Bushmail



Bushmail 102, de laatste over Wilde Honden. - 24-02-2012

Salibonani!

Een nieuw jaar vol nieuwe kansen is begonnen en wat is er al veel gebeurd. Eind vorig jaar namen we afscheid van Painted Dog Conservation om een eigen project op te gaan zetten, het 'Cheetah Conservation Project Zimbabwe'. Hans en ik hadden het in de loop der jaren wel eens gehad over cheetahs en na de afronding van mijn PhD nam dat idee steeds meer vorm aan. In eerste instantie dachten we aan een kleinschalig onderzoeks/conservation project bij één van de Nationale Parken in Zimbabwe maar toen het woord zich verspreidde werden we al snel benaderd om dit op grote schaal op te gaan zetten. Er is namelijk vrijwel niets bekend over cheetahs in Zimbabwe. Wij nemen de uitdaging graag aan en zullen het komende jaar proberen boven tafel te krijgen waar de cheetahs in Zimbabwe voorkomen en waar er cheetah-mensen conflict voorkomt. Dit gaan we kort door de bocht doen door door het noord westen van Zimbabwe (waar de meeste Nationale Parken zijn) te rijden en mensen te vragen of ze cheetahs gezien hebben. In de andere delen van het land zijn organisaties actief die informatie over cheetahs zouden kunnen verzamelen. Om deze mensen te betrekken bij wat we doen willen we een 'cheetah conservation network' opzetten. Op deze manier kunnen mensen direct met ons communiceren en informatie over cheetahs met ons te delen.
Voor ons persoonlijk betekent dit dat we verhuisd zijn naar Victoria Falls waar we na twee maanden op een huis van vrienden gepast te hebben een eigen 'tuinhuis' gevonden hebben. We huren nu een huisje in de tuin van een kantoor, lekker in het groen en precies groot genoeg voor ons tweeën. Daarnaast wilden we als beginnende ondernemers geen torenhoge huur op onze hals halen. We moeten ons spaargeld namelijk eerst uitgeven aan een auto want zonder auto zeker geen cheetah survey. Hans is inmiddels voor de derde keer in Harare op zoek naar een auto. Ik hou me in de tussentijd bezig met het werven van fondsen. Dat blijkt in tijden van economische recessie een hele opgave maar ik ben gelukkig nog niet door mijn lijstje heen. Zonder de juiste papieren kan er natuurlijk sowieso niets gebeuren en dus heb ik me de afgelopen maanden bezig gehouden met het bij elkaar verzamelen van de nodige aanbeveling brieven en het schrijven van een voorstel voor de Research Council of Zimbabwe. Daarnaast heb ik er, omdat we in ons project lokale studenten een kans willen geven een Masters te doen, voor gezorgd dat ik officieel verbonden ben aan de National University of Science and Technology in Bulawayo. En ja, het blijft natuurlijk Zimbabwe dus dat we drie maanden op een handtekening van het hoofd van National Parks moesten wachten onder een aanbevelingbrief die we nota bene zelf op papier hadden moeten zetten verbaasd ons niets. Uiteindelijk heeft Hans alles ter plekke in Harare kunnen regelen en dus ligt mijn file in elfvoud in de juiste mapjes bij de Research Council en weten we hopelijk eind deze maand of ons voorstel al dan niet goedgekeurd wordt. Omdat ik met lokale studenten wil werken heb ik me inmiddels wel al officieel verbonden aan de National University of Science and Technology in Bulawayo.
Tot die tijd profileren we ons nog niet te veel want voor je het weet roept immigratie je op het matje voor werken zonder werkvergunning... Op kleine schaal zijn we al wel met cheetahs bezig. Zo hebben we voor we uit Hwange vertrokken maar liefst 293 cheetahfoto's verzameld die vrienden en collega's in de loop der jaren van cheetahs in en om het park genomen hadden. Hans is hiermee aan de slag gegaan om aan de hand van het stippen patroon te bepalen om hoeveel dieren het hier nu eigenlijk gaat. Hoewel de meer dan 2000 stippen op een cheetahvacht in eerste instantie allemaal op elkaar lijken blijkt dat als je heel goed kijkt elke cheetah wel ergens een uniek stippen patroontje heeft. Zo hebben we bijvoorbeeld een cheetah die een soort 'smiley' op zijn flank heeft en een cheetah met twee aan elkaar gevoegde stippen op zijn enkel. Tot nu toe heeft Hans zeven dieren met zekerheid kunnen identificeren, waarschijnlijk komen daar nog zo'n twee tot drie dieren bij. Kun je nagaan hoe vaak dezelfde dieren op de foto komen te staan. Verder hebben we dankzij de hulp van onze vrienden in Hwange letterlijk een cheetahschedel en een DNA-sample van een aan een natuurlijke dood gestorven cheetah op de kop kunnen tikken. Het begin is er dus!
Naast het bureau werk voor ons nieuwe project hou ik me natuurlijk ook nog een beetje bezig met veldwerk. Ik help de Wildhorizons Wildlife Trust met het trainen van hun met de hand opgevoede cheetah Sylvester. Dat is hard nodig want dit dier is gevonden toen zijn oogjes nog dicht zaten en is letterlijk bij mensen op de bank opgevoed. Hij kent dus geen grenzen en dat is bij een 62 kilo zware kat best vervelend. Een kat is geen hond en in tegenstelling tot de wilde honden die ik in het Painted Dog rehabilitatiecentrum trainde zit deze kat niet achter een hek maar hebben we direct 1 op 1 contact. Een uitdaging want net als huiskatten trekt Sylvester als hij geen zin heeft zich gewoon helemaal niets van ons aan. We moeten dus heel wat trucjes uit de doos halen om hem te laten reageren. En dan heb je als beginnende trainer die graag resultaat ziet heel erg veel geduld en doorzettingsvermogen nodig. Tot nu toe is voor mij de grootse uitdaging dan ook niet om Sylvester te laten reageren maar om Gift, Luis en Ed gemotiveerd te houden. Stukje bij beetje komen we verder en het is de verzorgers inmiddels wel duidelijk dat training de enige manier is om met Sylvester te kunnen communiceren. En ik... ik geniet met volle teugen want voor mij is het naast een leuke ervaring een unieke manier om me het gedrag van cheetahs eigen te maken.

X Es

PS. Mijn nieuwe contactgegevens zijn:
Cheetah Conservation Project Zimbabwe (CCPZ)
P.O. Box 204, Victoria Falls, Zimbabwe
T: 00 263 (0) 772 465 553
E: esther@cheetahzimbabwe.org
www.cheetahzimbabwe.org


naar boven Bushmail 101 - 30-11-2011

 

Salibonani!

