Dankzij onze nieuwe receiver kunnen we het signaal van de halsbanden van de honden als we vliegen in een straal van twaalf kilometer opvangen, vele malen efficiënter dan de vier kilometer op de grond. Binnen een uur had ik vier van de zes honden waar ik naar op zoek was gevonden. Helaas gaven twee van de vier banden een ‘dood signaal’ af. Het duurde anderhalve dag met heel wat kilometers rijden en lopen voor we ons vermoeden daadwerkelijk konden bevestigen. We vonden beide dieren dood met een strik om hun nek… Soms vraag je je af waar we het allemaal voor doen, gelukkig hebben we ook verhalen zoals van de olifant om ervoor te zorgen dat vreugde en verdriet elkaar af blijven wisselen.

X Es


naar boven Bushmail 73 - 20-10-2009

Salibonani!

Na een zeer romantische bruiloft en een fantastisch feest ging het (getrouwde) leven weer gewoon verder. Terwijl de familie in Tanzania rondreisde was het voor ons tijd om tot de orde van de dag over te gaan. De orde van de dag betekende in ons geval het handmatig voeren van tien jonge konijntjes waar tijdens onze honeymoon de moeder van dood gegaan was (gelukkig aten ze na een paar dagen zelf) en het castreren van honden in Lepote, één van de communal areas. Toen Jealous vertelde dat hij zijn hond met behulp van een elastiekje om de testikels wilde castreren bood ik aan om te wachten to Monique, mijn dierenartstante, in Zimbabwe zou zijn. En dus vertrokken we zondagochtend om zes uur naar het huis van Jealous in Lepote om zijn hond en wat honden van de buren op een iets humanere wijze van hun testikels te ontdoen.

Vrolijk kwekkend reden we in de vroege ochtend met een geïmproviseerde chirurgische set richting de hoofdweg. Bij de aanblik van de in kreukels gevouwen pick-up die we aan het eind van de weg vonden viel iedereen stil. De bestuurder van de auto was uit de auto geslingerd en lag kermend langs de weg. Een passagier zat nog in de auto en was in staat een vaag handgebaar te maken. ‘Stop the car’ riepen we in koor en sprongen de auto uit om te helpen. Deze mensen hadden geluk, in onze auto zat namelijk ook Volkert, een gepensioneerde arts. Terwijl hij zich bezig hield met de uit de auto geslingerde man snelde ik naar de passagierskant. Een jonge vrouw in een mooie jurk zat verdwaasd in de in elkaar gedeukte auto. Toen ik haar aanraakte en tegen haar begon te praten reageerde ze gelukkig direct. ‘I just got married, we’re going for our honeymoon to Safari lodge’ stamelde ze zacht. Er schoot een brok in mijn keel… Die avond was het stel getrouwd, had de nacht door gefeest en was in de ochtend op huwelijksreis gegaan. Nog geen vijfentwintig kilometer voor safari lodge was de auto met hoge snelheid gaan slingeren, van de weg geraakt en tegen een boom gebotst. Op het eerste gezicht vielen de verwondingen wonderwel mee. We wisten de familie te contacten en safari lodge te bellen om de ongelukkige jonggehuwden naar de lodge te vervoeren. De honeymoon hebben ze helaas met een gebroken borstbeen en een verschoven nekwervel in het ziekenhuis door moeten brengen. Toen ik voor een vergadering, waar niemand op opkwam dagen, in Hwange was besloot ik de tijd alsnog nuttig te besteden en samen met Monique een bezoek aan het ziekenhuis te brengen. Naar omstandigheden maakten ze het goed en dankzij het feit dat de vader van de bruid arts bij het ziekenhuis is lagen ze geheel tegen Zimbabwaanse standaards in ieder geval privé samen op één kamer.

Stilletjes gingen we alsnog op weg naar Lepote waar zeven honden op ons zaten te wachten. Snel zetten we onder het toeziend oog van de dorpskinderen ons geïmproviseerde operatie tafeltje op en spoten de eerste hond met narcosemiddel in. Toen de hond in begon te dommelen prikten de kinderen verbaasd in zijn zij. Nee, hij reageerde echt niet meer en dus kon ik aan de slag om zijn edele delen te scheren en te steriliseren. Toen ik met mijn Gillette scheermesje aan de slag ging konden de kinderen hun gegniffel niet onderdrukken. ‘Would you like to be next?’, vroeg ik één van de jongetjes die vooraan het hardst stond te lachen. ‘No, no’, al nee schuddend schoof hij snel naar achteren in de groep. Toen Monique het mes in de hond zette kwamen alle kinderen weer naar voren geschoven om over haar schouder ademloos mee te kijken hoe er geopereerd werd. ‘Is this one next?’, vroeg ik de eigenaar van een gele hond die aan een boom gebonden zat. Toen de eigenaar ‘yes’ zei gaf ik het dier de injectie met narcosemiddel. Terwijl ik Monique aan het assisteren was draaide ik me om om te kijken of de gele hond inmiddels onder zeil was. Tot mijn grote schrik was het dier echter nergens meer te bekennen. ‘Where did that dog go?!!’, vroeg ik de kinderen. Ze wezen naar de bush. Met de kinderen in mijn kielzog snelde ik de bush in. Opeens kwam de eigenaar met de slapende hond in zijn armen uit de bosjes zetten. Zonder een woord droeg hij de hond aan mij over. Snel legde ik het dier op tafel om hem klaar te maken voor de operatie. Monique en ik keken elkaar verbaasd aan… de hond had geen testikels! Toen ik Jealous erbij haalde om te vertalen bleek dat de hond al gecastreerd was en de eigenaar dacht dat we aan het vaccineren waren, vandaar dat hij het dier direct los gemaakt had toen de injectie gegeven was. Goed, er zat dus niets anders op dan de hond zijn roes uit te laten slapen. Gelukkig waren de eigenaren van de andere zes honden beter geïnformeerd en waren dit echte castratiekandidaten. Alle operaties verliepen voorspoedig en moe maar voldaan zaten we aan het eind van de ochtend met een colaatje in onze hand te wachten tot alle dieren weer op hun poten stonden. Aangezien we de kinderen niet met hun gedesoriënteerde honden naar huis wilden laten lopen hebben we iedereen thuis afgezet. Monique is een paar dagen later nog een keer op huisbezoek geweest en alle dieren maakten het wel.

