Bushmail



Bushmail 92 - 01-02-2011

Salibonani!

Slaapdronken luisterden Hans en ik naar het smakkende geluid dat vroeg in de morgen ergens uit onze kamer opklonk. Onze eerste gedachte was, dat zijn de cavia’s. Ja, we hebben sinds een paar maanden ‘per ongeluk’ cavia’s omdat het voor Peter niet helemaal duidelijk was wat het verschil tussen een cavia en een hamster is… Ik had het helemaal gepland, het aquarium stond ingericht en wel klaar om voor hooguit anderhalf jaar (zo oud worden die dieren) een dwerghamster te huisvesten die je als je er niet bent met gemak bij anderen onder kan brengen omdat ze toch amper verzorging nodig hebben. Ik wist dan ook niet of ik moest lachen of huilen toen Peter het doosje met ‘levende have’ uit de auto haalde en er twee bontgekleurde jonge cavia’s met angstige kraaloogjes naar boven keken. Kraaloogjes ja, hele lieve, helemaal uit Harare… En dus heten de (gelukkig) twee jongens nu Sammy en Mosey en wonen ze in een grote door Hans omgebouwde ex-elektriciteitskast met trappetjes, plateautjes en huisjes. En omdat het voor ‘de jongens’ wel zo gezellig is om vaak los te lopen en menselijk gezelschap om zich heen te hebben staat de kooi in onze kamer en slapen wij tegenwoordig met ear plugs…

Ondanks dat wist het gesmak ons toch te wekken. Met de zaklamp gingen we in het half donker op onderzoek uit. Achter het masker dat we als decoratie aan de muur hebben hangen klonk gerommel. Toen we met de zaklamp schenen kwam er een klein hoofdje met grote oren tevoorschijn, een vleermuis! Verbijsterd sloegen we het dier gade. Aangezien op de zolder boven het plafond in ons huis tientallen vleermuizen wonen die ons met hun piepende gekeuvel en geschuifel al meerdere keren slapeloze nachten bezorgd hebben (dat was voor de cavia’s dit geluid overstemden) was het voor ons niet zo vreemd om een vleermuis te zien. Een paar avonden ervoor waren we nog druk in de weer geweest met alle jonge net uitgevlogen vleermuizen die vanuit het dak jammerlijk op de grond gestort waren weer in de lucht te gooien (vanaf de grond kunnen ze namelijk moeilijk opvliegen). De grote vraag was hoe deze vleermuis onze kamer binnen was gekomen. We gingen op onderzoek uit… vanuit de kamer naast ons kwam ons een enorme stank tegemoet. Toen we van de enorme hoop vleermuizen stront op de grond omhoog keken naar het gapende gat in het plafond was het ons duidelijk waar de vleermuis vandaan gekomen was. Door de enorme regenbuien van de afgelopen dagen en een lekkage op het dak was er op één plek zoveel water naar binnen gedruppeld dat het plafond het daar begeven had en met twee vleermuizen en een hoop stront en al ingestort was. Na een vleermuizen jacht en een schoonmaak actie hebben we ons bouwteam opgetrommeld om de lekkage op het dak te repareren. Helaas lekte het na de reparatie nog harder, maar nu op een andere plek, de kans is dus groot dat Hans toch binnenkort zelf een keer het dak op moet.

Enige tijd geleden kwam er voor het eerste een melding binnen dat er in het park twee wilde honden gezien waren met zespups. Het vrouwtjes, Vusile, is een oude bekende van ons die enige tijd in ons rehabilitatie centrum gezeten heeft. Helaas werkt de halsband die ze om heeft niet meer en dus viel ze van onze radar. Maar ze is terug, met een reu en zes pups die inmiddels al bijna een jaar oud zijn. Aangezien de dieren door toeristen gezien waren gingen Jealous, Hans en ik er maar weer eens vroeg op uit om te kijken of we een kans zouden krijgen Vusile’s defecte band te vervangen. Helaas hadden we geen geluk en dus besloten we aan het einde van de ochtend weer op huis aan te gaan. Op de terug weg kwamen we de Kutanga pack tegen. Tot onze verbazing bestond deze pack vandaag uit vier in plaats van vijf honden. Op zich geen directe reden voor ongerustheid omdat een pack tijdens de jacht soms tijdelijk opsplitst. Aangezien deze groep vaak rond ons kantoor en het rehabilitatie centrum rond hangt radioden we de rehab om te horen of zij die ochtend vijf honden gezien hadden. Nee, de rehab had ze niet gezien maar Hadibi de schoonmaker bij het kantoor wel, een kwartier voor wij ze zagen, alle vijf, ja ook die met dat hangende oor… Ondanks deze confirmatie zat het ons toch niet helemaal lekker en dus besloten we Jealous te vragen die middag naar de Kutanga pack te zoeken.

Toen hij ’s avonds met het verhaal terug kwam dat hij vier honden had gezien die samen een impala gedood hadden en dat Moth, de vijfde hond, nergens te bekennen was wisten we dat er iets mis was. De volgende ochtend zaten Jealous, Hans en ik om vijf uur in de auto op zoek naar Moth en de Kutanga pack. Moth had door problemen met zijn oor geen halsband om en dus was het meer dan ooit zoeken naar een speld in een hooiberg. Aangezien een wilde honden pack als er een pack genoot gewond of dood is vaak terug gaat naar de plek des onheil besloten we eerst naar de Kutanga pack te zoeken in de hoop dat ze ons naar Moth zouden leiden. Helaas waren de dieren nergens te bekennen en dus moesten we een plan B bedenken. Het had de nacht ervoor keihard geregend en we waren bang dat Moth ergens verkleumd in een strik lag te creperen. We besloten in een wanhopige poging hem te vinden de anti stroperij unit op te trommelen en de bosjes waar we hem vermoedelijk voor het laatst gezien hadden uit te kammen. Terwijl Hans de anti stroperij unit regelde belde ik de piloot van het leeuwenproject om te horen of ze die dag zouden vliegen. Gelukkig, als het weer het toe zou laten zou de microlight inderdaad de lucht ingaan en was het geen enkel probleem om ook even naar de Kutanga pack te zoeken. Helaas was dit niet nodig want na systematisch twee uur met z’n allen op een rij te voet de bush uitgekamd te hebben zagen we toen de zon door de wolken brak gieren opstijgen. Aangezien Jealous een paar minuten daarvoor verse leeuwen sporen gezien had kon dit twee dingen betekenen, of de leeuwen hadden een kill gemaakt of Moth lag daar dood in de bosjes… We besloten op het laatste te gokken en de gieren te volgen. Ons vermoeden werd bevestigd, het half vergane karkas van Moth bleek de reden dat de gieren door de lucht cirkelden. Moth, waarvan ik een paar maanden geleden het oor hechtte en twee weken ervoor nog een strik om zijn nek verwijderde, lag vlak achter ons kantoor met gebroken rug en in gras verstrikte poten in de bush, het karkas was al zeker drie dagen oud. Wat er precies met hem gebeurd is zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen, laten we hopen dat hij niet te lang geleden heeft. Nee hoor, vijftien minuten geleden liepen er nog vijf honden voorbij, ja ook die met het hangende oor… Gelukkig hebben we na al die jaren hier geleerd onze eigen intuïtie te volgen en niet meer op de verhalen van anderen af te gaan.

X Es


naar boven Bushmail 91 - 09-01-2011

Salibonani!

En toen was het ineens al zomaar 2011. Drie dagen voor de kerst kon ik de eerste officiële versie van mijn proefschrift naar mijn begeleider sturen. En dus was het goed kerst en oud en nieuw vieren want dat geeft toch een fijn gevoel. Het blijft een raar fenomeen om met dertig graden in de stralende zon kerstfeest te vieren. Het echte kerstgevoel bleef dan ook, ondanks alle pogingen, ver te zoeken. Gezellig was het wel, met z’n allen in de tuin van het leeuwenproject een overvloed aan eten en drank weg werken. Iedereen had de moeite genomen een bijdrage te leveren, de één had ‘Christmas crackers’ gemaakt, de ander een kersttaart, en zo was het toch een beetje kerst. Tweede kerstdag wordt hier amper gevierd en dus hebben Hans en ik die dag met een kater en veel films in bed doorgebracht..

Per 31 December lopen alle jaarlijkse vergunningen af. Zo ook de vergunning van het Franse team om dieren te vangen om van halsbanden te voorzien. De tijd drong dan ook toen 29 December de zebra halsbanden eindelijk aankwamen. We hadden welgeteld twee dagen om vijf dieren te vangen! Op 30 December gingen we om vijf uur met dart geweer, drugs, halsbanden, Florian (de PhD student die zebra onderzoek doet) en een National Parks ranger gingen op pad. Zomaar een band om het eerste de beste dier met strepen gooien was er niet bij, het moesten specifieke dieren zijn, bekende niet drachtige merries zonder kleine veulens. Gelukkig is Florian een ster in het herkennen van zebra’s en kan hij met één blik op het strepen patroon individuen identificeren. We hadden geluk, die ochtend liepen twee van de vijf dieren die we zochten op de ‘airstrip’ een open vliegstrip bij het kantoor van National Parks. En dus stonden, ondanks dat we hopeloos met de auto in de modder vast kwamen te zitten, voor negen uur ’s ochtends de eerste twee merries met band alweer op hun poten. Het vinden van de andere dieren kostte wat meer moeite maar aan het einde van de dag slaagden we erin een merrie diep in het park van een band te voorzien. Drie op een dag, geen slechte score.