In Nederland koop je een nieuwe wasmachine en denk je daar verder niet teveel over na. Hier in Zimbabwe brengt de aanschaf van een wasmachine een ware revolutie teweeg! Ineens hoeft er niet meer op de hand geboend te worden maar worden de kleren door een machine schoon gewassen. Natuurlijk was het voor Ntombe, onze huishoudelijke hulp, even wennen, dit vreemde apparaat dat telkens als je een knopje indrukt een geluidje maakt. Nog vreemder was dat niet ik, de vrouw in dit huishouden, maar Hans tekst en uitleg gaf over hoe de wasmachine werkte. Tijdens de eerste paar wasbeurten bleef Ntombe angstvallig naast de machine staan om te kijken of het allemaal wel goed ging. Al snel was duidelijk dat de machine zijn werk zelfstandig kon doen en had Ntombe tijd over. Er gebeurt hier in de bush niet zoveel en dus was de nieuwe wasmachine het gesprek van de maand. Vol bewondering keek een ieder die bij ons op bezoek kwam naar de machine die zelf de was kon doen, hopende dat ook zij ooit het geluk zouden hebben een dergelijk gevaarte aan te schaffen. Wij zijn blij, onze kleding gaat ineens een stuk langer mee, aan dat geschrob met een steen, borstel en ruwe zeep kon onze Europese kleding immers moeilijk wennen.
En natuurlijk konden we er ook weer op uit om dieren te vangen! Vlak na mijn terugkeer in Zimbabwe hadden we zes honden uit ons rehabilitatiecentrum op een concessie in Victoria Falls losgelaten om te leren jagen. Ja, inderdaad dat stuk land waar het hek niet helemaal tip top van was. Goed, nadat dat euvel verholpen was zijn de honden niet meer het terrein af geweest. Totdat één van de dieren werd gedood door leeuwen en de vijf overgebleven broers en zussen zich opsplitsten. De drie broertjes voegden zich bij een wild wilde hondenvrouwtje dat als sinds het begin op het terrein verbleef en de twee zusjes gingen op zoek naar mannetjes. Aangezien er op het terrein, op dat ene vrouwtje na, geen andere wilde honden lopen liep die zoektocht op niets uit. Er wordt op dit moment op het terrein een communicatiemast gebouwd en toen de twee vrouwtjes het hek bij de bouwplaats open zagen staan gingen ze er vandoor.
Toen het bericht ons bereikte dat de vrouwtjes echt van het terrein verdwenen waren pakten Hans en ik de auto en gingen samen met Jealous naar Victoria Falls om Makalalwa en Edward te helpen zoeken. De twee wilde honden zijn niet bang voor mensen en waren na hun ontsnapping zo de communal areas rond de concessie ingelopen. De eerste paar dagen zagen veel mensen de twee dieren lopen. Helaas hoorden wij dit een á twee dagen later en liepen we dus achter de feiten aan. Na een dag of drie liep ons spoor dood en had niemand de dieren meer gezien. En dus stapte ik de volgende ochtend in een helikopter om, niet zoals de meeste toeristen over de watervallen te vliegen, maar op zoek te gaan naar twee wilde honden. Helaas leverde dit uur vliegen niets op en dus zat er voor ons niets anders op dan te wachten op een nieuw aanknopingspunt en tot dat moment aangebroken was weer op huis aan te gaan.
Erg veel hoop hadden we niet dat de vrouwtjes het er levend vanaf zouden brengen. Veel mensen vertelden ons dat de twee wilde honden heel dicht bij kwamen en achter het vee aan gingen. De kans was dus reëel dat ze door de lokale bevolking gestenigd of in strikken gevangen zouden worden. In de weken die volgden kwamen er her en der wat verhalen binnen van mensen die dachten ze gezien te hebben. Die verhalen volgden we zonder succes op. In de tussentijd was ik bezig met het regelen van een vliegtuigje. Met een vliegtuigje kun je namelijk het signaal van de halsbanden van heel ver oppikken en kun je in korte tijd een groot gebied doorvliegen. Wat was ik blij toen we Martin Hendriksen bereid vonden om met een supercup uit Harare naar Victoria Falls te vliegen om ons te helpen zoeken.
Natuurlijk ging onze zoektocht niet van een leien dakje. Zaterdagochtend stonden we om zes uur ’s ochtends op het vliegveld de motor warm te draaien. De verkeersleider had ons beloofd om om zes uur in de toren te zijn en liep daar inderdaad ook heen en weer. Toen Martin probeerde contact met de toren te leggen werden zijn oproepen niet beantwoord. Na een kwartier proberen had hij er genoeg van en riep al scheldend tegen mij dat we gewoon op gingen stijgen. Tja, wie ben ik, ik ben geen piloot maar ik dacht wel bij mezelf dat dat wellicht niet de meest optimale manier was om de verkeerstoren bij een internationaal vliegveld te vriend te houden. En inderdaad de wielen kwamen nog niet los van de landingsbaan of we werden verzocht rechtsomkeer te maken en ons met onze papieren bij de toren te melden. Bij internationale vliegvelden wordt de conversatie tussen de piloot en de toren opgenomen. Het was duidelijk te horen dat er geen respons van de toren was, die in theorie 24 uur bereikbaar moet zijn. En dus hadden zowel de verkeersleider als de piloot een probleem. We zagen ruimte voor onderhandeling, en na het invullen van een ‘incident report’ kregen we alsnog toestemming om te vertrekken.
Helaas, nu hing er een enorme regenbui boven de landingsbaan en er zat dus niets ander op dan duimen te draaien tot de bui geweken was. Tja, mensen denken altijd dat ons leven gevuld is met spanning en sensatie maar 90% van de tijd zitten we onze tijd te verdoen met wachten; wachten op toestemming, wachten op een dier dat maar niet in de juiste positie wil staan om te kunnen darten, wachten op het juiste weer, wachten, wachten, wachten. Gelukkig heb ik altijd een boek bij me. Om tien konden we eindelijk gaan vliegen. Na een uur in de lucht pikte ik een vaag signaal op, ‘hoor jij dat ook’ vroeg ik Martin, hij knikte nee. Ik wilde het toch even volgen en terwijl we dichterbij vlogen sprong mijn hart een slag over. Het was zeker het signaal van één van de banden om de twee vrouwtjes! Toen we dichterbij kwamen pikte ik beide banden steeds luider op, een bewegend signaal, niet alleen waren ze samen maar ze waren in leven!
We konden niet direct landen omdat we eerst moesten wachten tot de vlucht uit Johannesburg geland was. Ongeduldig draaiden we rondjes in de lucht. Bij landing op de baan kreeg ons vliegtuigje een lekke achterband, geen probleem voor de landing wel voor onze piloot om weer naar huis te kunnen vliegen. Tijd om daar mee bezig te zijn hadden we niet. We sprongen in de auto en reden naar de plek waar we het signaal opgepikt hadden. Het terrein was zo ruig dat we te voet naar de dieren op zoek moesten. Al snel zagen we de twee vrouwtjes onder een boom liggen. Ze waren in goede conditie, telkens als we dichtbij kwamen renden ze weg. Het leek er dus op dat we ze in het wild achter konden laten. We besloten dat Xmas en Edward bij de dieren zouden blijven tot het donker werd en de volgende ochtend om vier uur terug te gaan om één van de dieren een GPS-band om te doen zodat we ze via internet konden volgen. In de tussentijd gingen wij ons bezig houden met de lekke vliegtuig band. De volgende ochtend was het verhaal echter compleet anders. Xmas was die avond aangesproken door mensen uit de community die boos waren dat we op hun land bezig waren. We hadden dus niet te maken met wilderness maar met communal land waarop mensen met vee wonen. Toen we aan kwamen rijden bij de plek waar we de vrouwtjes ’s nachts achter gelaten hadden pikten we het signaal van de banden op. De dieren hadden zich iets verplaatst en Hans stopte de auto om goed te kunnen bepalen in welke richting we moesten zoeken. De auto stond nog niet stil of er kwamen twee blije wilde honden uit de bosjes rennen. Zo de snelweg op naar onze auto’s toe! We konden door de auto dwars op de weg te zetten ter nauwer nood voorkomen dat één van de vrouwtjes door een passerende auto aangereden werd. Snel reden we de weg af de berm in, de vrouwtjes renden achter ons aan. Toen we uit de auto stapte was er niets van hun eerdere achterdocht te merken, op drie meter afstand bleven ze naar ons staan kijken.
We besloten unaniem dat de dieren op deze manier een gevaar voor zichzelf waren en dat we ze dus beter konden darten en terug brengen naar de boma op het terrein in Victoria Falls. Zo gezegd zo gedaan, één voor één dartte ik de vrouwtjes. Met twee wilde honden achterin de auto reden we de dertig kilometer terug naar Victoria Falls. Vlak voor we bij de boma aankwamen werden de vrouwtjes wakker en konden Hans en ik ze met moeite in bedwang houden om een extra dosis verdovingsmiddel te geven. Nieuwsgierig keken de passerende auto’s naar het geworstel in de auto. Toen de dieren voor de tweede keer wakker werden lagen ze al zij aan zij in de boma hun roes uit te slapen. Eind goed, al goed. We zijn bezig met het organiseren van de vergunning om de dieren volgende week in één van de Nationale Parken los te laten waar ze hun avontuur in een relatief veilige omgeving kunnen vervolgen. De andere vier dieren hebben inmiddels nog een wild wilde hondenvrouwtjes opgepikt en zullen over een paar weken als groep naar een Private Game Reserve gebracht worden waar ze voor altijd kunnen blijven. Martin heeft nog een week op een reservewiel moeten wachten maar is inmiddels, ondanks dat het regenseizoen volop begonnen is, weer naar Harare gevlogen. En wij… voor ons was dit de laatste actie voor Painted Dog Conservation. Wij verhuizen deze week naar Victoria Falls waar we ons eigen project op zullen gaan zetten, het Cheetah Conservation Project Zimbabwe. Wordt vervolgd…

X Es


naar boven BUSHMAIL 100!!!!!! - 17-10-2011

Salibonani!