Thuis gekomen konden we direct door met onze normale beslommeringen. Er was een pack van zeven wilde honden in ons gebied gesignaleerd waar ik erg graag een GPS-satelliet halsband om wilde doen. Dat betekende dus elke ochtend vroeg ons bed uit in de hoop deze pack tegen het lijf te lopen. En dat terwijl we in de nachten ook nog eens op zoek waren naar een hyena. Hoewel we een goed stuk aas hadden was het ons niet gelukt het dier letterlijk in de val te lokken. Vol enthousiasme zaten we de eerste nacht bij de vangkooi in de hoop dat er een hyena in zou lopen. Na nog een tweede nacht zitten begon het enthousiasme iets minder te worden. We moesten een ander plan bedenken… Hyena’s zonder vangkooi vangen is niet makkelijk, de dieren gaan er als ze gedart zijn meestal als een speer vandoor en zijn dus vaak moeilijk terug te vinden. We besloten de gok te wagen en de hyena’s met hyena geluiden op te roepen. Om de kans van slagen te vergroten zouden we om vijf uur ’s ochtends beginnen met oproepen zodat als het dier ging rennen we in ieder geval bij het eerste licht konden gaan zoeken en niet in het donker door de bush hoefden te struinen. Zo gezegd zo gedaan, het Franse team was voor de verandering zowaar op tijd en dus werden de speakers opgezet, het aas aan de boom gebonden en gingen we van start. Na een kwartier diende de eerste hyena zich aan, een groot mannetje. Het dier kwam dicht genoeg bij de auto om een dart in zijn schouder te plaatsen. Hoewel dit wel wat effect had was het niet voldoende om hem volledig plat te leggen. En dus dartte ik een tweede keer met een halve dosis. Dit had meer effect en na een paar minuten lag het dier plat, helaas niet voldoende om zonder gevaar aan hem te werken. Voorzichtig sloop ik uit de auto en injecteerde met de hand nog een halve dosis. Eindelijk… nu was de hyena echt in dromenland en konden we aan de slag met het omdoen van een halsband en het nemen van bloedmonsters. Alles verliep voorspoedig en iedereen was onder de indruk van dit grote dier dat aan de littekens te zien duidelijk al wat gevechten achter de rug gehad had en een strik om zijn poot overleefd had. Geduldig hebben we zitten wachten tot onze reus weer op zijn poten stond en rustig de bosjes inliep.

Als afsluiting van Monique haar tijd in Zimbabwe zijn we nog een paar dagen in Victoria Falls geweest om een bezoekje aan de Rotary club te brengen en wat honden te opereren. Hoewel er in Victoria Falls op zaterdagen een overheidsdierenarts aanwezig is kun je voor echt gespecialiseerde gevallen nergens terecht. En dus kregen we naast een sterilisatie van een hond en een euthanisatie van een kat interessante dieren op ons ‘spreekuur’ in de tuin van Roger en Jessica. Een hond die gecastreerd was maar waar maar één testikel bij gevonden was. Deze hond bleef zeer mannelijk gedrag vertonen en dus gingen we op zoek naar de tweede testikel die Monique ergens in de buikholte terug wist te vinden. Een hondje met ernstige huidproblemen waar Monique de anaalklieren van uitkneep en een dieet advies aan meegaf. Allemaal dieren waarvan de eigenaren de wanhoop nabij waren en ernstig aan het overwegen waren om ze in te laten slapen. Voor Monique zaterdagmiddag op het vliegtuig stapte zijn we zelfs nog even bij de overheidsdierenarts langs geweest om kennis te maken en advies over het huidprobleem hondje mee te geven. En toen was het voor haar tijd om weer richting Nederland te vertrekken en voor mij tijd om me weer bezig te gaan houden met het darten van dieren.

X Es