De volgende dag waren we dan ook optimistisch gestemd, voor de klok middernacht zou slaan en het nieuwe jaar in zou luiden zouden wij de zebra’s wel gevangen hebben. Dat optimisme werd verstoord toen we de dieren waar we naar zochten niet konden vinden bij de waterplaats waar we dachten dat ze zouden zijn. We besloten door te rijden naar een andere plek. De plek waar we de dag ervoor ook al een merrie van een band voorzien hadden. Het individu dat op de lijst stond liep daar vredig te grazen. Voorzichtig reden we op haar af, haar kudde genoot die ontzettend drachtig was vond al die aandacht maar niets en besloot weg te rennen. De rest van de kudde volgde. Na een aantal meter begonnen ze weer te grazen en konden we een volgende poging wagen. Dit kat en muis spel ging zo twee uur door. Ons humeur begon te dalen en de irritatie te groeien en dus besloten we de dieren een tijdje met rust te laten en naar een andere waterplaats te rijden. Ook daar vonden we een merrie die op de lijst stond. En ook hier waren de dieren, doordat er een heel klein veulen in de groep liep, niet van de aandacht gediend. Verbaast stonden de giraffes naar de groene Landrover te staren die als een soort zwaan-kleef-aan dwars door de bush vergeefs achter een kudde zebra’s aan bleef rijden.

Na ruim een uur proberen hadden we nog steeds geen kans gehad om binnen de vijfendertig meter dart afstand bij de kudde te komen. Midden tussen de kuddes zebra’s stonden we stil, onze dieren hadden zich ver achter de andere kuddes verscholen. ‘Oh, die kunnen we ook nemen’ riep Florian ineens, naar een dier vlak naast de auto wijzend. Ik bedacht me geen seconde, richtte en schoot snel een dart in het dier zijn bil. Dat was dus nummer vier. Nog één te gaan, nog een halve dag om het dier te vinden… We gingen terug naar de plek van die ochtend waar we wederom uren rondreden zonder binnen schietafstand te komen. Toen het richting het einde van de middag liep besloten we dat de tijd nu echt begon te dringen en we beter terug konden gaan naar de ‘airstrip’ waar we die ochtend een ‘tweede keuze’ dier geïdentificeerd hadden. Het dier liep nog steeds op dezelfde plek en om vijf uur ’s avonds deden we de laatste halsband bij deze zebra merrie om. Tijd om het nieuwe jaar in te luiden! Aangezien we al twee dagen van vijf uur ’s ochtends tot vijf uur ’s avonds in de weer waren hadden we moeite om onze ogen tot twaalf uur open te houden, nieuwjaarsdag hebben we wederom met een kater en films in bed doorgebracht.

Helaas bracht het nieuwe jaar in de eerste weken al weinig goeds. Het jaar begon met een katje lamme automobilist die ’s avonds met zijn auto op een overstekende olifanten kudde ingereden was. Ik werd gebeld of we konden komen kijken naar de olifant. Bij aankomst waren de olifanten verdwenen. De auto had een jonge olifant geschept die volgens de ooggetuigen over de kop gegaan was en plat op het wegdek was blijven liggen. Toen zijn moeder bij hem was komen staan was hij weer opgestaan en met de rest van de kudde de bosjes ingelopen. De speeksel en poep sporen vertelden ons waar hij had gelegen. Er waren geen bloed sporen te bekennen en dus hopen we er het beste van. De auto was zo plat als een dubbeltje, ondanks dat probeerde de ongeschonden dronken automobilist al lallend vergeefs de motorkap te openen en de auto te starten. De politie was gebeld, de olifanten waren weg en dus gingen ook wij er weer vandoor. We hadden immers andere dingen te doen, we waren op zoek naar Moth.

Moth, door een probleem met zijn oor, de enige wilde hond in de Kutanga pack zonder halsband had een strik rond zijn nek opgepikt. Terwijl we voor de tweede dag op rij de wacht bij de in de bosjes verscholen Kutanga pack hielden werden we gebeld door Bekhi, de guide van Safari lodge. Hij was met toeristen op game drive en had een olifanten bull met een strik om zijn slurf bij de waterplaats gezien. Aangezien het voor de honden te laat was om te darten en ze de afgelopen drie uur geen aanstalten tot bewegen hadden gemaakt reden we snel naar Kanondo. Daar stond Bekhi met een auto vol toeristen bij de waterplaats te wachten. De olifanten bull stond er rustig te eten. Snel maakte ik een dart klaar en reden we op het dier af. Deze kudde is erg gewend aan auto’s en dus was het geen probleem om dichtbij te komen. We darten de bull en negen minuten later ging hij ten midden van zijn kudde onderuit. We reden naar hem toe en verjoegen de andere dieren die op een afstandje toe bleven kijken. De strik zat om de slurf van de olifant boven de slagtanden door zijn mond. Erg onhandig dus met eten. Het dier had geluk, de strik had nog niet door zijn vel en vlees gesneden en dus was het alleen een kwestie van het ding losknippen en weghalen. De toeristen assisteerden ons en zo werd een negatief iets toch nog een positieve ervaring. Vijftien minuten nadat we de olifanten bull gedart hadden konden we hem de antidosis geven en mengde hij zich weer bij zijn kudde. Helaas moesten we nog op zoek naar de dart die hij ergens in de bosjes uitgeschuurd had.

Het werd al snel donker, dat en het feit dat drie leeuwen ons gade lagen te slaan plus de enorme hoeveelheid olifanten die zich rond de waterplaats hadden verzameld deed ons ertoe besluiten om de volgende dag verder te zoeken. Die ochtend ging om vijf uur 's ochtends de wekker weer. Tijd om naar Moth en een dart te zoeken. Voor het eerste licht stonden we bij het rehabilitatie centrum waar we de Kutanga pack de vorige dag in de bosjes achter hadden gelaten. In de vijf minuten die het ons kostte om MK, onze tracker, op te pikken wist de pack ongezien de weg over te steken en in de bush te verdwijnen. Een pack op jacht beweegt sneller dan je denkt en we moesten dus een gok wagen en proberen in te schatten welke kant de dieren op zouden gaan om ze af te kunnen snijden. We gokten op de grasvlaktes bij Safari lodge. Goed gegokt, zodra wij Dett vlei opreden pikten we het signaal van de halsbanden op en kwamen de dieren uit de bosjes lopen. De eerste dart miste omdat Moth uit de weg sprong, de tweede dart was raak. De strik zat los om Moth zijn hals en had ondanks dat hij de strik los getrokken en gebeten moet hebben geen schade aangericht. Terwijl de andere honden op nog geen vijftig meter toe stonden te kijken verwijderden we de strik. Aangezien er geen anti dosis bestaat voor de drugs die we voor de wilde honden gebruiken was het daarna een kwestie van wachten tot Moth weer wakker werd. Het regende en dus dekten we hem toe onder een deken en een regenjas om te voorkomen dat hij teveel af zou koelen. Hij leek dat wel prettig te vinden en het duurde ruim een uur voor hij aanstalten maakte zijn comfortabele positie te verlaten. De rest van de pack had inmiddels zonder succes twee keer geprobeerd een impala te vangen. Na elke poging kwamen ze kijken of hun pack genoot er nog was. Het kostte dan ook weinig moeite om Moth met zijn pack te herenigen. Het terug vinden van de gemiste dart kostte gelukkig ook weinig moeite, terwijl Hans en ik plassen water uit stonden te dreggen vond MK het ding terug in de bosjes achter ons. Nu nog de olifanten dart. We reden terug naar Kanondo en volgden met de auto het pad dat de olifant de dag ervoor na het darten gevolg had. Al ‘bush bashend’ kwamen we naast de bosjes tot stilstand. Hans was ervan overtuigd dat dit de bosjes waren waar de olifant met dart inliep en zonder dart weer uitliep. ‘Dat klopt’ zei MK, die op het dak van de auto zat, terwijl hij naar beneden wees waar direct naast de auto een roze staartpluimpje uit het gras stak. Soms is het heel fijn om een beetje geluk te hebben! Strikvrije dieren, alle darts weer terug, de bush was weer in zijn oorspronkelijke staat hersteld en dus konden we moe maar voldaan op huis aan.

X Es


naar boven Bushmail 90 - 19-12-2010

 

Salibonani!