Toen ik aan de ecologist van het hoofdkantoor van National Parks voorstelde om naar Harare te komen om de resultaten van mijn onderzoek aan hem en zijn collega’s te presenteren was het antwoord; ‘als je dat echt wilt dan kan dat ja’. Dat was natuurlijk een teken aan de wand maar ik besloot toch de 800 kilometer lange trip te maken om zowel National Parks als de Research Council met een bezoekje te verblijden. De presentatie zou op donderdagochtend plaats vinden maar toen we woensdagavond in Harare aankwamen kregen we een telefoontje; of de presentatie ook op vrijdagochtend plaats kon vinden het was donderdag namelijk de dag van de neushoorn en de ecologist moest meelopen in een neushoornmars. Goed, die mars zal niet die avond uit de lucht gevallen zijn maar ik ben de lulligste niet en dus riep ik enthousiast dat het geen enkel probleem was om de presentatie naar vrijdag te verplaatsen. Die donderdag bracht ik een bezoekje aan de Research Council en hadden Hans en ik dus onverwachts tijd om weer eens met Martin bij te praten die tegenwoordig de meerderheid van zijn tijd in Harare verblijft om het verkrijgen van zijn papieren te bespoedigen. Donderdagavond was het weer raak; of de presentatie verschoven kon worden naar vrijdagmiddag want er zou in de ochtend een debat in het parlement zijn waar de ecologist bij aanwezig moest zijn. Tuurlijk, geen probleem wij hangen hier op het moment toch maar wat rond. Ik voelde de bui al hangen… en inderdaad nog geen twee uur later kwam het telefoontje dat het allemaal niet ging lukken omdat het debat uitliep en de presentatie helaas afgelast moest worden. Die zaterdag reden we dus, drie dagen minder en vijfhonderd dollar armer (we verbleven daar in een guest house), onverrichter zake weer naar huis.
Bij aankomst in Hwange stond mijn tante, Monique, klaar om ons te begroeten. Zij was naar Zimbabwe gekomen om ons te zien en de twee waterplaatsen waar zij met haar Rotaryclub het geld voor bij elkaar verzameld heeft aan de lokale bevolking over te dragen. Voor het zover was moest ik eerst nog op en neer naar Botswana om een sticker van immigratie in mijn paspoort te krijgen. Mijn werkvergunning is namelijk verlopen en zolang ik nog geen nieuw werk heb verblijf ik op een toeristenvisum. De stickers voor deze visa zijn alleen aan grensposten te verkrijgen en dus moet je het land uit om het 24 uur later weer in rijden. Zo gezegd zo gedaan en de volgende dag stond ik met sticker weer op Zimbabwaanse bodem, weer twee dagen kwijt aan bureaucratische rompslomp. De overdracht van de waterplaatsen was een feest! De Rotaryclub uit Victoria Falls was speciaal onze kant opgekomen om de overdracht mee te maken. Onze lokale chief hield mooie speeches en de kinderen en vrouwen zongen en dansten erop los. Beide waterplaatsen zijn gevestigd bij een school, de school draagt de verantwoordelijkheid voor de waterplaatsen en ziet erop toe dat er om de pomp een gemeenschappelijke tuin aangelegd wordt waar de kinderen van de school en hulpbehoevenden hun groente uit verkrijgen. Dit alles wordt begeleid door de community outreach officer van het Painted Dog Conservation project. We hopen dat de scholen alle mooie beloftes die tijdens de overdracht zijn gedaan waar gaan maken en met de pompen productieve tuinen aan gaan leggen. Ik heb er alle vertrouwen in, beide scholen waren al begonnen met het vrijmaken van de grond en het aanleggen van de tuin!
En natuurlijk was het ook weer tijd voor game captures. We hebben weer eens, zonder succes, geprobeerd een hyena te vangen en hebben drie dagen tevergeefs achter een impala aangereden. Deze impala heeft twee jaar geleden een halsband om gekregen en aangezien de batterij het niet al te lang meer vol zal houden was het tijd om deze band weer af te halen. Aangezien de impala’s over ongeveer vier weken hun jongen krijgen en ik er niet van hou om als dieren hoogzwanger zijn te darten was het een beetje nu of nooit. En dus vertrokken we met matrassen, slaapzakken en eten voor drie dagen naar Ngweshla in de hoop dat we onze impala zouden vangen. Die hoop werd al snel minder toen we de dieren die middag diep in de bosjes zagen grazen. Het terrein rond Ngweshla bestaat namelijk uit een doolhof van boomstronken en het is daardoor vrijwel onmogelijk om naar de dieren toe te rijden zonder een lekke band te krijgen of de hele kudde te verjagen. We moesten het dus hebben van een flinke dosis geluk en de dieren per toeval op de weg, op een open stuk of bij de waterplaats tegen komen. Ik besloot dat we de volgende ochtend onze kansen bij de waterplaats zouden wagen, de dieren moesten immers toch een keer komen drinken. Niets was minder waar en die ochtend stonden we onze tijd te verdoen bij de waterplaats terwijl de dieren in de bosjes aan het grazen waren. Het leek wel of ze het wisten, in drie dagen tijd zijn ze geen één keer bij de waterplaats geweest. Van plan B gingen we naar plan C wat betekende dat we simpelweg als een soort zwaan kleef aan achter de kudde aan zouden blijven rijden in de hoop een keer dichtbij genoeg te komen om te kunnen darten. De volgende ochtend leek deze strategie bijna vruchten af te gaan werpen maar helaas gooide een krakend takje roet in het eten en ging de hele kudde er vandoor. Tja, muisstil met een Landrover door de bosjes rijden is nou eenmaal een onmogelijke taak… We besloten het er voor nu bij te laten zitten, als de impala haar jong gehad heeft gaan we terug met matrassen, slaapzakken en eten voor minimaal een week. De aanhouder wint zegt men.
Op onze weg terug naar huis kwamen we een bushfire tegen. We waren aardig uitgeput van de vroege ochtenden en lange dagen maar konden natuurlijk niet de hele bush in vlammen op laten gaan en dus gingen we er met z’n allen tegenaan om het vuur te stoppen. Dit lukte en twee uur later konden we alsnog op huis aan. Toen we terug kwamen in de bewoonde wereld hoorden we dat Laurie, van het leeuwenproject, ons al twee dagen had geprobeerd te bereiken. Of we een kijkje konden nemen bij een gier die mogelijk een gebroken poot had. Deze gier was met veertien anderen door de trein aangereden. De veertien anderen hadden het niet overleefd maar dit dier was tegen de trein aangeplakt tot ieders verbazing bij het station in Dete aangekomen. Railways wist niet zo goed wat ze met deze vreemde passagier aanmoesten en toen Brent bij het kantoor langs ging om informatie over door de trein aangereden leeuwen in te winnen zag hij de vreemde vogel vanachter de airconditioning naar hem staren. Hij besloot het dier mee te nemen naar het National Parks kantoor want bij Railways werd de gier zeker niet gevoerd. En zo kwam het dus dat ik met Monique bij National Parks stond om een gier aan een medisch onderzoekje te onderwerpen. Het dier, inmiddels Victor gedoopt, zat op de binnenplaats tussen de kantoren en liet zich makkelijk vangen. Victor bleek geen gebroken poot te hebben. Om hem in alle rust met de juiste verzorging te laten genezen en bij te laten komen van zijn hachelijke avontuur besloten we hem mee te nemen naar het rehabilitatiecentrum. Onze hondenverzorgers konden hun ogen niet geloven toen Monique met een gier onder haar arm uit de auto stapte. Dat is weer eens iets anders dan een wilde hond. Victor lijkt er niet mee te zitten en heeft zijn plekje prima gevonden tussen de wilde honden. Over maximaal een week of zes moet hij weer de oude zijn en kunnen we hem loslaten.
Terwijl we bij het National Parks kantoor stonden te wachten op toestemming om de gier naar ons rehabilitatiecentrum te verplaatsen kwam Bongani, de human wildlife conflict officer, naar me toe. Of ik tijd had om met hem naar de Gwaai te rijden om een buffel in een strik te darten. Het dier stond volgens het verhaal in een strik vast aan een boom. Terwijl Monique en Laurie met de gier bij het rehabilitatiecentrum bezig waren reed ik met Bongani op en neer om mijn dart spullen te pakken en Hans op te pikken. In de Gwaai aangekomen haalden we de politie en de mannen op die wisten waar de buffel stond. Het terrein was dicht bebost en dus moesten we te voet naar de plek des onheils lopen. Al snel zagen we het dier in de bosjes staan. Het te voet inlopen op een buffel in een strik is een gevaarlijke onderneming en dus besloten Bongani en ik dat Hans, Minique en het team achter zouden blijven en wij met geweer en dart geweer stukje bij beetje dichterbij zouden sluipen in de hoop dat we dichtbij genoeg zouden kunnen komen om te darten. Laag bij de grond slopen we, de krakende takjes op de grond vermijdend, dichterbij. Opeens draaide de buffel koe zich snuivend om en begon wild aan de strik te trekken, Bongani stond direct met zijn geweer in de aanslag, mijn hart bonsde als een razende in mijn keel. Gelukkig kwam de buffel weer tot rust. We besloten met een boog om haar heen te lopen. De bosjes waren zo dicht dat we tot op twintig meter van de buffel moesten kruipen om een schot te kunnen wagen. Voorzichtig kwam ik omhoog, ‘laat dit goed gaan’, schoot het door mijn hoofd. Tussen de takken door zag ik een open stukje, ik richtte, haalde de trekker over, en tot mijn grote opluchting raakte ik de buffel volgens het boekje in haar linkerbil. Woest trok het dier zich los en ging ervandoor. We wachtten vijf minuten om er zeker van te zijn dat het verdovingsmiddel in werking was getreden voor we met het hele team de sporen volgden. Helaas hielp het dicht beboste, rots en heuvelachtige terrein niet mee. Na twintig minuten zoeken vonden we haar maar tot mijn grote spijt ademde ze niet meer. De tranen prikten achter mijn ogen. Bij het lostrekken had de buffel koe de strik zo strak om haar nek getrokken dat haar ademhaling belemmerd was, daarnaast bleek bij nadere inspectie van de plek des onheils dat ze waarschijnlijk al twee tot drie dagen aan de boom gestaan had. Dit alles is haar jammer genoeg simpelweg teveel geworden.
Erg veel tijd om verdrietig en ontdaan te zijn had ik niet. Op de weg terug naar National Parks zagen we bij Livingi, één van de waterplaatsen, vier blanke bejaarden met takjes vuur vechten. Dat zag er niet al te professioneel uit en dus besloten we maar even polshoogte te gaan nemen. Terwijl we naar de vuurvechters toe reden stak de wind op en stond in no time heel Livingi in brand. Ik liet mijn medepassagiers achter terwijl ik als een speer naar het National Parks kantoor reed om hulp te halen. Toen ik vertelde dat er bij Livingi vuur was keken ze me wat meewarig aan, ‘daar is nooit vuur’ was het weerwoord. ‘Wil je dit echt bediscussiëren terwijl in de tussentijd de boel affikt’, vroeg ik de parkranger. ‘Nee, dat was inderdaad niet de bedoeling’. We reden de compound rond en pikten willekeurig mensen op om vuur te vechten. Na twee keer een team naar Livingi gebracht te hebben waren we met genoeg mensen om het vuur onder controle te krijgen. Terwijl het team de laatste vlammen doofde besloot één van de National Parks rangers navraag te doen bij de vier oudjes die inmiddels verbrand en uitgedroogd weer bij hun auto zaten. Deze mensen waren onderdeel van de jaarlijkse ‘game count’. Tijdens deze telling worden rond de tachtig teams bij waterplaatsen gestationeerd om daar vierentwintig uur lang op te schrijven welke dieren bij de waterplaats komen drinken. Tja, als je dan zo bij de waterplaats zit moet je natuurlijk ook wel eens naar het toilet. En dus schepte de onfortuinlijke game counter een gat en ging er eens rustig voor zitten. Toen hij achterom keek en de berg toilet papier in de kuil zag liggen besloot hij dat hij zijn boodschap niet zo achter kon laten en toch op z’n minst het toilet papier moest verbranden. De rest is geschiedenis… De arme mensen waren zo ontdaan van hun hachelijke avontuur dat de National Parks rangers besloten de boete voor deze keer maar te laten voor wat het was.

X Es


naar boven Bushmail 99 - 05-10-2011

Salibonani!