Het regent pijpenstelen, achter Roger aan sluip ik door de dichte bossages. Ssst, daar staat de olifanten koe waar we de band van moeten verwisselen rustig op een takje te kauwen. Met behulp van een ‘dustbag’, een ouwe sok met as, checken we waar de wind vandaan komt. De stof uit de sok wordt terug in onze richting geblazen, een goed teken, ze kan ons niet ruiken. We lopen van bosje naar bosje steeds dichter naar haar toe. Op dertig meter van haar vandaan besluit Roger een schot te wagen. De olifant vermoedt dat er iets gaande is en draait zich om. Roger dart haar in haar schouder. De olifant bedenkt zich geen seconde, trompettert hard en rent als een bezetene recht op ons af. Er zijn twee opties, of we schieten haar met een echt geweer neer of we rennen voor ons leven. We kiezen de laatste optie en rennen zo snel als we kunnen door de bush. De dichte bush is in ons voordeel, de olifant kan ons op zicht niet goed volgen. Gelukkig geeft ze de achtervolging op en komen we er op wat blauwe plekken en krassen na goed vanaf. Buiten adem komen we bij het back up team aan dat met bleke gezichten verderop in de bush op ons staat te wachten. Er is geen tijd om na te denken want de drugs in de olifanten koe doet zijn werk en een paar minuten later ligt ze verdoofd op de grond. Haar nog geen zes maanden oude kalf staat verbaasd naast haar. Binnen dertig minuten hebben we haar band verwisseld en kunnen we haar de anti dosis geven. Na vier minuten staat ze weer op haar poten en loopt rustig de bosjes in. Dat was onze eerste dag olifanten darten, nog vijf dagen te gaan…

De volgende morgen is duidelijk de ‘morning after’ en zowel Roger als ik zijn nerveus na ons avontuur van de dag ervoor. We realiseren ons dat het of voor ons of voor de olifant heel anders af had kunnen lopen en willen dus niet nog een keer in zo’n situatie terecht komen. De overige acht banden die we om moeten doen zijn bestemd voor olifanten bullen. Die zijn in theorie makkelijker te benaderen en vallen minder snel aan dan olifanten koeien. Aangezien de bush na het regenseizoen dicht begroeid is en de olifanten de waterplaatsen niet meer regelmatig bezoeken is er weinig kans dat we een olifant vanuit de auto kunnen darten en dus zullen we te voet op de kuddes in moeten lopen. Gelukkig zit het die dag mee, de piloot van het leeuwenproject, Matt, kan voor ons vliegen en ons vanuit de lucht de weg wijzen. We slagen erin om zonder al teveel problemen twee olifanten van een band te voorzien. Die avond drinken we opgelucht wijn rond het kampvuur. In de dagen die volgen weten we, met behulp van Matt ons aantal van twee per dag te handhaven en en passant ook nog even een strik van een zebra te halen. Aan het einde van de week gaat het mis en staat door vermoeidheid en mis communicatie over de antidosis een olifant eerder op dan bedoeld. Hoewel de band om hem heen zit zijn de lange uiteinden nog niet afgeknipt. Het is het einde van de dag en er is geen andere optie dan hem de volgende ochtend vroeg weer te darten.

Die ochtend staan Roger en ik met een klein team om vijf uur ’s ochtends in de bush, vastberaden om onze bull weer te vinden. Al snel pikken we het signaal van de band op, de bull herd loopt vredig al etend door de dichte bossages. Helaas zijn ze duidelijk ‘on the move’ en dus moeten we ruim twee uur achter de kudde aanlopen voor we eindelijk de mogelijkheid krijgen onze bull te darten. Aangezien het alleen een kwestie van de uiteinden van de band afknippen is staat het dier binnen een tien minuten weer op zijn poten om zijn weg te vervolgen. De regen komt inmiddels wederom met bakken uit de hemel. We zijn kilometers ver van de auto’s en dus besluiten we iemand uit het kamp te bellen om ons met een auto op te komen pikken. Doorweekt, verkleumd en moe zitten we in de auto maar we zijn allemaal blij dat we de fout van de dag ervoor hebben kunnen herstellen. Na een stevig ontbijt gaan we er weer op uit om ons werk voort te zetten. Op zaterdagochtend voorzien we laatste bull van een band. In een kleine week zijn we erin geslaagd om acht bullen van een band te voorzien, sommigen waren kleine twintigers anderen waren reusachtige vijftigers. Eén ding hebben ze allemaal gemeen, het zijn potentiële ‘crop raiders’, oftewel probleem olifanten die in de communal areas gewassen van de akkers eten. Met de data van de banden hoopt het Franse project meer inzage te krijgen in wanneer en waarom deze olifanten de akkers vernielen en welke maatregelen er genomen kunnen worden om dit te voorkomen zonder dat National Parks de olifanten dood schiet. We moeten ook nog de banden van vijf olifanten koeien vervangen maar na ons avontuur van de eerste dag hebben we Herve ervan weten te overtuigen dat dat toch echt veiliger is als we vanuit een helikopter kunnen darten. Hopelijk gaan we dus begin volgend jaar een nieuw avontuur tegemoet!

In de tussentijd hou ik me bezig met het afronden van mijn proefschrift. Dat gaat goed, ik heb inmiddels al mijn zes artikelen op papier staan en ben bezig met de laatste schrijf loodjes. Natuurlijk is er altijd genoeg onverwachtse afleiding. Vlak voordat ik in het weekend Hans weer van het vliegveld in Victoria Falls ging halen kreeg ik een telefoontje van immigratie dat mijn tijdelijke verblijfsvergunning toegewezen was. Of ik die even op kon gaan halen in Harare… Harare is 800 kilometer van Hwange National Park, om het even in het perspectief te plaatsen dat is een ritje van Utrecht naar Bern (Ja, die Bern in Zwitserland ja). Laat dat ‘even’ dus maar achterwege. Normaal gesproken zou het allemaal niet zo’n gedoe zijn, onze projectmanager, Peter, woont in Harare en rijdt elke twee weken op en neer. Ware het niet dat hij de komende maand met zijn gezin hier in Hwange is om kerst en oud en nieuw te vieren. Voorzichtig probeerde ik nog een keer een stempel in Victoria Falls te krijgen zodat ik een maand uitstel had en Peter mijn paspoort mee kon nemen. ‘Het is pas zeven December, hoe kun je nu al weten dat je voor de zeventiende (wanneer mijn maandelijkse visum stempel verloopt) niet naar Harare kunt reizen’, antwoordde de ‘chief immigration officer’ nors. Tja, punt. Het was duidelijk, we moesten naar Harare. En dus viel ons plan om een paar nachten in Victoria Falls te blijven in het water en reden we twee dagen nadat Hans weer terug was ‘even’ op en neer naar Harare. De sticker was binnen een half uur in mijn paspoort geplakt maar aangezien twee keer acht uur op een dag zelfs voor Hans teveel van het goede is reden we de volgende ochtend na een nacht in de Holiday Inn weer op huis aan. Goed, het goede nieuws is dat ik nu zonder problemen en maandelijkse stempels tot en met dertig september weer in het land mag blijven.

X Es

PS. Op de foto zie je mij proberen om de dart in de schouder van de olifant te verwijderen, aangezien hij precies op die kant gevallen was betekende dat dus graven...


naar boven Bushmail 89 - 24-11-2010

Salibonani!

Zo zit je achter je bureau ergens in de bush en zo zit je in Victoria Falls achter een vlaggetje van Zimbabwe op een internationale bijeenkomst van de SADC landen. Tja, eens een lobbyist altijd een lobbyist dus ook hier hou ik me, op beperkt niveau, bezig met politiek. We zijn al enige tijd binnen de Parks and Wildlife Managment Authority aan het lobbyen om ervoor te zorgen dat de wilde honden beschermd worden tegen handel door ze te registreren onder de Convention of International Trade in Endangered Species of Flora and Fauna, beter bekend als CITES (mocht iemand geïnteresseerd zijn in de details van dit lange verhaal dan zijn deze trouwens na te lezen op de petitiesite, www.painteddogsoncites.org). We zijn er in geslaagd om enthousiasme op te wekken voor ons idee en de verantwoordelijke mensen bij National Parks zien het wel zitten om met een voorstel op pad te gaan langs de andere Zuid-Afrikaanse landen om steun te werven. De eerste stap is uiteraard om aan te kondigen dat je een voorstel in wilt dienen, de vergadering in Victoria Falls waarop alle Parks and Wildlife mensen in Afrika aanwezig waren was daar een uitgelezen mogelijkheid toe. En dus zou Zimbabwe bij het landen rondje waarop de Parks and Wildlife mensen presenteren wat de toekomstplannen zijn, aankondigen dat ze gaan proberen in 2013 de wilde honden onder CITES, appendix I geregistreerd te krijgen. Tja, dan bestaat er natuurlijk de mogelijkheid dat je vragen krijgt van de andere landen, de CITES mensen of de non profit organisaties. Om eventuele lastige vragen te kunnen ondervangen had National Parks gevraagd of ik bij deze vergadering aan wilde schuiven. En zo kwam ik dus achter het Zimbabwe vlaggetje naast de hoge piefen van National Parks te zitten. Tja, een beetje vreemd was het wel maar je moet wat over hebben voor de wilde honden. De aankondiging werd door de aanwezigen ter kennisgeving aangenomen en vragen bleven achterwege. Na tijdens de thee pauze nog wat genetwerkt te hebben was het tijd om weer terug naar de bush te gaan. Alleen wel te verstaan want Hans was die dag op het vliegtuig naar Kenia gestapt waar hij voor een maand werk gaat verzetten voor een CCAfrika lodge.

Om politiek geëngageerd te zijn hoeven we niet helemaal naar Victoria Falls te gaan maar kunnen we ook gewoon de lokale maandelijkse ‘stakeholders meetings’ bijwonen. Ondanks dat deze meetings op z’n Afrikaans standaard anderhalf uur te laat beginnen en door al het ceremonieel gewauwel veel te lang duren ben ik een trouwe bezoeker. Met nog zes weken voor mijn proefschrift op papier moet staan besloot ik echter dat ik het deze maand even af zou laten weten. Toen mensen daar lucht van kregen werd er verbouwereerd gereageerd, dat kon niet hoor, ik moest komen want we gingen het over de mijn hebben. De mijn, is een hekel puntje in de community en nu ze er eindelijk in geslaagd waren om de persoon die verantwoordelijk was voor de ‘environmental impact assesment’ (EIA) als spreker uit te nodigen wilde iedereen zeker weten dat de juiste vragen gesteld werden. Aangezien ik een altijd mondige deelnemer ben en over enige biologische kennis beschik was de hoop op mij gevestigd. En dus zat ik op donderdag met de andere in de auto op weg naar Ivory lodge waar de vergadering plaats zou vinden. Hoewel de meneer van de EIA zijn best deed om een mooi verhaal op te hangen had iedereen al snel in de gaten dat er van mooi geen sprake was. Hoewel ik besloten had me op de achtergrond te houden kon ik mijn mond niet houden toen er uit de doeken gedaan werd hoe alles in de natuur weer teruggebracht zou worden naar de oude staat als de kool eenmaal verwijderd is. Ik hoefde het niet eens met zoveel woorden te zeggen, door simpel door te vragen werd al snel pijnlijk duidelijk dat dit, om het maar eens netjes te zeggen, een broodje aap verhaal was. Deze mijn die in de bufferzone rond het National Park geplaatst zal worden zal de hele omgeving vernielen. Gelukkig was ik niet de enige die het achterste van zijn tong liet zien en tegen het einde van de vergadering was het de meneer van de EIA duidelijk dat het toch niet zo slim geweest is om deze ‘stakeholders’, tegen alle wetten in, niet bij dit proces te betrekken. We gaan onze bezwaren officieel indienen maar aangezien het uiteindelijk een politieke beslissing is om de Chinezen dit land leeg te laten roven denk ik niet dat er veel is dat we kunnen doen.

Waar ik gelukkig wel wat aan kon doen was het bizarre probleem van het puppy van Andrew, een oud medewerker die nu tuinman bij Katchana, de lodge waar het Franse team woont, is. Toen ik daar een vergadering met mijn begeleider had zag ik Andrew voorbij lopen… met een puppy in zijn kielzog. Tja, natuurlijk moest ik het net acht weken oude hondje even bewonderen en terwijl ik het aan het aaien was zag ik grote bulten op zijn buik. Heb je hier al eens naar gekeken vroeg ik Andrew. Hij beantwoordde bevestigend. Andrews Engels is niet al te goed maar en toen ik vroeg of er pus uit de bulten kwam vertelde hij dat het wit was als een rups. Dat klonk als pus en dus was ik drie dagen later terug met een middeltje om de infectie te bestrijden en mijten tegen te gaan. Terwijl ik het hondje in bad deed zag ik dat zijn tenen twee keer zo groot waren en hij van ellende bijna niet meer op zijn pootjes kon staan. Toen ik het dier in de houdgreep nam en probeerde de enorme bult op één van de teentjes uit te knijpen spoten er tot mijn verbazing drie grote rups achtige wormen uit. Wit, als een rups… niets geen pus maar de maden van mapuzivliegen. Deze vliegen leggen eitjes op natte was of vochtige aarde. De ongelukkige die zijn kleren niet strijkt of de grond niet op laat drogen en op de vochtige plek gaat liggen loopt het risico de eitjes op te pikken. Als ze uitkomen dringen de minuscule larven door de huid het lichaam binnen. In je lijf eten de maden zich rond tot ze groot genoeg zijn en zich uit je lichaam laten vallen om zich te ontpoppen tot een vlieg. De maden maken een luchtgang waardoor ze zo nu en dan hun mond naar buiten steken om te ademen. Tenzij je de grootte van een muis bent ga je hier niet aan dood maar vervelend en pijnlijk is het wel. Bult voor bult drukten Andrew en ik, onder gejammer van het puppy, de maden naar buiten en desinfecteerden de gaten. We verwijderden meer dan vijftien maden en na onze behandeling kon het arme dier in ieder geval weer op zijn poten staan. Ik gaf het een antibiotica injectie en Andrew de instructie door te gaan met de behandeling tot alle bulten weg waren. Toen ik een week later weer kwam kijken kwam mij een vrolijk speels puppy, zonder bulten, tegemoet rennen. Hoewel iedereen hier de verhalen kent over hoe mensen met een stuk vlees de maden van deze vlieg uit hun lijf lokken had ik ze nog nooit in levende lijfe gezien. Ik heb maar besloten dat ik er gewoonte van ga maken ook mijn ondergoed goed heet te strijken…!

X Es


naar boven Bushmail 88 - 05-11-2010

 

Salibonani!

Tweeënveertig graden in de schaduw, eenenvijftig in de zon… Echt veel puf om te bewegen hebben we deze dagen niet. Oktober staat hier bekend als de ‘suicide month’, de mussen vallen soms letterlijk dood van het dak en iedereen heeft een te kort lontje. Gelukkig heb ik dit jaar geen veldwerk en kan ik me dus in de schaduw van mijn huis terug trekken om met de ventilator in mijn rug aan mijn proefschrift te werken. En ik kan je vertellen, dat is een heel stuk dragelijker dan, zoals voorgaande jaren, twaalf uur in de auto bij een waterplaats zitten. Toch verzucht ook ik dagelijks ‘let it rain’! In tegenstelling tot Nederland waar we dankzij een overmaat aan regen alleen nog maar naar de zomer uit kunnen kijken smacht mens en dier hier aan het eind van het droge seizoen naar regen. Toen het eindelijk zover was en de eerste druppels uit de hemel vielen konden we ons geluk niet op. Met ons gezicht naar de hemel stonden Hans en ik buiten om de eerste verkoelende druppels op onze huid te voelen. Helaas was het van korte duur, we zullen nog ruim een maand moeten wachten voor de serieuze hoosbuien dagelijks uit de lucht vallen en de aarde echt tijd krijgt om af te koelen.

Met de regen komen ook de ‘creepy crawlers’ tot leven. Onze huizen worden weer ingenomen door ongedierte. En dus zit ik ’s avonds met opgetrokken knieën te eten om de ‘kalahari ferraris’ (een kruising tussen een spin en een schorpioen) die met uitgestoken vangarmen als bezetenen achter alles wat beweegt (inclusief je voeten) aanrennen, te ontwijken. En slapen we met earplugs om niet wakker gehouden te worden door het schelle gesjirp van de cicaden. De eerste schorpioen heeft zich al in ons huis aangediend en ook de slangen zijn weer actief. Afgelopen week zat er een ‘puff adder’ vast in ons afvoer putje. Dankzij de night guard die zoals elke local hier bij de eerste aanblik van een slang het dier direct met een stok te lijf ging, had het gewonde dier zich in het putje gewurmd. Omdat het giftige dier meer dood dan levend was trokken we de slang met een zelf gefabriceerde vangstok uit zijn benaderde positie. Helaas mocht het niet baten, het dier had het loodje gelegd. We begonnen direct plannen te maken hoe we het kadaver konden gebruiken om de bavianen die ons leven rond kantoor zuur maken een lesje te leren. Bavianen zijn heel bang voor slangen en er zijn zelfs verhalen van bavianen die flauw vallen bij de aanblik van een slang. We besloten dat we de slang met een touwtje aan een brood vast zouden maken. De slang zouden we met bladeren bedekken en op het moment dat de baviaan het brood oppakt komt dan ineens de slang tevoorschijn. Een mooi plan maar de een zijn dood is de ander zijn brood en toen we de volgende dag wakker werden was de slang verdwenen.

Gelukkig brengt het regenseizoen ook leuke dieren met zich mee. Zo zaten Hans en ik een colaatje te drinken op onze patio toen we ineens een schildpadje voorbij zagen lopen. Met precisie liep hij naar de plek waar ik een jaar geleden nog een schildpadden omheining had staan. Ineens viel het kwartje, dit was niet zomaar een schildpadje, dit was picaninni! Twee jaar geleden kreeg ik een net uit het ei gekropen schildpadje van Jealous. Na een jaar lang voor het diertje gezorgd te hebben was picaninni groot genoeg om terug naar de natuur te gaan. Met de eerste regen worden de schildpadden wakker uit hun ‘winterslaap’. Nu, ruim een jaar later, wist picaninni nog steeds de plek te vinden waar normaal gesproken voedsel te krijgen was. Toen ik hem oppakte en hij, in plaats van zich in zijn schulp terug te trekken, tevreden uit mijn hand begon te eten wist ik zeker dat dit mijn oude huisdier was. Na wat blaadjes gevoerd te hebben en foto’s genomen te hebben lieten we hem weer lekker verder scharrelen.

Heel veel schildpadden, groot en klein, zagen we ook rond lopen op onze weg naar Makololo, een lodge aan de andere kant van het park. Daar was de dag daarvoor bij een buffel karkas een hyena met een strik gezien en ik was gevraagd om assistentie te verlenen bij het darten. Die avond was helaas er geen spoor meer van de hyena te bekennen. We besloten te overnachten en het de volgende ochtend nog een keer te proberen. Toen we om vijf uur aan kwamen rijden sloegen al onze harten een slag over, er liepen maar liefst dertien hyena’s om de dode buffel heen, eentje daarvan zou toch ons dier moeten zijn… Niet dus. Na drie uur in de stank van rottend vlees bij het karkas gezeten te hebben besloten we het op te geven. De hyena’s waren verdwenen en zelfs de jakhalzen hadden hun deel al opgeëist (zie foto). Het kleine beetje dat er over bleef was voor de gieren. En dus gingen we onverrichter zaken weer op huis aan, volgende keer beter…

X Es


naar boven Bushmail 87 - 19-10-2010

Salibonani!