Weken gebeurt er helemaal niets en dan gebeurt alles in één keer tegelijk. ‘Ik wil zo graag weer eens een normale dag’, verzuchtte ik tegen Hans toen we voor de tweede dag op rij met dartgeweer in de aanslag richting een olifant met een strik reden. Die week waren we vier dagen met Florian, de Franse zebraonderzoeker, op pad geweest om zebra’s te darten. Van de zes dieren waar we de halsband vanaf wilden halen hebben we er vier kunnen darten, de overige twee waren te drachtig. We moeten gewoon geduld hebben tot deze twee dieren bevallen zijn van hun veulen en de veulens niet meer afhankelijk zijn van hun moeder. Er kan namelijk altijd iets mis gaan en je wilt natuurlijk niet een miskraam of een moederloos veulen op je geweten hebben, dus neem ik liever het zekere voor het onzekere. Terwijl we in de ochtenden en middagen achter de zebra’s aangingen zaten we ’s nachts vergeefs bij stinkend aas in de hoop een hyena te kunnen darten. Stephanie doet promotieonderzoek aan hyena’s, voor haar onderzoek doet ze GPS-banden om bij hyena’s. Stephanie heeft inmiddels haar dartlicentie maar aangezien ze nog nooit gedart heeft ga ik bij de eerste paar dieren mee als mentor. Helaas hebben we niet veel succes, we hebben inmiddels zes lange nachten bij aas doorgebracht en geen hyena in ons vizier gehad.

De wilde hondenpack die het rehabilitatiecentrum bezocht kreeg ik gelukkig wel in het vizier. Vroeg in de ochtend werden we ge-sms’t door Makhalawa, er liep een groep van zes honden rond het rehabilitatiecentrum. Snel sprongen we uit bed en met onze spullen in de auto, deze groep honden kwam namelijk diep uit het park, een unieke kans! Mijn optimisme maakte plaats voor pessimisme toen ik zag dat de dieren achter de kooien aan het rondrennen waren. Deze plek is met de auto namelijk niet begaanbaar en te voet darten lukt met wilde honden niet omdat ze direct van je weg rennen. De groep was echter zo gefixeerd op de wilde honden die in de kooi zaten dat ik besloot samen met Makhalawa van boom tot boom dichterbij te sluipen. De laatste boom stond dichtbij genoeg om te kunnen darten… en toen was het wachten op het perfecte moment. Van de zes dieren waren er twee die volwassen waren, één van deze twee moest zich dus, alleen, in een hoek van negentig graden van mij presenteren. Na dertig minuten met krap in mijn rug en het geweer in de aanslag achter de boom te hebben staan wachten werd ons geduld beloond en konden we een volwassen mannetje van een GPS-band voorzien. De volgende ochtend was de pack nog steeds aanwezig en lukte het ons om het volwassen vrouwtje op de weg te darten en van een radiotelemetrie-halsband te voorzien. En zo hebben we dus een nieuwe volg pack die inmiddels weer richting het National Park is vertrokken!

De avond voor we de wilde hond gedart hadden werd ik in paniek opgebeld door Sharon. Sharon volgt olifanten families en schrijft daar boeken over. Zij had al een aantal weken een filmcrew van National Geographic bij zich die een documentaire maken over haar en haar olifanten. Ik heb inmiddels bij een aantal olifanten uit de families die Sharon volgt strikken verwijderd en zij wilde daarom heel graag dat ik voor de camera wat zou vertellen over wat ik doe. Ik hou daar niet zo van en aangezien er hier in Zimbabwe enorm discussie wordt gevoerd over of niet dierenartsen nou wel of niet zouden mogen darten besloot ik het af te houden. Sharon had tevergeefs geprobeerd mij onder vele verschillende voorwendselen toch voor de camera te krijgen dus toen ze me belde met het verhaal dat er een olifanten kalf met een strik bij Kanondo liep was ik heel even sceptisch. De paniek in haar stem deed me haar verhaal geloven en snel reden Hans en ik met onze spullen die kant op. En jawel, daar stonden bijna driehonderd olifanten rond de waterplaats. Dat zijn potentieel hele gevaarlijke situaties en dus belde ik Roger en Jessica. Zij waren met een dierenarts, een helikopter, een vliegtuigje en ervaren mensen bezig buffels te vangen om op ziektes te testen. De dag ervoor was ik met hen mee geweest, wellicht konden ze mij helpen. Ze waren niet ver van ons vandaan met de buffels bezig en wilden zeker standby staan voor als er iets mis zou gaan. Bij het darten van een kalf moet je er altijd op voorbereid zijn dat de olifanten koe in paniek kan raken en, om ongelukken te voorkomen, ook gedart moet worden. Voorzichtig reden we op het kalf, zijn moeder en zijn jongere broertje af. De dieren keken ons rustig aan. Toen het middelste kalf iets afgezonderd stond schoot ik de dart in zijn bil. Snel ging hij weer tegen zijn moeder aanstaan. Het verdovingsmiddel begon te werken en na wat heen en weer wankelen viel het diertje om. Gelukkig raakte de moeder en de kudde niet in paniek en konden we de hen door hard op de auto te slaan wegjagen en naar het kalf toe rijden. Het kalf had geluk, de strik zat heel strak om zijn voorpoot maar had nog niet door de huid gesneden. Terwijl Hans de strik eraf knipte maakte ik de antidosis klaar en vijftien minuten later stond het kalf, zonder strik, weer op zijn poten alsof er niets gebeurd was. Wij blij, de filmcrew niet, de hele actie was zo snel gegaan dat ze het afhalen van de strik niet gefilmd hadden.

De volgende dag was het weer raak. Er liep aan olifanten kalf bij de waterplaats met een strik om zijn nek. Toen we bij de waterplaats aankwamen zagen we drie auto’s druk op en neer over de weg rijden. Sharon probeerde samen met de filmcrew te voorkomen dat het groepje olifanten waarin het kalf met de strik liep de weg over zou steken en in de bosjes zou verdwijnen. De olifanten waren hier niet blij mee en waren duidelijk geïrriteerd. Ik besloot een dart klaar te maken. Met onze auto probeerden we in een positie te komen waarin we het kalf eventueel zouden kunnen darten. De kudde liep boos heen en weer langs de weg. Ik zag het kalf met de strik, de strik zat als een ketting los om haar nek en er sleepte geen lang einde aan. ‘Laat ze de weg maar oversteken’ adviseerde ik Sharon, want ik wilde de geïrriteerde dieren niet langer ophouden. Terwijl de kudde de weg over liep keek ik door mijn vizier. Het kalf liep de weg over in een positie voor een perfect schot. In plaats van de trekker over te halen liet ik mijn geweer zakken. Verbaast keek iedereen me aan. ‘Als je dart moet je niet alleen aan het schot denken maar ook aan wat erna komt’ legde ik uit. De kudde was boos en wilde de weg over de bosjes in. Als ik dat kalf gedart had hadden we te voet achter een boze kudde aan moeten lopen terwijl het donker zou beginnen te worden. Een onveilige situatie voor onszelf en het kalf, zeker aangezien de strik niet levensbedreigend was was dat het risico niet waard. Toen ik het er die avond met het buffel ‘capture team’ over had knikte iedereen begrijpend. ‘The best game capturers are the ones that know when to say no’, zei de één van de ervaren rotten, dat compliment neem ik graag ter harte…

X Es


naar boven Bushmail 98 - 05-09-2011

 

Salibonani!

Jarenlang roepen we al ‘eigenlijk zouden we eens iets meer van Zimbabwe moeten zien’. En dat is meer dan waar want in de afgelopen vijf jaar hebben we voornamelijk in Hwange National Park rond gereden. Verder dan Victoria Falls en Bulawayo zijn we zelden tot nooit gekomen en als dat al zo was was het altijd werk gerelateerd. Altijd was er een excuus om niet door Zimbabwe te reizen, we waren te druk, brandstof was schaars, de politiek was instabiel enz. Toen Hans mij vertelde dat hij me na mijn promotie mee op vakantie wilde nemen naar een plek van mijn keuze hoefde ik niet lang na te denken; Zimbabwe. En dus brak eindelijk de dag aan dat we met een volgeladen, volgetankte oude Landrover om vroeg in de ochtend bij het project weg reden met als missie meer van Zimbabwe zien! De eerste echte vakantie in de afgelopen vijf jaar!

Helemaal spontaan was het niet. Rosemary Groom een goed kennis van ons die aan de andere kant van Zimbabwe een wilde honden project heeft had ons, een aantal jaren geleden toen ze ons bezocht, uitgenodigd langs te komen. En hoewel we elkaar over de jaren meerdere malen op congressen in Canada en Zuid-Afrika tegen het lijf liepen kwam het er maar niet van om elkaar in Zimbabwe te ontmoeten. Met het afronden van mijn PhD had ik ook geen excuus meer om niet bij Rosemary op bezoek te gaan en dus was het eerste dat ik deed toen ik weer op Zimbabwaanse bodem aankwam haar mailen met de boodschap dat we nu echt haar kant opkwamen. Als we dan toch helemaal die kant op reden konden we net zo goed ook de ruines van Great Zimbabwe, Lake Kyle, Gonarezhou National Park en de eeuwen oude rots schilderingen van de San stammen in Matopos National Park bezoeken, want daar kwamen we dan toch langs. En zo werd een werkbezoek een heuse vakantie.