Het ene probleem is nog niet opgelost of het andere probleem dient zich al weer aan. Toen de Kutanga pack enige tijd geleden zijn alpha-mannetje verloor door een gevecht met een honingdas waren de drie vrouwtjes uit de pack op slag geïnteresseerd in onze mannetjes in het rehabilitatie centrum. Met name Sethule, de hond die ik ooit met behulp van het nadoen van HOO calls gevangen heb, viel in de smaak. Dagen achter elkaar lagen de vrouwtjes naar hem te staren. Dit tot grote ergernis van hun twee eigen mannetjes die regelmatig besloten hun ontrouwe vrouwtjes bij de rehab achter te laten en zelf op pad te gaan. Dit ging zo weken door, in de tussentijd wisten we twee vrouwtjes van een halsband te voorzien en Moth z’n oor aan elkaar te hechten. Tot op een dag ‘love’ weer in de ‘air’ was en het alpha-vrouwtjes ‘Ester’ besloot dat Bulls eye, één van de twee eigen mannetjes, toch eigenlijk ook wel heeeeel aantrekkelijk was. Tja, al die aandacht steeg Bulls eye naar zijn hoofd en hij besloot samen met zijn ‘partner in crime’ Moth onze volwassen honden in de rehab aan te vallen.

En dus werden we weer eens om half zes ’s ochtends uit ons bed gebeld door Washington die vertelde hoe Bulls eye en Moth, Zanga aan zijn onderkaak door het gaas hadden proberen te trekken nadat ze eerst een stuk van Angela’s neus afgebeten hadden. En inderdaad, er zat een grote deuk in het met bloed besmeurde gaas met daarachter één wilde hond zonder neus en één wilde hond met een dikke lip. Er waren ook gewonden aan de andere kant, Zanga had Moth bij het puntje van zijn hangende oor weten te pakken en dus waren al mijn nauwkeurig gezette hechtingen uitgescheurd. Tja, er was weinig dat we konden doen en dus hoopten we maar dat dit een eenmalige aangelegenheid was en gingen we weer op huis aan. Vergeefse hoop want de volgende middag wisten Bulls eye en Moth, John en Romany aan te vallen. Romany had flinke bijtwonden op haar snoet en John miste het puntje van zijn neus… en dus was ik het zat. Samen met Hans, Xmas, Washington en Jealous maakten we een plan. Op de lange termijn moeten we het hek, waar stroom op staat, verstevigen. In alle opwinding heeft de stroom namelijk weinig tot geen effect, de honden springen zo tussen de draden door. Op de korte termijn besloten we een visuele barrière te maken zodat ze elkaar niet meer konden zien en dus ook niet uit konden dagen. Zo gezegd zo gedaan en aan het einde van de dag zag onze rehab eruit als Fort Knox en was elke omheining met metalen platen ‘dichtgetimmerd’. Verbouwereerd liep de Kutange pack die avond de hele rehab rond op zoek naar ‘de vijand’ die ineens nergens meer te bekennen was…

Sinds die tijd brengen ze steeds minder tijd bij ons rehabilitatie centrum door en meer tijd in de bush. Natuurlijk weten ze ook in de bush in de problemen te komen, en dus verbaasde het ons niet toen Duitse toeristen ons een paar dagen later foto’s lieten zien van één van de vrouwtjes die volgens hen hinkte. Toen we de foto’s zagen was er geen twijfel over dat zij in een gevecht met een hyena verzeild geraakt moest zijn, haar halve linkeroor was namelijk weg en haar neus zat vol met wonden. Iets wat zowel de toeristen als hun gids volledig ontgaan waren. Jealous was op ‘leave’ en dus gingen Hans en ik er op uit om de Kutanga pack te zoeken. Toen we ze gevonden hadden was duidelijk dat het vrouwtje in de problemen verkeerde, ze hinkte zowel met een voorpoot als een achterpoot. We besloten haar met antibiotica te darten. Dat besluit werd op donderdag genomen en uiteindelijk lukte het ons om haar op zaterdag avond te darten… Telkens stond er of te veel gras of een andere hond in de weg, of stonden ze niet stil enz. Geduld is een schone zaak en toen we ze zaterdag middag terug vonden op de plek waar we ze die ochtend vroeg volgegeten achter gelaten hadden besloten we net zo lang te wachten tot ze uit de bosjes zouden komen. Na twee en een half uur in de auto zitten naast de stinkende riool van Safari lodge met tientallen Mopane bijen die om ons hoofd zoemden werd ons geduld op het nippertje beloond en kregen we, een kwartier voor het echt donker werd, de ultieme kans om haar te darten. De aanhouder wint zullen we maar zeggen maar een beetje gek moet je wel zijn om dit werk te doen.

Natuurlijk was het ook weer tijd voor verdriet. Notando, die bij ons in de bush camp werkte overleed plotseling aan een ontsteking van haar amandelen. Als je je afvraagt hoe dat kan hou dan in gedachten dat mensen in dit land nooit aan aids dood gaan maar altijd aan een longontsteking, malaria, griep of een andere ziekte. Weer iemand dood en dus weer een begrafenis. Hans en ik besloten er samen met vele van onze werknemers heen te gaan. Ten eerste omdat we Notando kenden en waardeerden, en ten tweede omdat ze een dochter van onze lokale chief is en het dus politiek correct is om te gaan. En hoewel ik inmiddels alweer heel wat jaren met dit land en zijn bevolking bekend ben maken dit soort gelegenheden me altijd onzeker. Terwijl ik hier altijd met mannen werk en mannen dingen doe, behoor ik dan ineens tot de vrouwen en hoor ik vrouwen dingen te doen. Bij aankomst op her erf van de chief werden Hans en ik gescheiden. Hij ging met de mannen bij de andere mannen zitten en ik ging met de vrouwen bij de chief langs waar we op onze knieën ons medeleven betuigden om vervolgens alle dorpsoudsten met een lichte buiging een hand te geven. Daarna begaven we ons naar het huis waar de kist stond. Onder luid gezang en gedans van de overige vrouwen zaten de naaste vrouwelijke familieleden openlijk om de kist te rouwen. Weer ging ik door de knieën, dit keer om de vrouw van de chief medeleven te betuigen.

Ondanks dat ik van tevoren meerdere keren gevraagd had of er kleding voorschriften waren had ik als enige vrouw geen rok aan maar een broek, gelukkig verzekerde iedereen me dat dat geen probleem was want mensen konden immers zien dat ik ‘niet van hier’ was. Hoe zouden ze dat nou weten, dacht ik cynisch terwijl ik naar het, op Hans en ik na, uitsluitend zwarte gezelschap keek. In de brandende zon hoorden we de twee uur durende ceremonie aan. Terwijl ik Hans lekker met de mannen in de schaduw zag zitten zat ik zelf met een paar vrouwen in de felle zon omdat wij onze schaduw plekken afgestaan hadden aan oude vrouwen of vrouwen met baby’s. Gelukkig begrepen ze dat een ‘Mukiwa’ makkelijk verbrand en hield één van de vrouwen haar omslag doek op om mij van wat schaduw te voorzien. Na een uitgebreide ceremonie met veel liederen was het tijd om afscheid te nemen. Eerst liepen de mannen door het huis om de kist heen, daarna de vrouwen. Het is hier gewoonte om maar een heel klein deel van het gezicht van de overledene te tonen. Gelukkig maar want als iemand al twee dagen met veertig graden in de kist ligt is dat vaak niet bevorderlijk voor het aanzien. Na het sluiten van de kist werd deze door ons anti stroperij team achterop de pick up geladen en naar de paar meter verderop gelegen ‘burial grounds’ in de achtertuin van de chief gereden. Wederom werd er gezongen en gebeden en terwijl anderen naar stenen zochten om het graf te bedekken schepte de anti stroperij unit het graf, dat ze enkele uren daarvoor gegraven hadden, weer dicht. ‘Another soul gone’, leven en dood staan hier dicht bij elkaar…

X Es


naar boven Bushmail 86 - 30-09-2010

 

Salibonani!

En toen was opa er ineens niet meer en zat ik helemaal aan de andere kant van de wereld… Tja, negentig jaar, dan weet je dat het eens zal gebeuren en toch komt het altijd onverwachts als je het telefoontje krijgt dat opa overleden is. Zoals ze hier zeggen ‘it’s always sad to lose a soul’ en dat is zeker waar. Maar ondanks het verdriet was ik vooral blij dat opa, na een paar weken daarvoor nog de fietsvierdaagse gefietst te hebben, zonder ziekbed en andere ellende plots in zijn eigen huis overleden was. Na wat wikken en wegen besloten Hans en ik naar Nederland te vliegen om de begrafenis bij te wonen en mijn familie te steunen. En zo was de wereld ineens toch weer kleiner dan we dachten en waren we na overstap in Dubai weer in Nederland. Erg veel tijd om daar bij stil te staan hebben we niet gehad, na de begrafenis zijn we vooral met z’n allen bezig geweest om het huis leeg te ruimen en voor we het wisten was de week voorbij en zaten we weer op het vliegtuig terug naar Zimbabwe.

Terug in de bush kregen we nauwelijks tijd om te acclimatiseren, er liep namelijk een wilde hond met een gescheurd oor rond en aangezien het duidelijk was dat het dier zich niet goed voelde moest die uiteraard geholpen worden… Deze pack loopt vaak bij ons rehabilitatie centrum rond en dus hoefden we niet lang te wachten op een geschikt moment om te darten. Snel ging ik met scalpel, hechtdraad en antibiotica aan de slag om er het beste van proberen te maken. We hadden het dier met het eerste ochtendlicht gedart en dus hadden we genoeg tijd voor de ergste hitte toe zou slaan. Hans stond ondanks dat hij malaria had zijn mannetje en hield de stukken oor bijeen. Toen ik het oude weefsel met de scalpel weg begon te schrapen en met een pincet maden uit de wond trok trok hij wat wit weg maar dat kan ook gekomen zijn omdat we nog niet ontbeten hadden. Zo goed en zo kwaad als het ging heb ik de wond schoongemaakt en een paar hechtingen geplaatst om de delen bij elkaar te houden. Na anderhalf uur stond het dier weer op zijn poten. We zullen zien hoe zijn oor gaat helen maar het belangrijkste is dat hij zich duidelijk weer beter voelt, al de volgende dag was hij niet steeds de laatste die op stond en liep hij vooraan in de pack in plaats van achteraan.

Die week was het ook weer tijd voor de jaarlijkse 24-uurs waterplaats tellingen in het National Park. Deze tellingen worden elk jaar door Wildlife and Environment Zimbabwe georganiseerd om te bepalen hoeveel dieren we in het park hebben. Dit jaar was de opkomst goed, meer dan honderd mensen hadden zich verzameld om deel te nemen aan de telling, en er zouden maar liefst 75 waterplaatsen geteld worden. Zoals elk jaar gaf ik de avond voorafgaande aan de telling een praatje over hoe het met de wilde honden in het National Park gaat en waar Painted Dog Conservation zoal mee bezig is. Ik benadrukte dat als mensen wilde honden zagen ze moesten proberen foto’s te nemen en dit zo snel mogelijk aan ons door moesten geven zodat we het op konden volgen. En zowaar… na de telling kwam er een koppel naar ons centrum met door de verrekijker genomen foto’s van elf honden rond een waterplaats 150 kilometer diep in het park.

Aangezien ik net klaar was met een vierde artikel had ik wel zin in een adempauze en besloot ik met Jealous, Hans, Cosneth, Evelyne en Ivan het park in te gaan. We namen genoeg eten mee voor twee tot drie nachten en gingen met twee auto’s op pad. Tja, deze waterplaats lag erg diep in het park op een stuk waar je niet makkelijk hulp zult vinden als je autopech krijgt en dus is het, ondanks dat we de monteur bij ons hadden, verstandiger om met twee auto’s te rijden. Na ruim vijf uur rijden kwamen we in het gebied waar zouden gaan zoeken, bij elke waterplaats die we passeerden maakten we een praatje met de waterpomp bediende om te horen of ze wilde honden gezien hadden. Bij Mbazu pan wist de waterpomp bediende te vertellen dat de honden de avond daarvoor bij de waterplaats geweest waren. Aangezien deze man al drie maanden in een tinnen hut in de middle of nowhere bij de waterplaats zat en zijn collega al twaalf dagen op ‘leave’ was reageerde hij erg enthousiast op het vooruitzicht op menselijk gezelschap. Natuurlijk konden we ons kamp naast zijn hut opslaan, we mochten zelfs zo lang blijven als we wilden!!! In plaats van sadza met gedroogde vis at onze vriend die avond spaghetti met tomatensaus en werden er honderd en één verhalen uitgewisseld met Jealous en Cosneth.

De volgende ochtend gingen Hans en ik met het eerste licht in de auto bij de waterplaats staan, Jealous en de rest van het team reden met de andere auto op en neer op de enige weg die deze plaats rijk was. Terwijl Hans en ik een beetje wakker begonnen te worden zagen we tot onze grote verbazing in onze achteruitkijk spiegel elf honden opduiken. Schichtig liepen de drie volwassenen, jaarling en zeven pups langs de auto naar de waterplaats. We konden onze ogen niet geloven, daar waren ze echt! Voorzichtig reden we achter de dieren aan terwijl ze hun weg vervolgden. De pups buitelden uitgelaten over elkaar heen. Een mogelijkheid om te darten en één van de volwassenen van een GPS band te voorzien kregen we niet want de dieren waren duidelijk op jacht en gingen er voor we het wisten weer vandoor. En dus reden we terug naar ons kamp voor een ontbijt. September is één van de heetste maanden in Zimbabwe en tussen de middag is er dan ook niet veel anders te doen dan schaduw zoeken en op je matras de hitte uit proberen te liggen. Eind van de middag vond Jealous met zijn team de dieren terug op de plek waar Hans en ik ze in de bosjes achtergelaten hadden en zag en hoorde hoe ze twee steenbucks opaten. In de middag kunnen we niet darten maar we hadden goede hoop dat we ze de volgende ochtend weer zouden treffen.

Helaas, ondanks dat we die ochtend al in het halfdonker op pad waren, was onze hoop vergeefs. We besloten, tot groot genoegen van onze nieuwe vriend, nog een nacht te blijven zodat we nog een middag en een ochtend hadden om onze zoektocht te vervolgen. We gingen over tot de orde van de dag tot we er weer op uit konden om de honden te zoeken. Met een schep en een rol toiletpapier de bosjes in om naar het toilet te gaan. Met zand en as de pannen schoonschuren waarmee we de avond daarvoor op het kampvuur gekookt hadden. Houthakken voor het kampvuur. En met een schuin oog houdend op de olifanten een halfslachtige poging tot wassen doen bij de waterpomp. Allemaal onderdeel van ons leven in de bush. Ook in de middag was er letterlijk geen spoor van de honden te bekennen en dus lagen we die avond weer in onze slaapzak onder de volle maan te luisteren naar de olifanten die nog geen honderd meter verder hun nachtelijke bad namen. Toen er ook de volgende ochtend weer geen teken van leven van onze honden te vinden was besloten we dat we na het ontbijt weer op huis aan zouden gaan.

Na alle spullen in de auto’s geladen te hebben en de overgebleven paar blikken bonen en cornbeef aan onze vriend gegeven te hebben namen we onder veel gezwaai en ‘bye bye’s’ afscheid. Ik had met hem te doen. Van alle banen binnen National Parks is de baan van waterpomp bediende de rotste. Samen met een collega wordt je voor zes maanden in de bush bij een waterplaats gedropt om de waterpomp gaande te houden. Je verdient hier iets meer dan honderd dollar per maand mee en als je niet vergeten wordt komt er eens in de zoveel tijd iemand wat eten en diesel voor de pomp brengen. Na drie maanden mag je twaalf dagen op ‘leave’ om daarna de laatste drie maanden uit te zitten. Ik vind het een wonder dat deze mensen niet in psychische problemen komen… Goed, onze vriend heeft in ieder geval iets in het vooruitzicht want de kans is groot dat we nog voor de regen begint met minder mensen en meer voedsel naar deze plek terug zullen keren in een poging om deze pack wilde honden van een GPS halsband te voorzien.

X Es

PS. ‘Bush’, de huishond van Owen die zich zo lelijk aan ijzer opengehaald had loopt weer vrolijk rond te springen. De wonden zijn volledig genezen en het is nauwelijks voor te stellen dat hij ooit zo lelijk open lag. Heb ik toch niet voor niets mijn reputatie op het spel gezet...


naar boven Bushmail 85 - 30-08-2010

Salibonani!

Eindelijk weekend! Tijd om te relaxen… of niet… Zaterdag ochtend, we lagen net een beetje wakker te worden toen Xmas op ons raam klopte. ‘The dogs are at the rehab’. Snel trokken we onze kleren aan en reden met dart geweer, drugs en halsband naar ons rehabilitatie centrum. En ja hoor, daar waren ze, vijf wilde Afrikaanse wilde honden, die nieuwsgierig naar de andere honden binnen de omheining lagen te kijken. Drie van de vijf dieren hadden al een halsband maar aangezien ze zich in gebieden begeven waar veel strikken gevonden worden willen we het zekere voor het onzeker nemen en ze allemaal van een halsband voorzien. Dat is namelijk de enige manier om ze terug te kunnen vinden als ze in een strik terecht komen.

De vijf honden lagen op een grote hoop te slapen. Het was dus een kwestie van met het dartgeweer in de aanslag wachten tot het juiste dier op zou staan en weg zou lopen. Dit duurde niet lang en binnen no time was het gedarte vrouwtje in dromenland. Snel deden we een halsband om en toen was het wachten tot ze weer op haar poten stond... Dit duurde even en toen ze eenmaal wakker was was ze zodanig gedesoriënteerd dat ze op ons af kwam rennen. We wilden haar niet de weg op laten rennen en dus blokkeerden we snel haar pad. In de verte zagen we de andere vier honden toekijken. Ik besloot mijn trukendoos maar weer eens uit de kast te halen en begon een HOO-call (het geluid dat wilde honden maken als ze elkaar kwijt zijn) na te bootsen. En ja hoor, daar kwamen de andere vier honden aangerend, snel lieten we het vrouwtje passeren om vervolgens toe te kijken hoe de dieren elkaar blij begroetten en samen de bosjes inliepen.