We besloten eerst mijn promotie feest te geven en een paar dagen later te vertrekken. Aangezien het toen ik terug kwam in Zimbabwe ’s avonds ijskoud was had ik dat uitgesteld tot Augustus wanneer de avonden beter uit te houden zijn en je je niet met z’n allen in dikke lagen kleding om een groot vuur hoeft te verzamelen maar lekker in je zomerjurk kunt staan dansen. Ja, dat geeft immers toch een feestelijker gevoel, niet?! Met 12 kratten bier, 12 kratten cola, 40 kilo koe en 20 kilo kip kon het feest zaterdag middag beginnen. Om alle stakeholders te kunnen bedanken voor hun hulp tijdens de afgelopen jaren, had ik naast het personeel en de andere onderzoeksprojecten ook de chief, National Parks, Forestry Commission en de managers van de naburige lodges uitgenodigd. Iedereen was blij verrast dat ik mijn succes op deze manier wilde delen, iets dat in de Zimbabwaanse cultuur niet vaak voorkomt. Met gratis drank, eten en muziek is een feest hier al snel een succes. Al snel stonden zowel onze blanke als zwarte vrienden op de dansvloer (of de tafels) te swingen. Iedereen had het duidelijk naar zijn zin en ik dus ook! Voor we het wisten was het tien uur en was het tijd om iedereen weer naar huis te brengen.
Vier dagen later brak onze vakantie aan. Een weekje vakantie in Zimbabwe is niet hetzelfde als een weekje Centerparks in Nederland. Het begint er al mee dat we, om al de bovengenoemde plekken te bezoeken, 2250 kilometer gereden hebben in een auto die niet harde dan 85 kilometer per uur kan. Daarnaast moet je van de National pic nic sites waar we overnachtten naast (vaak koud) stromend water en een toilet, niet teveel verwachten. De meeste nachten kookten we op een vuurtje en sliepen we achterin de auto. En dat terwijl Hans altijd roept dat hij niet van kamperen houdt! Toch vergeet je al snel dat het allemaal wat primitief is als je ’s ochtends wakker wordt met een adembenemend mooi uitzicht over Lake Kyle of de Runde River. Ook het vakantie gevoel was er niet minder om. Vooral toen we, al foto’s makende, de ruines bij Great Zimbabwe beklommen voelde we ons echte toeristen. De twee dagen bij Rosemary waren erg gezellig. Het is altijd leuk en interessant om te kijken hoe anderen een project runnen. Natuurlijk gingen we erop uit om een pack wilde honden te zoeken, we vonden de dieren bij hun den! Na twee dagen honden zoeken en in een normaal bed geslapen te hebben was het tijd om weer een pic nic site aan te doen. Deze keer in Gonarezhou National Parks waar we de enige toeristen in het hele park waren.
Het werken in de bush maakt ons toeristische watjes. Waar de gemiddelde toerist voor primitief en avontuurlijk gaat om de sleur van het gedomesticeerde leven te doorbreken, gingen wij voor comfortabel en veilig. ‘Zullen we op deze pic nic site slapen’ vroeg Hans aan mij toen we bij de adembenemend mooie Cholojo cliffs stonden. Ik keek om me heen, zag een gat in de grond dat als toilet diende, geen stromend water en een half vervallen barbecue plek. ‘Nee, we zijn op vakantie’ was mijn antwoord en dus reden we terug naar de pic nic site met (warm!) stromend water en toilet. ‘Gaan we deze avontuurlijke off road drive door de rivier echt doen’ vroeg ik aan Hans toen we zagen dat de weg ophield en aan de andere kant van de rivier weer door ging. ‘Nee, we zijn op vakantie’ was zijn antwoord, en dus keerden we om en vervolgden onze weg over de ietwat betere rotspaden. Op de laatste dag van onze vakantie verruilden we de vertrouwde pic nic site zelfs voor een heus National Parks huisje op de rotsen van Matopos National Parks. Nadat we die ochtend de laatste rots schilderingen in het park bezocht hadden was het na zeven hele dagen vakantie tijd om weer op huis aan te gaan. Terug naar ons vertrouwde primitieve avontuurlijke leven in de bush!

X Es


naar boven Bushmail 97 - 17-08-2011

Salibonani!

Eindelijk een rustig weekend dacht ik bij mezelf. Het vorige weekend was namelijk nogal hectisch verlopen, meer voor Hans dan voor mij… Terwijl Hans die zaterdag een plan aan het maken was om voor vijftien man te koken (we hadden nogal wat gasten over de vloer) ging de telefoon, Greg Gibbard stond met pech en de ingrediënten voor onze maaltijd bij Halfway house. En dus reed Hans met gereedschap en sleepstang de 50 km naar Halfway house. Helaas had Greg te laat gezien dat de temperatuur meter van zijn auto in het rood stond en was pas gestopt toen er rook onder de motorkap vandaan kwam. Aan een gekookte motor is ter plekke weinig te doen en dus moest Greg naar huis gesleept worden. En natuurlijk, zondag was het weer raak. Wederom stond Hans voor vijftien man te koken toen de telefoon ging. Roger en Jessica, goede vrienden van ons, stonden met pech bij Lupane, 100 km van ons vandaan. En weer ging Hans met gereedschap en sleepstang op pad terwijl ik me vertwijfeld afvroeg wat ik met die drie dode kippen aan moest (ik ben nou eenmaal niet zo’n kok). Op weg naar Lupane zag Hans Thijs met zijn familie bij de auto rond een groot vuur langs de weg staan. Dat is meestal geen goed teken en inderdaad, Thijs had ook pech; de V-snaar was van de auto gelopen. Hans reed eerst naar Roger en Jessica waar al snel duidelijk werd dat de auto niet ter plekke gerepareerd kon worden. En dus sleepte hij Roger en Jessica langs Thijs waar de V-snaar van de ene kapotte auto op de andere gezet werd en Thijs in ieder geval die avond met zijn familie richting huis kon. Roger en Jessica moesten bij ons in de bush overnachten voor ze de volgende ochtend met een geleende auto hun weg konden vervolgen. De auto ellende bleef niet bij dat ene weekend, we waren zelf ook aan de beurt.
Toen ik een paar dagen later met mijn Landrover naar de stakeholders meeting bij Halfway house reed hoorde ik een vreemd rammelend geluid uit mijn auto komen. Ik besloot Hans voor de zekerheid maar even te bellen. Ik was inmiddels bij Halfway house en terwijl ik daar rondjes om de benzine pomp reed hield ik de telefoon bij de plek waar het geluid vandaan kwam. ‘Hoor je dat, dat tak takke tak?!’ riep ik boven het lawaai uit, ‘en mijn remmen voelen ook zwaar’. Hans wist genoeg, terwijl ik zat te vergaderen kwam hij met een nieuwe vacuüm pomp naar Halfway house om auto’s om te wisselen en mijn auto te repareren. En dat was maar goed ook want we waren halverwege de vergadering toen er werd gevraagd of ik een vrouw naar de kliniek wilde rijden die aan het bevallen was. Dat heb ik weer dacht ik bij mezelf terwijl ik met één van de stakeholders communal land in reed om de vrouw op te halen. In mijn hoofd probeerde ik te bedenken wat ik zou moeten doen als ze echt al aan het bevallen was, zo snel mogelijk naar de kliniek rijden besloot ik… Laurie van het leeuwenproject heeft nog niet zo lang geleden een vrouw helpen bevallen langs de weg bij Safari lodge, maar ja die heeft zelf al eens een kind op de wereld gezet en dat maakt het toch makkelijker… Daarnaast had ik geen handschoenen of iets dergelijks bij me (iets waar je in een land waar 1 op de 3 mensen aids heeft toch bij na moet denken) omdat Hans er net met mijn auto vandoor gegaan was. We kwamen de vrouw en twee andere vrouwen halverwege tegen, met baby! Ze bleek de dag ervoor bevallen te zijn maar had nu weer krampen. Aangezien ze eruit zag alsof ze erge pijn had en het ondanks mijn vragen niet duidelijk te krijgen was wat er nou mis was besloot ik maar gewoon naar de kliniek te rijden en haar daar met baby en de andere vrouwen af te zetten. Bij elke hobbel in de weg zag ik het gezicht van de vrouw vertrekken en bij de kliniek aangekomen viel ze bijna flauw. Ik heb haar afgezet en ben zelf terug naar de vergadering gereden, ik hoop maar dat het niet te ernstig was.
Goed, en toen was het weer weekend. Rustig werd het niet, de zondag was net aangebroken toen ik een telefoontje kreeg dat er een buffel met een strik voor Sekumi tree lodge liep. Natuurlijk reden we als een speer die kant op. Toen we aankwamen was de helft van de ongeveer 300 buffels tellende kudde al in de bosjes verdwenen. De koe waar we naar op zoek waren was nergens te bekennen. Wel waren er twee landeigenaren aanwezig, de ene was door de lodge op de hoogte gesteld, de andere niet. En zo werd het ineens een politieke bijeenkomst. Na wat op een neer gepraat waarbij ons duidelijk gemaakt werd dat we toestemming moesten vragen om over het land te rijden en wij duidelijk probeerden te maken dat de eerste prioriteit het dier is en we na het darten mensen altijd op de hoogte stellen van wat we gedaan hebben, ging ieder zijn eigen weg. Die avond werden we weer gebeld door Sekumi tree lodge, de buffels waren terug. Helaas bleek dit een deel van de kudde van die ochtend, de koe met strik liep er niet tussen. Een paar dagen later hoorde ik vanuit mijn huis het kenmerkende geloei en gesnuif van een kudde buffels. Snel liep ik met Hans naar Ganda lodge waar inderdaad een enorme kudde buffels richting de waterplaats kwam lopen. Binnen een paar minuten had ik haar in het vizier, de koe met een strik om haar voorpoot. Hebbes dacht ik bij mezelf, bij de lodge waren twee dierenartsen aanwezig die ik via via kende, mooier konden we het niet treffen. Nou ja, in theorie dan want ik moest natuurlijk eerst toestemming vragen aan de lodge manager, die vervolgens de Forester in Dete moest bellen, die vervolgens het hoofdkantoor in Bulawayo moest bellen. Tegen de tijd dat we toestemming kregen waren de buffels klaar met drinken. ‘Ja we mochten darten maar dan moesten we wel even een ranger ophalen in Dete’. Dete is 30 minuten rijden… We moesten dus met lede ogen toezien hoe de hele kudde weer de bosjes in verdween. Inmiddels heb ik iedereen op de hoogte gesteld van het feit dat deze buffel koe in ons gebied rond loopt dus laten we hopen dat ze snel weer gezien wordt en we haar zonder al teveel bureaucratie en politiek van de strik kunnen verlossen.

X Es


naar boven Bushmail 96 - 02-08-2011

Salibonani!