Die middag had ik een vergadering en wilde ik voor die tijd nog even douchen, vrolijk stapte ik naar buiten om verschrikt weer naar terug naar binnen te springen toen ik een enorme grijze massa met opengespreide oren op nog geen vijftien meter van ons vandaan zag staan. Hans en ik staarden vol ongeloof uit het raam naar de grote olifanten bull die naast ons huis stond. Dit soort taferelen verwachten we normaal gesproken ’s avonds en ’s nachts als de olifanten kuddes rond ons huis grazen maar niet op klaarlichte dag. Telkens als we de deur open deden reageerde de bull net iets te enthousiast en dus besloten we dat lopen geen optie was. Met handdoeken, shampoo en zeep sprongen we snel in de auto die naast ons huis geparkeerd staat en reden naar het andere huis om te douchen.

Gelukkig was het een vergadering met de Fransen en waren we dus ondanks de ‘olifanten vertraging’ alsnog de eersten. De olifant is sinds die middag niet meer weg geweest en heeft de nachtwacht al verschillende keren de stuipen op het lijf gejaagd. In plaats van onbezorgd ons huis uit te lopen gluren we nu dus eerst voorzichtig om de deur om te zien of hij niet toevallig naast ons huis staat. Hoewel wij een vrij hoge terrorisatie grens hebben geldt dat voor de meeste lokale mensen die voor Ganda lodge werken niet, en dus is de kans groot dat als deze bull zo door gaat hij als een olifanten biefstukje gaat eindigen. Om dat te voorkomen zullen we proberen een chili peper geweer te lenen om hem een keer goed de stuipen op het lijf te jagen in de hoop dat hij voor zijn eigen bestwil eieren voor zijn geld gaat kiezen.

Tja, onze weekenden verlopen hier nou eenmaal nooit als gepland, nou ja eigenlijk verloopt er geen dag als gepland. Het weekend daarvoor hadden we ook geprobeerd te relaxen en kregen we opeens een melding binnen dat de pack wilde honden die normaal uit zes dieren bestond nu nog maar uit vijf dieren bestond. We vreesden het ergste en gingen dus met z'n allen op pad om naar het ‘verloren schaap’ te zoeken. Al snel hadden we het dier middels zijn VHF band gelokaliseerd. Op nog geen honderd meter van de weg lag hij dood in de bosjes. Onze eerst gedachten was ‘doodgereden door een auto’ maar toen we het karkas nader bekeken bleek dat er naast bijtwonden op zijn neus en poot een substantieel deel van het mannelijke dier miste… Vol ongeloof keken we naar de bebloede plek waar normaal gesproken de testikels horen te zitten. ‘That must have been a honeybatcher’ opperden Hans en ik. Honeybatchers zijn een soort dasachtigen die bekend staan om hun extreme agressie en het feit dat ze bij vijanden de testikels afbijten. Een honeybatcher zal een leeuw niet uit de weg gaan laat staan een wilde hond. Bij nadere inspectie bleek de wilde hond ook nog twee gebroken ribben te hebben, waarschijnlijk het gevolg van een trap van een prooidier. Al deze factoren samen maakten dus dat het onfortuinlijke dier aan zijn bizarre verwondingen overleden is.

Onfortuinlijk was ook de huishond van Owen, de monteur van National Park. Na onze zoektocht naar het ‘verloren schaap’ belde Owen om te vragen of ik naar zijn huis kon komen om naar zijn hond ‘Bush’ te kijken. Het dier had zich vier dagen daarvoor al spelende open gehaald aan een stuk metaal en was sindsdien erg terneergeslagen, Owen dacht dat hij veel pijn had. Het is vrij ongebruikelijk voor een Zimbabwaan om zich op die manier om zijn dieren te bekommeren en dus stapten Hans en ik in de auto om een kijkje te gaan nemen. En inderdaad, het dier had veel pijn, behalve een lelijk gat op zijn knie had hij een enorme ontstoken opengereten wond aan de binnenkant van zijn been. Tja, wat te doen, in principe mag ik als niet veterinair geen veterinaire handelingen uitvoeren (ik kan daarmee zelfs mijn dart licentie kwijtraken), daarnaast als het dier na de behandeling alsnog het loodje legt ontstaan er natuurlijk allerlei verhalen over hoe ik, ‘de witchdoctor’, de hond van Owen dood gemaakt heb. Aan de ander kant weet je dat mensen hier niet met hun huisdier naar de dierenarts gaan en het dier was duidelijk aan het lijden.

Na een gesprekje met Owen waarin Hans (ik had al in die grote bruine honden ogen gekeken en mijn beslissing genomen) duidelijk maakte dat we geen rare verhalen wilden horen als het dier niet beter werd besloot ik de hond voor mijn eigen reputatie te laten gaan en er het beste van te maken. De lokale honden hier zijn meestal echte vechters waardoor de meest simpele handelingen uit kunnen monden in een worstel wedstrijd. Ik overwoog om ‘Bush’ te verdoven maar besloot het eerst met een muilkorf en een paar sterke handen te proberen. Het dier gaf wonderwel geen krimp en dus kon ik zonder problemen de wonden behandelen en antibiotica inspuiten. Toen ik vier dagen later terug kwam voor de tweede shot antibiotica rende ‘Bush’ alweer door de tuin.

De buffel die we van de week gedart hebben rent ook weer. Het dier was al een paar keer gezien met een grote tros koper draden om zijn nek. Toen wij naar hem gezocht hadden was hij er natuurlijk niet maar nu had Peter hem, terwijl hij op zoek was naar wilde honden, gespot. Het feit dat een deel van de strik om de buffel zijn horens zat had hem in staat gesteld zich los te trekken zonder zichzelf op te hangen. Hoewel de strik niet door zijn huid gesneden had besloten we de draden toch te verwijderen om toekomstige problemen te voorkomen. Terwijl Peter en Chris op de uitkijk stonden reden Hans en ik met een geladen dartgeweer de open vlakte op waar de dieren aan het rusten waren. Toen de stier opstond darte ik hem in zijn bil. Aangezien het een hele grote stier was duurde het een tijdje voor hij onderuit zakte.

Wij stonden rustig op afstand te wachten tot de drugs volledig ging werken en hielden de stier en de overige nieuwsgierige buffels met de verrekijker in de gaten. Ineens zag ik dat één van de nieuwsgierige buffels aan de dart begon te trekken. Tot onze ongeloof verdween de dart vervolgens met knalroze staartstukje en al in zijn mond. Snel reden we op de kudde in, de dart was verdwenen maar de naald zat gelukkig nog in het gedarte dier. Terwijl Hans de nog behoorlijk wakkere stier letterlijk bij de horens vatte en de strik los knipte verwijderde Peter de naald en spoot ik de antidosis in. Binnen no time stond het dier weer op zijn poten en voegde zich zonder strik bij zijn kudde. We hebben nog naar de dart gezocht maar daar was geen spoor meer van te bekennen...

X Es


naar boven Bushmail 84 - 11-08-2010

Salibonani!

Eens in de zoveel tijd ontkom ik er dan toch echt niet meer aan om naar de stad te gaan, meestal heeft dat moment te maken met papierwerk. Zo ook nu. Aangezien mijn tijdelijke werkvergunning en onderzoeksvergunning sinds oktober vorig jaar verlopen zijn was het tijd om een nieuw plan te maken. Aangezien het indienen van je papieren bij de Research Council of Zimbabwe 500 USD kost en daarna het indienen van de papieren bij immigratie nog eens 500 USD kun je maar beter voor de hoofdprijs gaan en weer een aanvraag voor drie jaar doen. Zo gezegd zo gedaan en dus stond ik woensdag ochtend met zes kopieën van een voorstel voor vervolgonderzoek, een voortgangsrapport, een bewijs van financiering, een bewijs van de instituten waarmee ik samen werk, een aanbevelingsbrief van het project, een volledige CV en het officiële formulier plus vijfhonderd dollar cash bij de Research Council op de stoep. Toen ik vier jaar geleden een voorstel indiende deed ik dit bij mr. Sibanda die toevalligerwijs in Enschede, de stad waar mijn opa woont, gestudeerd had. Dat schept een band en dus was alles binnen no time geregeld. Helaas, mr. Sibanda is inmiddels vervangen door Mr.Mpofu, die niets met Nederland heeft. En dus stond ik tien minuten later met al mijn zes files weer buiten. Ja, de regels waren veranderd en er waren nu in plaats van zes, negen kopieën van mijn file nodig plus een handtekening van National Parks. Daarnaast moest alles ingeleverd worden in zogenaamde flat files en kon je niet meer in cash betalen maar moest dat via een cash deposit bij de bank, oh en vergeet niet het bonnetje ook negen keer te kopiëren. In Nederland zou een dergelijke boodschap je waarschijnlijk een uur vertraging opleveren omdat je op je fiets naar de copyshop moet, waar ze gelukkig ook flat files verkopen, en via de bank terug naar de Research Council moet fietsen. In Zimbabwe levert een dergelijke boodschap je minimaal een dag vertraging op. De handtekening bij National Parks was zo geregeld, de rij bij de bank was een drama en het hielp uiteraard ook niet dat Mr.Mpofu niet het volledige bank nummer opgeschreven had, de flat files waren alleen te verkrijgen aan de andere kant van de stad en de kopieer machine bij de copyshop was zo oud dat het apparaat om de vijf kopieën eerst tien minuten af moest koelen. Uiteindelijk stond ik de volgende dag met negen keurig in flat files gebonden files weer op de stoep van de Research Council. En dan te bedenken dat dit pas het begin is want als ik er in slaag om een nieuwe onderzoeksvergunning te krijgen moet ik daarna met die onderzoeksvergunning een aanvraag voor een werkvergunning bij immigratie indienen. En ja inderdaad, immigratie is nog inefficiënter dan de Research Council…