En dan het verhaal van de ‘game fence’ in Victoria Falls… Met tien honden in het rehabilitatiecentrum was het tijd om er een aantal terug in het wild te plaatsen. De vijf ‘pups’ in de ‘rehab’ zijn inmiddels ruim anderhalf jaar oud, de leeftijd waarop ze in het wild ook van hun pack af zouden splitsen. En dus werd besloten dat de ‘pups’ samen met een oudere ervaren wilde hond de Ukusutha pack zou gaan vormen en naar het Victoria Falls Private Game Reserve verplaatst zou worden. Dit ‘game reserve’ dient als een tijdelijke verblijfplaats waar de pack in een enigszins gecontroleerde omgeving kan leren jagen. Nou ja, gecontroleerd… het hek om wildparken is normaal gesproken goed genoeg om buffels, olifanten en giraffes binnen te houden maar kleinere diersoorten als wrattenzwijnen, bavianen en wilde honden graven er met gemak onderdoor. In eerste instantie zou het hele terrein daarom met speciaal Chinees gaas omheind worden maar helaas is de container met gaas ergens in China blijven steken. En dus werd het hek zo honden ‘proof’ mogelijk gemaakt in de hoop dat we de dieren zo lang mogelijk op het terrein kunnen houden. Dat bleek niet lang… Drie dagen na loslaten sprongen de zes wilde honden over een muurtje bij de lodge en liepen zo het hek uit dat plat op de grond bleek te liggen. Inderdaad, dat was het moment waarop Esther en Hans gebeld werden om te komen helpen.
Toen we die middag bij de lodge aankwamen was het team er in ieder geval al in geslaagd de wilde honden met vlees terug het terrein op te lokken, de dieren lagen naast de lodge te slapen. We besloten een tweede poging te wagen en de pack terug in de kooi te lokken waaruit ze drie dagen ervoor losgelaten waren. Dit zou ons tijd geven het hek te laten repareren en de 30 km lange omheining langs te lopen om te kijken of die echt wel zo honden ‘proof’ was. Zo gezegd zo gedaan, we bonden een groot stuk vlees achter één van de auto’s en slaagden erin de honden achter de auto aan te laten rennen en op te sluiten. Goed, dat was alvast een probleem minder. De volgende ochtend gingen Hans, ik, Jealous, Xmas, Mary, Edward en het parttime hekken team vol optimisme op pad om het hek te controleren. Dat optimisme was snel vergeten toen we erachter kwamen dat er in de omheining meerdere gaten zaten waar de honden gemakkelijk door hadden kunnen ontsnappen. Met gaas, tangen en ijzerdraad gingen we aan de slag om de boel te repareren. Aan het einde van de dag waren we vijf kilometer verder, hadden een aantal van ons hardhandig geleerd op welke draden elektriciteit stond, zaten we onder de krassen en sneden van het gaas en kon ik van ellende mijn handen niet meer bewegen (ja inderdaad computerhandjes…). Nog 25 kilometer te gaan…
Na nog eens twee dagen bikkelen waren we tien kilometer verder en kwamen we tot de conclusie dat het iets te optimistisch gedacht was dat we in een week het hek konden repareren. En dus besloten we dat ik samen met Xmas, Jealous en Mary de omheining langs zou lopen om te kijken waar de grote problemen zaten. Hans zou in de tussentijd de auto repareren waarvan de dag ervoor de waterpomp het begeven had. Een rondje langs het hek lopen bleek een stuk avontuurlijker dan het in eerste instantie klinkt. We moesten rotspartijen beklimmen en riviertjes overspringen terwijl we onze ogen open hielden voor de buffels, zwarte neushoorns en leeuwen die het gebied rijk is. Toen we de hoek omsloegen richting de compound waar de medewerkers van de game reserve wonen werden we bijna overreden door twee olifanten, de olifanten bestuurders zaten breed lachend op hun olifanten te zwaaien terwijl wij geschrokken het hek van de compound insprongen. Op het terrein vinden safari’s op olifanten plaats, we hadden er even geen rekening mee gehouden dat we de dieren met hun verzorgers zomaar ergens op de compound tegen konden komen. We waren bijna aan het einde van de eerste 10 km omheining toen we verse afdrukken van leeuwenklauwen zagen van een leeuw die geprobeerd had onder het hek door te graven. We besloten unaniem dat we de laatste 200 meter dwars door meters hoog grasland maar even lieten voor wat het was. Gelukkig bleek dat het meest avontuurlijke moment van de dag en waren onze grootse vijanden niet de buffels, neushoorns en leeuwen maar de honderden minuscule teken die een weg naar onze huid probeerden te vinden. Die avond zat er dus niets anders op dan onszelf in een bad vol Dettol te dompelen. Tja, dat is minder romantisch dan een bad in Dove maar uiteindelijk beter dan het krijgen van tic bite fever. Natuurlijk was het hek niet in een dag te lopen en dus vervolgden we de tweede dag onze weg. In totaal vonden we ruim 100 plekken waar de wilde honden naar buiten hadden kunnen lopen, onze inspectie was dus in ieder geval wel de moeite waard.
Onze conclusie was dat de omheining verre van honden ‘proof’ was en het dus verstandig was om voor we de wilde honden weer los zouden laten eerste een ‘fence team’ de omheining te laten repareren. Terwijl wij die middag na een week ploeteren op huis aan gingen ging het ‘fence team’ voor een maand richting Victoria Falls. Inmiddels is de omheining min of meer honden ‘proof’ en lopen de wilde honden weer los op de game reserve. Hans en ik hebben de koffers uitgepakt, de draad van ons ‘normale’ Zimbabwaanse leven weer opgepakt en wachten gewoon op het volgende telefoontje…

X Es


naar boven Bushmail 95 - 29-06-2011

Salibonani, en eigenlijk ook nog een beetje Bonjour!

Na weken van bushmail stilte eindelijk weer eens tijd voor een update, wat is er veel gebeurd! Na de conferentie in Kruger National Park was het voor Hans en mij tijd om voor de laatste loodjes richting Europa te vertrekken. Onze eerste stop was Nederland waar ik mijn familie weer in de armen kon sluiten maar ook de laatste puntjes op de i moest zetten om mijn proefschrift op tijd bij de jury af te kunnen leveren. En als je er eenmaal goed voor gaat zitten zijn er natuurlijk altijd meer puntjes op de i te zetten dan je aanvankelijk hoopt… Naast de inhoud van mijn proefschrift moest ik mij ook bezig gaan houden met de lay-out en bij de drukker papiersoorten en kleuren uit gaan zoeken. Tja, dan begint het ineens toch wel echt te worden allemaal.
Na een paar weken Nederland reisden we met de trein naar onze tweede stop; Lyon. Aangezien we hetzelfde appartement gehuurd hadden als vorige keer was het voor ons als thuis komen. Het enige verschil was dat we vorige keer met vijftien centimeter sneeuw in dikke winterjassen door de stad banjerden en nu in onze zomerjassen langs de Rhône van het mooie weer konden genieten. Vanuit thuis werkte ik dagelijks aan mijn proefschrift en de presentatie voor mijn verdediging. Natuurlijk probeerden we ook nog wat leuke dingen te doen. Ons paasweekend brachten we door op een berg vlakbij Grenoble waar we onze vrienden, die vroeger onderzoek deden aan hyena’s in Hwange National Park, bezochten. We brachten een midweek door op een oude boerderij met paarden in Beavoir-sur-Noirt, bij vrienden die het zebra project in Hwange National Park opgezet hebben. Naast dit alles probeerde ik alle zaken te regelen die mijn begeleider, die op dat moment in Zimbabwe zat, niet geregeld had. Bijvoorbeeld het boeken van het zaaltje voor de verdediging en het invullen van alle (Franse) formulieren voor de ‘Ecole doctorale’. Na zonder resultaat verschillende Engelse e-mails naar de administratie van de universiteit gestuurd te hebben besloot ik het met woordenboek, google vertalen en vier jaar Frans VWO eens in het Frans te proberen. Tot mijn verbazing had ik binnen een dag een antwoord! Vanaf dat moment schreef ik e-mails in gebrekkig Frans en kreeg ik zowaar dingen geregeld.
Tijdens het regelen van de administratie bleek tot mijn schrik dat, hoewel de verdediging gepland stond voor 27 mei, het niet duidelijk was of deze ook daadwerkelijk plaats zou vinden. Dit hing namelijk af van de jury rapporten, als de jury na het lezen van mijn proefschrift een positief advies gaf was alles in kannen en kruiken zo niet… Tja daar wilde ik nog even niet over nadenken aangezien we net ons retour ticket naar Zimbabwe voor de laatste keer verzet hadden om de deadline van de drukker te kunnen halen. Om nog maar niet te spreken over de tickets die mijn familie inmiddels geboekt had om de 27e in Lyon bij mijn verdediging aanwezig te kunnen zijn. In spanning zat ik aan mijn presentatie te werken waarvan ik niet met zekerheid wist of ik die ook daadwerkelijk de 27e zou gaan geven. Twee weken voor de verdediging kwamen één voor één de rapporten binnen druppelen, de één nog positiever dan de ander. Toen ik het laatste rapport kreeg waarin mijn werk ‘een belangrijke bijdrage aan de kennis over en bescherming van de Afrikaanse wilde honden’ genoemd werd heb ik mijn tranen van opluchting en blijdschap rijkelijk laten vloeien. Wat een ontlading, nu wist ik het zeker, niet alleen zou ik de 27e mijn proefschrift verdedigen maar eigenlijk kon ik op het moment dat het laatste positieve advies binnen kwam de champagne open trekken aangezien de verdediging op zich vooral een ceremoniële aangelegenheid is. Jaren ben je aan het ploeteren en denk je samen met je begeleider dat je op de juiste weg bent. Je doet je best en hoopt dat je werk goed is, om dat in de jury rapporten bevestigd te zien is niet alleen een erkenning maar voelt ook een beetje als de kroon op je werk!
Natuurlijk was ik de dagen voor de verdediging alsnog zenuwachtig. Op dagelijkse basis hoorde Hans geduldig drie tot vier keer mijn presentatie aan en bleef hij herhalen dat het echt wel goed zou komen. Natuurlijk moesten er op het laatste moment door mijn begeleider nog administratieve nood sprongen gemaakt worden omdat de verschillende instanties niet met elkaar gecommuniceerd hadden. De as-wolk die ineens vanuit Ijsland naar Europa kwam drijven leek nog even roet in het eten te gaan gooien en zowel de vluchten van mijn familie als het meest prominente lid van de jury te boycotten. Gelukkig kwam ook dit op het laatste moment goed. En zodoende stond ik de 27e om 14 uur in een zaaltje ergens op de campus van de Universiteit van Lyon tegenover de jury, Hans, mijn vader, moeder, zusje, tante en mede studenten van het lab mijn proefschrift te verdedigen. Ik weet half niet meer wat ik gezegd heb maar ik ben de veertig minuten durende presentatie op de automatische piloot zonder hakkelen doorgekomen terwijl ik Hans op de tribune mijn woorden zag nasynchroniseren. Toen ik eenmaal aan het praten was viel alle spanning van me af en het beantwoorden van de vragen van de jury was dan ook geen zenuwslopende aangelegenheid. Aangezien ik de juryrapporten gezien had en je aan de hand daarvan wel een beetje in kunt schatten welke kant mensen opdenken was ik goed voorbereid en kon ik de meeste vragen met behulp van de dia’s die ik achter mijn presentatie gemaakt had beantwoorden. Voor de aanwezigen in de zaal waren de twintig tot dertig minuten vragen per jury lid een lange zit, voor mij vloog de tijd om en voor ik het wist stonden we in de tuin van de universiteit de champagne open te trekken. Met een deel van de jury, familie en Franse vrienden doken we daarna een wijnbar in om de avond op gepaste Franse wijze af te sluiten.
Tja, en dan is het de ‘morning after’ en terwijl je met een kater aan het wakker worden bent vraag je je net als na je bruiloft af wat er nou eigenlijk veranderd is. De conclusie is, eigenlijk niets, en dus kun je weer door met de orde van de dag. Na een gezellig weekend met de familie in Lyon was het dus tijd om, volgens Franse traditie, alle op en aanmerkingen van de jury in mijn proefschrift te verwerken en het manuscript naar de drukker te sturen voor we weer richting Nederland vertrokken. Na een feestje in Nederland, tijd met familie en vrienden, het afronden van het proefschrift en de flyer en het eten van teveel drop brak de dag van vertrek naar Zimbabwe aan. In de ochtend zouden we het proefschrift en de flyers bij de drukker oppikken zodat we die in onze koffers konden pakken en ’s avonds mee op het vliegtuig naar Zimbabwe konden nemen. Het was niet onze dag… De regen kwam met bakken uit de hemel en onze trip naar Den Haag duurde uren. Op de weg terug kwam ik er vervolgens achter dat er op de kaft van mijn proefschrift een spelfout in de titel gemaakt was. Het huilen stond me nader dan het lachen. Na overleg met de drukker werd besloten dat ik alle proefschriften in Nederland zou laten en mijn ouders deze terug naar de drukker zouden brengen waar ze de kaft eraf zouden snijden en een nieuwe kaft aan zouden brengen. Goed er was dus in ieder geval een oplossing.
Op Schiphol namen we afscheid van mijn ouders en stapten het vliegtuig naar Frankfurt in. Helaas, ze hadden een nieuwe verkeerstoren op Frankfurt die niet optimaal werkte en dat, samen met het slechte weer, zorgde ervoor dat we met behoorlijke vertraging op Frankfurt landden. Hoewel voor de meeste passagiers omgeroepen was of ze wel of niet omgeboekt waren hadden wij niets te horen gekregen, sterker nog de stewardess wist ons te vertellen dat alle vluchten waarschijnlijk ruim veertig minuten vertraging hadden en we dus onze vlucht naar Johannesburg nog wel zouden halen. Niet dus… Toen we rennend en puffend op het tijdstip van vertrek bij de incheck balie aankwamen was er geen vliegtuig of Lufthansa personeel meer te bekennen en dus moesten we ons bij het service center op de volgende vlucht die twee uur later zou vertrekken laten boeken. De schade leek mee te vallen want deze vlucht zou nog ruim op tijd op Johannesburg aankomen om de aansluiting naar Victoria Falls te halen. Helaas dat was te optimistisch gedacht, ruim twee uur zaten we in het vliegtuig te wachten op de veertig passagiers die vertraging hadden met hun voorgaande vlucht. ‘I’m sure you would have appreciated us waiting when you would have had a delay’ zei de piloot over de intercom. Inderdaad ja, als ons voorgaande vliegtuig vijf minuten had gewacht hadden we dat zeker op prijs gesteld…
Door al het wachten en de cirkels die we de volgende dag boven Johannesburg vliegveld moesten draaien voor we konden landen misten we onze vlucht naar Victoria Falls op tien minuten. Aangezien vele mensen met ons hun aansluiting gemist hadden was de rij voor de Lufthansa balie eindeloos en waren de mensen in die rij zeer boos en ongeduldig. Tegen de tijd dat wij aan de beurt waren om te klagen was het te laat om de laatste vlucht met British Airways naar Victoria Falls nog te halen en dus moesten we én een omboeking én een overnachting zien te regelen. Aangezien het meisje achter de balie door onze voorganger voor rotte vis uitgemaakt was besloten Hans en ik de vriendelijke benadering te proberen. Tja, ze vond het heel vervelend allemaal maar wij kregen, net als onze voorganger, de mededeling dat het contract met Lufthansa ophield op de eindbestemming Johannesburg en dat ze dus niets voor ons kon doen. Goedlachs en vriendelijk lieten we ons niet afwimpelen en vroegen we of we de manager konden spreken omdat het naar ons idee niet terecht was dat ons vliegtuig niet op ons gewacht had en we vervolgens doordat het tweede vliegtuig wel wacht onze aansluiting misten. Na een gesprekje tussen onze baliemedewerkster en de manager kwam de manager bij ons terug om ons een hotel, eten, drinken en een andere vlucht aan te bieden. ‘Jullie hebben dit echt alleen aan haar te danken hoor want officieel hoeven we niets voor jullie te doen’ herhaalde hij nog eens dreigend. Met vele lovende woorden namen we met het hotel vouchers en omgeboekte tickets in onze hand afscheid van onze balie medewerkster om een relaxte dag in het City Lodge Airport Hotel door te brengen. Het had, zoals voor de mensen die naast ons aan de Lufthansa balie stonden te schelden, slechter af kunnen lopen…
Met nog eens een uur vertraging en drie gate wijzigingen omdat we door technische problemen van vliegtuig moesten wisselen kwamen we de volgende dag eindelijk op Victoria Falls aan. Daar stonden, Forgie, Janet, Mary en Chris met een bordje Dr. Esther & Hans op ons te wachten. Na een twee uur durende rit waren we weer thuis waar dankzij Last mijn aardbeien plant nog groen was en dankzij het leeuwenproject de cavias nog in leven. Tijd om onze koffers uit te pakken hadden we niet want nog geen twee dagen later konden we weer richting Victoria Falls rijden om te assisteren met het wilde honden ‘proof’ maken van de ‘game fence’ rond het terrein waar enige dagen daarvoor een groep wilde honden uit ons rehabilitatie centrum was geherintroduceerd. Tja, hoe we daar in verzeild zijn geraakt is zo’n lang verhaal dat dat maar even moet wachten tot de volgende bush mail…

X Es


naar boven Bushmail 94 - 18-04-2011

Salibonani!