Bij terug komst in Hwange ontving ik het trieste bericht dat één van onze medewerkers er slecht aan toe was. Gracious, de zoon van Maria, lag weer in het ziekenhuis omdat hij te zwak was om te lopen. Bij deze jongen was een paar maanden geleden aplastische aneamie geconstateerd, een ziekte waarbij je geen bloedplaatjes aanmaakt en dus leeg bloed als je gewond raakt. Daarnaast lijdt je constant aan bloedarmoede omdat de aanmaak van rode bloedcellen verstoord is. Een beenmerg transplantatie of een medicijn behandeling zouden hem een kleine kans op genezing hebben kunnen geven maar beide behandelingen worden in Zimbabwe niet gegeven … Dat betekent dat Gracious de afgelopen weken te pas en te onpas naar het ziekenhuis moest omdat hij een onstopbare bloedneus had, bloed overgaf, of te zwak was om te bewegen. Na een nieuwe zak bloed kon hij er over het algemeen weer even tegenaan. Helaas komen vraag en aanbod hier in Zimbabwe niet overeen en moest er soms weken gewacht worden voordat er in één van de omliggende ziekenhuizen bloed voor transfusie beschikbaar was. Deze keer was het helaas te laat, het bloed dat ze hem gaven werd door zijn lichaam geweigerd en binnen twee dagen was hij dood. Omgaan met de doden is hier iets anders dan de formele omgang die we in Nederland kennen. Hebben we in Nederland mensen om met de doden om te gaan, hier zijn dat vrienden en familie. Niets geen lijkwagens, de kist met lichaam wordt gewoon door vrienden achterin de pick up geladen en met familie en al naar huis gebracht. Verslagen stond ik ’s avonds met onze medewerkers op de compound om de laatste eer aan Gracious te bewijzen. De vrouwen stonden te zingen en hadden allen een omslag doek om hun middel en hun haren bedekt met een hoofd doek. Ik ging bij de mannen staan… In een lange rij liepen we door de leeggeruimde twaalf vierkante meter grote woonkamer langs de kist en langs Maria die in tranen tussen twee familieleden op de been gehouden werd. Emoties worden in dit land gewoon getoond en dus begonnen een aantal van de vrouwen hartverscheurend te jammeren. De tranen stroomden over mijn wangen terwijl ik langs de kist liep en Maria snel een knuffel gaf. Toen iedereen langs gelopen was werd er gebeden en werd de kist onder veel gezang door het anti stroperij team, waar Gracious deel van uitmaakte, op de truck geladen die het lichaam inclusief alle familieleden naar hun communal land zou rijden. Gelukkig waren er voldoende dekens om iedereen warm te houden want een tien uur durende nachtelijke tocht in de achterbak van een truck is geen pretje. Terwijl de truck op weg ging gingen wij naar huis. Hoewel de dood hier de normaalste zaak van de wereld is, zeker als één op de drie medewerkers HIV heeft, is het toch moeilijk om te aanvaarden dat een twintig jarige jongen die volledig gezond is ineens uit het niets zo’n vreselijke ziekte krijgt. Vorig jaar liep hij nog weken met mij in het veld om de vegetatie rond den sites te meten, nu ligt hij in zijn graf… Het leven kan erg hard zijn, zeker in een land waar medische zorg niet vanzelfsprekend is.

X Es


naar boven Bushmail 83 - 02-08-2010

 

Salibonani!

Na een dag vertraging opgelopen te hebben omdat de tractor niet werkte was het eindelijk tijd voor de twee olifanten bullen van Wild Horizons om losgelaten te worden in Hwange. Zonder al teveel problemen kwam de grote truck laat in de middag aan bij de ingang van het National Park. In de ene helft van de truck stond een middel grote, tienjarige olifant genaamd Rastas. In de andere helft stond een enorme twintig jarige bull genaamd Jack, die zo groot was dat hij met zijn hoofd het dak van de truck aanraakte. Bij aankomst had iedereen een grote grijns op zijn gezicht, ik vroeg me af waarom maar toen ik het verhaal hoorde moest ook ik lachen. Bij de tolpoort was de truck gestopt om te betalen, de beambte had gevraagd wat ze transporteerden. Toen het antwoord ‘olifanten’ was werd er wat ongelovig gelachen, tot er uit een gat in de truck ineens een grote olifanten slurf tevoorschijn kwam die nieuwsgierig om zich heen begon te tasten. ‘Yes, you can go now’ had de beambte met een verschrikte uitdrukking op zijn gezicht gestameld. Ik kon me het tafereel levendig voorstellen…

Om de truck toegang tot het National Park te verschaffen moesten we snel de hefboom demonteren. Na nog eens een uur rijden, waarbij de grote olifant dankzij de hobbels in de weg herhaaldelijk zijn hoofd stootte, kwamen we aan bij de plek waar de dieren losgelaten zouden worden. De truck werd tegen een schans gereden zodat de olifanten makkelijk uit konden stappen. Helaas verschilt elke truck in maat en was er dus alsnog een afstap van een halve meter. In theorie geen probleem, de olifanten zijn opgegroeid in gevangenschap en kunnen commando’s als ‘stap naar achteren’ opvolgen. In de praktijk was het echter een heel ander verhaal. Daar stonden we met z’n allen Jack aan te moedigen, ‘step back Jack, stap back’, ‘come on boy, you can do it’, terwijl hij angstig zijn achterpoot buiten de truck liet bungelen op zoek naar vaste grond onder zijn voeten. Telkens weer besloot hij dat het niet veilig was om de stap te wagen en liep hij terug de truck in. Alle mandarijntjes en koekjes waren vergeefs, Jack wilde niet achteruit de truck uitstappen. Na ruim een half uur proberen was het duidelijk dat dit echt niet zou gaan werken. En dus verzamelden we boomstammen en schepten we zand om een afstap te maken. Dit leek te gaan werken, voorzichtig zette Jack zijn achterpoot op de afstap, helaas begonnen de boomstammen te kraken toen hij zijn volle gewicht op zijn poot zette. Dit was voldoende om hem weer de truck in te laten lopen. Het was ongelofelijk om te zien hoe zo’n enorm dier ineens toch bang kan zijn. Het duurde anderhalf uur voor we hem er uiteindelijk van konden overtuigen ons voldoende te vertrouwen om de stap naar achteren te wagen. En daar stond hij dan, onze reus, in de bush waar hij toch eigenlijk thuis hoort. Rustig liep hij langs ons heen de bosjes in terwijl we hem met z’n allen wat geëmotioneerd nakeken.

Het loslaten van Rastas verliep vele malen vlotter, voor we er erg in hadden stormde hij de truck uit recht op de auto’s af. Met zijn slurf begon hij tassen uit de auto te halen op zoek naar eten. Hoewel dit dier gewend is aan mensen weet je toch nooit helemaal wat ze van plan zijn dus toen hij met zijn slurf aan m’n been begon te plukken was ik daar niet zo blij mee. Zeker niet omdat ik op het dak van mijn auto zat en daar uiteraard niet vanaf getrokken wilde worden. ‘Get in the cars’ begon iedereen te roepen. Ja dat was voor mij makkelijker gezegd dan gedaan, ik kon me immers niet zomaar van het dak laten vallen. Toen de olifant zijn aandacht even op iets anders vestigde klom ik snel van het dak en ging in mijn auto zitten. Rastas stond inmiddels bij de auto van National Parks waar hij de area manager de stuipen op het lijf joeg door zijn slurf door het open raam te steken. Toen de National Parks auto en de Wild Horizons auto weg begonnen te rijden rende Rastas daar als een bezetene achteraan. Voor ik het wist was iedereen uit het zicht verdwenen. Voorzichtig reed ik met de truck in mijn kielzog terug naar de hoofdweg waar tot mijn opluchting de andere twee auto’s zonder deuken en gebroken ramen op ons stonden te wachten. Rastas was inmiddels de bosjes in gerend en nergens meer te bekennen.

Olifanten vinden snel hun weg in het wild en bullen sluiten zich vrij makkelijk bij andere bullen aan. Beide olifanten hebben satelliet halsbanden om, om hun bewegingen nauwgezet te kunnen volgen. Volgens de laatste berichten maken de dieren het goed. Jack loopt nog steeds rustig rond in het gebied waar hij losgelaten is. Rastas heeft de eerste avond ruim twaalf kilometer gerend maar is inmiddels gesetteld aan de andere kant van het National Park.

X Es

PS. Vergeet niet een handtekening te zetten om de wilde honden te beschermen tegen handel: www.painteddogsoncites.org