Onze volgende spreker is Esther van der Meer van het Painted Dog Conservation project in Hwange National Park… En dan sta je ineens voor een zaal met honderden vakgenoten tijdens de ‘9th savannah network meeting’ in Kruger National Park, Zuid Afrika. Een paar dagen daarvoor hadden Hans en ik nog, na vele vergeefse pogingen omdat de hond in kwestie inmiddels ook wel door had dat we niet zomaar naar hem kwamen kijken, Bulls eye gedart om zijn GPS band te vervangen. Hwange leek erg ver weg. Ik keek de zaal rond, ademde diep in en begon mijn verhaal over waarom de Afrikaanse wilde honden in Hwange National Park het park verlaten. Hoewel de dagen ervoor de spanning gestegen was en ik luttele minuten voor mijn opkomst nog met knikkende knieën in de zaal zat te wachten tot mijn naam dan toch echt aangekondigd zou worden viel die spanning direct van me af toen ik plaats nam achter het katheder. Voor ik het wist was ik door mijn praatje heen, en dat ook nog zonder nerveuze gebaren van de organisatoren dat ik over mijn tijd heen ging. De vragen vanuit het publiek waren vrij makkelijk te beantwoorden en de reacties na afloop waren erg positief. Ik kon alleen maar denken ‘ik hoop dat mijn verdediging ook zo zal verlopen’…
Eigenlijk was dit namelijk een beetje een generale repetitie. Mijn verhaal in Kruger is een deel van het verhaal dat ik op mijn verdediging zal houden. En die verdediging begint nu dan toch echt angstvallig dichtbij te komen. Na veel heen en weer geschuif is er dan eindelijk een datum en tijd waarop alle juryleden aanwezig kunnen zijn: vrijdag 27 mei 13.00 uur. Het is de bedoeling dat ik op die dag een 40 minuten lange presentatie geef waarna ieder jury lid maximaal 30 minuten krijgt om vragen te stellen. En ja, ik weet het allemaal wel, je hoeft je niet druk te maken want als er een datum is betekent dat eigenlijk dat je je doctoraal binnen hebt, jij hebt het onderzoek gedaan en weet dus het meeste van het onderwerp enz. Helaas, zo werkt dat in de praktijk toch niet helemaal, de zenuwen zijn nu tijdens de afrondende fase onmiskenbaar aanwezig. Gelukkig heb ik tot nu toe al mijn deadlines gehaald. Het proefschrift is inmiddels afgerond en naar de jury gestuurd. En tot mijn grote blijdschap heb ik bericht gekregen dat mijn eerste artikel geaccepteerd is door het blad Behavioral Ecology. Dit betekent dat een deel van mijn verhaal binnen een paar maanden in een vakblad zal verschijnen en dus door alle mensen die op dat vakgebied werken te lezen zal zijn. Een publicatie wordt gezien als een teken dat je een zelfstandige onderzoeker bent en dus zijn er minder mensen in mijn jury nodig om mijn proefschrift te beoordelen. Dat betekent minder vragen en een kortere verdediging, ik klaag nergens over!
Terwijl ik in Kruger praatjes aan het aanhoren was en ‘game drives’ aan het maken was, was Hans auto’s aan het repareren bij een lodge in Madikwe. Op Johannesburg troffen we elkaar weer om via een korte tussenstop in Nederland door te reizen naar Frankrijk. Tijdens deze tussenstop heb ik de eerste afspraak met de drukker gehad om papier uit te zoeken en het tijdspad door te spreken. Het is namelijk wel de bedoeling dat ik met boekje terug naar Zimbabwe vlieg. Papier uitzoeken is dan toch weer moeilijker dan je denkt want wil je nou 300 grams of 400 grams papier voor de kaft gebruiken, een matte afdeklaag of glans, kleur of zwart wit, enz. De keuze is reuze en dat zijn wij Zimbabwanen natuurlijk niet meer zo gewend; een keuze hebben. Naast een proefschrift laat ik ook een folder drukken. De meerderheid van de mensen weet nou eenmaal weinig af van statistisch significante p waardes, chi kwadraat testen, learning based models en interspecific competition. Omdat ik het belangrijk vind dat ook het niet wetenschappelijke deel van de stakeholders en onze vrienden en kennissen in Zimbabwe en Nederland een idee krijgen van wat ik nou eigenlijk de afgelopen vijf jaar uitgespookt heb, ben ik de uitdaging aangegaan om in normale taal mijn onderzoek te beschrijven. Natuurlijk heb ik de folder van te voren getest want je zit nou eenmaal zo vastgeroest in je wetenschappelijke wereldje dat als ik denk in Jip en Janneke taal iets te beschrijven dit voor een ander nog steeds keihard vakjargon kan zijn. Vol argwaan keken Last, Jealous en Obvious naar het kleurige stuk papier in hun handen. ‘Dus wij mogen nou jouw leraar zijn en zeggen wat we hiervan vinden’? ‘Ja graag, en wel eerlijk zijn hè, ik word niet boos als jullie het niets vinden’. Gelukkig heb ik inmiddels dat vertrouwen en kwamen ze alle drie met een positief oordeel en goede op en aanmerkingen bij me terug. Omdat, met alle mooie foto’s en kleuren de kans reëel is dat veel van onze medewerkers met de folder, net als met bijvoorbeeld door mij weggegooide kerstkaarten van drie jaar terug, hun huis willen decoreren zal ik er maar flink wat laten drukken.

X Es


naar boven Bushmail 93 - 23-02-2011

Salibonani!

Het was weer eens zo ver, we werden ons bed uitgebeld om een dier in nood te helpen. Dit keer ging het om een wildebeest, gnoe in het Nederlands, die met een strik om zijn poot pal achter het hoofdkantoor van National Parks liep. Een collega onderzoeker had het dier opgemerkt terwijl hij zijn zebra’s bestudeerde en was direct naar het NP kantoor gegaan om dit te melden. Omdat de ‘area manager’ in een vergadering was en dit niet belangrijk genoeg was om hem te storen besloot onze collega het verhaal bij de junior ecologist neer te leggen. De ecologist besloot vervolgens dat het een slim plan was direct de gnoe bij de horens te vatten en mij te bellen om de strik te verwijderen. Prima, Hans en ik graaiden snel onze spullen bij elkaar en reden naar het NP kantoor. Daar aangekomen zagen we iedereen doelloos buiten hangen, geen goed teken… En inderdaad, de ‘area manager’ was inmiddels uit vergadering en was niet blij met de beslissing van de junior ecologist. Er zijn immers protocollen voor dit soort zaken, en volgens het protocol moet het National Parks ‘capture team’ dierenissues oplossen. Oh, er was één probleempje, het ‘capture team’ was over de radio niet te bereiken, de telefoon was dood en er was geen National Parks auto beschikbaar om naar Umtshibi te rijden om te kijken waar het 'acpture team' uithing. Van de protocollen afwijken is over het algemeen niet iets waar mensen die in een sterk hiërarchisch dictatoriaal systeem de ladder opgeklommen zijn goed in zijn, je zou immers wel eens iemand op zijn teentjes kunnen trappen. En dus besloot de ‘area manager’ dat er ondanks dat dit er weinig hoopvol uitzag toch eerst contact opgenomen moest worden met het ‘capture team’.

Het ‘capture team’ bestaat uit een met heel wat louche zaakjes in verband gebrachte ‘warden’ en zijn groupies, niet echt de mensen waarmee ik bij voorkeur samenwerk. Mijn humeur begon dus al enigszins te dalen toen deze mensen ter sprake kwamen. Het daalde nog verder toen National Parks met een oplossing voor het probleem op de proppen kwam, ‘kon één van ons niet even naar Umtshibi rijden?’. Ter informatie, Umtishibi is een kamp in het park, veertig minuten rijden vanaf het NP kantoor, laat dat ‘even’ dus maar achterwege. ‘Is dit echt het beste plan dat jullie kunnen bedenken?’, vroeg mijn collega onderzoeker voorzichtig. ‘Mmm ja’ was het antwoord, iedereen keek hoopvol mijn kant op. ‘Nee, ik ben hier om dat dier te helpen en niet om voor gratis transport te zorgen, als ik hier nu niets kan doen ga ik terug naar huis en kunnen jullie bellen wanneer ik nodig ben om dat dier te darten’, was mijn stellige antwoord. En dus keerden Hans en ik onverrichter zaken, en met een loden hart vanwege de gnoe die nog steeds met de strik rondliep, terug naar huis. Op de weg terug kwamen we maar liefste drie National Parks auto’s tegen die uiteraard belangrijkere zaken te doen hadden dan naar Umtshibi rijden. Die avond hoorden we dat het uiteindelijk gelukt was om het ‘capture team’ te pakken te krijgen en dat de ‘warden’ het probleem verholpen had. Het woord ‘verholpen’ betekent helaas zeer waarschijnlijk dat de gnoe op de barbecue geëindigd is…

Het moge duidelijk zijn, transport is een probleem bij National Parks. De auto’s die er zijn worden bij voorkeur gebruikt om naar de dichtstbijzijnde stad te rijden, of om ervoor te zorgen dat de ‘area manager’ elke ochtend de tweehonderd meter van zijn huis naar het NP kantoor kan rijden maar niet voor bijvoorbeeld onderzoek. Dat betekent dat zowel de junior als senior ecologist, die beiden een jaar een 40.000 pond kostende opleiding in Oxford genoten hebben, hun kennis niet in de praktijk kunnen brengen. Toen Peter, na een gesprek met de junior ecologist, opperde dat het wellicht een goed idee was om te kijken of we een oude auto aan de NP ‘research department’ konden schenken was ik het daar volledig mee eens. Helaas kreeg dit verhaal een heel eigen leven…

Aan het begin van het jaar moeten we ook allemaal weer onze onderzoeksvergunning verlengen. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan, we moeten een aanvraag indienen bij het hoofdkantoor in Harare, 500 USD betalen en dan maar afwachten of en wanneer we de vergunning krijgen. Tot we de vergunning hebben kan er op de grond moeilijk gedaan worden, de ene dag mogen we zonder vergunning niet het park in, de andere dag wel of we mogen alleen rondrijden en gaan dieren vangen enz. Groot was onze opluchting toen Peter die week met de vergunning uit Harare kwam. De Fransen en het leeuwenproject hadden immers nog geen vergunning. Toen Peter hier naar het NP kantoor ging om een kopie van de vergunning af te leveren bleek waarom ‘jullie hebben een auto gedoneerd aan de ‘research department’ en de anderen nog niet’. ‘Pardon?! Zo stak de vork duidelijk niet helemaal in de steel! Wij hadden gezegd dat we zouden kijken of we iets konden doen, en dat kijken stond volledig los van een vergunning. ‘Nou ja nu niet meer, onderzoekers krijgen alleen nog een vergunning als ze een auto aan National Parks doneren’. Toen Peter met dat verhaal terug kwam wist ik niet of ik keihard moest lachen of heel boos moest worden… ‘Dat is alsof je met het mes op je keel een ‘kadootje’ aan iemand geeft’ riep ik verbolgen.

Persoonlijk zou ik zeggen zak erin, wij hebben immers onze vergunning toch al in handen maar Peter is van mening dat we er niet onderuit kunnen komen om toch iets te doen. Uiteraard gaan we niet zonder slag of stoot ten onder en hebben we al een mail naar het hoofdkantoor in Harare gestuurd waarin we om opheldering vragen. Hoe kan het bijvoorbeeld dat zeventig procent van het onderzoek van de Fransen op het vliegveldje pal achter het NP kantoor plaats vindt en dat niemand van de ‘research department’ ooit enige interesse getoond heeft om aan dit onderzoek deel te nemen. En als iedereen dan nu ineens zo nodig onderzoek wil doen laat dan dat onderzoeksvoorstel maar eens zien waar die auto voor nodig is. Waarom moeten wij als non profit organisaties trouwens een auto doneren als er weet ik hoeveel commerciële organisaties in het park actief zijn? Tja, ik vraag met af of we hier op een normale manier uit gaan komen. Om het zo onaantrekkelijk mogelijk te maken ook deze auto in te zetten voor snoepreisjes naar de stad is Hans in ieder geval alvast bezig een plan te maken om ervoor te zorgen dat de auto in kwestie niet harder dan de snelheidslimiet in het park kan rijden, veertig kilometer per uur…

X Es